Is cultuur Nigeria’s nieuwe olie?

Nigeria wil, geïnspireerd door het succes van zijn eigen filmindustrie, de creatieve industrie aanjagen. Lukt het om het wantrouwen van de lang verwaarloosde kunstenaars te overwinnen?

© Frederik Buyckx

De grootste kunstverzamelaar van Nigeria, Yemisi Shyllin, bezit zo’n 7000 kunstwerken. Omdat de overheid haar musea verwaarloost, bouwt hij zelf een museum in Lagos.

Rebellen in Ivoorkust legden tijdens het conflict van 2010 hun wapens neer als er nieuwe Nigeriaanse films geleverd werden, schreef the Economist destijds. Heel Afrika is verslaafd aan Nollywoodfilms. In Kenia, Tanzania en Zuid-Afrika spreken veel jongeren inmiddels Engels met een Nigeriaans accent, opgepikt van hun favoriete filmsterren. Omo Sexy, zoals actrice Omotola Jalade Ekeinde door haar 3,5 miljoen Facebook-volgers wordt genoemd, de “Queen of Nollywood”, was volgens TIME in 2013 al een van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld.

Elke week produceert Nigeria zo’n 50 nieuwe films. Nollywood is na de landbouwsector de grootste werkgever van het land: meer dan een miljoen mensen werken ervoor.

De Nigeriaanse regering ziet de cultuursector als ‘zo mogelijk de grootste bron voor economische groei’.

Die duizelingwekkende cijfers hebben de ogen geopend van de beleidsmakers, vertelt kunstenaar Bunmi Babatunde in zijn werkruimte in Lagos. Dat is met zo’n 20 miljoen inwoners de grootste stad van Afrika. ‘De overheid beseft ineens de potentie van de creatieve industrie en denkt, laten we kijken of we hetzelfde kunnen doen op andere artistieke gebieden.’

Cultuur moet Nigeria’s nieuwe olie worden. De regering ziet de cultuursector als ‘zo mogelijk de grootste bron voor economische groei’ en wil dat die een voorkeursbehandeling krijgt. Een bloeiende cultuursector zal werkloze jongeren aan een baan helpen, het internationale imago verbeteren en buitenlands kapitaal aantrekken.

Doe het zelf

En dat is hard nodig. Twee jaar geleden was “de reus van Afrika” nog de grootste economie van het continent, maar vorig jaar gleed Nigeria in een recessie. Dat was onder meer het gevolg van een daling van de olieprijs en aanslagen van militante groepen op boorinstallaties. De impact was enorm, want de staatskas wordt voor 70 procent gevuld met petrodollars.

Toch kwam de plotselinge interesse voor cultuur voor veel Nigerianen als een verrassing. De overheid had de sector namelijk jarenlang verwaarloosd. Het cultuurbeleid dateerde van twintig jaar geleden, kunstenaars kregen geen geld en musea stonden te verkommeren. In The National Gallery of Art in Lagos is het verboden foto’s te maken omdat de buitenwereld niet mag zien hoe slecht Nigeria zijn meesterwerken behandelt, bekende een ambtenaar.

Toch staat Nigeria internationaal bekend als een van de creatiefste centra van Afrika. Die reputatie dankt het natuurlijk vooral aan de wereldberoemde afrobeatmuzikant Fela Kuti en aan schrijver Wole Soyinka, die in 1986 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Maar ook vandaag is Nigeria trendsettend in mode, beeldende kunst en muziek. Radiostations over het hele continent draaien Nigeriaanse muziek. Hits van hiphopgroep P-Square en afropopzangeres Yemi Alade halen meer dan 70 miljoen views op YouTube.

‘Het is een paradoxale situatie’, zegt Ayodele Ganiu, coördinator van kunstenaarsvereniging Arterial Network Nigeria. ‘Cultuurmakers krijgen niet de steun die ze nodig hebben. Toch is onze artistieke productie een stuk groter en veelzijdiger dan in de meeste Afrikaanse landen.’ Volgens Ganiu is dat te danken aan een sterke doe-het-zelfmentaliteit. ‘We hebben veel fanatieke kunstenaars die heel ondernemend zijn.’

Ironisch genoeg is de filmindustrie daarvan het schoolvoorbeeld. Ook al ziet de regering films inmiddels als een belangrijk exportproduct en wil ze dat de verkoop van video’s 1 miljard dollar oplevert in 2020, elke Nigeriaan weet dat Nollywood destijds zonder overheidssteun is ontstaan. ‘Ongeletterde filmliefhebbers die geen theateropleiding hadden gevolgd, begonnen gewoon zelf video’s op te nemen en te verkopen’, zegt Bunmi Babatunde.

© Frederik Buyckx

Bulldozer

Lagos, waar de filmproductie geconcentreerd is, is een van de duurste steden van Afrika en heeft een beroerde infrastructuur. Er is een chronisch fileprobleem en de stroom valt er om de haverklap uit. Dat is niet alleen onhandig als je een film wilt opnemen, de benzineslurpende noodaggregaten ter vervanging doen de productiekosten ook flink oplopen. Toch laten filmmakers zich door die hindernissen niet uit het veld slaan, ze voeren gewoon het productietempo op.

Ook de ontwikkeling van de beeldende kunsten drijft vooral op particulieren, vertelt de grootste kunstverzamelaar van het land. Yemisi Shyllon heeft naar schatting 7000 kunstwerken. Zelfs de toiletten in zijn wooncomplex hangen vol met schilderijen. ‘Het is een obsessie. Ik vind het heel moeilijk om naar een tentoonstelling te gaan en niks te kopen’, bekent hij.

Nog geen drie maanden voor de regering aankondigde een prioriteit te maken van cultuur, werd het hart van Nigeria’s grootste kunstenaarsgemeenschap verwoest

Shyllon vreest dat zijn collectie na zijn dood bij het oud vuil belandt. Maar in Lagos is er volgens hem geen fatsoenlijk museum om zijn verzameling aan te schenken. ‘Als we een goede openbare galerie zouden hebben, hoefde ik alleen maar een paar kunstwerken te doneren’, zucht hij. ‘Nu moet ik mijn geld uitgeven om een gebouw te laten optrekken en jarenlang te onderhouden.’ De verzamelaar besloot zelf een museum te bouwen, het allereerste particulier gefinancierde in Nigeria, vernoemd naar hemzelf.

Heeft hij de overheid benaderd voor samenwerking? Shyllon schudt resoluut het hoofd. ‘Ik geloof niet in de overheid.’ De collectioneur is niet de enige. Door decennia van wanbeleid en afwezigheid van beleidsmakers in de cultuursector is het wederzijdse wantrouwen zeer groot. Nog geen drie maanden voor de regering aankondigde een prioriteit te maken van cultuur, werd het hart van Nigeria’s grootste kunstenaarsgemeenschap verwoest, op aansturen van een ambtenaar van het ministerie van Cultuur.

Mufu Onifade was er zelf bij. De vijftigjarige schilder is de uitvinder van een mozaïekachtige schildertechniek die in Nigeria veel navolgers heeft. Hij ontvangt ons in zijn atelier in The Artists’ Village, zoals de kunstenaarsgemeenschap heet waar momenteel ongeveer vijftig muzikanten, beeldhouwers, schilders en theatermakers verblijven. Internationale sterren zoals danser Qudus Onikeku, die Nigeria dit jaar vertegenwoordigt op de Biënnale van Venetië, begonnen hier hun carrière. The Artists’ Village ligt in de achtertuin van Nigeria’s Nationale Theater en ademt de sfeer van een alternatieve dorpsgemeenschap. Rondom een erf met grote mango- en mahoniebomen staan gebouwtjes van rode baksteen en houten barakken waaruit trommelgeluiden klinken. Een zwart varken scharrelt door het lange gras, gevolgd door vier biggetjes.

Op vrijdag 22 januari 2016 schrok Onifade heel vroeg in de ochtend wakker van een hard lawaai, vertelt hij. ‘Nog wazig van de slaap stond ik op, schoof de gordijnen open en keek uit mijn raam. In de schemering zag ik een bulldozer inrijden op het gebouwtje vlak voor me, het atelier van mijn collega.’

Op de binnenplaats ziet Onifade meer dan vijftig gewapende politieagenten staan, in gezelschap van de directeur van het Nationale Theater. Die zegt dat hij opdracht heeft gekregen om alle provisorische studio’s neer te halen. Onifade smeekt hem om te wachten, zodat hij de ateliers leeg kan halen. Hij krijgt een kwartier. Daarna moet hij machteloos toekijken hoe tientallen sculpturen, zelfgemaakte kostuums en zeldzame muziekinstrumenten onder het puin worden bedolven. De radeloze kunstenaars raken later die dag in conflict met de politie en een beeldhouwer wordt in zijn been geschoten.

© Frederik Buyckx

Naar Siberië

Het “geweten van Nigeria”, Nobelprijswinnaar Wole Soyinka, reageert geschokt. ‘Deze kunstenaars hebben van de ene op de ander dag hun broodwinning verloren. Ik ben het beu om te zeggen: “Het was de politie, het was het leger”’, zegt hij op een persconferentie. ‘Specifieke mensen hebben hiertoe opdracht gegeven. Er moet tot in detail worden uitgezocht wie er verantwoordelijk was.’

Minister van Cultuur Lai Mohammed haast zich om te zeggen dat hij het niet was. Hij belooft de kunstenaars een schadevergoeding, die inmiddels in de begroting zou zijn goedgekeurd maar nog altijd niet is uitgekeerd. De beeldhouwer die in zijn been is geschoten, sleepte de regering voor de rechter. Hij eist zo’n 130.000 euro schadevergoeding en een publiek excuus.

De beschuldigingen zijn niet mals, ambtenaren zouden “onbekwaam” zijn, “charlatans”, “geldwolven” en “arrogant”.

Al is het nooit echt bewezen, bijna niemand twijfelt eraan dat de voormalige theaterdirecteur op eigen initiatief heeft gehandeld en niet in opdracht van de minister. Toch was hij hoe dan ook een ambtenaar van het ministerie van Cultuur.

Verkeerde benoemingen zijn een van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van de cultuursector, zeggen veel betrokkenen. De beschuldigingen zijn niet mals, ambtenaren zouden “onbekwaam” zijn, “charlatans”, “geldwolven” en “arrogant”. ‘Het gebeurt alleen in onze sector dat mensen zonder enige kennis van zaken ons de les willen lezen om ons te leren wat wij al lang doen’, zucht een kunstenaar.

Zelfs de minister geeft toe dat het moeilijk is om geschikte ambtenaren te vinden voor zijn departement. Het ministerie van Cultuur staat bekend als “Siberië”, een plek waar de mislukkelingen naar worden verbannen. ‘Medewerkers grijpen elke kans aan om overgeplaatst te worden naar “sappige” ministeries zoals die van olie, financiën en energie.’

Want daar zit het geld. Cultuur mag dan een prioriteit heten, het ministerie moet het met ‘een symbolische bijdrage’ stellen, zo noemde de minister zijn budget zichtbaar gefrustreerd. Per jaar heeft hij zo’n 110 miljoen euro (40 miljard naira) te besteden. Ter vergelijking: de Vlaamse overheid besteedde vorig jaar zo’n 420 miljoen euro aan cultuur. Met problemen zoals terreurgroep Boko Haram, hongersnoden en analfabetisme is het begrijpelijk dat er veel geld naar veiligheid, binnenlandse zaken en onderwijs gaat. Maar er is dus nauwelijks geld om gebouwen te onderhouden, laat staan om de ambitieuze plannen van de regering te realiseren. Dat wordt overgelaten aan de privésector.

© Frederik Buyckx

Het nationale theator in Lagis was ooit de trots van Nigeria. De grote zaal heeft 2000 zitplaatsen. Nu staat het gebouw te verkommeren

Het Nationale Theater in Lagos was ooit de trots van Nigeria. Het modernistische gebouw werd in 1977 opgetrokken voor het grootste culturele festival dat ooit in Afrika was gehouden, The Black and African Festival of Arts and Culture (FESTAC). Nigeria verwelkomde zo’n 16.000 muzikanten, dansers en intellectuelen uit meer dan 50 Afrikaanse landen en de diaspora. De overheid, die begin jaren zeventig had ontdekt over gigantische olievoorraden te beschikken, liet het nieuwe oliegeld onbekrompen rollen. De grote theaterzaal, vijfduizend zitplaatsen!, werd uitgerust met hightechsnufjes zoals koptelefoons waarmee de internationale bezoekers de voorstellingen in acht talen konden volgen.

Dertig jaar later was er weinig van de grandeur over. Het theatergebouw was dringend aan opknappen toe, maar daarvoor had het ministerie van Cultuur geen geld. In 2007 besloot de overheid dan om het theatercomplex te verkopen of in concessie te geven. Investeerders aasden al op de uitgestrekte graslanden rondom het theater. Perfect voor een vijfsterren hotel, een casino en zelfs een achtbaan. De Artists’ Village in de achtertuin zou moeten verhuizen. De beslissing veroorzaakte een schok in de kunstwereld en in de media. Na een hoop protest, petities en persconferenties blies de toenmalige regering het idee ten slotte af. Inmiddels heeft de staat Lagos beloofd om de renovatie te bekostigen.

Vertrouwen

Cultuur als nieuwe olie. Waarbij Nollywoodfilms het nieuwe exportproduct zijn en exposities in Europa als citymarketing dienen. Maar zolang de overheid cultuur vooral ziet als instrument voor haar eigen politiek-economische agenda, zelfs als kunstenaars meegaan in dat verhaal, ondermijnt ze de verdere ontwikkeling van een volwaardige cultuursector. De meerwaarde voor de samenleving is niet altijd meetbaar in cijfers en ook kunst die ze zelf niet begrijpt verdient een plek.

Informele plekken waar kunstenaars elkaar treffen, vormen een onmisbare humuslaag voor een bloeiende cultuursector.

Verder is het belangrijk om bestaande initiatieven te koesteren, ook als die niet voldoen aan het ideale plaatje, zoals in het geval van the Artists’ Village. Die mag er misschien verloederd bijliggen, maar informele plekken waar kunstenaars van allerlei disciplines, niveaus en leeftijden elkaar treffen vormen een onmisbare humuslaag voor een bloeiende cultuursector.

Behalve geld en geschikte mensen met visie is er natuurlijk ook vertrouwen nodig. Vertrouwen van de overheid in haar creatieve burgers en van de artistieke sector in de plannen van de regering.

© Frederik Buyckx

Elke vrijdag zijn er concerten in The Artists’ Village. De rappers laten hun optreden niet lamleggen door de vele stroomstoringen die Lagos teisteren.

Misschien zijn de trauma’s te groot, is de kloof te diep en spreken de partijen elkaars taal niet meer. Maar de geschiedenis van Nigeria leert dat bijna alles mogelijk is en dat zelfs de staatsvijanden van vandaag de nationale helden van morgen kunnen zijn.

Fela Kuti lag jarenlang in de clinch met de Nigeriaanse autoriteiten, vanwege zijn kritische muziek en zijn politieke activisme. De spanning bereikte een hoogtepunt toen hij in 1977 de hitsong “Zombie” uitbracht, waarin hij het militaire regime bespotte. Een paar maanden later stak het leger Fela’s huis in brand – de legendarische Kalakuta Republic in Lagos waar hij met familieleden, muzikanten en zijn 27 vrouwen woonde –, verkrachtte de vrouwen en gooide zijn moeder uit het raam.

Het huis staat er nog, een wit gebouw van drie verdiepingen in de wijk Ikeja. Fela’s matras ligt nog op de vloer van zijn slaapkamer, met een geel-groen-roze geblokt laken eroverheen. Zijn huis is vandaag een museum. De staat Lagos betaalde de renovatie en prijst het museum aan als een van de toeristische trekpleisters van Nigeria.

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de steun van Journalismfund.eu

LEES OOK

CABloem (CC BY-NC 2.0)
Het interview met de Nigeriaanse filosofe Sophie Oluwole is druk gelezen en gedeeld, maar Herman Lodewijckx heeft er heel wat bedenkingen bij.
© Goele Geeraert
‘Wie een taal niet kent, kan de traditie erachter niet ontdekken.’ Daarmee vat Sophie Oluwole (emeritus professor Filosofie, Lagos University) het probleem van de Afrikaanse filosofie samen.
© Brecht Goris
‘De mensheid heeft al problemen genoeg zonder dat religie er daar nog een aan toe moet voegen.’ De Nigeriaanse Nobelprijswinnaar voor Literatuur Wole Soyinka (1934) hekelt de onverdraag
© Brecht Goris
‘De mensheid heeft al problemen genoeg zonder dat religie er nog ‘s aan toevoegt.’ Nobelprijs Literatuur Wole Soyinka (82) hekelde in Brussel de onverdraagzaamheid van de wereldre