Zweepslagen als huwelijksgeschenk

Op het platteland in het oosten van Tsjaad krijgt de bruid in de eerste week na haar huwelijk elke dag zweepslagen, van haar kersverse echtgenoot of iemand van de schoonfamilie. In sommige gevallen kennen de wittebroodsdagen een dodelijke afloop. Voor de vrouwen in dit grensgebied met de onrustige Sudanese provincie Darfoer is het niet het enige kruis om te dragen.

“Hij is niet bepaald een intellectueel, eerder nogal traditioneel”, waarschuwt Myriam, een journaliste, wanneer ze me uitnodigt voor het trouwfeest van haar broer. Haar collega’s van de radio proberen me ervan te weerhouden naar de ceremonie te gaan. “Het is gevaarlijks ‘s avonds op straat te lopen”, zeggen ze, “Vorige week zijn mannen in uniform binnengevallen op een trouwfeest. Ze wilden de vrouwen meenemen om ze te verkrachten, maar toen kwamen er andere militairen opdagen en namen de eersten de vlucht door over de afsluiting te springen. Een persoon is daarbij gestorven.”

Ik besluit vroeg naar het trouwfeest van Myriams broer te gaan om te vertrekken voor de avond valt. Het feest is in een uit leem en stro opgetrokken populaire buurt van Abeche. Om vier uur in de namiddag zijn er al een zestigtal vrouwen aanwezig. Ze zitten op matten op de grond onder een kleurrijke tent. Aan de andere kant van het feestplein komen de mannen aan in kleine groepjes. Voor hen staan er plastic stoelen klaar in een halve cirkel tegenover de vrouwen.

Op een podium staan twee zetels voor het huwelijkspaar. De bruidegom arriveert als eerste, door zijn vrienden op de schouders gedragen. Hij heeft een lange zweep van nijlpaardenhuid in zijn hand. Dergelijke zwepen zijn verboden in Tsjaad, niet alleen omdat de nijlpaarden steeds zeldzamer worden, maar omdat het vlechtwerk van ruwe geselriemen voor gevaarlijke wonden kan zorgen.

De bruid installeert zich discreet naast haar echtgenoot, die de zweep stevig blijft vasthouden. Vervolgens kan het dansfeest beginnen: de vrouwen bijten de spits af, dan volgen de mannen. Ze observeren elkaar zonder met elkaar te spreken. Aan de ingang houden twee politiemannen met knuppels jongeren op afstand die zich zonder uitnodiging in het feestgewoel willen mengen.

Bij mijn vertrek vraag ik aan Hassan, een andere journalist uit Abéché, hoeveel zweepslagen de bruid zal krijgen. “Ze krijgt de hele week met de zweep”, antwoordt hij met een uitgestreken gezicht.

Mijn volgende etappe is Goz Beida, een groot dorp met zandwegen 400 kilometer zuidelijker. Ook hier leven de vrouwen in een voortdurende angst voor de mannen. Ze zijn allemaal besneden, ergens tussen hun zesde en achtste levensjaar. Sommigen werden gedwongen uitgehuwelijkt toen ze dertien jaar waren, wat hier de minimumleeftijd is. De tegenpartij is vaak een man van over de veertig die al één of twee vrouwen heeft, net als in het naburige Darfoer.

De 20-jarige Housna bijvoorbeeld is een vluchtelinge uit Sudan die op 18 jaar door haar vader werd uitgehuwelijkt als derde vrouw van een 55-jarige smid. Daarvoor studeerde ze aan de universiteit, nu heeft ze twee kinderen en werkt ze voor een internationale ngo. Ze stelt me voor aan Azene, die ook voor een humanitaire organisatie werkt.
Ik vraag aan Azene of hij op de hoogte is van het gebruik om pasgetrouwde vrouwen zweepslagen te geven. “Ik heb dat ook gedaan”, antwoordt Azene, “Alle Arabische stammen doen het en ook de niet-Arabische. “Vaak wil de vrouw tijdens de huwelijksnacht niet worden overgebracht naar het huis van haar man. Wanneer ze zich niet zou verzetten, zouden de oudere vrouwen haar uitlachen. Dus wordt ze met geweld meegenomen. Wanneer ze tegenstribbelt, mogen haar schoonvader, maar ook de schoonbroers, ooms en neven haar slaan of vastbinden, alles is toegelaten. Soms sterft ze tijdens het transport, aan haar wonden of door uitdroging, vastgebonden op de rug van een kameel.”
“Nadien wordt ze in een vertrek gebracht waar ook vriendinnen van haar zijn. Ze mag een week lang niet naar buiten en moet haar sluier blijven dragen. Dan wordt de zweep te voorschijn gehaald”, gaat Azene verder.

Alle mannen, meestal verwanten van de bruidegom, mogen de kamer binnenkomen en de vrouw een, twee of drie zweepslagen geven, zacht of hard. “Ik sla liever goed door, om geen mietje te lijken”, besluit hij.

Terug in Abéché valt het me meer dan ooit op hoe uitgeput en triest de vrouwen zijn, een beetje als de ezels waar ze op rijden. Het geweld tegen vrouwen en kinderen is hier systematisch. Op de dag van mijn vertrek vraag ik aan mijn chauffeur: “Hebt u een zweep thuis ?” “Ja”, antwoordt hij. “Gebruikt u die om uw vrouw te slagen ?” Hij antwoordt laconiek: “Als ze lastig doet, krijgt ze met de zweep. Normaal, toch ?”

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift