‘We willen dat de straten schoon zijn én dat er jobs gecreëerd worden’

In Kenia wordt afval gerecycleerd tot kansen voor jongeren

© Reuters/Thomas Mukoya

Als de Keniaanse economie groeit, groeit de afvalberg mee. Het coronavirus is ook op dat vlak geen zegen. Wegwerpmateriaal, van mondmaskers tot handschoenen, zet extra druk op een gebrekkig beleid. Tegelijkertijd zit de Keniaanse jeugd door hoge werkloosheid met de handen in het haar. Kan een duurzaam afvalbeleid jongeren groeikansen bieden én de afvalberg doen slinken?

Julius is 25 en woont in Meru, aan de Kathitarivier ten noordoosten van Mount Kenya. Hij studeerde informatietechnologie aan de Maseno Universiteit. Toch sloeg hij er de eerste drie jaar na zijn studies niet in om werk te vinden. ‘Het bulkt hier van het talent, maar jobs zijn schaars’, aldus Julius. Dit wijt hij aan een gebrek aan middelen. ‘Een jobvoorstel? Dat kan je je hier niet voorstellen. Vaak doorkruisen jongeren heel Kenia op zoek naar werk.’

‘Heel veel mensen verkopen spullen op straat, in loondienst gaan is voor hen onvoorstelbaar.’

Maar het is onduidelijk waar jobs dan wel te vinden zijn. Daarom investeren jongeren op goed geluk veel tijd en middelen in het zoeken naar kortetermijnoplossingen. ‘We spreken hier over food for work, voedsel voor werk. Je werkt voor je eten van diezelfde dag.’

Julius werkt intussen in een internetcafé, maar heeft het nog steeds moeilijk om in zijn basisbehoeften te voorzien. ‘Er zijn geen alternatieven. We hebben nieuwe bedrijven nodig, nieuwe ideeën. Heel veel mensen verkopen gsm’s of headsets op straat, in loondienst gaan is voor hen gewoon onvoorstelbaar.’

Karin Boomsma, directeur van kenniscentrum Sustainable Inclusive Business, blijft hoopvol. ‘We kijken waar we verandering kunnen brengen, niet naar wat we hadden moeten doen of wat er vandaag nog niet is.’

Voorloper in de strijd tegen plastic

In Mombasa en in de hoofdstad Nairobi, waar elke dag ongeveer 2475 ton afval gegenereerd wordt, zette Sustainable Inclusive Business een project op poten dat werkloze jongeren inschakelt. Deze jongeren leren recycleren uit de afvalhoop, waardoor ze zelf ook kansen krijgen op een betere toekomst.

Dit is dan ook broodnodig; het cliché van de vervuilde Afrikaanse grootstad ligt immers niet mijlenver van de werkelijkheid in Kenia. In Nairobi wordt slechts 38 procent van het afval opgehaald en er wordt minder dan 10 procent gerecycleerd. De overige 62 percent wordt op illegale dumpsites achtergelaten, verbrand of belandt in bewoond gebied en de publieke ruimte.

Gelukkig staat de Keniaanse overheid niet alleen voor deze hete vuren. Zo steunt de Nederlandse overheid de Kenya Private Sector Alliance, een netwerk van privébedrijven die duurzame strategieën uitwisselen. Door hun krachten te bundelen en expertise ter beschikking te stellen, hopen ze een positieve impact te hebben op het beleid in Kenia.

De overheid deelt deze ambitie; zo trachtte ze in een Sustainable Waste Management Plan om het afval in het land met 64,6 procent te verminderen tegen 2020. Maar volgens de statistieken zou het in 2030 verdubbelen ten opzichte van 2016. Hier vormt plastic een grote risicofactor; van dit afval komt immers 79 procent op stortplaatsen terecht, waar het niet afbreekt. Zo heeft het een onvermijdelijke impact op mens en natuur.

Hier wierp een toegespitste aanpak al zijn vruchten af. Op 4 juni 2019 lanceerde Kenia een presidentieel decreet dat wegwerpplastic verbiedt in nationale parken, op stranden, in beschermde territoria en in bossen. Deze Single Use Plastic Ban criminaliseert vervuiling in de hoop de natuur te beschermen en inkomsten uit toerisme te behouden. Kenia is dan ook een voorloper in het bestrijden van plasticvervuiling.

Chemische recyclage

De New York Times berichtte al dat de American Chemistry Council, een lobbygroep van oliegiganten, bij de Amerikaanse overheid pleitte om druk uit te oefenen op Kenia. Zij zou plaatselijke wetgevingen willen afzwakken zodat de productie, consumptie en internationale handel van plastic er op een soepelere wijze kunnen plaatsvinden.

De Verenigde Staten onthielden zich eerder al van het tekenen van de Conventie van Basel. Dit verdrag, dat al door 190 landen werd bekrachtigd, moet het moeilijker maken om plastic afval naar het Globale Zuiden te sturen.

De American Chemistry Council zegt zelf het plasticverbod in Kenia niet te willen terugdraaien. De lobbygroep, die met ExxonMobil, Shell en DuPont grote handelaars van fossiele brandstoffen vertegenwoordigt, beklemtoont in een statement haar steun aan de opkomende recycleercultuur. Zo beklemtoont ze dat ze de Amerikaanse overheid wél aanspoorde om te investeren in infrastructuur die recyclage, hergebruik en handel mogelijk maakt.

Wat in de petrochemische industrie ‘chemische recyclage’ wordt genoemd past volgens GAIA echter niet in een circulaire economie. De milieuorganisatie toonde aan dat plastic zo niet herbestemd wordt, maar in brandstof omgezet. ‘Het zorgt dus op zijn minst voor een twijfelachtige afleiding,’ aldus de milieuorganisatie. Tijdens de verbranding komen grote hoeveelheden toxische gassen en vloeistoffen vrij. Dit is geen futiele dreiging: onvrijwillig lekt er al meer dan 8 miljoen ton plastic per jaar de oceaan in, het equivalent van één vuilniskar per minuut.

Het World Economic Forum haalde al aan dat de wereldwijde plasticproductie in 2030 zou verdriedubbelen ten opzichte van 2014.

‘Als je bedrijven bekeert, kunnen de positieve gevolgen overweldigend zijn.’

Bloei boven groei

In Kenia wordt er in elk geval niet stilgezeten. Sustainable Inclusive Business bestaat er in tandem met het KEPSA, ofwel het Kenyan Private Alliance Membership Organization. Door zich samen te voegen kunnen ze invloed uitoefenen op het beleid, waarbij sociale parameters allesbehalve vergeten worden.

Zo wordt het belang van vrouwen, jongeren en milieu door Sustainable Inclusive Business vertaald naar bedrijfsstrategieën, waardoor de logica van het cijfer verzoend wordt met het sociaal wenselijke. ‘Bedrijven kunnen een negatieve impact hebben,’ aldus Karin Boomsma, directeur van Sustainable Inclusive Business. ‘Maar als je ze bekeert, kunnen ook de positieve gevolgen overweldigend zijn.’

Door veranderingen in het beleid voor te stellen vindt Sustainable Inclusive Business gewicht voor haar ideeën, met als belangrijkste pijler een circulaire economie. ‘De coronacrisis legt bloot waarom een lineaire economie zo kwetsbaar is. Deze hangt immers altijd vast aan 1 schakeltje: een financiële impuls. Als deze wegvalt — of het nu import is, export of koopkracht — valt het hele kaartenhuis om.’

In een circulaire economie zou bloei boven groei gelden, aldus Boomsma. ‘Onze economie neigt naar oneindige groei. Maar niets groeit eindeloos.’ Gelukkig is er wel momentum voor nieuwe ideeën. ‘Veel systemen waar we samen in geloofden, komen nu op de helling te staan. De gedachte dat we van 9 tot 5 op kantoor moeten zitten verliest bijvoorbeeld aan kracht tijdens de pandemie.’

Ook voor het Keniaanse afvalbeleid zijn alternatieven nodig. Nu wordt het immers in grote mate aan particulieren overgelaten, die allen instaan voor verschillende soorten materiaal.

Koper, tin en andere kostbare middelen worden van de vuilnisbelten gehaald en doorverkocht. Deze organisaties zijn echter hiërarchisch van aard, waardoor het geld vooral aan de top belandt. Door sorteerders te professionaliseren hoopt Sustainable Inclusive Business ervoor te zorgen dat rijkdom meer gespreid wordt. Ook ontwikkelen jongeren op die manier vaardigheden die ze dan kunnen inzetten op de arbeidsmarkt.

‘Natuurlijk is het niet ons uitgangspunt om ervoor te zorgen dat jongeren alleen maar de straten opruimen,’ aldus Boomsma. ‘Uiteindelijk willen we dat de straten schoon zijn én dat er jobs gecreëerd worden.’ Sustainable Inclusive Business doet dan ook aan incubatie. Het geeft jongeren met ideeën impulsen om eigen bedrijfjes op te starten, hetgeen ook mensen, bedrijven en overheid tot duurzame oplossingen kan inspireren.

‘We moeten het ware kostenplaatje onder ogen zien.’

Waarden hersmeden, de toekomst herzien

Ook sloegen ze de handen in elkaar met het WEEE-centre, een bedrijf dat sinds 2012 al meer dan 8000 klanten bediende, waaronder overheden en bedrijven. Met partners als Umicore en Total, bieden ze training in de verwerking van elektronisch afval. Bij doorsnee sorteerbedrijven worden koper, goud en andere waardevolle elementen uit apparaten gehaald en belandt de rest opnieuw op de afvalstapel. Bij het WEEE-Centre worden jongeren aangeleerd om apparaten te demonteren. Ook bevestigt Boomsma dat goederen zo op de lokale markt blijven circuleren. ‘Een circulaire economie heeft erg veel met onafhankelijkheid te maken’, aldus Boomsma.

Wel vergt het een verandering in ons waardensysteem. ‘Met de restanten van suikerproductie kan je bijvoorbeeld makkelijk aanstekers maken. Toch wordt hier, ondanks de ban op boomkap, hout verkocht als verwarmingsbron. Dat zorgt voor heel wat ademhalingsziektes bij de bevolking. “Het alternatief is te duur”, zegt men dan, maar recycleren is alleen duurder op korte termijn. Het juiste kostenplaatje zie je pas op lange termijn, want dan zie je de negatieve effecten van dat kortetermijndenken. Waarom kunnen handel en milieu niet samengaan?'

Sustainable Inclusive Business ontwikkelt daarom aan een nieuw model waarbij het einde van de productieketen opnieuw het startpunt wordt. ‘Uit upcycling komen prachtige resultaten — maar het maakt de straten niet schoon.’ In deze opvatting van de circulaire economie wordt plastic dus in de fabriek terug een waterflesje, net zoals ook aluminium, glas en tin steeds nieuwe levens krijgen.

‘Kenia is uitzonderlijk als het hierop aankomt — met de Single Use Plastic ban zijn er delen van de circulaire economie, die al in de wet vergrendeld zijn’, aldus Boomsma.

Met een overheid die rekent op externen om de afvalstromen te controleren, was afvalbeheer voordien vrij van btw. Maar tijdens de coronacrisis werd de btw voor bedrijven gelijkgeschakeld, van 16 procent naar 14 procent. ‘Tijdens deze overgang zag de overheid die vrijstelling voor afvalbeheer over het hoofd’, aldus Boomsma. ‘Zo raakten deze essentiële ondernemingen dat extra duwtje in de rug kwijt. Er is nog een lange weg te gaan.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift