Zomerburgeraars

Terwijl Alice Coopers School’s out for summer uit de boxen knalde, brachten nieuwkomers in Antwerpen en Brussel hun vakantie door op school. Hun doel: inburgeren tijdens de lange zomermaanden om iets vlotter het schooljaar te kunnen starten.

Een warme, grijzende ochtend tussen alle zonnige dagen door. In de Lange Ridderstraat, bij het Sint-Andriesplein, weerkaatsen de kindergeluiden van de huisgevels. Op de speelplaats van de Antwerpse basisschool Musica spelen kinderen de vroege ochtend uit hun lijf, snel nog, voor de bel gaat.

‘1-2-3, spring!’ ordonneert het meisje naar boven, tegen de jongen die een flink stuk groter is dan zij. Hij probeert, maar het springtouw stokt. Zijn schouders gaan even omhoog, zij draait met haar ogen. Het tellen begint opnieuw, ook nu weer in het Nederlands, de taal die ze beiden verstaan. Hij springt en zij draait, een perfecte match.

Tijdens het belsignaal duwen ouders hun niptkomers nog net op tijd naar binnen. Daarna gaat de poort onherroepelijk dicht. Ook in de vakantie geldt de schoolklok als een belangrijk ankerpunt.

De Antwerpse zomerschool voor nieuwkomers tussen zes en twaalf jaar –een organisatie volledig door vrijwilligers gedragen– vindt voor de veertiende keer plaats. 127 kinderen, samen goed voor 43 nationaliteiten, leren zes weken lang, elke weekdag van negen tot twaalf, spelenderwijs Nederlands. Voorwaarden voor de inschrijving: nog geen jaar in België zijn, maximaal één semester in het Nederlands les hebben gevolgd, en bereid zijn de volledige periode naar school te komen.

‘Dit zijn de wàt van Ayatulah?’ – ‘Handen!’, roepen twintig kinderen enthousiast, een momentopname die zo uit een deugdelijke Vlaamse film lijkt weggeknipt. De zevenjarigen van de blauwe klas ontleden vandaag het papieren lichaam van hun klasgenootje. Ze leren dat Ayatulah ‘klein’ is maar wel een ‘grote’ naam heeft. Ze leren dat de mensenhuid wel vijftig tinten ‘bruin’ kan hebben. In de zomerschool passeren nogal wat thema’s en bezoekers de revue. Verkeer en veiligheid was vorige week het thema, nu is dat het lichaam, volgende week mode. Telkens met een flinke portie Antwerpse leven-zoals-het-is-tips en sociale codes erbij. Een tandarts vertelt de kinderen hoe ze hun tanden correct kunnen poetsen, maar ze leren er ook ropeskipping (acrobatisch touwtjespringen) met sportvereniging Jespo en ze maken kennis met de Antwerpse politie –die veel vriendelijker is dan wat ze in hun thuisland gewoon zijn.

‘Verder heb je ook nog de museumprojecten’, zegt Inez Van de Leest, een van de twee coördinatoren. ‘De kinderen leerden in het Rockoxhuis heel goed kijken en de woorden gebruiken die ze de weken daarvoor geleerd hadden over lichaam, kleding, gevoelens en dieren. Ze maakten een portret van zichzelf, drukten dat in het Museum Plantin-Moretus, liepen in stoet door het MAS.’

Zingen in een bad van nederlands

Wanneer de warmte de aandacht van sommige klasgenootjes toch wat afleidt, wordt een zangmoment ingelast. Muziek is een sleutelelement in het taalbad dat ze hier krijgen. Het werkt: de zomerscholiertjes die even later repeteren voor het toonmoment voor de ouders straks, zingen duidelijk met goesting en in verbazend mooi Nederlands.

‘De teksten worden speciaal geschreven voor onze zomerschool, op maat van anderstalige kinderen en van de thema’s’, zegt medecoördinator Christiane Hozay. De liedjesschrijvers, Veronica Joris en Joost Gils, beiden professionele muzikanten, geven ook zes weken zang- en muziekles. Joris doet dit al de tiende keer, voor Gils is het de derde keer. ‘Je krijgt zoveel terug en met muziek bereik je heel veel kinderen. Het is een taal die iedereen snapt’, zeggen beiden. ‘In kunstbeleving zit de kwaliteit van de kunst zelf: kinderen leren hier de taal zonder dat ze het beseffen. Elk jaar staan we versteld hoe kinderen die hier als een gesloten boekje binnenstappen, open bloeien en die taal via het ritme en de klank van muziek toch opnemen.’

Wat ooit begon met een groep van ongeveer dertig vrijwilligers en vijftig kinderen, is uitgegroeid tot een vast begrip in Antwerpen. Vandaag offeren meer dan zestig vrijwilligers, jong en oud, minstens een week vakantie op voor de zomerschool. Het is vandaag een geoliede machine, die samenwerkt met tal van Antwerpse organisaties, stadsdiensten en instituten, musea, basisscholen en lerarenopleidingen. Aanvankelijk ging het louter om een zomerproject, maar inmiddels is er ook opvolging tijdens het schooljaar: projecten rond taalondersteuning en voorlezen aan huis, cultuurparticipatie via HETPALEIS, een kinderkoor…

‘Alles is taal’, zo luidt het motto van Marleen Van Ouytsel, bezielster van de zomerschool en drijvende kracht achter de vrijwilligersorganisatie Meters&Peters die het project draagt. Dertien jaar geleden stelde ze vast dat honderden anderstalige kinderen, vooral de nieuwkomers, niet ingeschreven geraakten in het Antwerpse basisonderwijs. Dat is vandaag anders, maar de nood aan de zomerschool blijft.

‘De vakantieperiode is ideaal om deze kinderen een extra taalbad te geven en hun Nederlands op te poetsen. Ik wil niet meteen spreken over “zomerverlies” want het gaat sowieso om nieuwkomers, maar kinderen worden op deze manier veel beter voorbereid op het komende schooljaar.’

‘We willen dat kinderen hier drie dingen leren’, zegt Van Ouytsel. ‘De taal die ze straks in de klas zo nodig zullen hebben om te kunnen volgen, zelfvertrouwen en de Belgische sociale vaardigheden en omgangsnormen. We gaan met de kinderen ook op zoek naar hun talenten, vanuit het universele idee dat niemand ervan verstoken is.’

Ondanks de grote verschillen tussen de kinderen werkt het principe van de sociale mix, zegt Van Ouytsel. ‘Hier zitten 43 nationaliteiten samen, elk kind met een eigen verhaal en achtergrond. Sommige kinderen waren in hun thuisland primus op school, anderen komen uit kwalitatief minder goed onderwijs. Sommigen zijn asielzoeker, anderen kwamen naar België omdat een van hun ouders hier een hoge functie aangeboden kreeg. Die verschillen vervagen omdat iedereen hier in hetzelfde schuitje zit: als nieuwkomertje in een nieuw verhaal met een nieuwe taal.’

Of er soms cultuurclashes zijn? ‘Wanneer ouders hun zoon komen inschrijven, vragen we hen of ze ook een dochter hebben die in aanmerking komt. En als dat zo is, willen we dat die ook meekomt. Ouders moeten daarin meegaan. Wie dat niet doet, sturen we huiswaarts, met de zoon. Dat lijkt hard, maar ons motto is dat jongens en meisjes gelijke kansen moeten krijgen.’ Problemen komen zeker wel eens voor, zegt Van Ouytsel. ‘Maar dat is zeer marginaal in vergelijking met de zichtbare resultaten die de grote groep bereikt op het einde van de periode. Geregeld horen we ook van onderwijzers dat de nieuwkomertjes in hun klas die de zomerschool hebben gevolgd een streepje voor hebben.’

Zinvol brusselen

Een woensdagnamiddag in juli, de zon maakt de lucht massief en loom. Molenbeek, niet ver van metrohalte Graaf van Vlaanderen. Op de zolder van jongerenlabo JES maken vijftien jongeren zich klaar voor hun wekelijkse theaterworkshop. Vandaag gaan ze aan de slag met een paar teksten van eigen hand. ‘Helaas moeten we kiezen en komt dus niet ieders tekst aan bod. Kill your darlings, weet je wel’, verontschuldigt begeleidster Els Candaele zich. Ze praat langzaam, luid en duidelijk. Thomas, die voor de gelegenheid Nederlands-Engels tolkt, kijkt haar aarzelend aan wanneer naar de precieze betekenis van die uitdrukking wordt gevraagd. Opdracht volbracht: hier wordt –via theater– over taal gepraat.

Ook in deze zomerschool voor anderstaligen zit het aspect taal vervat in de praktijk. De jongeren die deelnemen aan het inburgeringsprogramma Masir Avenir krijgen het Nederlands niet alleen aangereikt in de taalklas maar ook in de andere lessen. Een hele zomer lang, gedurende vier namiddagen in de week, volgen zestig 16- en 17-jarige nieuwkomers een inburgeringstraject op hun maat, onder de vleugels van het Brussels onthaalbureau voor inburgering (bon). Ze volgen taallessen en maatschappelijke oriëntatie, aangevuld met allerhande activiteiten en workshops koken, multimedia en theater –in samenwerking met JES vzw.

‘Voor jongeren van die leeftijd die hier pas aankomen, bestaat geen inburgeringstraject. Dat kan pas als ze achttien zijn’, zegt projectverantwoordelijke Sofie De Dobbeleer. ‘Maar ook deze leeftijdsgroep heeft uiteraard nood aan informatie over het nieuwe land waar ze wonen: zowel over België als over de dingen des levens, zoals huisvesting, sociale omgangsnormen, onderwijs, vrije tijd, werk en gezondheid.’

Goesting naar meer

‘Ik wil het maximum leren’, zegt de Afghaanse Saeeda. Zeven maanden is ze nu in België. ‘Ik wil meer weten over België, hoe de politieke machine hier werkt, waarom Brussel tweetalig is. Het bezoek aan het parlement vond ik echt heel interessant.’ Haar landgenoot Feda, inmiddels een jaar in België, vond koken en de sportactiviteiten dan weer leuker. Voor de Ghanese Gertrude, Emanuelle en Rita mogen er gerust nog wat meer lessen worden gegeven. Dat geldt ook voor de OKAN-klas, waar ze voor de vakantie waren beland. Daar mag er best wat meer discipline zijn, vinden ze. ‘In Ghana tijdens de les met je haar bezig zijn of een gsm mee naar school brengen? Geen sprake van. Hier kan dat wel en is de verleiding om niet op te letten groter.’

Tijdens de lange Belgische zomervakantie vallen jongeren vaak terug op een zee van vrije tijd die hen weinig tot geen zinvolle invulling biedt. ‘Het vakantie-aanbod voor deze leeftijdsgroep is enorm beperkt, en een deel van hen woont in een opvangcentrum of in een klein appartement zonder tuin’, zegt De Dobbeleer. ‘Ze zijn bereid om zich twee maanden te engageren, want ze vinden het een manier om hun zomer toch zinvol door te brengen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat we vorig jaar samen met de universiteit van Gent hebben gedaan.’ (zie kader)

En route

Anderstalige nieuwkomers verliezen er soms letterlijk het noorden of zuiden bij. Ze moeten in dit nieuwe thuisland terug naar start. Ze moeten zichzelf een stukje heruitvinden, zegt trajectbegeleider Awet Desta Aregawi.

‘Die jongeren komen hier allemaal toe met een eigen verhaal en vinden hier leeftijdsgenoten in dezelfde situatie. Dat biedt houvast, net zoals het werken rond competenties. We zien jongeren echt groeien, een weg inslaan. Sommigen komen in het begin heel passief of gelaten over maar blijken dan echte plantrekkers en hulpvaardige personen te zijn. Saeeda van onze groep kwam aanvankelijk introvert over maar toont zich nu in de groep als een meisje met een duidelijke mening en een open houding.’

De Ghanese Thomas woont in een centrum voor niet-begeleide minderjarigen, waar hij de lange zomerperiode niet wilde slijten met nietsdoen. ‘Naar school gaan betekent veel voor me. In Ghana kreeg ik die kans niet.’

Masir Avenir is veel meer dan een Nederlands taalbad, bevestigt Thomas. ‘Ik leer mezelf echt wel beter kennen, heb hier geleerd dat ik wel wat in mijn mars heb. Niemand vertelde me dat vroeger, ik was altijd alleen. Ik was bang om iets te zeggen, vreesde dat het een fout antwoord zou zijn. Dat heb ik hier echt leren overwinnen.’

Masir Avenir sluit de harde realiteit niet buiten. Thomas’ asielaanvraag werd niet weerhouden, wat betekent dat hij het einde van het zomertraject misschien niet haalt. ‘Niemand ontsnapt hier aan zijn eigen levensverhaal’, zegt Thijs Van de Loo, die de theaterworkshop geeft. ‘Iemand als Thomas is een kerel met enorm veel potentieel. Dat hij het land misschien uit moet, is heel jammer voor hem. Maar ik kan me daar hier en nu niet druk om maken. Ik vind het heel belangrijk dat zo iemand hier te weten komt dat hij iets kan en dat hij daar kracht uit kan putten. En dus blijven we verder aan de slag met elkaar.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur