Over het genoeg van de SDGs

De SDGs betekenen een enorme kans om wereldwijd tot een volhoudbare ontwikkeling te komen. Dat zal echter alleen lukken als we oog hebben voor de interne contradicties in die duurzame ontwikkelingsdoelstellingen.

  • © Brecht Goris Jan Mertens © Brecht Goris

In september 2015 kwam er in de Verenigde Naties een akkoord over een set van 17 SDGs. Die duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn de opvolger van de bekende millenniumdoelstellingen of MDGs. Al bij al was het een enorm succes dat de internationale gemeenschap een afspraak kon maken over een duurzame toekomstagenda.

In tegenstelling tot de MDGs zijn de SDGs breder opgevat en gelden ze voor alle landen, ook voor het onze dus. Bij de MDGs konden we nog het gevoel hebben dat we de landen in het Zuiden gingen “helpen”, nu zouden we ook naar onszelf moeten kijken en in alle eerlijkheid beoordelen of we zelf wel goed bezig zijn.

Transformatieve dynamiek

De SDGs brengen intussen wereldwijd een sterke dynamiek op gang. Het is op dit moment nog te vroeg om te zeggen of dat ook echt een “transformatieve” dynamiek zal zijn, - dat woord is erg in tegenwoordig. In het positieve geval zullen de SDGs leiden tot een geïntegreerd en coherent beleid en zal de beleidspraktijk in afzonderlijke landen en ook Europees en mondiaal veranderen.

‘Het hele pakket van SDGs en concretere doelstellingen biedt middenveldorganisaties extra instrumenten om landen ter verantwoording te roepen’

In het positieve geval zorgen bedrijven die echt voor een andere bedrijfsvoering willen kiezen voor een hoopvolle trend. In het negatieve geval wordt het SDG-kader gretig gebruikt om te bewijzen dat men zogenaamd al volop doet wat moet en wordt het geen kompas om dingen te veranderen en op elkaar af te stemmen.

In het negatieve geval wordt de potentiële kracht van de SDGs op die manier ook snel geneutraliseerd en worden ze een alibi om door te gaan met een niet vol te houden ontwikkelingsmodel. Het kan op dit moment nog beide kanten uit.

Wat we vooral niet mogen doen, is de SDGs cynisch wegzetten. Het is boeiend en ook hoopgevend dat overal ter wereld zoveel mensen en organisaties met dit kader aan de slag willen gaan. Het hele pakket van SDGs en concretere doelstellingen en bijpassende indicatoren biedt onder meer aan middenveldorganisaties extra instrumenten om landen ter verantwoording te roepen. Hopelijk kunnen de SDGs moeilijke discussies weer hip maken of vastgeroeste debatten openbreken.

Binnen de planetaire grenzen

De SDGs uitvoeren zullen we echter wel moeten doen in de echte wereld, niet in een gedroomde. Die echte wereld is er een met planetaire grenzen, en binnen die grenzen zal het allemaal moeten gebeuren. De SDGs zijn een politiek compromis en bevatten in die zin ook de nodige hoeveelheid wishful thinking.

‘Hoeveel woorden we ook verzinnen voor groei, de uiteindelijke graadmeter is of we de globale voetafdruk op de planeet in absolute cijfers kunnen verminderen’

Als we onszelf maar lang genoeg wijsmaken dat een voortdurende globale economische groei mogelijk is op een manier die én de landen in het Zuiden uitzicht geeft op een rechtvaardige welvaart én de levensstijl van de wereldwijde consumentenklasse niet wezenlijk in vraag stelt én de draagkracht van de planeet verbetert, dan geloven we onszelf misschien op den duur wel.

En hoeveel nieuwe woorden we ook verzinnen –duurzame groei, groene groei, kwalitatieve groei, inclusieve groei– de uiteindelijke graadmeter is of we de globale voetafdruk op de planeet in absolute cijfers kunnen verminderen. Alleen als we dat doen, is er uitzicht op een volhoudbare ontwikkeling voor alle bewoners van deze aarde, nu en in de toekomst.

Je wensen voor werkelijkheid nemen geeft een goed gevoel waarschijnlijk, en het kan je helpen om de contradicties van wat je zegt niet te moeten zien. Als je met dat besef naar de concrete formulering van de SDGs kijkt, wordt duidelijk dat een en ander een beetje wringt.

Gulzige consumenten

SDG 8 gaat als volgt: ‘Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.’ Bij de concretere invulling daarvan in targets zie je bij 8.1 staan: ‘De economische groei per capita in stand houden in overeenstemming met de nationale omstandigheden en, in het bijzonder, minstens 7 procent aangroei van het bruto binnenlands product per jaar in de minst ontwikkelde landen.’

‘In de werkelijke wereld kun je alleen meer ruimte geven aan wie minder heeft als de gulzigen ruimte vrijmaken’

Vanuit een rechtvaardigheidsperspectief is het heel logisch dat die landen uitzicht kunnen krijgen op een verhoging van hun welvaartsniveau. Dat moet evenwel gebeuren in een wereld die globaal al stevig over de planetaire grenzen gaat en waar de spelregels vaak zo zijn dat de ecologische gulzigheid van de consumentenklasse wordt gelegitimeerd.

Vertaald naar landen wil dat zeggen dat de ecologische voetafdruk van een land als het onze veel te hoog is. In de werkelijke wereld kun je alleen meer ruimte geven aan wie minder heeft als de gulzigen ruimte vrijmaken.

In target 8.4 staat er echter: ‘Tegen 2030 geleidelijk aan de wereldwijde efficiëntie, productie en consumptie van hulpbronnen verbeteren en streven naar de ontkoppeling van economische groei en achteruitgang van het milieu, volgens het 10-jarig Programmakader voor Duurzame Consumptie en Productie, waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen.’

Ecologische blinde vlek

Je ziet wel dat de rijkere landen blijkbaar het voortouw moeten nemen, wat al een goed uitgangspunt is. Het doel is echter om tegen 2030 ‘geleidelijk’ de eco-efficiëntie te verbeteren, en te ‘streven’ naar een relatieve ontkoppeling. Per eenheid product zal het ecologisch gewicht misschien dalen, de totale impact blijft echter stijgen (zij het dan misschien trager).

‘Een economie van het genoeg is dan ook een dwingende voorwaarde voor de beloften die in de SDGs vervat zitten’

Door het zogenaamde reboundeffect wordt de impact van efficiëntieverbeteringen al snel opgegeten door volumetoename (als in: we hebben een efficiëntere auto, maar we rijden er meer mee).

Alleen als er zou staan dat er een absolute ontkoppeling moet komen, een globale daling in absolute aantallen, zou je effectief meer ecologische ruimte creëren voor het gerechtvaardigde verlangen naar een hogere welvaart in die landen die nu onderaan de ladder staan. En dat staat er dus niet… Een economie van het genoeg is dan ook een dwingende voorwaarde voor de beloften die in de SDGs vervat zitten.

Als je nauwkeuriger kijkt naar de ecologische consequenties van het gewenste pad dat de optelsom is van alle SDGs, dan is er reden tot bezorgdheid. Uit de eerste analyses (via de SDG Index) van nationale scores op het geheel van de SDGs blijkt uit een recent artikel dat die landen die heel goed scoren ook net die landen zijn met een heel hoge voetafdruk. Er is dus een ecologische blinde vlek in het SDG-pakket.

Vorm van cynisme

We kunnen onszelf blijven wijsmaken dat wat vierkant is eigenlijk rond is, maar dat vergroot de kansen op een volhoudbare ontwikkeling niet voor diegenen die er het meest recht op zouden moeten hebben. De auteurs van het artikel stellen het duidelijk.

‘Fysieke beperkingen, opgelegd door planetaire grenzen, negeren is anti-armoedebestrijding. Met minder gedeelde middelen zullen personen met de laagste inkomens de financiële mogelijkheden ontberen om zich te weren tegen een gebrek aan hulpbronnen, zij het voedselprijzenshocks, natuurrampen of energie- en watertekorten [vvdr].’

Wie het goed meent met de mooie droom die in de SDGs vervat zit, mag niet blind blijven voor de genoemde contradicties. Niet willen zien wat in de feiten onmogelijk is, is de facto een vorm van cynisme.

Misschien is er een rol weggelegd voor die middenveldorganisaties die terecht enthousiast zijn over de kansen die de SDGs bieden om actief te pleiten voor inspirerende nieuwe economische modellen die uitdrukkelijk wél het streven naar rechtvaardige welvaart verbinden met de planetaire grenzen, zoals onder meer Kate Raworth doet met haar doughnut economics. Dan kan het debat over de SDGs ook een transformatief debat worden.

LEES OOK

PercyGermany (CC BY-NC-ND 2.0)
Bossen hebben talloze nuttige functies voor de mens. Bossen waar verschillende boomsoorten groeien, scoren op al deze punten nog beter, zegt een studie van Duitse onderzoekers.
Cipiota (CC BY-SA 3.0)
Het Noorse pensioenfonds, het grootste fonds ter wereld, wil af van investeringen in fossiele brandstoffen.
Joris Lauwes (CC BY 2.0)
De inrichting van steden moet een actieve levensstijl stimuleren, stelt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een nieuw rapport.
Burghard (CC0)
Milieuorganisaties zijn tevreden met het Elia-rapport over de kernuitstap in 2025.

Meest recent van Jan Mertens

© Brecht Goris
Zoveel verdriet
De herfst legt zich langzaam neer. Het mooie seizoen, met de verdwijnende kleuren, de zoekende wind en de soms felle zon. Hopelijk blijven ze, de seizoenen.
© Brecht Goris
Dingen die blijven
Gaan we alles recycleren, tot we een perfecte kringloop hebben, maar nog wel steeds evenveel plastic flesjes, vraagt MO*columnist Jan Mertens zich af.
© Brecht Goris
Ik haat mannen
Het is niet zo eenvoudig om haatmannen niet te haten. Misschien is dat besef al een goed begin.
© Brecht Goris
Pleidooi voor de imperfectie
Het is een hele geruststelling, te weten dat we in wezen imperfect en falend zijn. Het gestuntel en gestotter dat daarmee samenhangt, maakt ons mooi.