If Jasmien Wildemeersch ruled the world

MO* bestaat 10 jaar en dat wordt gevierd met een speciale 100ste editie en met een groot feest in het Brusselse Kaaitheater op 1 december. Naar aanleiding van de festiviteiten lanceerde MO* ook de columnwedstrijd ‘If I Ruled The World’ waarbij de winnaar, aangeduid door een professionele jury, een publicatie in MO* en een Joker reischeque ter waarde van € 1000 wint. Maar we organiseren ook een publieksprijs: de bezoekers van MO.be kunnen uit de vijf beste inzendingen hun favoriet kiezen. De winnaar van de publieksprijs wint een boekenpakket van 25 boeken, samengesteld door boekhandel de Groene Waterman. Hieronder vindt u een van de genomineerde columns.

  • Lectrr Lectrr

If I ruled the world

A fahami zeggen ze me constant, A fahami. Ja, ik weet dat er famine in Niger heerst verdorie, maar wie ben ik om de hongersnood op te lossen? 3 weken werk ik nu met die Peuhl boeren en hoewel er doorgaans nogal wat afgelachen wordt, begin ik nu stilaan nerveus te worden. De water harvesting technieken zouden ze eigenlijk uit zichzelf moeten uitvoeren in de wetenschap dat hun oogst en land verbetert en toch, telkens als het einde van de dag nadert, vragen ze er geld voor met een hele uitleg en een reeks A fahami’s.  Shit, ik bal mijn vuisten, slik mijn tong in en wandel weg. Hoe valt dit ooit op te lossen? Samen vissen en geen vis geven, het klinkt mooi als ontwikkelingsfilosofie, maar het land is compleet gedegradeerd. Er is voedsel, infrastructuur noch educatie en een blanke is nu eenmaal een wandelende jackpot.

Schijnbaar onoplosbare disputen, het is de ziekte van onze tijd. Je kent ze wel, van die genant eindeloze discussies die een gezellige avond pintelieren in de weg staan, allen zeker van het grote gelijk, maar warempel lijnrecht tegenover elkaar. If I ruled the world, dan zat ik ‘s morgens aan een  ontbijt met bubbels zonder de ochtendlijke realiteitsdomper van opiniepagina’s of het vooruitzicht van open brieven en fora die bol staan van vlijmscherpe en zorgvuldig beargumenteerde, maar nooit te verzoenen en dus deprimerende meningen. Zoveel straffe meningen.

In de auto op de terugweg vraag ik aan Saadou wat A fahami nu eigenlijk letterlijk betekent. ‘A fahami’?, zegt hij, ‘Ça veut dire: Tu me comprends?’. De vloeibaarheid van mijn stoelgang die dag ten spijt, slaag ik er in mijn lachsalvo net in mijn broek niet vol te schijten en ook Saadou giert als ik hem uitleg dat ik me druk maakte om het feit dat ik de hongersnood niet kon oplossen voor heel Niger. Hilarisch, maar wat een triestig cliché, ik luisterde maar verstond hen niet. Niet dat hen verstaan het probleem had opgelost. Ze zouden uiteraard nog elk jaar met voedseltekorten geconfronteerd worden en ze zouden de technieken nog steeds moeilijk onbetaald uitvoeren, want er zouden nog altijd programma’s als Food For Work bestaan, die hen de technieken onder het mom van voedselhulp tegen betaling laten uitvoeren. Opgelost was het dus zeker niet, maar mijn bloed had die dag op zijn minst niet gekolkt van frustratie.

In mijn wereldheerschap zou ik dan ook maar 1 iets doen, aanmanen tot zelfreflectie. In een poging mijn sprankelend ontbijt te redden en de uitzichtloze schizofrenie van huidige discussies te temperen. Want die discussies worden gekenmerkt, van globaal naar persoonlijk niveau, door intolerante visies die, hun egocentrische aard ten spijt, de oorzaak van ieder probleem of tegenslag bij een ander zoeken. Een ander, de vijand, waarvan we niets verstaan en waarvoor ruimte voor inleving ondenkbaar is met frustratie tot gevolg.

De ware vijand echter, is niet die ander, maar wijzelf. Het zijn islamisten noch Amerikanen, rebellen noch despoten, ggo-wetenschappers noch ggo-activisten, verwende afgestudeerden noch verwende gepensioneerden, buren, vrienden noch lief, maar wijzelf, die met zijn allen voortdurend verkeerde keuzes maken op zoek naar genot of gemak en daarbij in eigen vel snijden. Van witte producten of voorverpakte kant en klaar maaltijden bij Delhaize en geld op de verkeerde bank tot lusteloosheid met het excuus ‘slachtoffer van het systeem’. Aan de hand van een grootschalige zelfreflectie zouden we dat misschien kunnen herkennen en met dit inzicht opnieuw juiste, doordachte keuzes maken die die automutilatie vermijden. Paul Verhaeghe zou er ons dan eloquent op wijzen dat we enkel weer voor onszelf kunnen zorgen door opnieuw voor de ander te zorgen, niet alleen omdat onze omgeving definieert wie wij zijn, maar ook omdat we ons nu eenmaal beter voelen als we iets voor een ander betekenen.

Stel je voor, dat we het doorzicht en de moed vinden genotsimpulsen te matigen om onze omgeving van drek te vrijwaren. De liefde, nu schijnbaar volatiel onder het juk van de obligate drift voor limietloze wellust, zou weer, zonder schroom en met wat beheersing, duurzaam kunnen worden.

En stel je dan voor dat we onze omgeving daardoor zo vorm geven dat in onze samenleving de expressie van het solidaire overheerst op dat van het egoïstische. Onze identiteit zou zich weer met die van de ander verweven, zodat meningen, hoewel immer pluralistisch, hun onverzoenlijk jasje zouden afwerpen. Heel misschien, omdat we elkaar verstaan, ontstaan er dan oplossingen voor het onoplosbare, maar hoedanook wordt kolkend bloed en fustratie vermeden. Er is een reden waarom de Peulh constant verifiëren of je hen wel begrijpt. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift