Dossier: 

De weg naar El Dorado

Op de migratieroute in Mexico zwerven gelukzoekers, vluchtelingen, gangsters en heiligen. De een jaagt de Amerikaanse droom achterna, de ander ontvlucht het escalerend bendegeweld in El Salvador, Guatemala en Honduras. Een fotoreeks door Heriberto Paredes, Mexicaans fotograaf en journalist.

Pure kletspraat

‘Iedereen is hier illegaal.’

© Heriberto Paredes

‘Iedereen is hier illegaal’

Al tien jaar lang vervoert Guatemalteek Alexander Maroquín (32) elke dag koopwaar en personen heen en weer op de rivier Suchiate, tussen Mexico en Guatemala. Veel van zijn passagiers zijn migranten.

Sinds enige tijd steekt hij opvallend veel Haïtianen de rivier over. ‘Ik heb er begrip voor dat ze een beter leven opzoeken. Alles in Guatemala behoort de VS toe, zelfs wij. En dan zeggen ze maar dat hier alles opperbest is, dat het gezond en goed leven is. Pure kletspraat is het. Hier is verdomme helemaal niets.’

‘Niets eens zo lang geleden deden de Cubanen nog een vreugdedansje toen ze hier voet aan Mexicaanse grond zetten. Ze mochten toen nog zorgeloos doorreizen naar de VS. Nu worden ze net als alle andere sukkels terug naar af gedeporteerd. Maar weet je wat? Ook wij hebben geen papieren. Iedereen is hier illegaal.’

De bikkelharde realiteit

‘De Amerikaanse droom is een luchtkasteel.’

© Heriberto Paredes

De bikkelharde realiteit

Ramón Verdugo is coördinator van de migrantenherberg Todo por Ellos in Tapachula, Zuid-Mexico.

Niet lang geleden woonde Verdugo zelf nog twee jaar in Californië zonder papieren. ‘Ik heb el norte van dichtbij meegemaakt: de Amerikaanse droom bestaat niet. De meeste migranten voelen zich al snel bekocht. Ze koesteren valse verwachtingen. Op Facebook zien ze de foto’s van familieleden die migreerden en alles ziet er fantastisch uit. Anders. Een nieuw leven. Kansen. Misschien heeft één generatie Mexicanen zich een weg naar een oké leven kunnen knokken, maar voor de rest is het bikkelhard, man.’

‘Voor de mensen uit de regio hier zijn de migranten een goede business. Iedereen wil er een graantje van meepikken: smokkelaars, buschauffeurs, dieven, politie, handelaars, ga zo maar verder. Zelfs de vrouw van mijn pastoor heeft lange tijd een jonge Guatemalteekse werkster uitgebuit. ‘Iedereen doet dat toch?’, zegt ze dan, de vermoorde onschuld. Het zit in de cultuur.’

Terreurbewind zonder grenzen

‘Opgelet voor ontvoerders.’

© Heriberto Paredes

Terreurbewind zonder grenzen

Het prikbord in de inkomhal van de Case de Migrante in Tapachula, Zuid-Mexico, waarschuwt voor lokale ontvoerders en ronselaars voor malafide coyotes. Vaak infiltreren de ontvoerders migrantenherbergen, om te achterhalen wie van hen (vermogende) familie in de VS heeft die losgeld kan betalen.

Een krantenartikel rechtsboven bericht over de arrestatie in de buurt van vijf leden van de ‘verschrikkelijke’ Barrio 18 bende. Samen met de al even gewelddadige Mara Salvatrucha (MS-13) voert die een terreurbewind in grote delen van El Salvador, Honduras en Guatemala. Veel migranten ontvluchten afpersing of doodsbedreigingen door beide bendes.

De zondagszanger

‘Ik zing om niet te moeten huilen.’

© Heriberto Paredes

 

Al een jaar lang woont Marco Cartagena (56), uit La Ceiba, Honduras, in een groezelig hotelletje in Tapachula, zonder elektriciteit en stromend water. Toch is hij steevast piekfijn uitgedost, vooral op zijn vrije dag: geurtje op, haar netjes geknipt, glimmend horloge om de pols. Cowboylaarzen aan.

Al enkele maanden observeert hij in het hotel het komen en gaan van ettelijke Haïtiaanse migranten. Hij komt er opperbest mee overeen, zegt hij.

Cartagena werkte twintig jaar als taxichauffeur in La Ceiba, tot een lokale bende hem een belasting wilde opleggen die hij niet kon betalen.

Hij zou wel verder reizen naar het noorden, zegt hij, maar twijfelt, lijkt besluiteloos. Zijn droom is om met een busje schoolkinderen te vervoeren in La Ceiba.

‘Soms, wanneer ik geen peso meer op zak heb en ik moet overleven op de vrijgevigheid van anderen, dan zing ik een beetje om de tristesse te verdringen.’

Het Beest 

© Heriberto Paredes

La Bestia

Ook vandaag nog reizen veel migranten bovenop de vrachttrein die heel Mexico doorkruist op weg naar het noorden. ‘La Bestia’ heet het vehikel, het beest. Talrijke Mexicaanse en Centraal-Amerikaanse migranten verloren er een been of een arm aan, toen ze ervan af vielen en onder de wielen sukkelden. Anderen liet meteen het leven, doodgebloed in een greppel naast de sporen. La Bestia is ook het doelwit van gewelddadige dievenbendes die migranten beroven of ontvoeren voor losgeld. De mythe wil dat de hele lengte van de spoorweg één anoniem graf is.

 

De kersverse pleegmama

‘Ze is haar mama verloren. Sindsdien zorg ik voor haar.’

© Heriberto Paredes

De kersverse pleegmama

‘Het gebeurde in Nicaragua, toen we vanuit Costa Rica wilden oversteken’, zegt Wilenda Nicolas (24), uit Port-au-Prince in Haïti. ‘Deni was verschrikkelijk aan het huilen en ze was alleen. We zaten in de jungle. Er was een vijftiental mensen in de buurt, maar niemand leek haar te kennen. Toen besliste ik het meisje mee te nemen en voor haar te zorgen.’

‘Via via vernam ik dat haar mama was opgepakt in Nicaragua en niet verder kon. Ze zou me komen opzoeken in Miami, als ze er geraakte. Zo niet, dan blijft Deni wel bij mij.’ Wilenda schat dat het meisje drie jaar oud moet zijn.

Ze wachten in de Noord-Mexicaanse grensstad Tijuana om over te steken naar de VS, maar mogelijk worden ze terug naar Haïti gedeporteerd.

De muur

© Heriberto Paredes

De muur

Op grote delen van van de 3.201-kilometer lange grens tussen Mexico en de Verenigde Staten staat een metalen grenshek. Zo ook op het strand tussen Tijuana en San Diego.

De gangster

‘Ik heb dingen gedaan die me voorgoed getekend hebben.’

© Heriberto Paredes

De gangster

Benjamin Candelario Campos (28) draagt nog de gevangenisplunje uit Arizona. Na een celstraf van tien jaar voor een gewapende overval is hij net per bus naar de Noord-Mexicaaanse stad Nogales gedeporteerd. Hij oogt ietwat gedesoriënteerd, spreekt met de openheid en berusting van iemand die niets te verliezen heeft.

‘Ik kan het nog altijd niet geloven dat ik nu hier ben, aan de andere kant, vrij. Eerst wilde ik niet uit de bus.’

‘Arizona is erg racistisch. Als klein kind werd ik er al mee geconfronteerd, toen mijn moeder en ik rommelmarkten afschuimden in Phoenix. Toen ze om een betere plek vroeg voor ons standje, kreeg ze vaak toegeworpen dat ze maar naar Mexico moest oprotten als ze het hier niet naar haar zin had. Dat maakte me woedend, ik voelde me machteloos.’

‘Toen ik op mijn vijftiende bij de bende Wetback Power (‘wetback’ is een scheldwoord voor illegale latino’s, nvdr) ging, voelde dat als macht terug opeisen. Rond de homies voelde ik me superman. We gingen blanken in elkaar slaan.’

‘Het liep al snel fout. We gingen gewapende overvallen uitvoeren. Bij confrontaties met andere bendes werd er geschoten. Ik kan de keren niet meer tellen dat ik homies met schotwonden aan de spoedafdeling ging droppen. Er zijn doden gevallen, ik heb dingen gedaan die me diep getekend hebben. Ik heb er spijt van.’

‘Toen ik mijn moeder in Californië aan de telefoon kreeg vanochtend, begon ze te huilen. Straks ga ik naar mijn oma en vier zussen toe, op een eilandje voor de kust van Michoacán. Ze wisten dat ik dit jaar zou vrijkomen, maar mijn bezoek wordt een verrassing. Ik heb het gevoel dat ik mijn zussen iets verschuldigd ben, dat ik een broodwinner moet worden, ook al zijn ze getrouwd.’

‘Ik kijk ernaar uit om de kippen en varkens te voederen. Van mijn vrijheid te genieten, gewoon te leven. Ik ga in Mexico blijven: gevat worden op de grens zou weer een lange celstraf betekenen. Ik voel me in een andere wereld. Straks begin ik weer van nul.’

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Arthur Debruyne (1986) publiceerde als reizend journalist verhalen bij MO*, De Tijd, De Morgen, De Standaard en De Groene Amsterdammer, voornamelijk over mensenrechten en migratie.