Zuid-Afrika's poging tot verzoening

Mensen zijn tot de grootste wreedheden in staat. Wie daar nog aan twijfelt, bladert maar eens door de catalogus van onmenselijkheid die samengesteld werd door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Uit datzelfde land komt echter ook een volkomen tegenovergesteld geluid: de mens is tot verzoening in staat.
De hele wereld hield op 27 april 1994 de adem in. Die dag maakten de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika een einde aan de Apartheid. Dat was het goede nieuws. De vraag was echter wat er nadien zou gebeuren. De ongelijkheid was immers zo onoverbrugbaar groot, de wonden van het verleden zo ongeneeslijk diep. Terwijl in het buitenland de doemscenario’s circuleerden, lanceerde de anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu de idee van een ‘Waarheids- en Verzoeningscommissie’. Die commissie kwam er in april 1996 en rondde haar werkzaamheden af eind 1998. Opnieuw werd met bewondering naar Zuid-Afrika gekeken. Terwijl heel Latijns-Amerika verdeeld bleef door de straffeloosheid waarmee de vroegere dictaturen zichzelf bedachten, ging Zuid-Afrika door een bad van zuiverende onthullingen en ontroerende rituelen van vergiffenis. Bij het verschijnen van het eindrapport van de commissie wezen onderzoeken echter uit dat de hele oefening gezorgd had voor méér spanningen tussen de verschillende etnische groepen in Zuid-Afrika. Een mislukking? ‘Neen’, zegt voorzitter Tutu, ‘het probleem is vooral dat er foutieve ideeën over verzoening gehanteerd worden. Verzoening is geen zaak van gezelligheid of van doen alsof. Verzoening die gebaseerd is op het ontkennen van de realiteit, is geen echte verzoening en kan niet duurzaam zijn. We moeten aanvaarden dat verzoening enkel op waarheid gebaseerd kan worden, maar ook dat de waarheid vaak tot verdeeldheid leidt.’

De moeilijkste vragen

De waarheid die laag voor laag afgepeld werd, was inderdaad gruwelijker dan zelfs de meest uitgesproken tegenstanders van het apartheidsregime zich hadden voorgesteld. Meer dan 20.000 getuigenissen van slachtoffers en bijna 8000 aanvragen voor amnestie van daders brachten bijvoorbeeld aan het licht dat de omvang van de militaire acties in het buitenland groter was dan geweten en dat de plannen om een genetische oorlog tegen de zwarte Zuid-Afrikanen te beginnen, fascistischer waren dan gevreesd. Vooral de verhalen over het dagelijkse geweld, waarbij zowel slachtoffers als daders een naam kregen, bleken diep te snijden in de collectieve ziel van Zuid-Afrika. ‘De mensen die voor de Waarheidscommissie verschijnen, zijn gewone mensen. Mensen die je dagelijks ontmoet in de straat, op de bus, op de trein. Mensen met de tekenen van armoede en hard werken op hun lichamen en op hun kleren. Op hun gezichten lees je de verbazing en de verbijstering die daar gezaaid werden door de brutaliteit van de veiligheidspolitie en door de onrechtvaardigheid van het gerecht. En iedereen wil weten: wie? waarom? De slachtoffers stellen de moeilijkste van alle vragen aan de daders: hoe is het mogelijk dat de persoon waarvan ik zo hield niet eens een vonk van menselijkheid in jou deed oplichten?’ Zo omschrijft Antjie Krog -een Afrikaner schrijfster die de Waarheidscommissie dag en nacht volgde- de bovenmenselijke opdracht om tegelijk de waarheid te achterhalen en te streven naar verzoening. Of naar ‘uxolelwano’, het Xhosa-woord dat gekozen werd om verzoening te vertalen, maar dat eerder vergiffenis betekent.

In een gesprek met Wereldwijd licht Antjie Krog haar waardering voor de ‘Waarheids- en Verzoeningscommissie’ verder toe.

‘Men erkent veel te weinig dat er een soort psychologie van de verzoening bestaat, een stapsgewijze verwerking van het onrecht. We kunnen ons die psychologie wel voorstellen als het gaat over twee mensen die naar verzoening streven, maar beseffen niet dat dezelfde logica opgaat voor een maatschappij. De eerste stap op weg naar verzoening is woede en afwijzing. De tweede fase draait om een nieuwe omschrijving van je eigen identiteit. Want slachtoffer zowel als dader vragen zich af of ze schuld hebben aan wat gebeurd is. Ten slotte krijg je de fase van de wederopbouw. Je gaat kleine stappen zetten, schijnbaar onbelangrijke dingen samen doen om zo het gebroken vertrouwen te herstellen.’

In welke fase zit Zuid-Afrika?

‘We beleven uiteraard de drie fasen door elkaar. Er is woede, omdat de verhalen die boven kwamen in de Waarheidscommissie onze ergste vooroordelen en angsten bevestigden. Er is een tendens om met de rug naar elkaar te leven, vooral omdat iedereen probeert in het reine te komen met de eigen zwakheden uit het verleden. En tegelijk worden er stappen vooruit gezet: de verkiezingen, de Afrikabeker voetbal, de Waarheidscommissie. Aan de kant gaan staan en schreeuwen dat de Waarheidscommissie mislukt is, omdat er nu meer wederzijds wantrouwen is dan twee jaar geleden, is dan ook vreselijk kortzichtig en walgelijk gemakzuchtig.’

U schrijft dat de commissie, ondanks alle tekorten, de vlam van hoop in zich draagt en dat ze u trots maakt een Zuid-Afrikaanse te zijn.

‘Eén van de mooiste zaken aan het hele proces van de Waarheidscommissie, was het feit dat iedereen in staat gesteld werd zijn of haar eigen verhaal te vertellen op de manier waarop hij of zij het gevoeld had. Dat werd mogelijk gemaakt door de voortdurende vertalingen. Iedereen kon spreken in zijn eigen taal. Dat gaf een schok aan de Afrikaner-gemeenschap. Zwarte Zuid-Afrikanen waren plots niet meer de domme, stamelende slachtoffers die niet eens in staat waren hun eigen ideeën fatsoenlijk onder woorden te brengen, maar bleken volwaardige mensen te zijn die op een genuanceerde manier hun pijn en lijden konden uitdrukken. In termen van waardigheid en respect heeft die ervaring wellicht méér betekend dan de meer juridische beraadslagingen over amnestie.’

Wat is er nodig om van het huidige wantrouwen over te gaan naar hersteld vertrouwen?

‘Waterleiding en elektriciteit. Mensen hebben behoefte aan gerechtigheid en waarheid, maar uiteindelijk verwachten ze van de regering fatsoenlijk onderwijs, werk, huisvesting. De grootste zorg van de Zuid-Afrikanen -op kleine groepen blanke en zwarte extremisten na- is trouwens niet meer de huidskleur van hun buren, maar de om zich heen grijpende criminaliteit en corruptie.’

Bent u optimistisch over de toekomst?

‘Ja, maar dat heeft meer te maken met mijn karakter dan met aanwijsbare vooruitgang. Al zijn er zelfs binnen de Afrikaner-gemeenschap tekenen van verbetering. Ik hoor tegenwoordig niet zo vaak meer de uitroep: ‘Fuck die kaffers’ (Naar de hel met de zwarten). Vandaag zegt men: ‘Die fuckin’ kaffers’ (Die verdomde zwarten). Met andere woorden: we zijn nog heel ver verwijderd van het paradijs waarin iedereen gerespecteerd wordt, maar we zijn op weg.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2563   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur