‘Er is een dorp nodig om in het digitale coronatijdperk een kwetsbaar kind op te voeden’

‘Dit is het ware gelaat van afstandsonderwijs in een ongelijk Vlaanderen’

De derde golf is er. De roep om de scholen te sluiten na de kerstvakantie klinkt opnieuw luider. MO*redacteur Pieter Stockmans vindt dat we eerst maatregelen moeten nemen om te garanderen dat de meest kwetsbare kinderen niet nog verder achterop raken. ‘Hoe kan je zomaar op afstandsonderwijs overschakelen als je weet dat ons Vlaamse onderwijs achterloopt op het vlak van digitalisering én koploper is in de reproductie van ongelijkheid?’

'Een radicaal voorstel: sluit de scholen tot eind januari’, zo klonk het bij sommige immunologen en onderwijsexperten. De roep om scholen te sluiten en de vakanties in te korten om achterstand in te halen, klinkt opnieuw luider.

Ook al wordt onderwijs nooit als belangrijkste motor van de epidemie vernoemd, toch zouden we een epidemiologische prijs betalen voor de mobiliteit van de twee miljoen mensen in de onderwijssector — leerlingen, leerkrachten, administratieve medewerkers.

Maar als we de scholen zouden sluiten, hoe zouden we er dan voor zorgen dat de meest kwetsbare kinderen geen prijs betalen? Hoe zouden we ervoor zorgen dat hun achterstand bij digitaal afstandsonderwijs niet nóg groter wordt? Onderwijsexperten zijn het erover eens dat dit levenslange gevolgen kan hebben. Zouden we deze keer wél beter voorbereid zijn dan tijdens de eerste lockdown, om de negatieve effecten op te vangen?

In Nederland zei minister Hugo de Jonge (CDA) uitdrukkelijk dat ze de scholen sloten om ouders thuis te houden. Zijn Vlaamse collega Ben Weyts (N-VA) was niet te vinden voor die redenering. ‘Wij gaan de scholen niet sluiten enkel en alleen omdat sommigen kinderen willen gebruiken als gevangenisbol rond de enkels van de ouders’, zei Weyts.

We horen minister Weyts niet vaak over de groeiende achterstand bij kwetsbare kinderen, maar voor hen is een sluiting van de scholen extra gevaarlijk. De mobiliteit rond de onderwijssector platleggen, is misschien wel een van de doelen van een sluiting van scholen. Maar we mogen ook nadenken over de vraag of het doel de middelen heiligt.

Verstrengbrigade

Van Dale nomineerde het woord ‘versoepelbrigade’ als kandidaat-Woord van het Jaar in Vlaanderen, met als uitleg: ‘(minachtend) degenen die, tegen de consensus in, de maatregelen voor het indijken van COVID-19 willen versoepelen’. Maar er is ook een verstrengbrigade die de effecten van een totale lockdown op kwetsbare kinderen soms lijkt de onderschatten.

In maart, bij het begin van de eerste blijf-in-uw-kotlockdown kwamen de gelijke kansen van vele kinderen in het gedrang. Zo ben ik al vijf jaar een soort buddy voor een Syrisch gezin in Leuven, sinds ik er als journalist getuige was van hoe zij voor die kansen bijna hun leven moesten geven in een rubberbootje op de Middellandse Zee.

In Syrië sloten de scholen toen de bommen te dichtbij kwamen. Ook hier gingen de scholen onverbiddelijk dicht. Het oorlogsgevoel was voor de ouders niet veraf.

Toen ze vorig jaar het kerstvuurwerk van Bokrijk zagen knallen, was de hoop van hun ouders groot. 2020 zou het jaar van de definitieve thuiskomst in België worden, na vijf jaar gevoelens van ontworteling door hun gedwongen vlucht uit Syrië.

Toen hadden ze van corona of COVID-19 nog niet gehoord. Toen wisten ze nog niet dat 2020 een klein rampjaar zou worden. Dat hun geplande tewerkstelling een heel jaar lang uitgesteld zou worden en dat de kinderen het schooljaar thuis zouden afronden.

Half maart 2020 leefde ik nog altijd in de wereld van 2019, in de overtuiging dat de bui snel zou overwaaien. Maar op 16 maart, toevallig ook het begin van de lockdown, katapulteerde COVID-19 mij zelf met een harde klap de nieuwe wereld in. De ouders maakten eten voor me klaar en kwamen het voor de deur zetten. Na een paar dagen quarantaine zaten er ook brieven en tekeningen bij, van de kinderen.

In hun land Syrië bleven scholen vaak open tot het laatste moment. Tot de bommen écht te dichtbij kwamen. Ook hier gingen ze onverbiddelijk dicht. Het oorlogsgevoel was voor de ouders niet veraf.

Het Britse blad The Economist schreef: ‘In negen op de tien rijke landen begonnen scholen een vorm van afstandsleren te organiseren, vergeleken met vier op de tien armere landen.’ Maar ook binnen de zogenaamde rijke landen kon de ongelijkheid toenemen, vreesde ik. En ik dacht aan de meisjes, Roliana en Ariana.

‘De recente gebeurtenissen hebben het belang van een sterk digitaal leerplatform nog maar eens aangetoond. In deze digitale tijd vinden wij het belangrijk om de kinderen voldoende ICT-vaardigheden aan te reiken’, schreef de school in een e-mail.

Dat klopt, maar onder toezicht van een volwassene leren kinderen online veel meer. Denk maar aan het overaanbod onzin op YouTube dat op hen afkomt. En dus: wat met kinderen van wie de ouders niet of moeilijk kunnen lezen of schrijven? Ouders zonder laptop of e-mailadres? Plots moesten alle ouders helikopterouders worden, en nauwgezet toezien op hoe hun kinderen de vele schoolopdrachten ter harte namen. Maar sommige ouders hebben niet eens wieken aan hun helikopter.

Gevolg: sommige kinderen zullen thuisonderwijs volgen met hun ouders, terwijl andere kinderen misschien achterblijven met het spelen van videospelletjes.

Aanloopleren

Ook het woord ‘aanloopleren’ verdiende een nominatie van Van Dale: ‘Via digitale hulpmiddelen nieuwe leerstof doornemen die later in de klas herhaald zal worden.’

Pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool Gent, Universiteit Leiden) trok in Knack aan de alarmbel: ‘Mensen die voor meer technologie in het onderwijs pleiten, leven dikwijls in een wereld waarin iedereen vlot overweg kan met technologie. De echte wereld is anders. Oók bij jongeren.’

De Bruyckere zei wel dat digitale tools in sommige gevallen een positief effect kunnen hebben op de leerprestaties. En dat we, in naam van de gelijkheid, andere leerlingen die extra kansen niet kunnen ontnemen. Dat klopt zeker, maar een absolute voorwaarde voor mij is wel, dat deze crisis ervoor moet zorgen dat iedereen toegang krijgt tot digitaal onderwijs.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Hoe kan je immers zomaar op digitaal afstandsonderwijs overschakelen als je weet dat ons Vlaamse onderwijs achter loopt op het vlak van digitalisering, zoals bleek uit een Pano-reportage, én koploper is in de reproductie van ongelijkheid? Een gevaarlijke combinatie.

Onderwijseconoom Kristof De Witte (KULeuven) zei het met zoveel woorden in datzelfde interview: ‘Voor kinderen en jongeren uit kansarme gezinnen zal deze crisis voor een haast onmogelijk in te halen leerachterstand zorgen. Ons onderwijs is al een koploper in de reproductie van ongelijkheid.’

Ik was tegelijkertijd gealarmeerd én sceptisch over de stelligheid waarmee De Witte dat poneerde. Maar ik moest niet panikeren, las ik in een breed gedeeld bericht op sociale media: ‘Wanneer we elkaar weer zien, zet ik jullie kinderen terug op de rails. Wat ik nu echter niet in de hand heb, is het welbevinden van uw kind. Er zijn geen kinderen voorop, er zijn geen kinderen achterop. Jullie kinderen zijn precies waar ze moeten zijn. Met veel liefde, alle leerkrachten wereldwijd.’

Precies waar ze moeten zijn? Thuis? Overweldigd door alle digitale opdrachten? Met ouders die zo graag willen helpen, maar niet kunnen? Zonder leerkracht in de buurt om bij te sturen? Als je weet wat sommige kinderen moesten opofferen voor een toekomst, ben je realistischer dan dit ongebreidelde internetmeme-optimisme.

Ik had meer oor naar de wetenschappelijke studies die stelden dat zelfs korte onderbrekingen, door de opvoedingskloof, levenslange effecten kunnen hebben bij de meest kwetsbare kinderen.

Elk kind een laptop

Er was nog altijd maar één laptop in huis, dus konden de meisjes nooit samen schoolwerk maken. De school werkte hard om voor alle leerlingen een laptop ter beschikking te stellen. Op 31 maart – na amper twee weken lockdown, het leek een eeuwigheid – kregen de meisjes een extra laptop van de school.

Dit was een verwezenlijking van Samen Onderwijs Maken (SOM), een netwerk dat de krachten van Stad Leuven en Leuvense onderwijsinstellingen bundelt om ervoor te zorgen dat elk kind met gelijke kansen opgroeit. Via het nieuwe platform Leuven Leert lanceerde SOM een oproep naar bedrijven en particulieren om laptops te verzamelen.

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts beloofde om voor elke leerling vanaf het vijfde leerjaar een laptop te voorzien. Dat is een goede zaak, ook al is er blijkbaar slecht gecommuniceerd over hoe de laptops gefinancierd zullen worden. Maar daarmee is de kous niet af. Het is niet omdat elke leerling een laptop heeft dat hij of zij ook automatisch weet hoe die te gebruiken. ‘Het is een mythe dat digital natives allemaal digitaal geletterd zijn’, liet pedagoog Pedro De Bruyckere nog optekenen in Knack.

De digitale weekschema’s op Google Classroom, met de vele codes en paswoorden, en doorverwijzingen naar thuiswerkbundels, babbelmomenten, YouTube video’s en instructievideo’s, educatieve websites zoals Xnapda en Scoodle Play, leerboeken, losse oefenbladen, blogs en een keuzebord met creatieve opdrachten: ze waren zelfs voor mij overweldigend.

Het was een ongelooflijke puzzel die de leerkrachten van Roliana en Ariana elke week opnieuw met de grootste nauwkeurigheid moesten leggen. Ik had er bewondering voor, ook al waren ze op maat geschreven van opgeleide ouders.

Hoe zou dit overkomen op de kinderen als er niemand in de buurt is om hen de vele nieuwigheden tenminste één keer uit te leggen en hen op weg te helpen? Maar ze stonden er alleen voor, want ik zat nog in quarantaine. Dus deed ik het allemaal via WhatsApp met de kinderen. Afstandsleren in het kwadraat, zou je kunnen zeggen. Zo zag ik hun computerscherm door een scherm van een smartphone via WhatsApp.

Toch klonk er een onzekerheidsgevoel door in de e-mail die Roliana naar haar juf stuurde: ‘Hallo juf, thuis werken is moeilijker dan op school. Als ik iets niet snap, moet ik de telefoon pakken en bellen naar Pieter. Ik mis mijn klasgenootjes en vriendinnen. En natuurlijk jou. Hoe gaat het met jou, juf? Dikke knuffel.’

Het Leuvense stadsbestuur was zich hiervan bewust. Kinderen van kwetsbare ouders kunnen begeleiding krijgen van een buddy.

Na een paar weken kreeg ik zo de hulp van Rosalie, een meisje uit de buurt en vrijwilliger bij Leuven Leert. Zij stond me gedurende twee weken bij tot er een oplossing van de school kwam. De meisjes maakten op anderhalve meter afstand kennis met Rosalie, buiten op het voetpad voor hun deur, waarop ze met krijt de namen van hun beste vrienden en vriendinnen hadden geschreven. De rest van de begeleiding verliep, opnieuw, via WhatsApp.

Ontwikkeling op pauze

Op 1 april zag ik hun ernstige gezichten op WhatsApp-video verschijnen. ‘Mama ligt in het ziekenhuis met corona.’ Na een paar seconden barstten ze in schaterlachen uit. Aprilgrap! Ikzelf had het coronabeest inmiddels helemaal bedwongen, en mocht uit quarantaine.

Maar toch kon ik nog niet bij de kinderen langsgaan. Hun papa behoort tot een risicogroep. Hij wilde het zekere voor het onzekere nemen en geen bezoek ontvangen. Ook de thuiswerkbundels van de meisjes moesten na mijn aanraking, om ze na te kijken, eerst een tijd blijven liggen om eventuele sporen van het virus erop te laten verdwijnen. Maar de kinderen hadden die bundels onmiddellijk nodig om verder te werken. Dus stuurde uiteindelijk niemand bij als de kinderen fouten maakten.

Hoe zelfstandig kinderen ook leren werken, de motiverende factor van de aanwezigheid van een leerkracht mogen we niet onderschatten.

Dat gaf een onveilig gevoel. Dat, en het feit dat de kinderen het moeilijk hadden om het overzicht te bewaren zonder de structuur die de schoolomgeving hen normaal biedt. Doordat ons schoolsysteem er niet sterk op gericht is om kinderen zelfstandig te laten werken, leek het plots alsof de grond onder hun voeten was verdwenen. Dus maakte ik grote posters met een dagindeling, om de structuur van een schooldag na te bootsen.

Maar hoe zelfstandig kinderen ook leren werken, de motiverende factor van de aanwezigheid van een leerkracht mogen we niet onderschatten. Bijvoorbeeld bij het lezen. Een van de meisjes heeft een leesachterstand. En ik las opnieuw in The Economist: ‘Een bezorgdheid tijdens een sluiting is dat de leesachterstand groter wordt. De neerwaartse spiraal die gepaard gaat met vroege leesmoeilijkheden staat vast: als kinderen achterop raken, kunnen ze gedemotiveerd raken en gaan ze nog minder lezen, waardoor ze nog verder achterop raken.’

Ze volgt begeleiding bij een logopediste, maar ook die begeleiding stopte. Haar ontwikkeling werd op pauze gezet, maar de tijd tikte verder zoals de metronoom tijdens haar pianolessen.

Digitaal muziekonderwijs

Ook de pianoleraar was via WhatsApp beginnen lesgeven. Ariana moest dan weer filmpjes maken terwijl ze de liedjes speelde die haar vioollerares haar stuurde. En voor hun juf van notenleer moesten ze filmpjes maken van zangoefeningen. Met telkens een deadline, die we nooit haalden.

Deze leerkrachten leverden een mooie inspanning. Iedereen probeerde dit schooljaar te redden, en dat was fantastisch om te zien. Maar dat de kinderen blijvend geëvalueerd werden op de uitvoering van alle thuisopdrachten — het zou mee bepalen of de kinderen geslaagd waren en mochten overgaan naar het volgende jaar — creëerde veel stress. Want opnieuw: wat met kinderen in moeilijke thuisomstandigheden?

In een kruiswoordraadsel de Italiaanse muziektermen invullen – decrescendo, piano, mezzo forte – was dus niet zomaar een spelletje. Ik riep de hulp in van mijn broer Jasper, zelf een pianist. Maar het is niet goed dat de educatieve rol op andere schouders dan die van professionele leerkrachten komt te liggen. Wij kunnen niet hetzelfde gezag uitoefenen over de kinderen als een leerkracht in een klaslokaal.

De meisjes raakten op den duur gefrustreerd, kwaad, verdrietig en onzeker omdat het niet lukte. En ik werd bezorgd dat dit hun zelfbeeld zou ondermijnen. Jasper, tevens stresscoach en psycholoog, stuurde me een tekst van een van zijn collega’s: ‘De leerplannen zijn niet het belangrijkste nu. Onze kinderen hebben verbinding nodig. Met andere kinderen maar vooral ook met zichzelf. Daar heb je menselijkheid voor nodig, en ruimte voor wat er écht leeft diep van binnen.’

Ruimte hadden we niet. We waren voortdurend druk met alle opdrachten. Jasper schreef me toen: ‘Het wordt duidelijk dat economie en prestatie nog altijd belangrijker zijn dan verbinding. Maar in z’n stressvolle situatie is het belangrijker dat kinderen zich goed voelen. In tijden waarin kinderen emotionele schade kunnen oplopen, alles toch krampachtig laten blijven draaien. Wat is dat voor een boodschap om aan kinderen mee te geven?’

Hij had gelijk. Ik spreek over verbinding om de kinderen te helpen aanklampen bij onze bestaande systemen, hij spreekt over een nieuwe verbinding, een radicale ommezwaai van onze economie.

Hoestschaamte

Een dag later was ik oefeningen aan het verbeteren met Roliana. Plots begon ze te huilen, zomaar vanuit het niets. Uiteindelijk had het met angst te maken, dat ze niet zou mee kunnen met de rest. Het thuisonderwijs legde een grote druk op haar. Maar we konden het ons niet veroorloven haar ermee met rust te laten. Als het systeem iets van de kinderen verlangt, zullen ze erin moeten meedraaien om hun gelijke kansen te verzilveren.

Dat een tekening van Ariana het schopte tot het Instagramkanaal van de tekenacademie was wel een opsteker om trots op te zijn. En er waren zeker genoeg mooie, grappige momenten, bijvoorbeeld toen de meisjes de noten van French Cancan moesten meezingen met een video van de juf notenleer op piano. Hilarische taferelen.

Ik speelde met het idee om de begeleiding via raambezoek te doen, maar dat leek me al te gek. Dus begon ik terug langs te gaan. We zaten buiten op de binnenkoer schoolwerk te maken, met schoolboeken, boekentassen en laptop in de aprilse ochtendzon. Elk kind om de beurt. Bij elk kuchje stak mijn hoestschaamte de kop op. Ik droeg een mondmasker en zelfs medische handschoenen om de schoolboeken vast te nemen. Zoals het boek ‘Matilda’ dat Ariana las. Een plastic hand op de pagina over Mevrouw Bulstronk.

Het waren gekke tijden die ik nooit zal vergeten. Maar die ik toch liever niet zou herhalen. De kinderen konden steeds beter overweg met alle digitale hulpmiddelen, maar het bleef belastend en mijn werk begon eronder te lijden.

De oplossing van de school kwam juist op tijd. Vanaf nu konden kinderen uit kwetsbare thuissituaties drie voormiddagen per week in een klaslokaal op school begeleiding krijgen van een buddy. In de juiste setting, correct afgebakend, zodat thuis weer thuis kon worden en school school. Het waren heus geen clandestiene lessen op school, maar een noodzakelijke maatregel waarvoor de ouders de school erg dankbaar waren. De communicatie met de school was hartverwarmend, omdat eruit sprak dat ze zich bewust waren van het probleem en actief naar een oplossing hadden gezocht.

Coronawandelingen, vakantie en vrijheid

De hele blijf-in-uw-kot-lockdown was een periode vol paradoxen, vol verbroken contact, maar ook vol nieuwe verbindingen. Net toen ik coronamoe dreigde te worden, begreep ik dat de weggevallen verplichtingen voor de ouders en de kinderen tóch ruimte creëerden om een nieuwe vrijheid te ontdekken: wandelen, in de vrije natuur, bijna elke dag.

We trokken op coronawandeling naar de ijsjeshoeve, de geitjes en de paarden op de Trolieberg, door de graanvelden en de bossen van Pellenberg, naar de Minnebron in Heverleebos. Picknicken in de natuur, met de vriendinnetjes, weg van alles. Zoveel maanden later lijken het herinneringen aan een paradijselijke tijd.

Het schooljaar liep op zijn einde, zonder dat iemand hun oefeningen had verbeterd. Dat de meeste leerstof volgend schooljaar zou herhaald worden, stelde niet helemaal gerust. Maar nu was het vooral grote vakantie, en tijd voor kinderen om vrij te zijn en te spelen.

Opnieuw stonden er mensen op om voor lichtpuntjes te zorgen. Buurvrouw Betty stelde haar vakantiehuisje in Nieuwpoort ter beschikking. De school zorgde voor hun inschrijving bij de speelpleinwerking van Kessel-Lo. Het OCMW betaalde een bezoek aan de feeërieke Grotten van Han terug. De papa van hun beste vriendinnetjes nam hen mee op sleeptouw naar een boerderijcamping in het Nederlandse Cadzand, waar ze prachtige fietstochten deden, in badpak door straten en duinen struinden, en pizza, frieten en ijsjes op het strand aten.

Met hun neefjes en nichtjes uit Duitsland deden ze de Heilige Belgische Tweevuldigheid aan: de zee en d’Ardennen, met een barbecue aan de Amblève. En Camping Corona in de tuin van mijn ouders: tenten, kampvuur, marshmallows, dutten onder de sterrenhemel in een tuin versierd met lichtjes, met enkel het getsjirp van de krekels. Het was net een echte vakantie. Toen werden alle zorgen en spanningen van de voorbije maanden even losgelaten.

Zeker na zo’n veeleisende maanden op school zijn lange vakanties belangrijk voor kinderen, om los te komen, om te spelen en zorgeloos vrij te zijn, om zich op te laden voor de komende schoolmaanden. Als we discussiëren over het verlengen van de kerstvakantie in lockdown en het inkorten van de zomervakantie in vrijheid zouden we hier ook eens aan mogen denken.

Een écht radicaal voorstel

In september mochten ze weer naar school, hun klasgenootjes terugzien! Dat was een groot moment. Twee maanden later begon de Vandenbroucke-lockdown, maar gelukkig konden de lagere scholen open blijven. Hoe lang nog?

We kunnen geen sprong in het onbekende wagen zolang problemen niet opgelost zijn. We spelen met de toekomst van onze kinderen.

Vorige week noemde immunoloog Hans-Willem Snoeck zijn voorstel om de scholen te sluiten ‘radicaal’, OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme herhaalde het met pijn in het hart. Maar dit is nog eens een écht radicaal voorstel: als je de scholen sluit, verzeker dan op voorhand dat alle kinderen die daar nood aan hebben, een buddy krijgen die volledig beschikbaar is. Zodat er geen ongelijkheid en achterstand kan ontstaan bij digitaal thuisonderwijs.

De scholen hebben wonderen verricht om het onderwijs en de gelijke kansen van álle kinderen veilig te stellen, ook al waren zij zelf overweldigd door de moeilijke situatie. Zoveel mensen hebben grote en kleinere inspanningen gedaan, en allemaal waren ze onmisbare stukjes in de grotere puzzel van de levens van deze kinderen tijdens het coronajaar 2020. Maar nu is het tijd voor structurele oplossingen voor problemen bij digitaal afstandsonderwijs.

Vrijwilligers kunnen geen lapmiddel zijn. We kunnen geen sprong in het onbekende wagen zolang structurele problemen niet opgelost zijn. We spelen immers met de toekomst van onze kinderen. Want er mag dan wel een dorp nodig zijn om een kind op te voeden, dat dorp is vandaag de hele samenleving. Een warme samenleving die iedereen in de armen sluit, en een beleid dat écht werk maakt van de belofte van de duurzame ontwikkelingsdoelen: laat niemand achter.

Ides Nicaise (doctor in de economische wetenschappen aan de KU Leuven) en Jan Masschelein (diensthoofd van de onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving aan de KU Leuven) geven in dit interessante gesprek een aanzet voor structurele oplossingen voor problemen bij digitaal afstandsonderwijs.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur