Dubai: Alles is mogelijk, rusten is tijdverlies, twijfelen fout

De Belgische fotograaf Nick Hannes, die wel vaker publiceert in MO*, kreeg gisteren de Magnum Photography Award 2017 voor een fotografieproject waarvan een aantal beelden dit voorjaar gepubliceerd werden in MO*magazine. Om de prijs te vieren en Nick Hannes te feliciteren, publiceren we deze beklijvende reportage nu ook online.

© Nick Hannes

Saoedische toeristen drinken een kop hete chocolademelk in de Chillout Ice Lounge.

Las Vegas aan de Golf. Pretpark van het Midden-Oosten. Speeltuin van de globalisering. Dubai heeft een reputatie. In minder dan twee decennia veranderde de stad van een regionaal handelscentrum in de Perzische Golf tot een global city voor zaken, shoppen en amusement. Met zijn iconische torens, zijn opgespoten palmeilanden, zijn vermaarde malls en luxehotels rijgt de hoofdstad van het gelijknamige emiraat architecturale wereldrecords aan elkaar. Daar komt veel volk naar kijken. Jaar na jaar stijgt het aantal toeristen, tot bijna 15 miljoen in 2016.

Dubai is een merk, de emir haar CEO. ‘Politici heeft het Midden-Oosten genoeg, het ontbreekt de regio aan managers’, schrijft Mohammed Bin Rashid Al Maktoum, vicepresident van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en heerser van Dubai, in zijn alomtegenwoordige boek Flashes of Wisdom. Daarin toont de leider zich van zijn meest ambitieuze kant. Hij roept de bevolking op om grootse dromen na te jagen, naar de top te streven, initiatief te nemen, te presteren. Patriottisme en arbeidsethos gaan hand in hand. Innovatie leidt tot vooruitgang. Alles is mogelijk. Rusten is tijdverlies. Twijfelen is fout.

© Nick Hannes

Op vrijdag bieden de meeste hotels en strandclubs brunches aan, waar stevig gedronken wordt.

De emir wordt graag gezien door zijn onderdanen, die slechts tien procent van de bevolking van Dubai uitmaken. Zij werken vooral in de overheidssector, en genieten mee van het succes en de rijkdom die het emiraat in zijn recente verleden heeft vergaard. Ze stellen zich bijgevolg geen vragen bij het politieke en economische machtsmonopolie van de Maktoum-dynastie.

Die rijkdom wordt vooral gecreëerd door de 90 procent anderen die niet de VAE-nationaliteit bezitten. De expatpopulatie van Dubai is een heterogene groep, die zowel uit welgestelde zakenlui met een managersfunctie bestaat als uit geïmporteerde Aziatische bouwvakkers. De eersten betrekken riante villa’s in omheinde compounds met idyllische namen als Arabian Ranches en Falconcity of Wonders. Ondanks de kosten van levensonderhoud in Dubai stelt hun belastingvrije salaris hen in staat een hogere levensstandaard te bereiken dan in hun thuisland. Ze zien er geen been in politieke rechten of recht op inspraak op te geven, zolang de vrijheid om te ondernemen en te consumeren maar onbeperkt is. Brood en spelen.

© Nick Hannes

Vrijdaggebed voor een geldautomaat in de wijk Deira, het oude commerciële hart van de stad.

De minder fortuinlijke arbeiders hokken samen in overbevolkte kamers in “werkkampen” in de wijken Sonapur of Al Quoz. Ze zijn sociaal onzichtbaar en makkelijk vervangbaar. Ze werken tien uur per dag, zes dagen per week, en sturen hun zuurverdiende maandloon naar de achtergebleven familie thuis.

Wat alle expats echter gemeen hebben, ongeacht afkomst of functie, is hun tijdelijke status: het is onmogelijk voor een buitenlander om een permanente verblijfsvergunning te verwerven, laat staan de nationaliteit.

De werkgever regelt het visum van zijn werknemers, die daarmee hun lot in de handen van hun baas leggen. Wie afgedankt wordt, verliest ook meteen zijn verblijfsvergunning. Dat is een efficiënte manier om de maatschappij te zuiveren van wie niet rendabel of gehoorzaam is.

© Nick Hannes

De meeste grote hotels in Dubai huisvesten een nachtclub, verborgen voor buitenstaanders.

Het verhaal van Dubai is het verhaal van de expats. Vergeleken met Abu Dhabi beschikt Dubai slechts over een bescheiden olievoorraad. En dus moesten er nieuwe bronnen van inkomsten worden aangeboord. Emir Mohammed Al-Maktoum zette in de jaren negentig volop in op financiële diensten en toerisme. Dubais reputatie als belastingparadijs, zonder minimumlonen of vakbonden, oefende grote aantrekkingskracht uit op investeerders en multinationals.

Met Emirates kreeg Dubai een eigen luchtvaartmaatschappij, en werd het gepromoot als luxueuze lifestylebestemming, waar hedonisme en consumentisme centraal staan. Aangezien het emiraat geen ‘natuurlijke’ toeristische attracties heeft in historisch-cultureel opzicht, moest men die uit het niets maken. Een van de populairste toeristische attracties is de Dubai Mall, met 1200 winkels ’s werelds grootste shoppingcenter. Gidsen met vlaggetjes leiden er groepen toeristen rond.

© Nick Hannes

De meeste grote hotels in Dubai huisvesten een nachtclub, verborgen voor buitenstaanders.

Met steeds meer buitenlanders in Dubai nam ook het aantal discotheken fors toe. Vandaag is clubbing big business in Dubai. Wereldberoemde dj’s worden overgevlogen voor feestjes waar kwistig met Dom Perignon wordt omgesprongen, rode Ferrari’s voor de deur staan te ronken en gasten hun torenhoge rekening op Facebook posten als statussymbool.

Zulk uitbundig nachtleven ligt niet bepaald voor de hand in een sociaal-religieus oerconservatieve regio als de Golf. Het culturele stempel dat expats en toeristen op de samenleving drukken doet veel autochtonen vervreemden van hun eigen land. Maar zonder de clubs is het niet ondenkbaar dat veel toeristen en zelfs expats Dubai links zouden laten liggen. Daarom knijpen de autoriteiten een oogje dicht, en zet de puriteinse islam een stap opzij. Zaken gaan voor.

© Nick Hannes

Vuurwerk boven het artificiële eiland Dubai Bluewaters, om het islamitische offerfeest te vieren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift