Fotoreportage van Layla Aerts aan de grens tussen Turkije en Griekenland

‘Wat hebben wij fout gedaan om dit te verdienen?’

© Layla Aert

De Belgische fotografe Layla Aerts ziet hoe migranten en andere vluchtelingen aan de Grieks-Turkse grens de speelbal worden van Turkije en de Europese Unie. ‘Ze worden door de Turkse politie naar de grens gebracht met de belofte dat ze Europa binnen mogen. Maar ze komen terecht in een bufferzone tussen Griekenland en Turkije.’

Layla Aerts sprak met migranten en vluchtelingen aan de Grieks-Turkse grens. Ze sprak met hen in een busstation in Edirne, een stad op enkele kilometers van de grens. Vanuit het hele land, maar vooral vanuit Istanboel, komen vluchtelingen en migranten er aan met de bus. De Turkse politie brengt ze vervolgens naar de bufferzone aan de grens. ‘Het is een stukje niemandsland. Vluchtelingen noemen het een kamp, maar eigenlijk is het geen kamp te noemen.’

Ook daar sprak ze met hen, meestal onderweg naar het naburige dorpje Karaağaç, in de hoop er voedsel te kunnen kopen. ‘Turkije beloofde hen dat ze Europa binnen mochten, maar ze komen er terecht in een bufferzone tussen Griekenland en Turkije. Griekenland laat hen vervolgens niet binnen. Terug naar Turkije kunnen ze ook niet meer. De situatie is onmenselijk.’

Terwijl Layla met enkele vluchtelingen sprak, hoorde ze geweerschoten. ‘De Turkse politie houdt de pers op afstand. Niemand mag zien wat er in die bufferzone gebeurt. Gsm’s worden in beslag genomen.’

Sadia (33 jaar)

© Layla Aerts

De 33-jarige Sadia met vijf van haar zes kinderen

Is met haar man, zes kinderen, ouders en broer al twee maanden onderweg vanuit Kaboel, Afghanistan.

‘Ik kwam hierheen met mijn familie omdat het in Afghanistan niet meer houdbaar is. We zijn nu vier dagen in Edirne.’

‘Eergisteren kwam de Turkse politie ons halen. We dachten dat ze goed waren, maar dat bleek niet zo te zijn. Ze waren heel brutaal en brachten ons naar de bufferzone. Daar namen ze onze gsm’s af. Het was verschrikkelijk. Ik kon weglopen met mijn man en kinderen, maar mijn ouders en broer zijn er nog steeds.’

‘We zijn diep geschrokken. We willen bij hen zijn, maar gaan niet meer terug naar die plek. Ik vertrouw het er niet. Ik durf niet slapen, voor de kinderen. We zijn zo moe.’

***

Fazlur Rahman (17 jaar)

© Layla Aerts

Vertrok zonder zijn familie uit Afghanistan.

‘Ik heb vier broers en vijf zussen. Mijn oudste broer woont in Iran, de rest woont nog in Afghanistan. We zijn bang van de Taliban.’

‘Ik ben bang voor mijn familie. Een van mijn broers raakte intussen gewond en mijn neef werd vermoord.’

‘Negen dagen zit ik nu vast in dit gebied tussen Turkije en Griekenland. Ik zag hoe traangas werd gegooid op een menigte waar vrouwen en kinderen tussen stonden. Ik zag een kind sterven en mensen gewond raken.’

‘We slapen op de grond in de modder, zonder beschutting. Vannacht regende het en was het zo koud dat we niet konden slapen. Eergisteren werd traangas gegooid waar we sliepen.’

‘Nu zijn we onderweg naar de winkel, tot in Karaağaç, waar enkele winkels zijn. Verder raken we niet. We vertrokken illegaal uit de bufferzone, omdat we honger hebben. Alleen vrouwen en kinderen krijgen er eten, maar ook voor hen is er veel te weinig.

***

Rakah (37 jaar) en Jasir (14 jaar)

© Layla Aerts

Rakah: ‘Wij gaan eten kopen. We raakten langs een illegale weg uit de bufferzone en kunnen nu tot aan Karaağaç. Daar zijn een paar winkels. Mijn jongste zoon is nog in het kamp.’

‘Ik belandde hier met mijn twee zonen. Hun vader is overleden.’

‘Het is hier verschrikkelijk. We krijgen geen eten en slapen op de grond als beesten. Tien dagen zijn we nu hier. De laatste acht daarvan heb ik amper geslapen. Ik waak over mijn kinderen. Ik ben zo bang. Gisterennacht heb ik niet geslapen.’

‘Door traangasgranaten van de Griekse politie vielen enkele gewonden. Ik zag hoe een kindje van vijf gewond raakte door zo’n granaat. Daarna hoorde ik dat het kind is gestorven.’

‘De Turkse politie zei gisteren tegen mijn zoon: “Van mij mag je hier sterven.” Help ons alsjeblief. Vooral de vrouwen en kinderen. We moeten hier weg.’

***

Zehra (37 jaar) uit Afghanistan

© Layla Aerts

‘Ik ben geboren in oorlog en heb nooit iets anders gekend. Het is genoeg geweest. Daarom zijn we vier jaar geleden gevlucht. Drie jaar leefden we in Iran, één jaar in Istanboel, in erbarmelijke omstandigheden.’

‘We willen onze kinderen naar school laten gaan. Dat is het belangrijkste. In Iran gingen mijn kinderen naar een privéschool. Hun papa werkte er als lasser. Soms werd hij te laat of niet betaald, maar het lukte ons net om hen naar school te sturen.’

‘De Turkse overheid gaf ons 1000 Turkse lira (145 euro) voor ons gezin met zeven kinderen. Sinds een maand mogen vluchtelingen geen beroep meer doen op sociale zekerheid in Turkije. Mijn man is ziek en heeft zware leverproblemen, maar hij kan zijn behandeling niet meer volgen.’

‘Mijn oudste dochter Esma (11 jaar) eindigde als beste van de klas vorig jaar. We beloofden haar toen een nieuwe fiets, maar die konden we haar nog niet geven.’

‘We durven niet naar het grensgebied gaan. Van vrienden hoorden we dat ze door de Turkse politie teruggestuurd zijn naar Afghanistan.’

‘Overdag is het hier veilig, omdat er journalisten zijn. Maar ‘s nachts is het hier verschrikkelijk. Gisterennacht probeerden ze ons in bussen naar het grensgebied te laden. Ze trokken onze kinderen uit hun bed. Pas toen een filmploeg ter plaatse kwam, vertrokken ze.’

‘We zijn bang voor wat ons vannacht te wachten staat. We slapen amper. De kinderen zijn moe en ziek. Vertel alsjeblief ons verhaal aan de wereld. Toon onze situatie. Onze kinderen moeten een toekomst hebben.’

‘We willen naar Europa om een beter leven te hebben. We hoorden dat Europa mensenrechten respecteert, maar tot nu toe zagen we alleen geweld.’

***

Aisha (24 jaar) uit Afghanistan

© Layla Aerts

‘Samen met mijn man en drie kinderen, één van 1 jaar en twee van 4 jaar oud, zijn we een maand onderweg geweest van Afghanistan naar Iran. Grotendeels te voet. Turkije doorkruisten we op 15 dagen.’

‘We vertrokken voor onze kinderen. We willen een betere toekomst voor hen. We willen geen geld of luxe, maar we willen werken en ervoor zorgen dat onze kinderen naar school kunnen gaan.’

‘De kinderen zijn moe en de jongste heeft koorts. ‘s Nachts is het koud. We hoorden wat er gebeurt aan de bufferzone. Als daar belandt, raak je er niet meer weg. Maar we kunnen ook niet meer terug naar huis. We hebben alles verkocht om tot hier te raken.’

‘De Turkse politie bracht ons tot aan de Meric-rivier (de grens tussen Griekenland en Turkije, red.), met de belofte dat we naar Europa konden. Maar door de verhalen die we over de bufferzone hoorden, keerden we terug naar Edirne.’

‘Nu zitten we hier vast. We weten niet wat we moeten doen.’

***

© Layla Aerts

Abdul (29 jaar) uit Afghanistan

‘We wonen al zes jaar in Turkije. Ik verdiende al die tijd geld door schoenen te lappen in de straten van Istanboel.’

‘Nu zitten we hier in het busstation met onze drie kinderen. Mijn jongste dochter Jumana is anderhalf. We kwamen met de bus tot hier.’

‘We hoorden de verschrikkelijke verhalen en besloten om naar Bursa te gaan tot de Griekse grens open gaat. We zijn zo moe.’

‘Mijn land mis ik niet. Mijn hele familie woont nu in Turkije. Ik mis wel een thuis.’

***

Soheyl (25 jaar)

‘Ik vluchtte uit Teheran. In Europa wil ik studeren en sportdokter worden. Ik weet zeker dat ik er raak.
Gisteren werd ik bekogeld met stenen.’

***

Mahmed (21 jaar) en Rahman (20 jaar) uit Afghanistan

© Layla Aerts

Mahmed (21j) & Rahman (20 jaar)

Mahmed: ‘We kwamen elkaar tegen in Istanboel en zijn nu acht dagen onderweg, te voet vanuit Istanboel naar Pazarkule, aan de Griekse grens.’

‘Mijn voet is verminkt en doet verschrikkelijk veel pijn.’

‘Ik wil naar Europa om te studeren. Zoals zovele jonge Afghanen. In ons land sluiten de scholen, en universiteiten en ziekenhuizen worden afgebrand.’

‘Na mijn studies wil ik terugkeren, om onze mensen te helpen.’

Rahman: ‘Gisteren verdreef de politie ons van onze slaapplaats. We sliepen in een veld. Ze sloegen ons en namen onze gsm af. Nu heb ik geen contact meer met mijn moeder en drie jongere broers in Afghanistan.’

‘Gaan de grenzen opnieuw open? Wat moeten we doen? De Turkse en Griekse politie behandelen ons als beesten. Ik kan het niet meer aanzien hoe ze vrouwen en kinderen behandelen. Ik voel me dood vanbinnen. Zet alsjeblief de deuren open. We gaan hier sterven.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift