Dossier Chinese tanker op ramkoers met zichzelf

Sommige dingen gaan snel. Heel snel. Het zou eerst pas in 2040 gebeuren, maar gemeten naar sommige maatstaven is China nu al de grootste economie ter wereld. Het is zeker de grootste uitvoerder en in Oost-Azië onttroont de renminbi langzaam de dollar. Tegelijk is één ding zeker: zo kan het land niet verder, maatschappelijk noch ecologisch.

Wat het Chinese volk de voorbije dertig jaar heeft gepresteerd, is indrukwekkend. De werkkracht van de Chinese arbeiders – twaalf uur per dag in een moordend tempo gsm’s of dassen maken – doet een mens verstillen. Ook de stuurkunst van de Chinese regering om de enorme machine op de rails te houden verbaast.

En toch, schijn bedriegt. De Chinese leiders weten dat het zo niet verder kan. Al in 2007 deed de Chinese premier Wen Jiabao zijn beruchte uitspraak dat de Chinese economie onduurzaam, onstabiel, ongecoördineerd en onevenwichtig is. Wen bedoelde daarmee dat de economie het milieu vernietigt, er te veel ongelijkheid is en het land te afhankelijk is van export en investeringen en te weinig van binnenlandse consumptie. De vraag of China de veerkracht heeft om de megatanker van zijn economie van richting te doen veranderen, is niet alleen voor de Chinezen belangrijk, maar voor de hele wereld.