Een reus boven reus van onze letteren

Vlaanderen verliest met Jeroen Brouwers een grote vriend

© Brecht Goris

Geert Van Istendael

Geert Van Istendael wil zich niet uitputten in lofbetuigingen aan de zopas overleden schrijver Jeroen Brouwers. ‘Anderen zullen dat de komende dagen doen.’ Niet dat hij ze niet verdient: ‘Deze ongëevenaarde tovenaar van onze taal heeft recht op tenminste één standbeeld en op ettelijke straatnamen’.

Op woensdag 11 mei om vijfentwintig over vier, viel een bericht binnen van uitgeverij Atlas Contact:

Jeroen Brouwers (Batavia 1940), schrijver, polemist en essayist is vandaag… op 82-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden.

Iedereen die hem van ver of nabij kende wist dat het er zat aan te komen. Hij piepte en hijgde al een jaar of dertig. Maar kortademig of niet, hij schreef stug door, schrijven was de reden van zijn bestaan, schrijven was zijn roeping. Hij bleef die roeping zijn hele leven lang trouw. Daar moeten wij allen hem dankbaar voor zijn.

Moet ik mij uitputten in loftuitingen? Anderen zullen dat de komende dagen doen. Tom Lanoye deed het helderen waardig op 11 mei zelf, in De Afspraak. Zo hoort het. Jeroen Brouwers is een reus boven reus van onze letteren, van de Nederlandse taal, van de Nederlandse cultuur.

Hij componeerde iedere zin, en met al die zinnen componeerde hij grootse verhalen.

In 1994 bracht Luc Coorevits drie mannen samen voor een nieuw experiment. Het heette Geletterde mensen en is in de jaren daarna uitgegroeid tot een fabelachtige reeks literaire evenementen. Die eerste keer stonden Jeroen Brouwers, Benno Barnard en ikzelf op de planken. De kranten noemden ons drie heren van stand. De kunst van de voordracht wordt eindelijk alle eer aangedaan, schreven ze. Ach ja. We hebben avonden en nachten met elkaar doorgebracht, zowel op als naast het podium. We gingen voluit, onze diatribes (een literair genre uit de oudheid, red.) haakten in mekaar, we waren vanaf de eerste keer, zoals dat heet, op elkaar ingespeeld.

Telkens weer klonk voor of na de voorstelling de stem van De Mens door de zalen:

Jeroen Brouwers schrijft een boek
En hij weet hoe dat moet
Jeroen Brouwers schrijft een boek
Hij doet dat goed

Zo leerde ik Jeroen Brouwers kennen, onder de toneellampen, in foyers boven Frans brood met américain en kip curry, tijdens lange nachtelijke autoritten, Coorevits zorgde voor een uitstekende chauffeur.

Groetjes uit Brussel was me al bekend. Ik begon alles van hem te lezen waar ik de hand op kon leggen. En of De Mens gelijk had. Jeroen Brouwers wist hoe hij een boek moest schrijven, hoe hij het ene meesterwerk na het andere moest afleveren. Hij componeerde iedere zin, en met al die zinnen componeerde hij grootse verhalen. Hij heeft me eens toevertrouwd dat hij eigenlijk componist had moeten worden.

Vlamingen altegader, wat een schrijver! Hier zouden drie uitroeptekens moeten staan, kom, niet aarzelen: !!! Mulisch en Claus en Hermans waren mijn leven binnengedrongen omstreeks mijn zestiende. Naast hen rees, veel later, een vierde grootmacht op. Een mens kan nooit dankbaar genoeg zijn.

Één boek torent boven zijn hele machtige oeuvre uit: Bezonken rood. Het telt geen 488 bladzijden zoals Geheime kamers en nog veel minder 787 bladzijden zoals De zondvloed. Iets meer dan honderd bladzijden volstaan om de lezer bij de keel te grijpen, door elkaar te schudden, te verpletteren.

Het komt me voor dat onze bange, puriteinse tijden de polemiek hebben ondergeschoffeld.

Het verhaal van de kleine jongen en zijn moeder in het jappenkamp (de Japanse veroveraars stopten alle Nederlanders in concentratiekampen, Brouwers was nog een kleuter), hoe beknopt ook, heb ik af en toe opzij moeten leggen. Te wreed, die dagelijkse vernieling.

Zoiets is me nog maar twee keer overkomen. Bij Nacht, van Edgar Hilsenrath. Dat gaat over een joods getto in Roemenië, zelfde tijdvak. En bij Brouwers dus. Het kan niet verbazen dat de Franse vertaling (Rouge Décanté) de Prix Fémina étranger heeft gekregen. Brouwers deelt die grote prijs met schrijvers als J.M. Coetzee en Amos Oz. Op gelijke hoogte.

Twee aantekeningen nog.

Één.

Brouwers’ polemieken zijn legendarisch. Vlijmscherp is een te bot woord. Hilarisch. Bij vlagen aartsgemeen. De namen, de gehoonde geschriften, de literaire ruzies in Hollandse en Vlaamse borrelglazen, je bent ze allemaal allang vergeten. Maar Brouwers’ stijl, die kun je niet vergeten. Hij dwingt je naar de punt van je stoel. Hij plooit je lippen tot een grijns.

Het komt me voor dat onze bange, puriteinse tijden de polemiek hebben ondergeschoffeld. Maar als ik lusteloos een krant doorblader, valt mijn oog soms op een vilein rubriekje, een afgeleid product van een afgeleid product van de ware polemiek, en het gebeurt me weleens dat ik grijns. Goed geschreven, mevrouw, meneer, u hebt ongetwijfeld Brouwers gelezen, u hebt hem graag gelezen en u hebt zijn methode onthouden. Zitten aan de voeten van de grootmeester en diens woorden inzuigen, een aankomende auteur kan de jeugdjaren niet nuttiger besteden, zelfs als haar of zijn ambitie niet verder reikt dan de krant. Of de blog.

Twee.

Jeroen Brouwers was uiterst streng voor zijn eigen werk. Haast bovenmenselijk veeleisend. In 1964 kwam hij naar Brussel om als redacteur te werken bij de uitgeverij van Angèle Manteau. Hij redigeerde er Vlaamse auteurs en ook voor hen was hij streng. Over die jaren redactiewerk heeft Brouwers in het literaire tijdschrift Maatstaf (jaargang 24, nr. 12) eens fiks uitgehaald. Alle Vlaamse romans die hij onder ogen kreeg, waren geschreven in een kromtaal die zijn haren ten berge deed rijzen. Al die boeken moesten van a tot z worden vernederlandst, op straffe van onleesbaarheid.

Hij kende de Vlaamse literatuur grondig, veel beter dan heel wat zelfverklaarde Vlaamse literatoren. Weinig of niets ontging hem.

Lapidair schrijft hij: Vlaams auteur is lui auteur. Hij gooit het ene deprimerende, want onweerlegbare voorbeeld na het andere op de leestafel, zoals altijd gedocumenteerd tot ver achter de komma. Het Vlaamse literaire wereldje (Vlaanderen is de helft van een klein koninkrijk en bijgevolg is de literatuur er héél erg klein) barstte schier uit zijn voegen. Verontwaardiging, scheldpartijen, razernij t’allen kant. Had de brandstapel nog bestaan, Brouwers was in rook opgegaan. Uiterst zeldzaam waren de Vlamingen die het voor Brouwers opnamen. Walter van den Broeck bijvoorbeeld, hij zei zodat iedereen het goed kon horen: Brouwers is mijn vriend.

***

Brouwers hield echt van Vlaanderen. Brouwers waardeerde de onderafdeling van de Nederlandse literatuur die we Vlaams noemen werkelijk. Hij kende die literatuur grondig, veel beter dan heel wat zelfverklaarde Vlaamse literatoren. Weinig of niets ontging hem. Als hij een goed Vlaams boek ontdekte, leek zijn geestdrift niet te stuiten. Hij heeft me bijvoorbeeld in gloedvolle bewoordingen Het gevecht met de engel van Herman Teirlinck aangeprezen. Ik volg hem na. Lezer van dit kleine in memoriam, léés dat boek van Teirlinck!

Deze ongëevenaarde tovenaar van onze taal heeft recht op tenminste één standbeeld en op ettelijke straatnamen.

Ik heb altijd gevonden dat Brouwers het destijds bij het rechte eind had met zijn kritiek op de literaire gemakzucht hier te lande. Wat heb je aan vriendschap als je ware vriend je niet af en toe ongezouten de waarheid mag zeggen? Wie daar niet tegen kan is vriendschap onwaardig.

Dankzij Brouwers zijn we erop vooruitgegaan, maar nog niet genoeg. Het geëmmer over Vlaamse auteurs die te weinig in de prijzen vallen, wijst op onze hardnekkige restanten zelfbeklag en kneuterigheid.

In 1992 werd Jeroen Brouwers opgenomen in de orde van de Vlaamse Leeuw. Nogmaals, zo hoort het. Wij hebben de verdomde plicht deze oprechte vriend van Vlaanderen te eren. Wij hebben de verdomde plicht deze schitterende schrijver te eren die vele jaren onder ons heeft gewoond. Deze ongëevenaarde tovenaar van onze taal heeft recht op tenminste één standbeeld en op ettelijke straatnamen.

Duizend maal dank, Jeroen. Nee, duizend maal duizend.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.