Wat heet realisme als het over klimaatontwrichting gaat?

Beste minister-president: ons klimaatbeleid moet méér zijn dan het hoogst haalbare


© Yves Herman / Reuters

Vlaams minister-president Geert Bourgeois

Op de valreep werd er gisteren in de commissie volksgezondheid en leefmilieu van het federale parlement een resolutie goedgekeurd die de klimaatambities van België opschroeft en meer in lijn brengt met het Verdrag van Parijs en het laatste IPCC-rapport.

Tegen 2030 zou Europa de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent moeten verminderen en tegen 2050 zou datzelfde Europa klimaatneutraal moeten zijn. Die laatste doelstelling schuift ook de Europese commissie naar voor. Om die te bereiken is het noodzakelijk dat het huidige streefdoel van -40 procent tegen 2030 wordt aangescherpt. Tot hier de cijfers.

Een partij onthield zich bij de stemming. De N-VA. Het is een constante de voorbije weken, maanden en jaren. Of het nu op Vlaams of op federaal niveau is. Iedere aanscherping van doelstellingen botst op een halsstarrige tegenkanting van de Vlaams-nationalisten. De uitleg is steeds dezelfde. Men wil klimaatrealist zijn.

Dat klinkt natuurlijk goed en bijzonder rationeel. Maar wat heet realisme als het over klimaatontwrichting gaat?

Vijsjes draaien

Het rapport over 1,5 graad dat begin oktober verscheen, is in die zin duidelijk: geen van de engagementen die momenteel op tafel ligt, is voldoende om de gemiddelde temperatuurstijging onder de 2 graden te houden. Het realisme van ieder klimaatbeleid is dat er meer, veel meer nodig is.

Het enige realistische kader van het klimaatbeleid is wat de wetenschap uitlijnt, niet wat de energie-intensieve industrie verlangt dat de werkelijkheid is.

Het realisme van deze Vlaamse regering is precies het omgekeerde.

Men hoopt met minder inspanningen zo veel mogelijk te bereiken. Door aan een vijsje links en rechts te draaien, door mensen te verleiden om hun auto te laten staan en voor een kapot bespaard openbaar vervoer te kiezen, door koeien pillen te geven die de methaangasproductie onderdrukken in plaats van de veestapel af te bouwen, door de levensduur van aftandse kerncentrales te rekken omdat de energie-intensieve industrie zijn goedkope elektriciteit niet kwijt wil, door over circulaire economie te praten en te brainstormen in plaats van die wettelijk te verankeren.

Het enige realistische kader van het klimaatbeleid is wat de wetenschap uitlijnt, niet wat de energie-intensieve industrie verlangt dat de werkelijkheid is.

Trouwens, een industrietak die een beetje vooruit denkt, weet dat ze haar processen nu moet heruitvinden. Tenzij er natuurlijk een overheid is die steeds weer buigt voor de verzuchtingen dat dit moeilijk, ingewikkeld, duur en concurrentieel zwaar is. Dan gebeurt er niets van wat nodig is, op wat cosmetische ingreepjes na die vaak nog eens flink gesubsidieerd worden.

Het hoogst haalbare

Framing, noemde de minister-president het toen hij erop aangesproken werd. De artikelen die op basis van verslagen van vergaderingen aantoonden hoe Vlaanderen, en meer bepaald de N-VA, op de rem staat als klimaatambities verhoogd moeten worden. Het was allemaal framing. Het was onheus en onkies om te twijfelen aan het klimaatengagement van de minister-president.

We hoeven er inderdaad niet aan te twijfelen, een blik op de cijfers zegt genoeg. Tegen 2020 moet Vlaanderen 15,7 procent minder broeikasgassen uitstoten in vergelijking met 1990. Sinds 2005 is de uitstoot met 0,4 procent gedaald. In het allernieuwste Vlaamse Klimaatbeleidsplan 2021-2030 staat zelfs geen grafiek meer bij de cijfers om de schande van de nauwelijks dalende lijn te verhullen. Minister Schauvliege heeft al aangegeven dat een afname van 5 procent in 2020 het hoogst haalbare is.

Het hoogst haalbare, voor meer wil deze Vlaamse regering niet gaan.

Voor klimaatbeleid neemt men blijkbaar genoegen met minder dan een zesjescultuur.

Als het over onderwijs gaat, haalt de minister-president graag zijn neus op voor de verfoeilijke invloed van de zesjescultuur. Maar voor klimaatbeleid neemt hij blijkbaar genoegen met minder dan diezelfde zesjescultuur. Opnieuw klinkt het dat we vooral realistisch moeten zijn.

Het doet me allemaal wat denken aan een student die zich inschrijft voor de opleiding astrofysica omdat hij sterren wel leuk vindt, maar na een blik op de dikte van de cursussen en de lengte van de formules zucht dat het allemaal nogal ingewikkeld en moeilijk en veel is. Een student die op een examen zegt dat het verwerken van zo veel leerstof op zo’n korte tijd toch niet realistisch is, krijgt niet eens te horen dat hij in september mag terugkomen. Die hoeft voortaan helemaal niet meer te komen.

Met engagement en goede bedoelingen alleen komen we er duidelijk niet. Er is een ambitieus en rechtvaardig beleid nodig. Een dat de lasten en de lusten gelijk verdeelt, tussen gezinnen, kleine en grote bedrijven. Het gaat bijvoorbeeld niet op dat de grootste kosten van de energietransitie opgehoest worden door gezinnen en kleine bedrijven terwijl energie-intensieve sectoren zonder veel gewetensproblemen de rekening op de rest van de samenleving afschuiven.

Meer lucht, minder zitvlees

Telkens weer hamert deze minister-president erop dat klimaatbeleid niet gratis is, dat het veel kost. Wat ik niet begrijp is waarom het hem nooit lukt om het over de voordelen van een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid te hebben? Waarom onderstreept hij niet hoe dat ons schone lucht oplevert? Meer groen en natuur om ons heen? Jobs in sectoren die niet groeien ten koste van de natuurlijke omgeving, die niet extractief zijn, maar die net zoeken hoe ze binnen productiesystemen kringlopen kunnen sluiten? Volwaardige jobs ook, waarbij men niet als loonslaven in sorteercentra brol uit China verpakt? Dat het ons beter en gezonder voedsel oplevert, een betere conditie omdat we meer zullen fietsen dan dat we zitvlees kweken op onze verwarmde autozetels in de file?

Het vervelende is dat natuurverschijnselen zich bitter weinig aantrekken van de menselijke voorliefde voor sluitende begrotingen.

Als je steeds weer herhaalt dat klimaatbeleid duur is, dan toon je ook hoe ver je bereid bent te gaan in je engagement. Het moet boekhoudkundig kloppen. Het vervelende is dat natuurverschijnselen zich bitter weinig aantrekken van de menselijke voorliefde voor sluitende begrotingen.

Neem de droogte die nog steeds aanhoudt. Wat is de keuze? Ieder jaar tot rampjaar uitroepen met dito schadevergoedingen? Of resoluut inzetten op waterbesparing, op ontharden, op het vasthouden van water en op een ander, meer argro-ecologisch landbouwsysteem? Tegenover de hoge maatschappelijke kost van een gebrek aan doortastend beleid staat het hoge maatschappelijke voordeel van een beleid met visie.

Nog even over die permanente drang tot het tot op de cijfer na de komma doorrekenen van mogelijke maatregelen en investeringen. Denkt deze generatie politici werkelijk dat Kennedy toen hij in 1962 aankondigde dat de Amerikanen een man op de maan zouden zetten, dat allemaal al doorgerekend had? Mocht hij de kostprijs gekend hebben, dan had men nooit een raket gebouwd. Ondertussen vinden we het schijnbaar normaal om miljarden euro’s uit te geven aan het onderzoek naar buitenaards leven waarvan we niet weten of het bestaat, maar zeuren we wel altijd over de mogelijke meerkost van de bescherming van al het leven dat bestaat?

Ondertussen vinden we het schijnbaar normaal om miljarden euro’s uit te geven aan het onderzoek naar buitenaards leven waarvan we niet weten of het bestaat, maar zeuren we wel altijd over de mogelijke meerkost van de bescherming van al het leven dat bestaat?

Kennedy deed wat hij noodzakelijk achtte. Hij zette een stip op de horizon om mensen mee te krijgen.

In Vlaanderen gebeurt steeds vaker het omgekeerde. Mensen die zich engageren in energiecoöperaties, in het delen van (elektrische) fietsen en auto’s of in het telen en eten van plantaardig voedsel van hier zijn de stippen aan de horizon die politici stelselmatig weigeren te zien. Omdat ze zich blindstaren op hun rekenmachine en omdat ze vooral oog en oor hebben voor sectoren die zich gespecialiseerd hebben in het vertragen en uitstellen van iedere noodzakelijke omschakeling. De meestribbelaar regeert.

Klimaatbeleid is de maanlanding van onze generatie. Het vergt een totale omschakeling van onze mobiliteit, onze productiesystemen, onze consumptiepatronen, ons voedselsysteem. Ja, dat is overweldigend. Maar ook een geweldig schone uitdaging. Er staat een mooiere, gezondere wereld voor iedereen en al het leven op het spel.

Want er is slechts een zaak echt onbetaalbaar. En dat zijn de koralen, insecten, diersoorten, gletsjers, ijsvlaktes en andere natuurlijke wonderen en verschijnselen die nooit meer terugkomen eens ze verdwenen zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's
  • In december stapten 75.000 deelnemers op in de klimaatmars. Steeds meer jongeren nemen deel aan het spijbelprotest. De stemmen voor het klimaat worden steeds luider en talrijker.