Zusterbanden smeden

De Vlaamse Regering wil de Noord-Zuidproblematiek dichter bij de burger brengen door gemeentelijke internationale samenwerking te stimuleren. Dat zo’n lokale samenwerking heel wat meer kan betekenen dan goedbedoelde liefdadigheid vanwege het rijke Vlaanderen, blijkt uit de experimenten in Herent en Olen, waar zusterbanden worden gesmeed met gemeenten in Guatemala.
29 juni. In het Cultureel Centrum van Herent begint Manuel Paau, Q’eqchi’-indiaan uit het Guatemalteekse Cobán, de avond met een ritueel. Voor hem op de vloer heeft hij met witte, zwarte, en rode bonen, en gele maïs vier kleurvlakken uitgelegd in de vorm van een klaverblad. Eén voor één, en in een welbepaalde volgorde, ontsteekt Manuel zes kaarsen, één bij elk vlak en twee in het midden. Intussen bidt hij in stilte, in het Q’eqchi’.
Onverstaanbaar voor het publiek, al hangt er een sfeer van grote betrokkenheid en ingetogenheid in de zaal. ‘Mijn hart is gelukkig, en ik hoop dat van jullie ook, dan kunnen we er een vruchtbare avond van maken.’ Manuel is coördinator aan Gualtemalteekse zijde van de zusterband die Herent is aangegaan met vier gemeenten uit het departement Alta Verapaz.
Deze avond brengen vier OCMW-bedienden, die in het voorjaar de Guatemalteekse dorpen bezochten, aan de hand van een videomontage verslag uit van hun reis. Drie Guatemalteken die vier weken lang de verschillende gemeentediensten in Herent verkenden, maken op hun beurt een evaluatie van hun bezoek. De avond wordt afgesloten met een theaterstuk van zes Herentse jongeren die in 2003 hun zomervakantie in Alta Verapaz doorbrachten. Met het stuk ‘De smaak van modder’ brengen ze hun impressies op scène.

Duurzaam en wederzijds


In 2001 ondertekenden een dertigtal Vlaamse gemeenten een convenant met een gemeente uit het Zuiden. Het proefproject, begeleid door de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG), leidde tot een decreet dat begin 2005 in werking zal treden en waardoor ook andere Vlaamse gemeenten een dergelijke samenwerking zullen kunnen aangaan. Met dit decreet wil de Vlaamse Regering de gemeentes actief bij de Noord-Zuidproblematiek betrekken. Het is niet zozeer de bedoeling dat lokale besturen een zoveelste ontwikkelingsproject op poten zetten, wel dat er gewerkt wordt aan een echte, wederzijdse en gelijkwaardige uitwisseling. En dat betekent een proces van zoeken en tasten.
‘Onze camera kostte evenveel als het maandloon van een hele gemeenschap’, bekent Dirk Billen, OCMW-voorzitter van Herent. De verschillen tussen Herent en de dorpen van Alta Verapaz zijn groot, niet alleen materieel, maar ook cultureel en politiek. Is een echte zusterband, op grond van gelijkheid, dan wel mogelijk? Vervalt zo’n relatie niet onvermijdelijk in een betuttelende houding vanuit het rijke Vlaanderen? Bernard Dumoulin, Noord-Zuidconsulent en coördinator van het proces in Herent erkent het gevaar.
‘Precies de Guatemalteken maken er ons op attent dat we nog steeds gewend zijn in deze klassieke schema’s te denken. Ze sturen erop aan dit proces anders te oriënteren. De Guatemalteken vinden zo’n zusterband een leuk idee, maar willen er ook kritisch tegenover staan om nieuwe vormen van kolonialisme en paternalisme te vermijden.’ ‘Bij een zusterband zijn beide partners architect, uitvoerder en begunstigde’, zo heet het in Herent en Olen. Mariano Caal Choc, ex-burgemeester van één van de Guatemalteekse zusterdorpen van Herent, verwoordt het zo: ‘Toen ik me bij de verkiezingen kandidaat stelde voor het burgemeesterschap, had ik ook geen programma uitgetekend. Mijn motto was: “als jullie voor mij kiezen, stellen we samen een programma op.” Zo zie ik ook de zusterband.’
Openheid, de tijd nemen om elkaar te leren kennen, en het ontwikkelen van een langetermijnvisie vormen dan ook de pijlers van dit experiment. Coördinator Bernard Dumoulin: ‘We bouwen aan een relatie. Voor je vruchten kan oogsten, moet je eerst het terrein effenen en het zaad planten. En dan wachten of het gedijt.’

Lokale democratie


Dat er werkelijk sprake kan zijn van een kruisbestuiving tussen de gemeenten uit Vlaanderen en Guatemala bleek eind augustus, toen Olen en Herent samen een ontmoetingsweek organiseerden voor een delegatie van burgemeesters en schepenen uit Ixcán en Alta Verapaz. Het centrale thema van die week was Lokale democratie en participatie. Een belangrijk thema voor de Guatemalteekse gemeentebesturen: in 1996 kwam in Guatemala officieel een einde aan een periode van bloedige burgeroorlog.
Sinds het ondertekenen van de Vredesakkoorden en het decentralisatieproces dat nadien op gang kwam, spannen de burgemeesters er zich effectief in om van onderuit een nieuwe toekomst op te bouwen voor hun land. De democratie is er broos, maar springlevend, en vormt op die manier een inspiratiebron voor Vlaanderen. Luk Draye, schepen van Ontwikkelingssamenwerking in Herent: ‘Veel Vlamingen zijn democraat wanneer het hen goed uitkomt. Ik voel hier veel minder dan in Guatemala de drang van de mensen om mee verantwoordelijk te zijn voor het geheel. Die bewustmaking hier zal nog meer tijd vergen dan het ontwikkelingsproces in Guatemala.’ Dat is ook de ervaring van Marcel Bellens, burgemeester van Olen: ‘Mensen vragen om te participeren, maar wanneer je hen die kans biedt, blijken ze veel minder geïnteresseerd. Daarnaast is het ook een probleem van onze politici: inspraak betekent macht afstaan en dan wordt het moeilijk.’
De Olense burgemeester komt vanuit de reflecties met de Guatemalteekse burgemeesters tot de vaststelling dat vele gemeentelijke adviesraden hier uitgehold zijn en onvoldoende representatief, en dat er naar nieuwe formules gezocht moet worden.De Guatemalteken zelf zijn dan weer wel bijzonder enthousiast over het systeem van gemeentelijke adviesraden in Vlaanderen, die inspraak op een geïnstitutionaliseerde manier realiseren. Met hun prille democratie, waar alles nog van onderuit moet worden opgebouwd, lijkt dit een bijzonder interessante formule. Het gevecht voor inspraak van mensen in Guatemala kost immers nog steeds bloed en tranen.
Oswaldo Batz, een van de drie Guatemalteekse gedelegeerden die naar Herent kwamen, vertelt: ‘De angst die we hebben moeten overwinnen om het woord te nemen en te spreken, was groot. Die angst is er nog steeds, al hebben we goede hoop met de huidige president. We willen onze prille democratie met hand en tand verdedigen, maar zullen het beslist nog moeilijk krijgen. Dan hebben we jullie nodig, om ons te bemoedigen en te versterken en het proces mee te bewaken.’
De burgeroorlog in Guatemala laat nog steeds zijn sporen na, in de vorm van straffeloosheid en de onveiligheid. Bovendien staan de lokale besturen er voor de moeilijke taak om terug een gemeenschapsleven op te bouwen in de dorpen, waar ex-guerrillero’s, ex-paramilitairen en teruggekeerde vluchtelingen vandaag met elkaar moeten leren samenleven, en samen het verleden moeten verwerken. Het Belgische oorlogsverleden, en hoe we in ons land en in Europa zijn omgegaan met vrede en verzoening, is een thema waar de Guatemalteken bijzondere aandacht voor hebben. Niet toevallig sloot de ontmoetingsweek af met een bezoek aan De Westhoek, Ieper en de IJzertoren, als hulde aan al wie hier zijn leven liet voor een betere toekomst.
Manuel Paau, Q’eqchi’, verwoordt het zo: ‘Er is maar één wind die over ons waait, één regen die over ons valt, één aarde die ons draagt. Laat ons samen die wind en die regen en die aarde respecteren, en vragen dat ze ons de kracht geven om de weg samen verder te gaan. Dat is een zusterband.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift