Verslag uit Salar de Uyuni, Bolivia’s enorme lithiummijn

Lithium is de nieuwe olie. Bolivia hoopt er rijk van te worden, maar loopt achter met de ontginning.

Volgens Goldman Sachs zal de mondiale vraag naar lithium tegen 2025 verdriedubbelen tot 470.000 ton per jaar. Als de verkoop van elektrische auto’s stijgt, groeit de vraag naar lithium meteen met veertig procent. Voor één batterij van een Tesla S is namelijk al 63 kilo lithiumcarbonaat nodig.

En niet alleen elektrische voertuigen, ook gsm’s, laptops, spelconsoles, zonnepanelen en robots gebruiken lithium. Het alkalimetaal is de nieuwe olie, zou je kunnen zeggen.

© Matjaž Krivić

 

Waar zal al dat lithium vandaan komen? Uit Bolivia, gelooft de Boliviaanse president Evo Morales. Want er zijn studies die stellen dat tot zeventig procent van alle lithium op de wereld in zijn land te vinden is. Al lopen de schattingen toch ver uiteen. Een IMF-rapport uit 2010 spreekt van 140 miljoen ton lithium in de Boliviaanse ondergrond, terwijl een studie van de US Geological Society het op 9 miljoen ton houdt. Vorig jaar produceerde de testfabriek Planta Llipi zo’n 20 ton lithium. Dit jaar zou dat naar 60 moeten gaan. Er is dus ruimte voor groei.

‘Lithium is een van de grote strategische projecten voor Bolivia’

‘Lithium is een van de grote strategische projecten voor Bolivia’, zegt Miguel Parra, hoofd van de productie in Planta Llipi in zijn kantoor aan de rand van het grote zoutmeer. ‘Wij beseffen zeer goed wat de sterk groeiende vraag voor ons kan betekenen.’ Hij is klaar om te verhuizen naar de echte lithiumfabriek die volgend jaar in april moet opengaan.

De managers van de fabriek zijn gehaast, want de lithiummarkt rijst nu de pan uit. ‘Dit is een staatsproject dat helemaal vanuit La Paz aangestuurd wordt’, legt Miguel Parra uit. ‘En ja, we vorderen te langzaam. Maar het kan niet anders. De ontginning van lithium in Salar de Uyuni is veel complexer dan in bijvoorbeeld Argentinië of Chili, waar de zoutmeren veel lager gelegen zijn en er een veel droger klimaat heerst. Bovendien zijn de lagen magnesium en kalium erboven veel minder dik.’

© Matjaž Krivić

 

China

Zuleta Calderón heeft grote vragen bij het gebruik van zonneverdampingsbekkens, omdat die techniek tot gevaarlijke hydrogeologische onevenwichten kan leiden

Juan Carlos Zuleta Calderón, een econoom en een van de belangrijkste lithiumexperts in Bolivia, maakt zich grote zorgen over de Planta Llipi. ‘De fabriek produceert tegenwoordig ongeveer vijf ton per maand Dat is ver beneden de doelstelling van veertig ton die in 2008 vastgelegd werd. De ambitie om vanaf volgend jaar 15.000 ton te produceren is dan ook onrealistisch’, zegt Zuleta Calderón. Hij heeft ook grote vragen bij het gebruik van zonneverdampingsbekkens, omdat die techniek tot gevaarlijke hydrogeologische onevenwichten kan leiden, met onvoorspelbare effecten op bijvoorbeeld de watervoorziening van de omliggende inheemse gemeenschappen.

Zuleta Calderón is er wel van overtuigd dat de markt voor lithium de komende vijf jaar zal vervijfvoudigen. ‘Het Boliviaanse lithium zal broodnodig zijn om de omslag van olie naar accu-energie mogelijk te maken. Daarom denken de Boliviaanse autoriteiten dat de markt op hun grondstof zal wachten, maar ze vergissen zich. Als wij niet klaar zijn om te leveren, wordt de zoektocht naar het witte poeder elders voortgezet.’

© Matjaž Krivić

 

De grootste twee problemen voor Bolivia, denkt Juan Carlos Zuleta Calderón, zijn technologie en geschoold personeel. ‘De voorbije negen jaar heeft de overheid niets gedaan om die problemen aan te pakken. Ze heeft het strategische project in handen gegeven van onverantwoordelijke mensen en heeft daardoor de kans verkwanseld om van Bolivia het centrum van de nieuwe energietoekomst te maken.’

Zuleta Calderón pleit daarom voor meer samenwerking met gespecialiseerde bedrijven uit het buitenland. Tot nu toe is er alleen samenwerking van enige betekenis met Chinese bedrijven, al worden sommige deelprojecten ook uitbesteed aan firma’s zoals K-UTEC uit het Duitse Sondershausen.

In september vertrok de eerste lading lithiumcarbonaat voor de export – naar China. Met slechts 15 ton en een prijs per ton van ongeveer 7800 euro was dat een symbolische levering. Volgens Miguel Parra gaat zowat negentig procent van de productie van zijn testfabriek naar China. Daarnaast werd een kleine hoeveelheid naar Zweden verscheept en ging de rest naar de – door China gebouwde – batterijfabriek in Potosí. Parra denkt dat er aan die verdeling niet veel zal veranderen de komende jaren.

© Matjaž Krivić

 

Waterroof

‘Wij wonen op een paar honderd meter van het meer en een paar kilometer van waar het lithium geproduceerd wordt’, zegt Luisa Flores de Laso in Villa Candelaria. ‘Maar niemand is ons ooit komen uitleggen wat dat lithium voor ons zou kunnen betekenen. Wij kijken dus zeker niet uit naar de lithiumhausse, want we geloven niet dat de lokale bevolking er beter van wordt. Zo is het altijd al gegaan.’ Vroeger baatte deze goedlachse vrouw van 55 samen met haar man Eustacio een hotelletje uit in het verpauperde Villa Candelaria, vandaag proberen ze de eindjes aan elkaar te knopen met klusjes in de bouw.

De rest van de bevolking hier leeft van de landbouw. En dat is steeds moeilijker, zegt Luisa: ‘We hebben in geen twee jaar regen gezien. Dat heeft de quinoa-oogt vernield, en de prijzen daarvoor waren de voorbije jaren al gekelderd. Ook de lama’s lijden onder de droogte. En wat zal er straks nog overschieten als die lithiumwinning ook onze landbouwgrond vervuilt?’

© Matjaž Krivić

 

De twee zoons van het koppel hebben allebei voor privé-onderaannemers van Comibol, de staatsmijnbouwonderneming, gewerkt. De een zorgt nog altijd voor de maaltijden van het personeel op Planta Llipi, de ander, een lasser op booreilanden, kapte er twee jaar geleden mee: werkdagen van twaalf uur voor een maandloon van minder dan 400 euro zag hij niet meer zitten. ‘De Chinezen betalen veel beter’, zegt Luisa. ‘Maar zij hebben geen werk voor Eustacio of mij. Zij zijn alleen geïnteresseerd in experts.’

‘Ik begrijp heel goed dat ze gespecialiseerd personeel nodig hebben’, zegt Eustacio. ‘En dat ze dat niet vinden in dit godvergeten gat, dat weet ik ook. Maar er is ook handenarbeid nodig, en die komt toe aan de mensen van de regio.’ Er valt een pauze. Dan zegt hij dat Villa Candelaria al wel eens bezocht is door vertegenwoordigers van de fabriek. ‘Zes maanden geleden kwamen ze hierheen, ze wilden water voor de fabriek. Ze deden een paar testboringen en lieten toen weten dat ze begonnen met het oppompen van water. We vertelden hen dat we nauwelijks voldoende watervoor onszelf hadden, maar ze luisterden niet. Het was niet aan ons om over het water te beslissen, zeiden ze, aangezien dat tot de staat behoort.’ Eustacio balt zijn vuisten: ‘Maar als we ons water verliezen, verliezen we alles! We worden dan uit onze huizen en van onze erven verdreven. Dat kunnen we niet laten gebeuren.

© Matjaž Krivić

 

© Matjaž Krivić

 

© Matjaž Krivić

 

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift