Leve de aflossing van de wacht

Kom mij niet vertellen dat de jeugd van tegenwoordig niet geëngageerd is

© Brecht Goris

Columnist Geert Van Istendael

Geert Van Istendael is kwaad. Terwijl het land leed, spartelden en wriemelden talloze politieke verkenners zich muurvast. Maar nu is er een jonge generatie die lijkt te slagen waar de oude garde faalde. ‘Ik, oude knar, wens de nieuwelingen in elk geval een spetterende regering. En liefst een beetje gauw. Het land heeft jullie nodig. Broodnodig.’

Terwijl ik dit schrijf, vrijdag 4 september 2020 om half drie ’s middags, brengt koninklijk opdrachthouder Egbert Lachaert ten paleize verslag uit van zijn pogingen om een regering bij elkaar te harken. Het valt niet uit te sluiten dat Lachaerts rapport een flauwe glimlach laat spelen om koning Filips lippen achter het mondmasker, want het radionieuws van één uur meldt, ik parafraseer even, dat er uitzicht zou zijn op zoiets als een doorbraak.

Mijn ontbijt heb ik al enkele uren achter de kiezen, dus ik kan me niet meer verslikken in mijn spreekwoordelijke ochtendkoffie.

Een 'doorbraak'?! Na meer dan vierhonderd dagen gekibbel en gekift en gekrakeel en geruzie en gekissebis en gehassebas en gehaspel en bisbilles en geheibei en gehakketak en kijvage en geharrewar en nog veel meer van dattum, de woordenschat van onze wonderbaarlijke Nederlandse taal is op dat punt schier onuitputtelijk, matschudding, strubbeling, gehakketeer, getwist (maar gedanst werd er niet, tenzij om op elkaars lange, lange tenen te stampen), en evenmin heeft het ontbroken aan schimpen, schelden, snauwen, bitsen, afkatten, afblaffen, nijdassen, schrollen, afgrommen, toebijten, aangrauwen, verhabbezakken, ook hier spreidt onze beschaafde omgangstaal onvermoede rijkdommen ten toon.

Niets, maar dan werkelijk niets, nada, niente, nitsjevo, hebben onze verkozenen onverlet gelaten om toch maar vooral géén regering te vormen.

Niets, maar dan werkelijk niets, nada, niente, nitsjevo, hebben onze verkozenen onverlet gelaten om toch maar vooral géén regering te vormen. Intussen hoorde je uit alle hoeken des vaderlands jammerklachten en klaaggeschrei en jeremiades en lamentaties – nogmaals biedt onze Nederlandse taal een onthutsende variëteit, maar nu stop ik ermee.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een regerinkje zonder meerderheid

Keizerin Corona zaaide paniek in onze gewesten en vrijwel eenstemmig smeekte het hele vaderland, van het Zwin tot Burg Reuland, van la Gaume tot de abdij van Postel om een regering die bij machte zou zijn het schrikbewind van de gevreesde Corona krachtdadig af te wenden.

We kregen een regering. Zij is de emanatie van 38 zetels op de 150 die ons federale parlement telt. Maar deze regering, ach wat, dit regerinkje zonder ook maar een schijn van een meerderheid heeft wel de plicht een door existentiële angsten geteisterd land te besturen.

Ik heb op deze plek al een paar keer de magere, ernstige dame met lang haar verdedigd die dit onmachtige hoopje ministers wil leiden. Ik blijf haar bescheidenheid en sereniteit en plichtsbesef hoog aanslaan. Ik vind dat je haar onzekerheden mild moet beoordelen, zoals je begrip moet opbrengen voor de onzekerheden van de eminente virologen, infectiologen en statistici die haar bijstaan. Zij allen betreden onbetreden voorland.

Keizerin Corona is een wrede tiran vol listen en lagen. De magere, ernstige dame met lang haar en haar raadgevers hebben dag in dag uit het ondankbaarst denkbare werk moeten opknappen en hun criticasters waren en zijn ongenadig. Vanuit veilige schuilhutten schieten zij met scherp op de mensen die in de vuurlinie staan.

De magere, ernstige dame met lang haar en haar raadgevers hebben dag in dag uit het ondankbaarst denkbare werk moeten opknappen.

Dat alles kon niet beletten dat onze verkozenen zich onbekommerd bleven misdragen. Al veel eerder, sinds 26 mei 2019, verkiezingsavond, rolden ze vechtend over de vloer en corona heeft dat niet veranderd. Het leek er soms op dat iets in dat pathetische wangedrag, ongeacht partijen en talen, zichzelf voortplantte door een mysterieuze generatio spontanea.

Hoeveel verkenners heeft koning Filip al het drassige politieke veld ingestuurd? Vijftien? Zeventien? Meer? Ik ben de tel kwijt. Sommigen van hen, bijvoorbeeld Egbert Lachaert, gingen al meer dan één keer op pad. Allen, allen hebben ze, om ter hevigst spartelend en wriemelend, zichzelf muurvast gewroet. En het vaderland bleef lijden.

Ja, lijden.

In onze bejaardentehuizen crepeerden oude mensen bij bosjes, van COVID en eenzaamheid.

In de flatgebouwen van onze steden hunkerden de kindertjes om te kunnen uitbreken.

Huwelijken vlogen aan scherven als ruiten bij een windhoos.

Onze middenstanders weten vaak niet meer hoe ze het eind van de maand moeten halen.

In onze toch al miserabele begroting werden kraters geslagen waarvan we de diepte niet langer durven peilen.

Lezeres, lezer, u kunt zelf dit lijstje van vijf aanvullen met naar believen vijf of tien andere vormen van lijden in onze onmiddellijke omgeving. Of meer. Het zal u weinig moeite kosten.

Het vaderland leed dus. Lijdt.

Ons vaderland is ziek

Ik heb dit zonderlinge landje altijd verdedigd. Niet uit een of andere weidse aandrift tot patriottisme, ga toch heen, misschien integendeel, juist wegens ons verfrissende gebrek aan patriottisme. Onze mompelende plantrekkerij. Onze narrige weigering om de brandstof voor burgeroorlog die hier vatengewijs opgestapeld ligt in de fik te steken. Onze vindingrijkheid om onmogelijk geachte compromissen te vinden.

Een jongen folteren tot de dood, normvervaging? Wat een wak woord. Zedenverwildering moet je het noemen.

Juist die al te weinig gewaardeerde, vaak ten onrechte verguisde goede karaktertrekken leken weggewaaid uit de Belgische dampkring. Hard botste tegen hard dat de stukken in het rond vlogen.

Maar het is erger dan dat. Met verbijstering vernamen we de jongste weken dat de rottenis nog veel dieper heeft ingevreten. Ons vaderland is ziek. Aangetast tot in zijn diepste lagen.

Telgen van, zoals die telgen zelf zeggen, de Vlaamse elite, onze toekomstige leidinggevenden dus, folteren een veelbelovende ingenieursstudent tot de dood erop volgt, niet terugschrikkend voor het gebruik van nauwelijks voorstelbaar brute middelen.

Goor. Beestachtig. De jongen was gekleurd, zoon van een geïmmigreerde arbeider, hij glimlachte als een jonge god. Normvervaging? Wat een wak woord. Zedenverwildering moet je het noemen en dat is geen archaïsche term, men raadplege Van Dale. Zedenverwildering is brandend actueel. Zedenverwildering bij de elite is een zeker teken van maatschappelijke ontbinding.

Waalse politieagenten bewerken hardhandig een verwarde Slovaak tot de dood erop volgt, begeleid door rondedans en Hitlergroet. De politiële omerta klapt dicht. De wanhopige weduwe brengt de zaak voor het voetlicht. Nogmaals, zedenverwildering, ditmaal bij de hoeders van ons aller wet. Andermaal een zeker teken.

Unicef-cijfers tonen aan dat ons rijke land er niet in slaagt een op vijf van zijn kinderen uit de armoe op te tillen, tendens stijgend. Onze armoedeonderzoekers schreeuwen dat al jaren van de daken. Tevergeefs.

Bijna een derde van onze vijftienjarigen kan niet fatsoenlijk lezen of rekenen. Blijkbaar laat ons dat als maatschappij onverschillig. Kinderen zijn onze toekomst. Ten derden male, een zeker teken.

We krijgen een echte regering! Eentje met zeven partijen die wél bereid zijn de nodige toegevingen te doen, die elkaar niet kleineren.

Maar kijk eens, kijk toch eens, we krijgen een echte regering! Eentje met zeven partijen die wél bereid zijn de nodige toegevingen te doen, die elkaar niet de huid vol schelden, die elkaar niet kleineren. Dat alles is niet het werk van de grote leider. De grote leider heeft zijn eigen zaak eigenhandig de nek omgewrongen.

Ik geef het grif toe, ik stond paf toen Bart De Wever en Paul Magnette een akkoord hadden bekokstoofd. Zeer linkse hond, zeer rechtse hond. Van onmogelijk compromis gesproken. Het kwam me voor dat in België de zwaartekracht was opgeheven.

Of dat Belgiëhater Bart De Wever aanknoopte bij de goeie, ouwe, oerdegelijke Belgische traditie. Zijn tactisch vernuft staat buiten kijf. Louis Tobback heeft hem ooit een kwade genius genoemd. Tobback staat politiek duizend kilometer ver van De Wever, maar hij erkent, zijn politieke tegenpool is een genius. Anderen hebben het over het grootste politieke talent van zijn generatie.

Wel dus, nee. Toen de liberalen niet klakkeloos overstag wilden gaan, brak Bart De Wever de gal uit. Hij stond ongeremd te schelden omdat de liberalen de euvele moed hadden zijn grootse plannen te doorkruisen. Het ware politieke talent weet zich altijd te beheersen. Tenminste in het openbaar.

Verneder nooit je gesprekspartners

Onlangs in Le Soir (30 augustus 2020) gaven enkele deskundigen een paar tips om onderhandelingen tot een goed einde te brengen. Eén advies luidde: verneder nooit je gesprekspartners. Van alle fouten die je tijdens onderhandelingen kunt maken, noemen ze die le pire du pire, het ergste van het ergste. Ik zou eraan toevoegen, dubbel zo erg als je het doet in het openbaar. Bart De Wever slaagt er niet in die elementaire regel toe te passen. Zijn razernij is sterker dan hemzelf.

Nu ik bijna aan het eind van dit stuk kom, meldt de radio dat onze vorst Egbert Lachaert en Conner Rousseau uitstuurt als preformateurs. De journaliste heeft het zonder nuancerende toevoegsels over politieke doorbraak.

Het zijn jongeren die blijkbaar een oplossing hebben gevonden voor de kwadratuur van de politieke cirkel, voor een vraagstuk dat geen oplossing heeft.

Mij valt op dat, waar de oude garde er niet in geslaagd is over de eigen schaduw te springen zonder plat op de bek te gaan, de jongeren wél slagen in iets dat je alleen maar een onmogelijke missie kunt noemen. Het zijn jongeren die blijkbaar een oplossing hebben gevonden voor de kwadratuur van de politieke cirkel, dit wil zeggen, voor een vraagstuk dat geen oplossing heeft.

Goed, Egbert Lachaert is boven de veertig, maar in de politiek kun je dat niet oud noemen. In ieder geval, als partijvoorzitter is hij kersvers. Conner Rousseau is niet eens dertig. Een piepertje. Maar wat een bezonnenheid, wat een verfrissende nuchterheid, wat een geduld.

Het zijn de jongeren die het doen. Kijk naar de anderen. Bouchez is in de dertig, ook kersvers als partijvoorzitter, net als Rajae Maouane, de covoorzitter van Ecolo, ook in de dertig, ook kersvers. De oudste aan de onderhandelingstafel is Joachim Coens, en, zou dat nou toeval zijn, net Coens stribbelt het koppigst tegen.

Wanneer u dit leest heeft hij zopas zijn vierenvijftigste verjaardag gevierd. Er zijn in het verleden genoeg gezelschappen van onderhandelaars geweest die véél dichter bij de voordeur van het bejaardentehuis stonden.

Kom mij dus niet vertellen dat de jeugd van tegenwoordig niet geëngageerd is. Leve de aflossing van de wacht. Ik, oude knar, wens de nieuwelingen in elk geval een spetterende regering. En liefst een beetje gauw. Het land heeft jullie nodig. Broodnodig.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.