Zonevreemde woningen in Oost-Jeruzalem

De Palestijnse parlementsverkiezingen, gepland voor deze zomer, zijn uitgesteld. De ontruiming van de joodse nederzettingen in de Gazastrook, ook gepland voor deze zomer, gaat wellicht wel door. Premier Sharon krijgt daarvoor veel internationaal applaus. Tine Danckaers ging in Oost-Jeruzalem op zoek naar de realiteit achter het verhaal. Ze zag er met hoeveel ijver bouwfirma’s nieuwe kolonistenwijken uit de grond stampen, en hoe politici en aannemers voortdurend de kaart van Israël en de Bezette Palestijnse Gebieden hertekenen.
Valavond. Een vervallen treinstation in West-Jeruzalem, op een boogscheut van de Oude Stad in Oost-Jeruzalem. Dit blijkt het perfecte kader voor een geïmproviseerde barbecue. De uitslaande vlammen brengen nog niet één ordehandhaver op de been, ook al zitten we hier in de kern van het meest explosieve conflict van de wereld, in het hart van een van de meest gemilitariseerde landen ter wereld.
Wijn, sterren en vuur maken de tongen los. Yves, de drijvende kracht achter het feest, is een Israëlisch muzikant en al jarenlang actief in vredesbewegingen. Toch woont hij in French Hill, een joodse kolonie in het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Ook Yael woont in een Israëlische nederzetting ten noorden van de Oude Stad. Zij behoren niet tot de kolonisten van het eerste uur, zij voldoen niet aan het cliché van de joodse kolonisten: de zionistische activisten of diepreligieuze orthodoxen. Vooral jonge Israëli’s worden aangetrokken door de prijzen van de nieuwbouwhuizen in de twaalf grote kolonieblokken in Oost-Jeruzalem. De huizen en appartementen zijn er -vergeleken met het Israëlische West-Jeruzalem- betaalbaar en heel comfortabel.
‘De doorsnee Israëli die in Oost-Jeruzalem woont, beseft niet eens dat zijn bed en tafel op Palestijns grondgebied staan,’ zegt Amos Gil van Ir Amim, een Israëlische organisatie die ijvert voor een duurzaam Israëlisch-Palestijns Jeruzalem. ‘Hij denkt dat hij in West-Jeruzalem leeft. Als je hem vraagt wat hij dan verstaat onder Oost-Jeruzalem, luidt het antwoord “de Oude Stad”. Har Homa en French Hill zijn voor Israëli’s geen kolonies, maar nieuwe wijken. Ma’ale Adumim, de kolonie die zich van diep in de Westbank uitstrekt tot in Oost-Jeruzalem, bekijken mensen als een grote buitenwijk van Jeruzalem. Zij hebben er geen flauw benul van dat de internationale gemeenschap hun woonplaats als een kolonie, en dus als een illegale woonplaats bestempelt.’ De nieuwe kolonist in Oost-Jeruzalem heeft dus economische drijfveren. De ultrarechtse kolonisten in Oost-Jeruzalem vormen, volgens Gil, een zeer kleine minderheid van 1500 mensen. Hun huis in Oost-Jeruzalem heeft een politieke of religieuze kleur, zij vinden dat joden er thuis zijn.

Stad der naties


In 1948 bezetten Israëlische troepen het huidige West-Jeruzalem en de huidige kolonie Mount Skopus in Oost-Jeruzalem. Oost-Jeruzalem zelf werd bezet door Jordanië. In 1949 deelde de Demarcatielijn de stad officieel op in Oost- en West-Jeruzalem. West-Jeruzalem strekt zich uit over 53 km², Oost-Jeruzalem, met daarin de Oude Stad, heeft een oppervlakte van 70 km².
Die Oude Stad is een klein vlekje op de kaart van Oost-Jeruzalem, maar ze heeft een onpeilbare historische betekenis en huisvest heiligdommen zoals de Rotskoepelmoskee, de Heilige Grafkerk en de Klaagmuur. Sinds de zesdaagse oorlog in 1967 bezet Israël Oost-Jeruzalem, en is de stad onder Israëlisch gemeentebestuur geplaatst. Nog datzelfde jaar diende de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 242 in: Jeruzalem moet de hoofdstad van de Palestijnse en Israëlische staat worden, waarbij de Palestijnen autonomie krijgen in de Oude Stad, met uitzondering van de klaagmuur en de joodse wijk.
Vanaf 1967 groeide de Israëlisch-joodse populatie in Oost-Jeruzalem tot 180.000, naast de 230.000 Palestijnen. Volgens Jeff Halper van ICAHD, Israelian Comittee Against House Demolitions, een mensenrechtenorganisatie die het lot van de Palestijnen ter harte neemt, is Oost-Jeruzalem een fictie. ‘Israël heeft in 1967 de artificiële tweedeling wel bevestigd, maar zonder de droom van een Groter Jeruzalem uit het oog te verliezen. De staat wou en wil nog altijd zoveel mogelijk controle over het hele grondgebied.’
Controle is de kern van de zaak. ‘De vier miljoen Palestijnen die verdeeld over Gaza, de Westbank en Oost-Jeruzalem leven, mogen hun staat hebben, maar Israël zal de touwtjes stevig in handen houden’, zegt Halper. ‘En dat ontneemt een onafhankelijke staat alle leefbaarheid.’
Voor de Israëlische premier Ariel Sharon is het statuut van Jeruzalem niet bespreekbaar in vredesonderhandelingen. Oost-Jeruzalem is een onderdeel van Groter Jeruzalem. De halfstad maakt weliswaar maar 1,3 procent van de Westbank uit, maar vormde lang de economische, culturele en religieuze navel van Palestina en later de bezette Palestijnse gebieden. Wat er vandaag van overblijft, zijn vlekken op de kaart, van elkaar en de rest van de Westbank afgesneden door nederzettingen, veiligheidshekkens en Israëlische verbindingswegen waar alleen auto’s met gele -Israëlische- nummerplaat mogen rijden.
Jeff Halper: ‘De toekomstige Palestijnse staat is een regio geworden van bantoestans, onmogelijk met elkaar te verbinden. Israël controleert 85 tot 90 procent van het land, waaronder de grenzen, de waterreservoirs, alle nederzettingenblokken en de hele regio Jeruzalem. Daardoor is Palestina een derdewereldland geworden, een land zonder economie. Door ook nog Jeruzalem, het economisch hart van Palestina, te ontmantelen, ontneem je een eventuele Palestijnse staat alle leefbaarheid. En dat is de trieste realiteit: Oost-Jeruzalem is al gestorven.’

Goede tijden voor bouwaannemers


Buiten de middeleeuwse stadswallen van de Oude Stad, die grenst aan West-Jeruzalem, staan de plannen voor een Groter Jeruzalem al in de steigers. Tussen de Damascuspoort, de belangrijkste handelspoort naar de Arabische wijk in de Oude Stad, en de westelijke Jaffapoort, ligt het wegdek al open: hier komt een nieuwe tramlijn. ‘Ook dit stuk Palestijnse binnenring wordt Israëlisch’, zegt Fouad Hallak, politiek en technisch adviseur voor de PLO. De sporen zullen een nieuwe scheidingslijn vormen tussen het bruisende economische centrum en Palestijnse dorpen in het zuiden. ‘Israël integreert de Jaffapoort langzaam maar zeker bij West-Jeruzalem. Over vijftig jaar is Groter Jeruzalem een voldongen feit. Niemand zal nog weten waar de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem liep.’
De vele constructiekranen, wolken bouwstof en aannemerspanelen in Oost-Jeruzalem tonen aan wat Israël verstaat onder het “bevriezen van de bouw en uitbreiding van de kolonies”, een vereiste voor het einde van het conflict. De opbouw van drie nieuwe kolonies is bezig en de bestaande kolonies worden gewoon uitgebreid. Israël plant 96 nieuwe huizen in Pisgat Ze’ev en 36 in Gilo. En voor Ma’ale Adumim, de enorme kolonie die aan Oost-Jeruzalem grenst, kondigde Sharon 3500 nieuwe woonheden aan.
De kersverse uitbreiding van de fel besproken kolonie Har Homa in het zuiden van Oost-Jeruzalem laat weinig aan de verbeelding over. Fase één, een blokkenstructuur van huizen in de witte en nuchtere Israëlische bouwstijl, is voltooid. Een aannemersbedrijf legt de hand aan de laatste huizenblokken en werkt nieuwe wegen naar en van de kolonie af. Ondanks de 2000 mensen die er al wonen -vooral Britse Israëli’s- ademt deze buurt nog de sfeer van een spookstad uit. De enige bewijzen dat hier mensen wonen, zijn de schotelantennes, de droogrekken op de terrassen en een auto die luid toeterend voorbijrijdt. Pottenkijkers zijn hier niet welkom.
Een uitkijkpunt biedt een panoramische blik op nog meer toekomst. Over een paar jaar zullen de witte huizenblokken van Har Homa de bruingroene kleur van deze heuvels vervangen. Fase twee van het Har Homaproject, de “natuurlijke groei van de kolonie”, is ingezet. De graafwerken voor de nieuwe verbindingswegen zijn gestart. Pletwalsen hebben het nieuwe traject dat de Muur hier zal volgen, uitgetekend: een streep die het landschap doormidden snijdt. De Muur zal Har Homa, net zoals de nabijgelegen kolonie Gilo en de twee andere grote kolonieblokken in Oost-Jeruzalem, Givon en Ma’ale Adumim, de facto bij Israël annexeren. Samen met de Muur scheiden deze kolonies Oost-Jeruzalem van de aangrenzende Palestijnse gemeenschappen in de Westbank: Ramallah in het noorden, Betlehem in het zuiden. Na de laatste bouwfase zal Har Homa 850 nieuwe wooneenheden tellen.

Geen grond om op te staan


Wadi Fukin ligt een kleine tien kilometer van Betlehem en is gekend voor zijn aardbeien, citrusvruchten, amandelen en olijfolie. Op de heuvels die het smalle valleidorp omgeven, staan hoge hekken, met daarbovenop nog eens prikkeldraad en glasscherven. Ze markeren de grenslijnen van Hadar Betar en Betar Illit. Deze twee illegale kolonies zijn neergepoot op landbouwgrond en graasland van de Palestijnse dorpelingen, vertelt PLO-adviseur Fouad Hallak. Drie boeren, aan het werk op hun land, klampen hem aan. Of hij al meer nieuws heeft? Hallak is voor deze mensen de bellenman die meestal op de hoogte is van de laatste feiten.
Geen nieuws, goed nieuws, gaat hier niet op. Het grondrecht van deze mensen staat onder constante druk en de plannen om de Muur op een deel van hun land te bouwen, blijven overeind. De boeren leven niet alleen in een continue grondstrijd met de Israëlische overheid, ze kampen ook met verregaande pesterijen van hun Israëlische buren. Zo zouden de kolonisten soms opzettelijk rioolwater pompen door een pijp die uit de heuvelflank onder Hadar Betar uitsteekt, om het land en de gewassen eronder te vervuilen. In maart dit jaar kregen de bewoners van Wadi Fukin nieuwe militaire orders. Daarin eist de Israëlische Defensie 885 dunam (885.000 m²) grond op, waaronder ook een aantal belangrijke grondwaterbronnen. ‘In het kader van zogenaamde veiligheidsmaatregelen’, zegt Hallak. ‘Dit aanvechten betekent voor de boeren weer een nieuwe administratieve lijdensweg, opnieuw bij instantie zus of zo bewijzen neerleggen, lange wachttijden, nieuwe documenten, dossiers.’
De zogenaamd natuurlijke aangroei van kolonies, de bouw van de Muur, de landconfiscatie van Palestijnse grond… het gebeurt allemaal binnen een grijze zone van nieuw aangepaste wetten, legale achterpoortjes en complexe administratieve maatregelen. De combinatie van deze droge juridische materie met de nationale veiligheidsobsessie, zorgt ervoor dat hierover nauwelijks een publiek debat plaatsvindt.
Israël rakelde ook een oude Ottomaanse wet op om het eigendomsrecht van Palestijnse gronden in vraag te stellen. Deze wet bepaalt dat een boer zijn grond binnen de drie jaar moet cultiveren. Zoniet, bestempelt de sultan dit land als “dood” en is het beschikbaar voor derden. De Israëlische overheid gedraagt zich in de bezette gebieden als de sultan.
Als de Ottomaanse wetten niet volstaan, is er altijd nog de Absentee Property Law. Volgens deze wet uit 1950 komen de eigendomsrechten van Palestijnen die hun eigendom hebben “achtergelaten” onder Israëlische hoede, zonder compensatie of verwittiging aan de eigenaars. De Absentee Property Law werd in het leven geroepen om het land te onteigenen van de vele Palestijnen die hun huis ontvluchtten in 1948.
Recent kwam aan het licht dat Israël ze ook wil gebruiken voor de onteigening van Palestijnse gronden in Oost-Jeruzalem. Het gaat dan om gronden van eigenaars die buiten de stad wonen -aan de andere kant van de Muur die hun land heeft weggesneden. Amos Gil van Ir Amim zegt dat de toepassing van deze wet 50 procent van Palestijnse privé-eigendommen in Oost-Jeruzalem zou kunnen beïnvloeden. ‘De nieuwe nederzettingen of wijken die de Israëlische overheid op plan heeft gezet, bevinden zich op gronden van Palestijnse eigenaars, van wie velen buiten de gemeentelijke jurisdictie van Jeruzalem wonen. De kolonies zullen een buffer vormen tussen de Palestijnse buurten in Oost-Jeruzalem en die aan de zuidelijke kant van de muur. Dat is een drama, want zowel familiale als economische banden zullen worden doorgesneden.’

De zionistische droom


De Stad van David, volgens Gil de grootste ultrarechtse kolonie in Oost-Jeruzalem, bevindt zich net buiten de muren van de Oude Stad, ten westen van de Klaagmuur. Temidden van de Palestijnse wijk Silwan, belichaamt deze kolonie de grote droom van de “Terugkeer naar Zion”. In 1991 vestigde zich hier de eerste joodse familie. Onder politiebescherming trokken ze op een nacht in het huis van de Abassi’s, een Palestijnse familie. De kolonisten hadden het eigendomsrecht verkregen via de Absentee Property Law, zo bleek later. Het Israëlische hooggerechtshof verwierp na verschillende gerechtsprocedures de claim van de kolonisten en gaf het huis terug aan zijn rechtmatige eigenaars, maar de Israëlische overheid ondernam geen verdere stappen en dus wonen de kolonisten er nog altijd. Vandaag telt de kolonistengemeenschap 25 families.
Hun droom werd mogelijk door de steun van Elad. Deze extreemrechtse kolonistenorganisatie, erkend door de Israëlische staat en de Verenigde Staten, werd in 1986 opgericht om de historische plaats “Ir David” opnieuw te bevolken met joden. Sindsdien heeft de organisatie al meer dan 55 procent land ingepalmd van de wijk die zij de Stad van David noemen. Ook hier is het verkrijgen van deze eigendommen een kluwen van wetten, huur- en rechtsregels. Toeristen en bezoekers ‘zijn hier welkom om de grote archeologische en historische waarde van Ir David te ontdekken’, al is de hoofdingang van de wijk volledig afgesloten door prikkeldraad en nadarhekken. De gewapende bewaker nodigt evenmin uit tot een bezoek. Prikkeldraad omheint het hele centrum van deze kolonie. De geparkeerde auto’s buiten de kolonie zijn getooid met Israëlische en oranje vlaggetjes. Daarmee protesteren deze kolonisten van het eerste uur tegen het ontruimingsplan van Gaza.

Wierook en tranen


Jeruzalem is een heilige stad voor joden, christenen en moslims, het is de politieke spil voor Israëli’s en Palestijnen en de thuis van zowel een Arabische, een christelijke, een joodse en een Armeense wijk. Sinds het begin van de tweede intifada in 2000 is het toerisme zo goed als stilgevallen. Maar aangezien pesach, het joodse bevrijdingsfeest, en de orthodox-christelijke pasen dit jaar in dezelfde week vallen, barst de Oude Stad van de religieuze toeristen. De feestelijke drukte in de straten kan echter de realiteit van het conflict niet helemaal verdoezelen.
De Israëlische uniformen van jonge soldaten, grenspolitie en politie zijn uitdrukkelijk aanwezig. ‘Elke stap die je zet, wordt geregistreerd’, zegt Mahmoud Jaddeh, en hij wijst naar één van de vierhonderd camera’s die de stad in pixels omzetten. Jaddeh is half Palestijn, half Tsjadiër. Zijn rondleiding in de Oude Stad is een soort Jeruzalem Binnenstebuiten, een wandeling door de conflictgeschiedenis van de stad. In de Arabische wijk, vlakbij de verpauperde buurt van de zigeuners, ligt de Palestijnse recreatiezone. ‘Deze open plek met een kindercrèche, een speeltuintje, een openluchttheater en een buurtcentrum is de enige ademruimte die we hebben. Maar er zijn plannen om hier nieuwe huizen voor joodse Israëli’s te bouwen. Weg adem, weg vitaliteit!’
Van op de stadswallen heb je een uitstekend zicht op de Olijfberg, een heilige plaats voor de drie godsdiensten van Abraham. Maar tegelijk is het een plek waar verschillende christelijke patriarchaten ruziën over de juiste lokatie van het graf van de heilige Maria. ‘Binnen de stadswallen vind je geen enkele steen of raam zonder verhaal’, zegt Jaddeh. ‘En jammer genoeg bevat bijna elk verhaal een conflict: religieus, politiek of historisch.’
Hoe pijnlijk waar zijn woorden zijn, blijkt enkele dagen later in de Heilige Grafkerk. Die kerk, waar Jezus’graftombe zich bevindt, wordt beheerd door zes verschillende christelijke kerken. Het is de nachtelijke viering van het Heilig Vuur, een hoogtepunt van het orthodoxe pasen. De ingang naar de kerk is afgesloten door hekken, bewaakt door een grote politiemacht. Terwijl op het dak van de kerk Ethiopische gelovigen, volledig in het wit gehuld, hun ingetogen gezangen starten, stijgt beneden luid gejouw op als de Griekse patriarch, omringd door lijfwachten, priesters en gelovigen arriveert. De processie schuifelt langzaam in de kerk, verlicht door honderden kaarsen. Liturgische zangen luiden de viering in en doven het lawaai.
Het heilig vuur daalt niet neer tijdens de viering. Wel breekt aan de andere kant van de kerk een gevecht uit tussen Griekse en Armeense priesters. De directe aanleiding is een futiliteit, de oorzaak is politiek. De Israëlische krant Maariv bracht aan het licht dat de Grieks-orthodoxe patriarch, Irineos, heimelijk eigendommen van het Patriarchaat heeft verkocht aan onbekende joodse investeerders. De verkoop zou kaderen in plannen om Oost-Jeruzalem te verjoodsen, maar de koper zelf weigert zich bekend te maken.
‘Er gaan geruchten dat de staat Israël of kolonisten hierachter zitten, maar de mysterieuze koper zelf zwijgt, net als Israël. Irineos blijft beweren dat de verkoop zonder zijn medeweten is gebeurd. Hij beweert niet op de hoogte te zijn en één medewerker -die volgens Irineos achter de deal zou zitten- is vertrokken met de noorderzon. Kortom, niemand weet van iets’, zegt een medewerker van Saint Yves, een katholieke mensenrechtenorganisatie in Jeruzalem. Hoewel het niet de eerste keer is dat -de ondertussen officieel afgezette- patriarch eigendommen verkocht aan Israëli’s, hebben ditmaal zowel Griekenland, Jordanië als de Palestijnse Autoriteit een onderzoek bevolen.
Over de mogelijke systematische verkoop van eigendommen in de Oude Stad aan Israëli’s, bestaat nauwelijks onderzoek. Terwijl de joodse wijk in de Oude Stad enkel door joden kan worden bewoond, wonen er wel Israëli’s in de Arabische wijk. Met hoeveel ze zijn, lijkt niemand zeker te weten. Amos Gil schat het aantal hardline kolonisten op twintig. ‘Ze zijn niet met zoveel, maar ze zitten er toch maar, gewapend en wel’, zegt Jaddeh. Israëlische vlaggen, die uitdagend uit het raam of aan een mast op het dak hangen, duiden erop dat hier geen Palestijnen wonen. De kolonisten hebben het hier niet bepaald luxueuzer dan hun buren.
De sociaal-economische levensomstandigheden in de Arabische wijk zijn pover, de behuizing is krap, het comfort bijzonder klein. Een doorsnee flat is hier een kamer, meestal niet groter dan vier meter op vier, en daarin leeft de hele familie, met een gemiddelde van vijf kinderen. Jaddeh opent de deur van een Palestijnse flat: ‘Deze mensen eten, slapen, wassen zich, doen hun huiswerk in deze pietluttige ruimte, die nauwelijks verlucht en verlicht wordt.’ Terug buiten wijst hij naar boven, waar ijzeren netten de blauwe lucht erboven filteren.
‘De bewoners hebben ze daar gehangen, om zich te beschermen tegen de voorwerpen die de kolonisten naar beneden gooiden.’ Boven de netten woont een kolonist. Op zijn dak staat een wachterhuisje. Vierentwintig uur op vierentwintig zit hier iemand gewapend op de uitkijk. Volgens Jaddeh is dit soort kolonistenpraktijken, gedoogd door de overheid, onderdeel van een sluipende overname, de Silent Transfer. Via een inventief gebods- en verbodssysteem en “legale pesterijen”, maakt Israël het leven voor Palestijnen zo moeilijk dat ze uiteindelijk moeten opgeven en vertrekken.

De stille overname


Vahid Sa’ada woont al 28 jaar in Jeruzalem. Hij heeft geen Israëlische identiteitskaart, zijn vrouw en kinderen wel. ‘Ik heb in 1994 mijn eerste aanvraag ingediend voor een identiteitskaart, in het kader van de familieherenigingswet. Ik wacht nog steeds.’ Sa’ade moet elke zes maanden een nieuwe verblijfsvergunning aanvragen voor Jeruzalem. ‘Dat betekent telkens opnieuw bewijzen dat Jeruzalem het centrum van mijn leven is, via huishoudfacturen, onkostennota’s… De proceduretijd voor die vergunning duurt minstens drie maanden, soms langer, waardoor ik soms illegaal in Jeruzalem verblijf.’
Sa’ade is schoolinspecteur voor het Engels taalonderwijs. Zonder zijn Israëlische identiteitskaart kan hij zijn rijbewijs niet gebruiken. Hij mag niet op de Israëlische wegen, dus doet hij alles te voet. Om naar zijn familie in Halhul (30 km verder, op de Westbank, nvdr) te gaan, moet hij verblijfspapieren en een reistoelating hebben. ‘Je kan de checkpoints omzeilen door om te lopen. Soms pakken de soldaten je en laten ze je gaan. Andere keren laten ze je vijf uur wachten.’ Toch draagt Sa’ade de Israëli’s geen haat toe. ‘Ik heb ook Israëlische vrienden, voor mij zijn er geen verschillen. Het enige wat ik vraag, is bewegingsvrijheid: gewoon bij mijn vrouw en kinderen zijn, mijn auto gebruiken.’
Palestijnse residenten in Jeruzalem hebben permanent leefrecht in Jeruzalem, tenzij ze de stad langer dan drie jaar verlaten. Ze kunnen vrij bewegen in Israël, hebben dezelfde sociale voordelen als de Israëli’s, betalen dezelfde huizentaksen en hebben gemeentelijk stemrecht. Alleen is de dienstverlening die ze krijgen zeer slecht, met enorme wachtrijen tot gevolg. Palestijnse Israëli’s hebben dezelfde eigendomsrechten, maar kunnen geen eigendom kopen van joden in Oost-Jeruzalem. Dat is bevestigd door de Israëlische rechtbank. Wie een lapje bouwgrond koopt, moet jaren wachten op een bouwvergunning -die er wellicht nooit zal komen. Hun grond blijkt plots in een van de vele nieuwe “groene” of “open” zones te liggen. Bouwen is hier verboden. Resultaat is dat veel mensen uit pure wanhoop een huis zonder vergunning bouwen, meestal gevolgd door het onmiddellijk slopen van hun pand.
‘Het gaat hier niet alleen om een territoriale bezetting’, legt Najwa Silwadi van het gemeenschapscentrum van de Al-Quds Universiteit uit. ‘De bezetting van Oost-Jeruzalem is een van de meest complexe situaties binnen het conflict. Israël wil Jeruzalem verjoodsen door de demografische samenstelling van Oost-Jeruzalem te veranderen. De ontmoedigingspolitiek gaat ver. Op de een of andere manier vindt Israël altijd wel een legaal middel om Palestijnse burgers van Jeruzalem lastig te vallen.
‘Hoeveel Palestijnen al vertrokken zijn, weet niemand. Voor de oudere generatie is de stap moeilijk. Ze hebben het geld niet of ze hebben geen alternatief voor het enige leven dat velen kennen: het boerenleven. “Het is de fierheid van een volk en de band met de Palestijnse aarde die de Palestijnen doen blijven”, hoor je vaak. In hoeverre jonge Palestijnen, opgegroeid in armoede en apartheid, en met weinig perspectieven op een goed betaalde job, die band strak willen houden, hangt wellicht af van het doorzettingsvermogen van Sharon en de overtuigingskracht van Abbas. De stenen van Jeruzalem zuchten nu al onder de geschiedenis die nog moet komen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur