Tijd voor een digitale revolutie in (nood)hulp?

Terwijl veel software in trivialiteit uitblinkt en vooral problemen oplost waar we geen weet van hadden, oogt de (nood)hulpindustrie vandaag nog steeds erg analoog. Klopt dit en if so, welke kansen laten we liggen?

  • DFID - UK Department for International Development (CC BY 2.0) Deze drone werd ingezet na de aardbeving in Nepal eerder dit jaar om getroffen gebieden in kaart te brengen. DFID - UK Department for International Development (CC BY 2.0)

Eind september schreef Rana Novack, de Syrisch-Amerikaanse oprichtster van de Refugee Admissions Network Alliance, in Wired dat ze teleurgesteld was. Omdat we er, ondanks de beschikbare technologie, niet in zijn geslaagd de huidige vluchtelingencrisis te voorspellen.

Een terechte opmerking.

Terwijl software voorspelt welke televisieserie me zal bevallen, algoritmen aan het werk gezet worden om nieuwsartikelen te schrijven en de goeroes van Silicon Valley vooral problemen oplossen waar we helemaal geen last van hadden, is er nauwelijks aandacht voor op informatietechnologie gebaseerde oplossingen wanneer miljoenen mensen op de vlucht slaan.

Terwijl de goeroes van Silicon Valley onbestaande problemen oplossen, kijkt niemand naar IT wanneer miljoenen mensen op de vlucht slaan.

Technologie gooit heel wat dingen door elkaar in onze maatschappij, van drones die ingezet worden voor rampoefeningen tot smartphones en bijbehorende software die een ware lobbyoorlog om de taxi-industrie ontketenen.

En als één sector het verdient onder de loep genomen te worden, is het de (nood)hulpindustrie. Vele vragen over efficiëntie blijven onbeantwoord, ondanks de in absolute termen grote hoeveelheid geld die in hulp gepompt wordt, en hoewel het hoogste goed op het spel staat: mensenlevens.

Waar Patrick Meier met Digital Humanitarians een onderbouwd pamflet aflevert voor het opschudden en innoveren van noodhulp, maakt Ben Ramalingam een doordachte en inventieve analyse van het wereldomspannende systeem dat (nood)hulp geworden is, met ontelbare spelers, relaties en geldstromen.

Iedereen humanitair

Patrick Meier, bezieler van het Digital Humanitarian Network, toont aan hoe sinds de aardbeving die Haïti in 2010 trof zogenaamde big data noodhulp heeft versterkt en dat in de toekomst nog meer zal doen.

De digitale revolutie begon al veel vroeger, maar Meiers verhaal begint niet toevallig in 2010. Toen stonden, aldus Meier, de eerste digital humanitarians op, mensen die aan de hand van de mogelijkheden van het web helpen humanitaire crisissen te voorspellen, te voorkomen, of de gevolgen ervan tot een minimum te beperken.

Veel mensen willen iets doen wanneer een ramp plaatsvindt. Zo ook Meier, toen vijf jaar geleden de vrouw van wie hij hield in gevaar was. De dag na de aardbeving zou zijn huidige echtgenote terug naar Boston reizen na research in Port-au-Prince. De eerste uren nadat het nieuws Meier bereikte, resulteerden in de opbouw van een krachtige beweging, die tot op de huidige dag haar diensten vrijwillig aanbiedt.

Aan de hand van Ushahidi.com, een online mapping-platform, bouwde Meier een crisiskaart uit met de zwaarst getroffen gebieden. Twitter zorgde voor een massale toevloed aan informatie en Skype bood een manier aan om kosteloos te communiceren met medevrijwilligers. De groep groeide, mede door andere sociale media als Facebook, in sneltempo. Honderd uur na de aardbeving waren al meer dan honderd vrijwilligers on- of offline opgeleid en volop aan de slag. De gedetailleerdste kaart ooit van Haïti werd opgesteld.

© CRC Press

Al snel bleek de kaart, behalve een bron van informatie voor mensen die naasten in Haïti niet konden bereiken, nuttig voor reddingteams ter plekke. Terwijl mensen met een erg specifiek en zeldzaam vaardighedenpakket (ontwikkelaars en ingenieurs) cruciaal zijn voor het opzetten van systemen waarbinnen inzet van anderen rendeert, beklemtoont Meier dat iedereen digital humanitarian kan worden.

Meier is niet blind voor de zwakke punten en de risico’s van deze strategie, voldoende aandacht gaat naar privacy-, veiligheids- en andere blunders. Niet om technologie van tafel te vegen, maar om een geschikt gebruik ervan te stimuleren. Een open-source, toegankelijk en democratisch humanitair systeem is waar Meier voor staat. Pas als (de analyses van) sociale media, artificiële intelligentie, satelliet- en dronebeelden, microtasking, crowdsourcing en big data kunnen helpen dit tot stand te brengen, bewijzen de digitale middelen hun nut.

Een belangrijke voetnoot is dat veel van het optimisme verdwijnt als getroffen gebieden onvoldoende aandacht krijgen. Zo kreeg iedere getroffene door de ramp in Haïti gemiddeld meer dan 1000 dollar hulp, terwijl voor de overstromingen in Pakistan in hetzelfde jaar nog geen 150 dollar per persoon binnenliep. Een auteur die meer aandacht heeft voor de in (nood)hulp ingebakken ongelijkheid is Ben Ramalingam.

Een nieuwe bril

© Oxford University Press

Ben Ramalingam, werkzaam als onderzoeker voor het Britse Overseas Development Institute, schreef met Aid on the Edge of Chaos een ambitieus boek. In drie delen poogt hij zowel de hulpindustrie te omschrijven, de kernbegrippen van systeemonderzoek uit de doeken te doen, als duidelijk te maken hoe dit raamwerk ontwikkelingshulp kan versterken.

‘Als één ding duidelijk is, is het wel dat wie geen toegang heeft tot de voordelen van de globalisering, niet noodzakelijk gespaard blijft van de nadelen.’

Globalisering heeft onze wereld moeilijker te begrijpen gemaakt. Een nieuwe bril om naar ontwikkeling te kijken is dan ook welkom. Want als één ding duidelijk is, aldus Ramalingam, is het wel dat wie geen toegang heeft tot de voordelen van de globalisering, niet noodzakelijk gespaard blijft van de nadelen.

De ontwikkelingssector is een systeem waar vele organisaties en individuen, en verder ook alle landen deel van uitmaken – steeds als donor én als ontvanger van fondsen en morele steun. Hoewel veel kritiek van Ramalingam decennia oud is, van fragmentatie tot nodeloze rapportering, klopt het dat een nieuwe manier van kijken ook nieuwe problemen blootlegt.

Zo kan het falen van hulpprogramma’s verklaard worden door het feit dat de platgetreden paden vaak voorrang krijgen op nieuwe procedures en ideeën, ook al is de kans op slagen voor beide even klein. Nauw hiermee verwant is het risico op het zoeken van oplossingen louter binnen het aangereikte kader.

Waar Meier in detail treedt en de lezer vooral aan de slag wil zetten, maakt Ramalingam meteen duidelijk dat hij slechts een nieuwe manier om naar hulp te kijken aanbiedt. Hoe waardevol die werkelijk is, wordt – ondanks de bijna vijfhonderd bladzijden – jammer genoeg onvoldoende uit de doeken gedaan.

Als één ding duidelijk mag zijn, is het wel dat deze nieuwe invalshoeken een verrijking kunnen betekenen voor de sector. Wie nog niet overtuigd is van potentiële voordelen, kan volgend filmpje bekijken. Wie weet word ook jij ooit gered door een horde kakkerlakken die een rampgebied in kaart brengen.

Digital Humanitarians: How BIG DATA is Changing the Face of Humanitarian Response door Patrick Meier is uitgegeven door CRC Press, 259 blzn., ISBN 9781482248395
Aid on the Edge of Chaos door Ben Ramalingam is uitgegeven door Oxford University Press, 480 blzn., ISBN 978019957802

Deze recensie verscheen eerder in het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • MO* 2015-2016, de Tijd 2016-...

    Jago werkt als webmaster voor MO*, beheert de befaamde MO*wereldbloggers, is begaan met innovatie, beheert de site en schrijft voor site en magazine.