Verantwoord shoppen in koopjestijden: consuminderen, cold turkey of duurzaam shoppen

Massaal niets kopen, kan dat de fast-fashionindustrie een hak zetten?

CC0

Vandaag kopen consumenten zestig procent meer kleren dan vijftien jaar geleden en bewaren ze hun kleren half zo lang. Kleding is een wegwerpproduct geworden: een nieuwe prijs-kwaliteitverhouding, de razendsnelle opeenvolging van collecties en online shoppen waarbij je niet zelden de helft van je aankopen terugstuurt, veranderden onze kijk op kleding de voorbije decennia drastisch.

Het initiatief Slow Fashion Season klaagt die kledingproblematiek aan. Want die is niet alleen de keuze van de consument. Kledingprijzen kelderen. Stoffen worden dunner en meer synthetisch, waardoor kleding sneller achteruitgaat, verkleurt en verrafelt. Welkom in de fast-fashionindustrie.

Het marktmodel van de geheelonthouding

De hallucinante cijfers en beelden uit de kledingindustrie lieten de initiatiefnemers van Slow Fashion Season niet koud. Ze wilden iets concreets doen. Hun idee: laat ons met 10.000 mensen de hele zomer lang géén nieuwe kleren kopen.

De actie is een initiatief van CollAction, een collectief actieplatform dat initiatieven pas effectief doorvoert wanneer de kaap van het opgegeven aantal personen bereikt wordt. De eindafrekening in dit geval: 14.487 mensen zullen hun kleerkast deze zomer niet updaten. Daarmee overstijgt het ruimschoots het succes van vorig jaar, toen 2600 mensen deelnamen.

Sarah Vandoorne, fair-fashionjournaliste en ambassadrice van de actie, is blij dat het beoogde aantal deelnemers ruim overschreden is. Ze vertelt dat onze impact, zowel op het milieu als voor de mensen die de kleren maken, enorm is.

Consumenten die daar iets aan willen doen, hoeven niet per se veel te ondernemen: ‘Helemaal niks, zelfs. Als we een seizoen lang niks nieuws kopen, sparen we heel wat energie uit en geven we tegelijk een belangrijk signaal. Actie voeren was nog nooit zo makkelijk.’

In lijn met succesvolle initiatieven als Mei Plasticvrij, Dagen zonder Vlees, Zomer Zonder Vliegen en Just Keep it pleit Slow Fashion Season voor het idee van tijdelijke geheelonthouding, die bewustwording en kleine marktsignalen wil bereiken.

Delfien Wouters, verkoopster in de duurzame winkel Harvest Club in Leuven, vertelt hoe die methode haar de veganistische levensstijl deed ontdekken. Ze gelooft dat mensen door de actie Slow Fashion Season meer zullen nadenken over slow én fast fashion. ‘De klik kan je maken en wordt makkelijker wanneer je op een moment radicaal beslist énkel nog fair fashion te kopen.’

Drie maand lang geen nieuwe kleren kopen komt neer op 1,5 à 2 miljoen kilogram minder CO2-uitstoot en 450 à 500 liter water besparing

Door drie maanden lang geen nieuwe kleren te kopen, zouden 15.000 mensen het equivalent van 1,5 à 2 miljoen kilogram minder CO2-uitstoot en 450 à 500 miljoen liter water besparen. ‘Het equivalent’, benadrukt Sarah, ‘want die kleren blijven nog altijd in de winkel liggen.’ Het gaat niet om de ontketening van een revolutie, maar om bewustwording, door een groep mensen aan het denken zetten die groter is dan de quasi 15.000 hardcore deelnemers.

Hoe de fast-fashionindustrie onze kleding kaapte

De productie van onze kleding verschoof van lokale makelij naar lageloonlanden. Thuis kleren maken is nog slechts nostalgisch hobbyisme. Voor enkele luttele euromunten volg je nu al de laatste trends. Grootschalige productie kende haar ingang in de grootste winkelstraten via kledinggiganten als H&M, Zara en Primark.

We werden massaal verslaafd aan ‘koopjes’. En dat liet zich voelen: tussen 2000 en 2014 verdubbelde de wereldwijde kledingindustrie in omvang. De Boston Consulting Group en Global Fashion berekenden samen dat aan dit tempo de kledingproductie van 62 miljoen ton vandaag tot 120 miljoen ton in 2030 zal evolueren, evenwaardig aan 500 miljard T-shirts.

De kledingindustrie is verantwoordelijk voor acht procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Het enorme waterverbruik, de textielafvalberg en de CO2-uitstoot brengen een grote impact op het klimaat met zich mee.

Maar daarnaast wil Slow Fashion Season ook de aandacht vestigen op de erbarmelijke werkomstandigheden van kledingarbeiders in lageloonlanden. ‘De campagne biedt een kritiek op de textielsector en hoe vervuilend die juist is. Ook de menselijke kost die daarmee gepaard gaat, willen we onder de aandacht brengen’, zegt Vandoorne.

Christian Boltanski (CC BY-NC 2.0)

De gemiddelde Amerikaan zou zo’n 37 kilogram aan textielafval per jaar weggooien. In totaal smijt de VS daarmee jaarlijks zo'n 11 miljoen ton textiel weg.

‘Mag ik dan echt niks meer?’

Op televisie ziet de consument erbarmelijke werkomstandigheden en instortende textielfabrieken. Maar tegelijkertijd blijft hij/zij opduiken met de laatste, meest goedkope kledingstukken van de door het slijk gehaalde kledingketens. Wanneer er kritiek klinkt, rijst de vraag: 'Mag ik dan niets meer?'. De aandacht voor de schadelijke schaduwzijde van de productiekant bleek onvoldoende alarmerend om ons gedrag structureel aan te passen.

De aandacht voor de schadelijke schaduwzijde van de productiekant bleek onvoldoende alarmerend om ons gedrag structureel aan te passen

Deze actie draait de benadering daarom om, en richt zich via het CollAction-platform op de collectieve kracht van de consument. Vandoorne: ‘In tegenstelling tot crowdsourcing, dat op de klassieke manier geld verzamelt, kijkt crowdacting naar wat die consumenten zelf gezamenlijk willen doen.’ Ze omzeilt zo het gevoel dat ‘jij alleen toch geen verschil kan maken’.

Slow Fashion Season wil geen strikte regels opleggen over wat je nog wel en niet mag aankopen, maar wil mensen doen stilstaan en hopelijk nadien richting alternatieven sturen. Vandoorne geeft aan dat je zelf helemaal niks, of op zijn minst niks nieuws mag kopen (tweedehands kan dus wel nog). ‘Als de actie consumenten kan aanzetten om drie maanden enkel nog duurzaam te winkelen en de grote ketens links te laten liggen, biedt dat ook al een kleine verschuiving’, vindt ze.

Isolde Delanghe, directrice van Mode Unie binnen Unizo, onderschrijft die visie. Een initiatief als Slow Fashion Season is voor hen commercieel natuurlijk niet interessant, maar zij proberen de consument op andere manieren te sensibiliseren. Zo houdt Unizo van 14 tot 20 oktober de eerste Week van de Belgische mode, waarmee ze de boodschap uitsturen: ‘Koop Belgisch, denk na over wat je koopt. Koop kwaliteit, zodat je minder hoeft te kopen. De boodschap over duurzaamheid en consuminderen zit daar bij in.’

Dat soort adviezen brengt onvermijdelijk en dubbel gevoel mee voor consumenten. Vandoorne wijst erop dat die verantwoordelijkheid in principe niet puur bij de consument zou mogen liggen. De klimaatproblematiek daartoe reduceren en steeds focussen op individuele verantwoordelijkheid miskent de structurele impact van andere pijlers: de politieke spelers en de kledingindustrie.

‘Maar als veel consumenten aan een kar gaan trekken, moet er wel iets veranderen. H&M zit met veel stockoverschotten de laatste tijd: dat heeft te maken met hoe steeds meer mensen zich vragen stellen bij die haastige, op hol gedraaide opeenvolging van kledingstukken.'

'We wachten al zo lang op beleid en België doet heel wat minder dan de buurlanden op het vlak van mensenrechten in productieketens. Het wordt tijd dat er veel meer gebeurt dan nu. Laten wij daarmee beginnen, als anderen dat niet doen’, stelt Vandoorne.

Minimalisme versus kleinhandel: wrijving of eenwording?

In juni schrikten enkele kleinhandelszaken hun trouwe klanten op met de boodschap: ‘Bedankt voor vele jaren trouwe dienst. Wij stoppen ermee’. Daarmee vestigde Unizo de aandacht op de crisis van de kleinhandel. Via die ‘bewustmakingsgrap’ riep het op weer bewust lokaal te shoppen.

Valt een initiatief als Slow Fashion Season te rijmen met het verlangen om de kleinhandel weer te doen bloeien? Vandoorne erkent dat de meest gehoorde kritiek van geheelonthouding-initiatieven is dat het economisch de kleine man zou schaden, eerder dan de groothandel.

Ze probeert dat anders te bekijken: ‘Die actie laat 15.000 mensen dan wel níet shoppen, de mentaliteitswissel kan positief zijn voor de kleinhandel, die ook moet opboksen tegen de opmars van grote ketens in hun eigen stad en straat. Zij worden gedwongen steeds lagere prijzen, grotere kortingen te bieden omdat de concurrentie van grote merken zodanig hoog is. Dat is voor hen ook niet meer leefbaar op termijn.'

'Als mensen beseffen dat het grondig mis is hoe weinig we betalen voor kleding, gaan ze denken aan lokaal en duurzaam shoppen of bij kleine zelfstandigen shoppen.’

Will Buckner (CC BY 2.0)

'In soldenperiodes is het ongelofelijk hoe we om de oren worden geslagen met kleine prijsjes en grote kortingen. Iedereen is daar vatbaar voor, maar het is absurd dat die prijzen zodanig laag zijn. Bij een kijk in je eigen kleerkast zie je dan al snel dat je misschien helemaal niet al die kleren nodig hebt’, stelt Vandoorne.

Delanghe (Unizo) stelt vast dat mensen steeds minder budget besteden aan kledij. ‘Mensen zijn zich steeds bewuster van de kwaliteit die ze kopen. We zien dat bij schoenen: vroeger kocht men voor ieder seizoen een nieuw paar. Nu zijn er veel meer tussenseizoenschoenen: mensen dragen die langer en laten ze herstellen. Wij zien dat de kleinhandel dat ritme aanmoedigt en het ultrasnelle collectieritme van grootketens niet overneemt.’

Het lijkt een paradox: Slow Fashion willen promoten, mensen aanmanen zo minimalistisch mogelijk te kopen, maar toch de commercie gaande houden. Volgens Wouters is dat net het credo van duurzame handelaars: ‘We hebben liever mensen die verliefd worden op een bepaald stuk, dat lang dragen en nadien terugkomen voor hetzelfde label of stuk. Dat is deel van de Slow Fashion beweging, waar ook wij als duurzame winkel volledig achterstaan.’ Het bestaat dus: handelaars met een businessmodel dat aanmoedigt zo weinig mogelijk te kopen.

De razendsnelle opeenvolging van collecties vind je in de duurzame kledingwinkel Harvest Club niet terug: ‘We verkopen labels waar we volledig achter staan. We proberen ook altijd zoveel mogelijk informatie te geven aan consumenten. Solden worden enkel gedaan in de echte soldenperiode en niet het ganse jaar door. We hebben lab

els die één collectie per jaar uitbrengen of zelfs een permanente collectie houden zoals MUD Jeans.’

De gedragsverandering komt op termijn dus ook de kleinhandel ten goede, als de retailers ten minste op die kar springen. ‘Anders verlies je de consument’, stelt Delanghe. Slow Fashion Season wil tonen ‘dat er andere oplossingen zijn. Dat een andere levensstijl of manier van consumeren mogelijk is, en dat het nog leuk en creatief kan zijn ook.’ Maar wat is die andere levensstijl dan concreet?

Re-use, reduce, recycle: de nood aan een positief alternatief

Geen zorgen, je hoeft geen drie maanden lang drie dezelfde outfits te verslijten. Wouters geeft al enkele tips: ‘Bewust shoppen is de belangrijkste tip. Koop dus liever één duurder, duurzaam en fairtrade stuk, dan vijf stuks van H&M of Zara. Je hebt er langer plezier van én je helpt de aarde.’

‘Tweede tip: ga voor perfecte basics waarin je je goed voelt. Vul deze aan met specialere stuks. En als laatste: informeer jezelf over slow fashion en fast fashion. Stel vragen, we zijn altijd blij als we mensen kunnen helpen met hun zoektocht naar een duurzamere kledingkast. En bekijk alstublieft allemaal The True Cost, een baanbrekende documentaire op Netflix over fast fashion’, raadt ze aan.

Delanghe, die ook directrice is van een modeorganisatie, vult nog aan dat minder fashiongebonden stuks kopen een goede strategie is, en dat natuurlijke materialen die lang meegaan de voorkeur genieten.

  • Volg CollAction op Facebook, Instagram of via collaction.org voor updates over initiatieven zoals Slow Fashion Season
  • Voor de productiekant is er ideeënplatform Fashion Flows voor duurzaam ontwerpen en produceren: fashionflows.be
  • close-the-loop.be geeft nog uitgebreidere tips over elke stap in het gebruiksproces: het kopen, verzorgen, ruilen/lenen en terugbrengen
  • fashionrevolution.org voor al het nieuws over fair fashion en om uit te zoeken waar jij je concreet voor kan inzetten

Tips & tricks

De stapel alternatieven voor fast fashion is ontuitputtelijk. MO* zocht enkele tips & trick, om de strijd tegen de fast fashion industry goed gewapend aan te gaan.

1. Herstel of hergebruik je kleren waar mogelijk: op repaircafe.org vind je vlot alle repaircafés in jouw buurt.
2. Ga duurzaam shoppen: consulteer ecoplan.be , een virtuele kaart met duurzame (web)winkels in Vlaanderen. b-right.org biedt wandelingen per stad aan die duurzame adressen aandoen. Op cosh.eco vind je uitgebreide informatie over duurzaam shoppen, de merken die daaraan deelnemen en waar je die kan vinden.
3. Doe aan onderlinge kledingruilhandel: op swishing.be kan je uitvinden waar grotere ruilhandelbeurzen plaatsvinden. Op de App Swappy bied je eigen voorwerpen aan, vind je spullen met gelijkaardige waarde en kan je Tindergewijs swipen wat je interesseert.
4. Passeer eens bij de tweedehandswinkels in jouw buurt.
5. Was je kledij milieuvriendelijker: was minder en op lagere temperatuur, laat je kleren liever drogen dan ze in een droogmachine te stoppen.
6. Screen de afkomst van labels en merken via sites als labelinfo.be en ecolabelindex.com. Wees wel kritisch: kleinere bedrijven hebben vaak niet de middelen veel informatie te verschaffen over elke stap in hun productieproces en komen door beperkte transparantie slecht uit deze ranking, wat niet per se iets over hun duurzaamheidsaspect zegt. Kledingcheckers als goedewaar.nl, rankabrand.nl, fairfashion.be en goodonyoy.eco kunnen je ook helpen en bestaan ook in de vorm van een app.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift