Zuid-Afrika: Vluchten kan niet meer, terugsturen wel

Zuid-Afrika trekt heel wat migranten en vluchtelingen aan uit het Afrikaanse continent, maar het land heeft niet de instellingen om die gestage toestroom te verwerken of op te vangen. Begin 2006 was er een achterstand van 135.000 asielaanvragen. Wie terechtkomt in de detentiecentra, moet vrezen voor zijn leven.
Honderden asielzoekers en migranten sterven elk jaar als gevolg van mensenrechtenschendingen of het gebrek aan geneeskundige zorgen. De Zimbabwaanse journalist Zakeus Chibaya dompelde zich onder in de onzekere schaduwwereld van de opkomende wereldmacht. Het was een onzachte ervaring.

‘Het Zuid-Afrikaanse vluchtelingenbeleid is vooruitstrevend, en dat niet alleen in vergelijking met andere Afrikaanse landen’, zei Ebrima Camara, de regionale vertegenwoordiger van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR, op een bijeenkomst in juni. Zuid-Afrika heeft inderdaad een wetgeving die asielzoekers volle rechten geeft en hen niet opsluit in gesloten opvangcentra of erger, zoals in veel landen gebeurt. Het probleem is dat Zuid-Afrika op wel meer vlakken een voorbeeldige wetgeving heeft, maar een schrijnende werkelijkheid.
Elke dag proberen zo’n tweehonderd mensen Zuid-Afrika binnen te geraken zonder dat ze daarvoor de nodige papieren hebben. In totaal verblijven naar schatting 5 miljoen mensen zonder papieren in Zuid-Afrika. Zij komen uit de armere buurlanden Zimbabwe, Mozambique, Malawi en Zambia, maar ook uit meer noordelijke landen als Congo en Nigeria. Wie opgepakt wordt, riskeert deportatie, ongeacht de risico’s op vervolging. Er zijn maar vijf opvangcentra voor vluchtelingen in het hele land en de bureaucratie is er legendarisch. Sommige asielzoekers kamperen maanden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken in de hoop zo hun papieren sneller te verkrijgen -meestal tevergeefs. Begin dit jaar bivakkeerden tien vrouwen met hun baby’s gedurende zes maanden voor Marabastad Refugee Reception Centre in Pretoria. ‘We leven voortdurend in angst om gearresteerd en daarna gedeporteerd te worden’, zegt Maria van de Democratische Republiek Congo. ‘En in afwachting van de behandeling van ons dossier moeten we bedelen om onze kinderen te voeden.’

Vrijheid heeft een prijs


Als de opvang van asielzoekers in Zuid-Afrika een donkere realiteit is, dan mag je Lindela Repatriation Centre gerust het hart der duisternis noemen. Het kamp -een voormalige mijnwerkersbarak in Krugersdorp, ten westen van Johannesburg- is permanent overbevolkt en verziekt door tbc. Onder de duizenden bewoners, die soms maandenlang moeten wachten op hun uitzetting, breken geregeld allerlei ziektes uit. In juli 2005 stierven Alice Tshuma en Mcabangeli Mlambo, twee opgesloten Zimbabwanen in Lindela. Naar aanleiding van die overlijdens stelde een onderzoekscommissie van Binnenlandse Zaken vast dat het kamp niet beschikt over de nodige medische voorzieningen, maar ook dat er sprake is van grove schendingen van de mensenrechten. Met die vaststelling gebeurde verder niets.
Uit eigen ervaring met Lindela begon in Johannesburg, op 15 juli 2006, toen de politie van Braamfontein mijn papieren -een officiële erkenning als asielzoeker die me toelaat op Zuid-Afrikaans grondgebied te verblijven- verscheurde. Ik werd achter in een politiewagen gegooid en kreeg te horen dat ik op vrije voeten kon komen als ik 500 rand smeergeld betaalde. Ook andere vreemdelingen in de wijken Hillbrow en Berea werden op die manier aangepakt en afgezet. Ik weigerde echter te betalen en werd daarom gedurende twee dagen opgesloten in Hillbrow Police Station, in afwachting van een verhuis naar Lindela Repatriation Centre. ‘Wij zijn het intussen gewoon dat we de politie moeten betalen als we willen vermijden opgesloten en gedeporteerd te worden’, zegt Terence Chisva van Senegal, in afwachting van genoeg geld om weer eens vrij te komen. ‘Er zijn agenten die op maandelijkse basis hun bijdrage komen innen bij illegale migranten.’
De dag dat ik in Lindela arriveerde, heerste er volop chaos. Er was een diarree-epidemie en het gerucht ging dat er al twee mensen gestorven waren. Tussen de duizenden Pakistanen, Nigerianen, Congolezen en andere bewoners van het kamp bevonden zich heel wat mensen die wettige verblijfspapieren hadden, maar toch gedeporteerd zouden worden. ‘De politie erkende mijn asielpapieren niet’, klaagt de Zimbabwaanse activist Collin Makumbirofa van de Foundation for Reason and Justice. ‘Ze bleven maar aandringen op 500 rand smeergeld, maar die heb ik niet. Ik word dus teruggestuurd naar Zimbabwe, ook al weet men perfect dat ik daar vervolgd zal worden.’
Op mijn tweede dag in Lindela organiseerden de Congolese gedetineerden een protest tegen de soms maandenlange verblijfstijden. Ze werden hard aangepakt door de bewakers van BOSASA Security Company. Sommigen onder hen liepen verwondingen op. Een delegatie van Binnenlandse Zaken kwam onderzoeken waarover het opstootje ging, maar de slachtoffers kregen niet de kans hun kijk op de zaak te geven. Nochtans vertelt Gérald Mwiti dat de gewonden ook nog lastiggevallen werden in de ziekenboeg van het Centrum. De verpleegster die ikzelf trof toen ik om medicijnen ging, beschuldigde mij en de andere zieken van schijnvertoningen in de hoop zo deportatie te ontlopen.
Donderdag is deportatiedag in Lindela -een uiterst gevaarlijke dag, want de zenuwen staan bij gedetineerden en bewakers tot het uiterste gespannen. De politie dwingt het contingent van de dag te hurken onder de banken van de trein die hen terugvoert naar het land dat ze probeerden te ontvluchten. Als de trein zich in gang trekt, springen enkele wanhopigen vooralsnog uit het voertuig. Ik zie enkele mensen hard neerkomen op het beton, enkelen raken gewond, al breekt gelukkig niemand zijn benen zoals Samson Ncube eerder dit jaar. Zijn trein vertrok uit Pretoria en Ncube wou onder geen beding terug naar Zimbabwe. ‘Mijn twee hutten werden in 2004 afgebrand en ik word achtervolgd door politieke tegenstanders. Als ik een voet op Zimbabwaanse bodem zet, ben ik een vogel voor de kat’, zegt Ncube in een gesprek na zijn dramatische treinsprong.

De nieuwe apartheid


Nogal wat mensen hebben niet eens de kans om vanuit het ziekenhuis hun verhaal te doen. Dit jaar alleen al weten we van een vijftigtal families uit Zimbabwe, Congo, Malawi, Mozambique en Zambia dat ze een verwant verloren hebben nadat die voor het laatst gezien was in politiehechtenis. ‘De laatste keer dat we van mijn broer gehoord hebben, was vanuit Lindela’, zegt Maria Macino vanuit Mozambique. ‘Hij zat daar te wachten op zijn deportatie. Sindsdien hebben we niets meer van hem vernomen. En van Binnenlandse Zaken in Zuid-Afrika krijgen we alleen het standaardantwoord dat Eduardo teruggestuurd is naar huis.’ Mary Shionwa uit Malawi heeft een gelijkaardig verhaal: ‘Mijn dochter werd vorig jaar in november gearresteerd in Bloemfontein. Daarna hebben we niets meer van haar gehoord. Al onze pogingen om haar te vinden, lopen dood op de ondoordringbare wand van de overheidsadministratie, waar men ons consequent van het kastje naar de muur stuurt.’
De overheid gaat zeer onzorgvuldig om met de kwetsbare vluchtelingen en migranten, en ‘daar bovenop komt een stijgend aantal gewelddadige incidenten waarbij vreemdelingen het slachtoffer worden van xenofobie of racisme’, zegt Jacob van Garderen van de mensenrechtenorganisatie Lawyers for Human Rights.
In juli werden al 29 Somali’s vermoord in Kaapstad. Tijdens een incident verloren tien van hen het leven en werden de winkels van de gemeenschap vernield. De meeste Somali’s namen de wijk naar alweer een nieuw toevluchtsoord, maar een woedende Aziz Mohomed zegt dat de kans groot wordt dat er wraakacties komen. ‘We kunnen toch niet met gekruiste armen toezien dat we aangevallen worden? De overheid ziet dat we afgeslacht worden, maar steekt geen hand uit om het te verhinderen.’
Politiecommissaris Mzandile Petros vindt dat het allemaal zo’n vaart niet loopt en dat het overdreven is te spreken van slachtingen en vreemdelingenhaat. Hij denkt dat het geweld beperkt is tot ordinaire roofovervallen. Een recente studie door het Centre for Study for Violence and Reconciliation stelt echter dat vreemdelingenhaat een probleem is bij 90 procent van de Zuid-Afrikaanse politiediensten, die vreemdelingen quasi automatisch zien als criminelen. Dat leidt ertoe dat vreemdelingen die slachtoffer zijn van geweld nog zelden met hun probleem naar de politie gaan, want ze vrezen in de politiekantoren een tweede keer onzacht behandeld te worden. De studie spreekt over gevallen van foltering, mishandeling en onterecht gebruik van dodelijk geweld door ordediensten tegen verdachten, vluchtelingen en leden van organisaties die protesteren tegen sociale en economische armoede. Dit is in feite geen nieuws.
Amnesty International voerde in 2004 al campagne rond politiegeweld tegen vreemdelingen in Zuid-Afrika, met onder andere het voorbeeld van Joseph Kongolo, een officieel erkende vluchteling uit Congo, die hardhandig aangepakt werd bij een huiszoeking, en Mohammed Hendi, een Jordaniër die 22 dagen onrechtmatig vastgehouden werd in ketenen en heel wat racistische beledigingen moest slikken tijdens zijn ondervraging.

Een beleid op gebroken krukken


Het Refugee Report 2006, gepubliceerd vlak voor de Vluchtelingenweek in juni, luidde opnieuw de alarmbel over de arbitraire arrestaties en het mishandelen van vluchtelingen. Het comité dat toezicht houdt op de politiediensten, het Independent Complaints Directorate (ICD), voert op dit moment een onderzoek naar een incident in augustus. De politie viel toen binnen in de lokalen van een kerkelijke organisatie in Braamfontein waar vluchtelingen en asielzoekers verbleven. Bij die inval werden de gebouwen ernstig beschadigd en verdween een aanzienlijke som geld. Bovendien weigerde Hillbrow Clinic twee asielzoekers, die bij de actie gewond geraakten, te verzorgen.
Dat laatste overkwam ook Nqobile Sibanda, een jonge vrouw uit Zimbabwe met een handicap, die in Braamfontein aangereden werd. ‘Omdat ik geen wettige verblijfspapieren kon voorleggen, weigerden ze me te helpen in Hillbrow Clinic’, klaagt Sibanda. ‘Ze wilden zelfs mijn krukken niet repareren. Toen ik aandrong, dreigden ze ermee de politie te bellen om me te laten deporteren.’ De politie liet intussen de chauffeur vrijuit gaan.
Onder de duizenden illegale migranten en asielzoekers zijn er opvallend veel Zimbabwanen. Verrassend is dat niet, voor wie de toestand in dat Zuid-Afrikaanse buurland een beetje volgt.
Het beleid van president Mugabe zorgt er momenteel voor een volledige economische puinhoop en een bijzonder repressief politiek klimaat. Dat resulteert echter niet noodzakelijk in veel begrip aan Zuid-Afrikaanse kant. In januari, bijvoorbeeld, zette Zuid-Afrika meer dan honderd Zimbabwanen op een vliegtuig naar Harare. De uitgewezenen werden overgedragen aan de autoriteiten die hen meteen naar Goromonzi Torture Camp stuurden, waar ze gedurende vier dagen ondervraagd werden. ‘Ze wilden weten wat we in Zuid-Afrika deden en beschuldigden ons ervan dat we activiteiten tegen de regering opzetten. Ze dreigden ermee een proces wegens landverraad te openen’, getuigt Tinos Murewi, die meteen na zijn vrijlating naar Zuid-Afrika terugkeerde. Hij vreest een nieuwe deportatie en weet dat hij dan zijn leven riskeert, daarom wil hij nu zijn geluk in Europa of Amerika gaan proberen. Misschien moet Murewi zijn relaas eens bezorgen aan Ebrima Camara, de regionale vertegenwoordiger van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR, die zo enthousiast kan vertellen over de uitstekende wetten in Zuid-Afrika.
Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.
Reageer via info@mo.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift