Toont Qatar de toekomst van arbeid?

De komst van grote aantallen migranten stelt de Europese economie voor grote uitdagingen, maar zelfs landen die om grote aantallen arbeidsmigranten vragen, buiten de kwetsbaarheid van die arbeiders genadeloos uit. Qatar is op vele gebieden een voorbeeld van hoe de toekomst er niet uit mag zien, ook qua arbeid en migratie.

Over zes jaar vindt de wereldbeker voetbal plaats in Qatar. Voor de bouw van de stadions trekt het land vooral Indiërs, Nepalezen, Pakistanen en Filipino’s aan. Volgens Amnesty International weigert de Qatarese overheid stappen te ondernemen in de richting van een menswaardig bestaan van de migranten. De Internationale Arbeidsorganisatie spreekt zelfs over Qatars moderne slaven.

© Cooper & Gorfer

Mensenrechtenorganisaties uiten al jaren kritiek op de manier waarop de Qatarezen omgaan met arbeidsmigranten. Toch zal het aantal buitenlandse werkkrachten blijven toenemen. Het emiraat is de gastheer van het wereldkampioenschap voetbal in 2022 en trekt daarvoor vooral Zuid-Aziatische arbeiders aan. Die leven vaak volledig gescheiden van de autochtone Qatarezen. Tot nog toe hebben de autoriteiten daarin geen verandering gebracht.

Qatar heeft een bevolking van 2,1 miljoen mensen, van wie 1,7 miljoen migrant is. In 2015 had Qatar de op drie na grootste bevolkingsgroei ter wereld en volgens recente cijfers is 80 procent van de bevolking man. Door de bouw van de voetbalstadions voor het WK 2022 wordt het land steeds afhankelijker van buitenlandse werknemers. De arbeiders vormen 99 procent van de werkkrachten in de privésector.

Werkgevers nemen bij aankomst meestal de paspoorten in beslag, zodat de arbeiders het land niet kunnen verlaten zonder toestemming van hun baas.

Migranten hebben een heel kwetsbaar statuut in Qatar. Ze worden in hun thuisland geronseld door agentschappen die hen tegen een vrij hoge vergoeding plaatsen bij een zogenaamde sponsor, een werkgever in Qatar. Dat wordt het kafala-systeem genoemd. Om die vergoeding te kunnen betalen moeten ze een lening aangaan. Aangekomen in Qatar wordt het getekend contract in vele gevallen vervangen door een nieuwe ‘overeenkomst’ aan een lager loon. Werkgevers nemen bij aankomst meestal de paspoorten in beslag, zodat de arbeiders het land niet kunnen verlaten zonder toestemming van hun baas. Ook het loon wordt niet op een vast tijdstip uitbetaald.

De kafala bestaat ook in andere Arabische golfstaten en voorziet in weinig rechten voor buitenlandse arbeiders. Zo is het verboden vakbonden op te richten of te staken. Eind dit jaar zou een nieuwe wet het kafala-systeem in Qatar afschaffen. Om dat ook in praktijk te brengen, is blijvende internationale druk, zegt Luc Cortebeeck van de ILO.

De mannen werken aan de megalomane projecten die zo typisch zijn voor de bouwwoede in Qatar. Vrouwen komen meestal in in de huishoudelijke sector terecht. Ze staan buiten de Qatarese arbeidswet, waardoor ze ten prooi vallen aan fysiek en seksueel geweld. Een wet die daar een einde aan moet maken, bevindt zich nog steeds in de prille voorbereidingsfase.

Vorig jaar kondigde de overheid in Doha aan dat shoppingcentra een dag in de week enkel toegankelijk zouden zijn voor gezinnen. De keuze viel op vrijdag, de enige rustdag voor buitenlandse arbeiders.

In 2010 verbood de overheid arbeidsmigranten in bepaalde stadsdelen te wonen. De “familiezones” bannen de Aziatische arbeiders van de meeste publieke plaatsen. Intussen bouwde de overheid ook een Labour CityInterne link voor de jongemannen. Ze kunnen er winkelen en sporten, maar zijn afgescheiden van de Qatarezen. Het emiraat bouwt ook drie ziekenhuizen, uitsluitend voor migranten.

Amnesty International stelt ook misbruik vast op de plekken die voor het WK zullen dienen. In The Guardian stelt de organisatie dat de arbeidsmigranten er “verschrikkelijk behandeld” worden in de aanloop naar de wereldbeker. De FIFA bleef tot nu toe onverschillig tegenover de klachten.

De Internationale Arbeidsorganisatie geeft Qatar twaalf maanden om de werkomstandigheden de verbeteren.

De Internationale Arbeidsorganisatie geeft Qatar twaalf maanden om de werkomstandigheden de verbeteren. Als het land de aanbevelingen negeert, zal een onderzoekscommissie maatregelen nemen. Die procedure werd de voorbije honderd jaar nog maar dertien keer toegepast.

Secretaris-generaal van het Internationaal Vakverbond (ITUC) Sharan Burrow: ‘Qatar moet onmiddellijk handelen. Een van de rijkste landen ter wereld kan namelijk niet zonder zijn bouwvakkers en huishoudwerkers.’

Dit artikel verscheen in het zomernummer van MO*magazine. Een abonnement op het magazine kost slechts 20 euro en kan je hier bestellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift