Alleen inclusieve besluitvorming kan garanties geven op rechtvaardige oplossingen

Zonder klimaatambitie kan Belgische regering niets gaan doen in New York

Annika Haas (EU2017EE) (CC BY 2.0)

De Belgische regering kan een kleine bijdrage leveren om haar eigen klimaatdoelstellingen te halen. Op 23 september organiseert VN-secretaris-generaal Antonio Guterres een bijzondere klimaattop in New York. Hij vraagt concrete en haalbare plannen om de vrijwillige doelstellingen die na het Akkoord van Parijs ingediend werden ambitieuzer te maken. De wereld moet zo tegen 2030 minstens 45 procent minder broeikasgassen uitstoten en tegen 2050 aan netto nul uitstoot geraken.

De kans dat een nieuwe Belgische regering de ambitie zou hebben om voluit te gaan voor een fundamentele en rechtvaardige klimaattransitie lijkt vandaag nog kleiner dan nul.

Guterres wil geen rondje vrome wensen, maar plannen die deel uitmaken van een volledige transitie van onze economieën in lijn met de duurzame ontwikkelingsdoelen en de afspraken die in Parijs gemaakt werden (1,5°C opwarming, onder andere). De concrete voorstellen moeten op grote schaal toepasbaar zijn, participatief uitgewerkt, ze mogen de ongelijkheid in de wereld of binnen landen niet aanwakkeren, ze moeten nieuwe kansen creëren voor wie de negatieve gevolgen van die transitie voelt, en vrouwen moeten mee aan het stuur van die transitie zitten. Want alleen inclusieve besluitvorming kan garanties geven op rechtvaardige oplossingen.

De lat ligt hoog, en dus was de verwachting dat een regering-in-lopende-zaken zich bescheiden op de achtergrond zou houden. Zeker omdat de voorbije vijf jaar al zo weinig ambitie getoond werd om voluit te gaan voor een fundamentele en rechtvaardige klimaattransitie. Keer op keer moesten we vaststellen dat België niet thuis gaf als andere rijke landen de doelstellingen aanscherpten. En telkens opnieuw werd vastgesteld dat we allesbehalve op weg zijn om zelfs de reeds aangegane klimaatafspraken te halen.

Op basis van het rapport van de voorbije regeerperiode, en omdat er zelfs geen poging gedaan werd het parlement om een nieuw en ambitieuzer klimaatengagement te vragen, is de spijtige, maar onvermijdelijke conclusie: er hoeft geen Belgische delegatie naar die VN-klimaattop in New York. Alweer een vliegreis of vijf uitgespaard. Tot daar de Belgische bijdrage.

Maar dat is buiten Charles Michel gerekend. Hij heeft de reglementaire drie minuten spreektijd gekregen en zal, als we naar de ervaringen van het verleden kijken, zijn kans niet missen om in New York indruk te maken. En als hij niet alle concrete, berekende en grootschalige maatregelen die zijn aflopende regering nog gaat uitvoeren voorgesteld krijgt op drie minuten, dan heeft hij donderdag voor de Algemene Vergadering nog een tweede kans om dat aan te vullen. Maar zelfs als Michel de wereld én de Belgen zou verbazen met gedurfd klimaatbeleid, dan blijft de kans erg klein dat de politieke meerderheid van de noordelijke regio uit zijn land ook maar een spaander daarvan zal heel laten in het parlement — op dit moment het enige echte machtscentrum in het koninkrijk.

De N-VA, bijvoorbeeld, liet in het kader van haar startnota voor de vorming van een Vlaamse regering alvast weten géén ambitieuzere doelstellingen te willen aangaan. In de plaats daarvan ‘gaan we het komend decennium voluit voor het effectief realiseren van de aangegane engagementen’, stelt de N-VA-nota. Dat zou zeker een enorme sprong voorwaarts zijn in vergelijking met het beleid dat de Vlaamse en de Belgische regeringen de voorbije vijf jaar gevoerd hebben. In die periode zorgden met name N-VA-kabinetten voor stilstand of telkens nieuwe bezwaren.

Dat klimaatactivisten allesbehalve gerustgesteld zijn met de belofte om straks te doen wat gisteren belet werd, heeft ook te maken met het feit dat die, in wezen conservatieve, ambitie nog in dezelfde zin gespecifieerd en versmald wordt door de woorden: ‘… en het versnellen van innovatie die daartoe de sleutel vormt.’ Geen kwaad woord over innovatie, maar klimaatambities gelijkstellen met “innovatie” is kortzichtig, slecht geïnformeerd en misschien zelfs kwaadwillig.

‘Er is een kleine groep mensen die alles in het werk stelt om ervoor te zorgen dat we nooit zullen doen wat nodig is, namelijk het businessmodel van de fossiele industrie onderuithalen.’

Tijdens een podcastinterview dat ik eind augustus deed met Youth4Climate-boegbeeld Anuna De Wever, vroeg ik welke prioriteit zij op tafel zou leggen, indien ze uitgenodigd zou worden voor een gesprek met de Vlaamse of de federale regeringsonderhandelaars. Haar antwoord was duidelijk: ‘De klimaatwet. Dat is de basis om een ambitieus beleid uit te bouwen. Je ziet dat landen met een klimaatwet ook echt betere resultaten halen en dichter bij de doelstellingen komen.’ Alleen: zoveel politieke uitnodigingen er waren voor de verkiezingen, zo stil is het nu. De klimaatjongeren leggen zich echter niet neer bij de klimaatapathie van de politieke wereld en organiseren – wereldwijd – een Global Climate Strike op 20 september.

Een van de organisaties die de mondiale beweging van klimaatjongeren ondersteunt, is 350.org. Tine Hens sprak voor onlangs met oprichter en bezieler Bill McKibben. ‘Mensen zijn absoluut bereid iets te doen tegen klimaatverandering’, zegt McKibben. Alleen: ‘Er is een kleine groep mensen die met handen en voeten gebonden is aan de fossiele industrie, die alles in het werk stelt om ervoor te zorgen dat we nooit zullen doen wat nodig is, namelijk hun businessmodel onderuithalen. Het tijdperk van olie, gas en steenkool is voorbij. Punt.’ Indien de Belgische regering – in lopende zaken of nieuw verkozen – die vaststelling had omgezet in beleid, had ze met opgeheven hoofd naar New York kunnen gaan, met een bijdrage die heel erg welkom zou zijn.

Een eerdere versie van dit commentaar verscheen als Voorwoord in MO*magazine van september 2019.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur