Zuid-Afrika vergeet slachtoffers xenofobie

Na de inauguratie van de nieuwe Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma gisteren, met een feest dat 6,6 miljoen euro kostte, zullen de meeste leiders van het land maandagochtend waarschijnlijk nog aan het bijkomen zijn. En alle ogen zullen maandag gericht zijn op het nieuwe kabinet en de nieuwe vice-president.
Een officiële herdenking van het xenofobische geweld dat een jaar geleden uitbrak in de township Alexandria en zich verder over het land verspreidde, zit er niet in. Bij dat geweld tegen immigranten werden tientallen mensen vermoord en verkracht en raakten 150.000 mensen dakloos.
Volgens de presidentiële woordvoerder Thabo Masebe zijn er geen officiële herdenkingen gepland. “We kijken vooruit.” Experts zeggen dat er bijna niets is gedaan om de daders op te sporen en dat er in de toekomst opnieuw dergelijk geweld kan uitbreken.
“Er zijn een paar mensen veroordeeld, maar er zijn weinig inspanningen geweest om de drijvende krachten achter het geweld te vinden. De beschuldigingen tegen sommige arrestanten werden ingetrokken onder druk van de gemeenschap”, zegt Loren Landou, directeur van het Programma Gedwongen Migratie van de Universiteit van Witwatersrand.
Landau zegt dat met het einde van het massale geweld ook een einde kwam aan de politieke interesse in xenofobie. De aandacht van de media verschoof naar de nationale verkiezingen en de wereldwijde economische crisis.

Uitzettingsbevel


Met een werkloosheidspercentage van 23 procent in de gemeenschappen waar ze vandaan komen, zijn de vooruitzichten voor de 460 geweldsslachtoffers die nog in het laatst overgebleven opvangkamp zitten, niet rooskleurig. Het kamp is opgebouwd op een afgelegen strand, op twintig kilometer afstand van het stadscentrum van Kaapstad. De bewoners weigeren te vertrekken, maar dreigen op 26 mei daartoe gedwongen te worden.
Tot die tijd wonen ze in tenten van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR, die deels kapot gewaaid zijn door de stormen van de afgelopen winter. Op de omheining van het kamp liggen dode slangen, als bewijs van de klachten van bewoners over reptielen.
“We hebben de bewoners diverse mogelijkheden aangeboden om ergens anders gehuisvest te worden”, zegt Pieter Cronje, hoofd communicatie van Kaapstad. “Daarom ligt er nu een uitzettingsbevel. Hopelijk vertrekken de mensen voor die tijd vrijwillig.”
Cronje zegt dat 19.500 van de 20.000 mensen die vorig jaar in de Westelijke Kaapprovincie ontheemd raakten, elders onderdak hebben gevonden of zijn teruggekeerd naar hun landen. Het is volgens hem tijd om het kamp te sluiten.

Beschoten


De bewoners van het kamp vertellen dat ze in een moeilijke situatie zitten. Ze zijn allemaal te bang om te reïntegreren in plaatselijke gemeenschappen, niemand kan de hogere huur in betere buurten betalen en ze komen niet in aanmerking voor repatriëring naar hun land van herkomst.
Abdullah Mohamed zegt dat hij naar het kamp is gekomen nadat hij vorig jaar tijdens het geweld twee keer in zijn been was geschoten. Hij meldde zich bij de UNHCR voor terugkeer naar Somalië, maar daar werd hem verteld dat bij de UNHCR de regel geldt om geen mensen te repatriëren naar oorlogsgebieden.
Een andere kampbewoner, Jean-Claude Manoyi uit Kivu in de Democratische Republiek Congo, wil ook terug naar zijn land. Hij zegt dat het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) hem niet kan helpen omdat hij al een vluchtelingenstatus had voordat het geweld uitbrak. Dat geeft hem het recht om in Zuid-Afrika te wonen waar hij wil.
Manoyi vertrok vorig jaar vanwege het geweld uit de nederzetting Samora Machel. Hij kwam met zijn vrouw en twee jonge kinderen terecht in het afgelegen kamp Zilverstroom in Atlantis, zestig kilometer van Kaapstad. Toen dat kamp drie maanden later dicht ging, vertrok hij naar Kamp Harmonie Park in Strand, aan de rand van de stad. Toen ook dat kamp sloot, ging hij samen met zijn gezin en honderden anderen naar het laatst overgebleven kamp, Blauw Water in Strandfontein.
Manoyi voelt zich er ongelukkig. Strandfontein is normaal gesproken een vakantieoord in de zomer, maar in de regenachtige winter is het leven in een tent allesbehalve een vakantie.

Zelfhaat


Agnes Saidi woont ook in het kamp, ondanks een eerdere poging om te reintegreren. Saidi hield in oktober vorig jaar een persconferentie waarin ze vertelde dat haar man en 17-jarige zoon beschoten werden toen ze terugkeerden naar Samora Machel.
Saidi is niet van plan met haar vijf kinderen terug te keren naar Congo. Ze wil in het kamp blijven, ondanks de dreigende uitzetting en de slechte omstandigheden. “Toen ik zei dat de tent kapot was, zei een ambtenaar dat ik maar moest vertrekken als het me hier niet beviel, omdat er geen andere tent is.”
Het recente besluit van de regering om Zimbabwanen een werkvisum voor negentig dagen te verstrekken, geeft wat respijt. De overheid heeft dan meer tijd voor asielzoekers uit andere landen, zegt Nkosikhulule Nyembezi van de mensenrechtengroepering Black Sash. Maar de regering moet volgens hem ook met burgerorganisaties in gesprek gaan om een veilige reïntegratie van de ontheemden te bevorderen.
Auteur en politiek analist Andile Mngxitama zegt dat de regering zwarte Zuid-Afrikanen beter moet behandelen als zij echt een einde wil maken aan de ‘Afrofobische’ aanvallen op zwarten uit andere Afrikaanse landen. Het geweld van vorig jaar werd volgens hem niet veroorzaakt door angst voor buitenlanders. “Het was een aanval van zelfhaat, geleerd uit het verleden en van de manier waarop de regering zwarte Afrikanen dagelijks behandelt.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift