Srebrenica, in stilte vergeten

Hoe leven de mensen in Srebrenica, twintig jaar na de genocide? Na oorlog komt vrede, maar hoe ziet dat eruit? De aankomende foto- en verhalententoonstelling ‘Srebrenica, in stilte vergeten’ gaat op zoek naar de lessen die we kunnen trekken uit de gevolgen van oorlog. Zowel voor Srebrenica zelf als voor de Gentenaars die er vandaan komen.

Twintig jaar geleden werd Srebrenica onder de voet gelopen. In het begin van de maand juli 1995 vond er een genocide plaats: de Servische soldaten verzamelden de moslimbevolking en vermoordden in een paar dagen tijd meer dan 8000 mannen. Vier maanden later werd het verdrag van Dayton ondertekend en kwam er een einde aan de Bosnische burgeroorlog.

Het kwaad was al geschied. Het voormalige Joegoslavië was een verwoest slagveld. Meer dan een miljoen Bosniërs waren gevlucht naar alle uithoeken van de wereld. Ook België ving tienduizenden Bosniërs op. Zes families die op tijd uit Srebrenica waren vertrokken, wonen vandaag in Gent.

Er kwamen nieuwe oorlogen, verder van huis. De aandacht voor heropbouw en verzoening verslapte en Srebrenica werd stilletjes vergeten. En er kwamen nieuwe vluchtelingen. Vandaag ligt Srebrenica in het midden van de ‘populaire’ Balkanroute. Elke dag trekken duizenden vluchtelingen naar West-Europa en ze passeren op niet meer dan tien kilometer van Srebrenica.

Terwijl de naam Srebrenica steeds dieper in onze geschiedenisboeken verzonk, probeerden de inwoners en vluchtelingen uit de stad een nieuw leven op te bouwen.

De tattoo op de arm van Kenan Mustafic (27), zal hem altijd herinneren aan waar hij vandaan komt. De datum van de genocide, 11.07.1995, staat erbij. Hij herinnert zich niet veel meer van zijn tijd als kind in Srebrenica, maar hij keert nog regelmatig terug naar de stad om de slachtoffers te herdenken. Hij groeide op met de onzekerheid van het vluchtelingenbestaan, tien jaar lang op de vlucht door zeven landen. Nu woont hij met zijn ouders in Gent waar hij vast werk heeft bij het schoonmaakbedrijf ISS.

De vader van Kenan, Mirza Mustafic (50), vertelt dat hij Srebrenica elke dag mist. Ieder jaar in juli keert hij terug. Hij heeft er nog een huis, maar dat is na twintig jaar nog steeds niet helemaal hersteld. Het duurde jaren voor Mirza in België een arbeidsvergunning kreeg en legaal kon beginnen, maar dat hield hem niet tegen. Hij had een gezin om voor te zorgen. Hij werkte onder meer illegaal in onderaanneming als bouwvakker, garagist en postbedeler. Vandaag is zijn rug kapot en is hij invalide. Hij moet een pleister dragen met morfine om de pijn te verdringen. Hij en zijn vrouw hebben in één klap tientallen vrienden verloren in de genocide.

Op vier kilometer van Srebrenica ligt een oude batterijfabriek die diende als legerbasis. De Nederlandse VN-soldaten die belast waren met de bescherming van het gebied rond Srebrenica hebben er meer dan twee jaar gewoond. Tot ze geconfronteerd werden met een overmacht van Servische troepen en faalden om de genocide te voorkomen. De internationale gemeenschap en de Nederlanders in het bijzonder dragen een grote verantwoordelijkheid voor de dood van duizenden mannen. Op de muren lieten de soldaten sporen na van hun verblijf. Dat gaat van onschuldige verwijzingen naar voetbalploeg Ajax tot schunnige opmerkingen over Bosnische vrouwen.

Mirza durft de basis nog steeds niet binnen te gaan als hij van Gent naar Srebrenica gaat. Hij wacht tot het officiële museum af is. Het gebouw is in slechte staat. Het dak lekt, de vloeren zijn bedekt met een dikke laag stof en mossige plassen. Er hangt een prikkelende geur van roest en schimmel. Uit de verhalen van de veteranen van Srebrenica komt heel vaak naar voren dat de jongens zich verveelden. Ze hadden gewoon te veel tijd. De muren dragen sporen van de spelletjes die ze verzonnen om tijd de doden. In de hele basis vind je opgedroogde modderafdrukken van handen en legerlaarzen. Het geeft de basis die bijna constant in het halfduister gehuld is, een griezeligere indruk.

Op een twee uur rijden ten noorden van Srebrenica, nabij de stad Tuzla, ligt het vluchtelingenkamp Jezevac. Verstopt tussen de groenblauwe bergkammen, staan een twintigtal witte huisjes, 20 jaar geleden lukraak neergezet door de VN vluchtelingenorganisatie om vrouwen op te vangen uit het gebied rond Srebrenica. Ze kwamen hier aan terwijl hun mannen werden vermoord in de heuvels rond Srebrenica en hebben jarenlang moeten gissen naar hun lot. De vrouwen worden vergeten en lijden aan zware trauma’s.

Naast het vluchtelingenkamp in Jezevac ligt een steenkoolmijn. De vrachtwagens die langsrijden zorgen voor de enige passage op de slecht onderhouden zandweg. Voor de inwoners van het kamp zorgt de mijn voor een bescheiden bron van inkomsten. Ze gaan ’s namiddag en ’s nachts de velden op. De vrachtwagens hebben de aarde losgetrokken en de steenkool is verzameld en weggebracht. De kruimels die overblijven zijn voor de oorlogsvluchtelingen van Jezevac. Wie bovenop een kleine een sporadisch pakket medicijnen extra ‘luxe’ wil, zoals onderwijs of een paar schoenen, wordt richting de mijn gedwongen.

De meeste brokken steenkool die ze vinden zijn klein en niet heel winstgevend, maar soms hebben ze het geluk en vinden ze een groot stuk. De inhoud van hun jutezak — een hele nacht of namiddag werk — brengt ongeveer 20 KM op (=10 euro). Toch blijven ze het werk doen. Er is in de directe omgeving geen economisch alternatief.

Vandaag is er in Srebrenica zelf ook economische malaise. Twintig jaar na de genocide is 30% van de bevolking werkloos. De meeste jongeren trekken naar Tuzla, Sarajevo of Banja Luka, op zoek naar een baan. Er is niet veel te doen in Srebrenica. De nachtclub en het rock-café zijn dicht. Voor een leuke avond moet je naar het Servisch-Bosnisch stadje Bratunac, elf kilometer verder. De jongens die niet vertrokken zijn, maken er het beste van. Vaderloze Bosnische jongens drinken bier met hun ingeweken Servische leeftijdsgenoten. In de heuvels rond de stad schoten hun vaders op elkaar, nu lachen ze samen. Over de genocide hebben ze het niet. Dat is te riskant omdat niemand weet wat er gebeurt als er ruzie uitbreekt over zo’n gevoelig onderwerp.

De naoorlogse generatie van Srebrenica groeide op in een onwerkelijke omgeving. De totale gruwel die hun ouders en grootouders elkaar aandeden kunnen ze onmogelijk helemaal bevatten. Op school en thuis krijgen ze verschillende versies van de geschiedenis die hun stad in haar klauwen houdt.

Srebrenica, in stilte vergeten wordt georganiseerd door Bosna vzw, met als doel om Belgen te laten kennismaken met Srebrenica. Het project bestaat uit een filmvoorstelling, een debat en een expositie.

3 tot 6 maart 2016,
Zebrastraat 32, Gent.
meer info op de facebookpagina.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift