Een blauw of kaki antwoord op terreur

Na de terreuraanslag op het Joods Museum in Brussel riep Antwerps burgemeester Bart De Wever op om paracommando’s in te schakelen om joodse scholen en instellingen te bewaken. Tomas Baum vraagt zich af of dat een goed idee is.

  • Brecht Goris Tomas Baum Brecht Goris

Sinds kort fiets ik elke ochtend langs machinegeweren. Mijn kinderen lopen namelijk school in de Joodse buurt in Antwerpen. Die wordt extra bewaakt na de afschuwelijke aanslag in het Joods Museum in Brussel: een ontwrichtende terreurdaad waarbij de slachtoffers bij klaarlichte dag op hun identiteit werden afgerekend.

 

Er is altijd wel een hoge waakzaamheid in de Joodse buurt, maar die werd de voorbije dagen stapsgewijs opgevoerd. Met zichtbare - soms opzichtige - veiligheidsmaatregelen wil de overheid burgers gerust stellen en potentiële daders afschrikken. Die geweren zijn voor een stuk een geruststelling: hier waakt men.

Aan de andere kant maken ze de onrust en het onveiligheidsgevoel ook groter. Naast het gewapend blauw op straat, kwam er recent een appel van de Antwerpse burgemeester voor ondersteuning door het Belgisch leger. Is een militair antwoord überhaupt wenselijk? Is er nood aan paracommando’s in de stad met wapens in aanslag?

Meer kaki op straat

De recente oproep om het leger in te schakelen bij de omgang met terreur is opmerkelijk. In sommige landen, buurland Frankrijk bijvoorbeeld, is de aanwezigheid van gewapende militairen in het straatbeeld eerder vanzelfsprekend. Bij ons is zoiets uitzonderlijk: sedert de donkere jaren 1980 werd daar niet meer over gesproken. Er is dan ook een duidelijk onderscheid tussen de taakstelling van onze politie en die van defensie. Ruw gesteld, de politie bekommert zich om de interne ordehandhaving in de publieke ruimte, terwijl defensie waakt over de nationale veiligheid tegen externe aanvallen. De grijze zone daartussenin is samen met de Rijkswacht al vele jaren verdwenen.

Wat politie en defensie  verbindt, is dat ze beiden als overheidsorgaan zorgen voor onze veiligheid. Daarbij belichamen ze het staatsmonopolie op geweld. De verantwoording voor het gebruik van dat geweld is in de beide functies echter weer fundamenteel verschillend. Het werk van de politie – ook het geweld dat daar bij komt - is stevig verankerd in de rechtstaat, met justitie en gerecht als pendant. Defensie werkt daarentegen binnen een eigen logica, met minder verantwoordingsmodaliteiten gezien de uitzonderingssituatie waarin zij per definitie opereert. Met zo’n uitzonderingslogica wordt best omzichtig omgesprongen.

Ik maak het concreet: als er vandaag in de Antwerpse schoolstraat iets verdachts gebeurt, heeft de politie een instrumentarium om daarmee om te gaan: van PV over aanhouding tot het uitschakelen van verdachten. En dat alles is ingebed in een rechtsgang met checks and balances. Hoe een paracommando zou moeten optreden bij een verdachte beweging aan de Joodse kruidenier? Dat is veel minder duidelijk omschreven.

Hoe een paracommando zou moeten optreden bij een verdachte beweging aan de joodse kruidenier? Dat is veel minder duidelijk omschreven.

Geweldsregisters

De keuze tussen de inzet van politie of defensie werpt ook een meer algemene vraag op. Wat is het meest adequate antwoord op terreur? Voor pragmatici zijn de bedenkingen die ik net formuleerde misschien wel van ondergeschikt belang. Blauwe of kakigroene uniformen, het doet er niet toe, als ze maar efficiënt beschermen. Alle geweldsregisters klaarzetten in antwoord op een dreiging, creëert echter een vals gevoel van veiligheid. Sommigen sluiten graag aan bij de internationale trend naar militaire antwoorden op terreurproblemen. Dat die aanpak, naast een aantal ad hoc successen, op lange termijn weinig productief is, werd ondertussen wel duidelijk: militarisering verhoogt vaak de onveiligheid, leidt tot collectieve stigmatisering, kweekt mogelijk nieuwe terroristen, biedt een ongepast antwoord op een asymmetrische dreiging, zet escalatie in, etc. 

Uiteindelijk reduceert men op deze manier de opties om aangepaste antwoorden te bieden. Een antwoord op terreur wordt ook vanuit efficiëntie-oogpunt dus best gegeven door de bevoegde spelers van de rechtstaat: politie, parket en veiligheidsdiensten. Daarnaast moeten we ook blijven herhalen dat het probleem van terreur bij de wortel aanpakken, een veelzijdige benadering vraagt. Voedingsbodems voor terreur en radicalisering dienen structureel aangepakt met onder meer preventiewerk op lokaal niveau. Alleen met de arm der wet komen we er immers niet.

De prijs van veiligheid

Dat neemt niet weg dat de situatie vandaag ernstig is en de dreiging reëel. Er zijn tenslotte drie mensen brutaal vermoord. Dat veiligheidsprobleem moet aangepakt worden door de trojka politie, gerecht en veiligheidsdiensten. Dat terreur voor een lokale overheid te veel wordt, valt te begrijpen. In plaats van defensie in te roepen, is het echter aan de federale politiediensten om te hulp te schieten. Als die niet de middelen hebben om de dreiging het hoofd te bieden, moet geld vrijgemaakt worden voor de nodige versterking. Veiligheid heeft een prijs. De factuur en verantwoordelijkheid doorschuiven naar een oneigenlijke actor is geen goede optie.

Tomas Baum is directeur van het Vlaams Vredesinstituut. Hij schrijft elke maand een column voor MO*.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Directeur Vlaams Vredesinstituut

    Tomas Baum leidt het Vredesinstituut, een onafhankelijke onderzoeks- en adviesinstelling die het Vlaams Parlement ondersteunt.