Zetten arbitragezaken de democratie buitenspel?

DP World versus Kingdom of Belgium: waar staan we nu?

Zondag organiseren Burgerinitiatieven TTIP- en CETA vrije gemeenten in Borgerhout een bijeenkomst rond de arbitragezaak die containerbedrijf DP World opstartte tegen België. Hun vraag: waarover gaat deze procedure? Maar ook: hoe verzoen je zo veel geheimhouding met democratische principes? Want bijna drie maanden nadat MO* hierover schreef, is het gebrek aan transparantie nog even groot.

public domain (CC0)

 

‘Beste minister, kan u een stand van zaken geven over de arbitragezaak tussen DP World en het koninkrijk België?’ De schriftelijke vraag die parlementslid Dirk Van der Maelen (SP.A) op 7 december 2017 in Commissie nr. 22398 aan minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders richtte, bestond uit vijf delen. Van der Maelen wilde weten waarover de zaak tussen het containerbedrijf en de Belgische staat gaat, maar ook – dat was punt vijf – welk bedrag DP World precies eist.

In zijn antwoord gaf Reynders details vrij die tot dan vermoedens waren, maar nooit bevestigd werden: het geschil gaat over een beslissing van 12 mei 2014, waarbij het Antwerpse Havenbedrijf een gedeelte van de concessie op Deurganckdok die DP World beheert, toewees aan directe concurrenten MSC en Maersk. 40 hectaren die DP World voorlopig niet gebruikte, werden ter beschikking gesteld aan beide bedrijven die samen opereren als MPET.

In de onderhandelingen die daarop volgden, kreeg DP World uiteindelijk 4 hectaren terug. Maar interessanter was de clausule die in de overeenkomst zat: de bruikleen gold voor zeven jaar. In 2014 hoopte men dat tegen 2021 het Saeftinghedok klaar zou zijn en er bijkomende stapelplaatsen zouden zijn waarop alle gegadigde containerbedrijven hun containers konden stockeren of op andere schepen overhevelen. Drie jaar later is het bijzonder onwaarschijnlijk dat er in 2021 een gloednieuw dok zal zijn.

Trok DP World naar Washington omdat het vreest dat het zijn concessie binnen de zeven jaar niet terugkrijgt? Of wordt deze arbitragezaak gebruikt als drukkingsmiddel om de beslissing rond de havenuitbreiding te versnellen en meer nog, te plooien volgens de wensen van een containerbedrijf?

In zijn antwoord raakte Reynders niet aan mogelijke achterliggende beweegredenen. Hij gaf een summiere opsomming van feiten. Volgens de officiële lezing van de gebeurtenissen vindt DP World dat het schade heeft opgelopen door de beslissing van 12 mei 2014, een beslissing die het bedrijf aanvankelijk mee goedkeurde en nu om onduidelijke redenen toch aanvecht via een internationaal arbitragehof waartegen geen beroep mogelijk is. Reynders wees er op dat het Vlaamse gewest en de federale overheid de voorbije maanden contact hadden met vertegenwoordigers van DP World om te proberen buiten de internationale arbitrage tot een overeenkomst te komen. Een schikking zonder procedure. ‘Dit bleek niet mogelijk te zijn’, aldus de minister. Er is, zo bevestigt ook minister-president Geert Bourgeois niet onderhandeld om tot een regeling te komen.

Arbitragezaken kosten altijd geld. In het geval van de gedagvaarde stad: belastinggeld.

Punt vijf van de vraag van Van der Maelen, die naar de kostprijs, wimpelde Reynders in algemene en vage woorden af. ‘De kostprijs hangt van parameters af die nu nog niet in detail kunnen worden ingeschat.’ Wat de minister niet zei, maar wat wel officieel geweten is, is dat zo’n zaak gemiddeld 9 miljoen euro kost. En dat de verliezende partij opdraait voor de procedurekosten, maar dat het nooit een nuloperatie is voor de winnende partij. Arbitragezaken kosten altijd geld. In het geval van de gedagvaarde stad: belastinggeld.

Verder reikt de officiële communicatie over deze arbitragezaak niet. Ondertussen zijn er vooral omstandigheden en gebeurtenissen die misschien meer dan zo maar toevallig samenlopen.

Wat bijvoorbeeld te denken van het ‘negende alternatief’ dat minister van mobiliteit Ben Weyts op 1 februari 2018 plots op tafel smeet en waarbij hij zijn voorkeur uitsprak voor een Saeftinghedok-light als uitweg voor de havenuitbreiding? Een artikel in de Gazet van Antwerpen rekende netjes uit dat met zo’n light versie van het Saeftinghedok veel vliegen in één klap geslagen worden: het conglomeraat van MPET kan dan stapelruimte krijgen op het verlengde Deurganckdok en op de Zuidkant van Saeftinghe; DP World kan zonder problemen zijn concessie terug in gebruik nemen en nog wat ruimte bij krijgen op het gedempte Noordelijk Insteekdok. Bovendien kan zo’n light versie op termijn uitgroeien tot een volwaardige versie. Doel is dan toch al van de kaart geveegd.

Met zijn onbesproken alternatief sneed Weyts niet alleen het moeizaam opgestarte overlegproces tussen alle partijen de pas af, het zogenaamde ‘complexe projecten-overleg’, hij pakte onderhandelaars die moeizaam hadden geschuurd en geschaafd aan verschillende voorstellen vooral in snelheid.

Waarom?

Op de vraag of de arbitragezaak die DP World aanspande, iets met deze versnelling te maken heeft, luidt het antwoord van Bourgeois opnieuw kort en krachtig. ‘Over het gerucht dat dit een drukkingsmiddel is? Die indruk hebben wij niet.’

Het volstaat een blik te werpen op de kaart van de Antwerpse haven om te weten dat dit in theorie misschien zo mag zijn, maar dat in de praktijk een arbitragezaak de druk verhoogt om de schup van het Saeftinghedok in de grond te planten. Maatschappelijk relevante vragen als: hoe verzoen je een verdere havenuitbreiding met klimaatambities? Waar eindigt de groei van een haven? Is samenwerking met andere havens niet zinvoller dan die permanente uitbaggering en omvorming van de eigen ruimte? En wat met de langetermijn plannen van al die containerbedrijven? Welke garanties staan er tegenover de investeringen?

Bedrijven spannen dit soort arbitragezaken al lang niet meer aan om ze te winnen, wel om te wegen op maatschappelijk belangrijke beslissingen.

Vragen die echt van belang zijn, verdwijnen daarbij op het tweede of derde plan. Dat is het perfide gevolg van dit soort arbitragezaken. Bedrijven spannen ze al lang niet meer aan om ze te winnen, wel om te wegen op maatschappelijk belangrijke beslissingen. Er is een naam voor: het “chilling”-effect.

De belangen van multinationale bedrijven kunnen zwaarder doorwegen in beslissingsprocessen. Officieel omdat die bedrijven ons in jobs voorzien. Officieus omdat ze bij mogelijke kinken in de kabel naar een internationaal arbitragehof kunnen stappen. Of ermee dreigen dat te doen. Een arbitragehof waar enkel zij een zaak kunnen aanspannen. Of zoals Alfred de Zayas het formuleert als VN-expert voor de promotie van een democratische en rechtvaardige internationale orde: ‘Dit soort arbitragezaken stelt de rechten van bedrijven boven mensenrechten. De effecten zijn vernietigend’.

Ondertussen probeert Europa deze eenzijdige arbitrage te vervangen door ICS of het Investment Court System. Ook in zijn antwoord spreekt Reynders zich uit als voorstander van dit hervormde arbitragesysteem. ICS zou volgens hem het voordeel hebben dat het transparanter wordt en ook toegankelijk zal zijn voor KMO’s.

Volgens sommigen is de ontwikkeling van ICS een bewijs dat de Europese commissie de bezorgdheden die zo’n drie miljoen Europese burgers uitdrukten over CETA en TTIP ernstig neemt. Critici noemen het de grote marketingtruc of niet meer dan een cosmetische ingreep. Terwijl het bijvoorbeeld de selectieprocedure van arbiters hervormt, verandert het niets aan de kern van de zaak: nog steeds zullen bedrijven toegang hebben tot een rechtbank die voor niemand anders toegankelijk is.

De Duitse bond van rechters was snoeihard in zijn kritiek: ‘Noch de voorgestelde procedure voor de aanduiding van rechters van het ICS noch hun positie komen tegemoet aan de internationale eisen voor de onafhankelijheid van rechtbanken.’

Ondertussen circuleert er al een naam voor ICS: de zombie ISDS. Niet gelanceerd door een ngo of actiegroep, maar door Gus van Harten van de Osgoode Hall Law School in Canada, een man die al jaren het internationaal investeringsrecht bestudeert.

public domain (CC0)

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's