​Geloof jij nog in ontwikkelingssamenwerking?

Geloof jij nog in ontwikkelingssamenwerking, na al die jaren? De vraag kwam helemaal aan het einde van veertien dagen vol gesprekken over ontwikkeling en bezoeken aan initiatieven die de woorden in daden proberen om te zetten. En dus was de vraag, in al haar veralgemenende eenvoud, moeilijker te beantwoorden dan ooit.

  • CC Trevor Samson / World Bank (CC BY-NC-ND 2.0) CC Trevor Samson / World Bank (CC BY-NC-ND 2.0)

Gie Goris

MO*redactie
Hoofdredacteur, Azië, religie & conflict
6 september 2017

Ik reisde twee weken door Zuid-Afrika, Malawi en Mozambique, samen met een Vlaamse delegatie onder leiding van minister-president Geert Bourgeois. We zagen hoe voedseloverschotten verwerkt werden tot hoogwaardig compost. Uitstekend uitgeruste, en ook wel minder goed ogende gezondheidsposten. Moeders, meisjes en adolescenten die voorlichting en begeleiding kregen over hun seksuele gezondheid. Boeren die hun maïsoogst verdubbelden door ze te combineren met het telen van bomen. Hamsterratten die tbc opsporen, callcenters die boeren in afgelegen gebieden bijstaan en sociale ondernemers die van maatschappelijke problemen economische kansen en sociale vooruitgang maken.

‘Elke ontwikkelingsinterventie in een arme gemeenschap zorgt voor conflicten’

Stuk voor stuk boeiende projecten die op het eerste gezicht ook het belang en de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking aantonen. Maar omdat de karavaan van zo’n bezoek altijd in beweging is, was er geen tijd om lang genoeg met de mensen te praten of om de doeltreffendheid, de eerlijke verdeling, laat staan de duurzaamheid van elk initiatief te beoordelen.

De West-Kaapse premier Helen Zille zegt terecht: ‘Elke ontwikkelingsinterventie in een arme gemeenschap zorgt voor conflicten: over wie toegang krijgt tot deze middelen en dus over de vraag wiens extreme armoede het eerst aangepakt wordt. Dat maakt van het plannen en uitvoeren van zulke projecten een bijzonder complexe aangelegenheid.’ Ik voeg daar aan toe: ook het beoordelen van een samenwerkingsbeleid doe je niet op basis van een snel bezoek.

Ontwikkeling vraagt een sterke overheid

Of ontwikkelingssamenwerking haar belofte kan waarmaken, hangt niet alleen af van de inzet van boeren, ondernemers en mensenrechtenverdedigers – ook al is die inzet onmisbaar en hartverwarmend. Wat uiteindelijk het verschil maakt, is het beleid van de eigen overheid.

Een land zonder overheid maakt geen kans op sociale vooruitgang, hoe veerkrachtig de bevolking ook is

Het Congo-katern in het herfstnummer van MO* doet die vaststelling op oorverdovende wijze: een land zonder overheid, of in dit geval een land met een overheid die zich gedraagt als een roofdier, maakt geen kans op sociale vooruitgang, hoe veerkrachtig de bevolking ook is of hoe innovatief en ondernemend de niet-gouvernementele organisaties ook zijn.

Ontwikkelingssamenwerking is er niet om de gaten te dichten die slecht bestuur creëert, maar moet alle mogelijkheden benutten om de overheid zelf krachtiger, effectiever en rechtvaardiger te maken. Daarom is het goed nieuws dat de Vlaamse regering opnieuw investeert in het overheidsfonds voor gezondheidszorg in Mozambique. Veel donoren haakten af omdat de Mozambikaanse staat verwikkeld raakte in een enorm fraudeschandaal, ook al blijkt de gezondheidssector en het Prosaude-fonds daar helemaal niet bij betrokken te zijn. Het getuigt van koelbloedigheid en langetermijnvisie dat Vlaanderen de eerder gekozen lijn aanhoudt, in tegenstelling tot onder andere Nederland.

Ook de donor-overheid moet coherent en consequent zijn

Gelooft de Vlaamse regering genoeg in het recht op ontwikkeling en in haar eigen ontwikkelingsbeleid om er meer dan de symbolische bedragen van vandaag in te investeren?

Nog opvallender was de lezing die Bourgeois hield aan de Universiteit van Pretoria. Voor een publiek uit heel Afrika bepleitte de Vlaamse minister-president daar het recht op ontwikkeling, een concept dat door de rijke landen al dertig jaar op een veilige afstand gehouden wordt. ‘Het is heel erg belangrijk dat iemand als de Vlaamse minister-president het belang van het recht op ontwikkeling toelicht en verdedigt’, zei een studente uit Oeganda na de lezing. Een collega uit Kameroen knikte. ‘Het recht op ontwikkeling blijft veel te vaak onbesproken, zeker als het over ontwikkelingssamenwerking gaat. Dan zijn de donorlanden vooral bezorgd over hun eigen prioriteiten, niet om de verbintenissen die ze zijn aangegaan.’

Bourgeois stelde tijdens de lezing overigens dat ‘de noodzaak om beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling na te streven steeds belangrijker wordt’. Dat is een opdracht voor zijn eigen regering waaraan we hem graag zullen herinneren.

Op de vraag of ik nog in ontwikkelingssamenwerking geloof, zou ik willen antwoorden met een retorische tegenvraag. Gelooft de Vlaamse regering genoeg in het recht op ontwikkeling en in haar eigen ontwikkelingsbeleid om er meer dan de symbolische bedragen van vandaag in te investeren? Een goed beleid verdient immers echte investeringen.

Het geloof in de bedrijfswereld

De vele gesprekken over de Vlaamse ontwikkelnigssamenwerking maakten overigens duidelijk dat die inhoudelijk niet zo ver af ligt van de Belgische. Minister-president Bourgeois vindt –weliswaar niet als regeringsleider, maar “als N-VA’er”- dat de beleidsbevoegdheid voor Ontwikkelingssamenwerking best volledig weggehaald wordt bij de federale staat en toegewezen zou worden aan de gemeenschappe. Toch lopen zijn prioriteiten en die van federale minister opvallend parallel: mensenrechten, met een sterke nadruk op vrouwenrechten, prioriteit voor de zwaksten en armsten, en een groot geloof in de ontwikkelingskracht van bedrijven en ondernemers.

Officiële ontwikkelingshulp is veruit ontoereikend om alle minimumdoelstellingen van de sdg’s te halen, en sowieso al lang niet meer de voornaamste geldstroom tussen Noord en Zuid.

Geert Bourgeois en Alexander De Croo behoren natuurlijk beiden tot politieke partijen die hun economische visie funderen op liberale principes, vrijemarktdenken, kortom: op de overtuiging dat kapitalisme ontwikkeling is. Het is alleen al daarom niet vreemd dat ze beiden naar de privésector kijken als ministers die bevoegd zijn voor Ontwikkelingssamenwerking. Ze zijn bovendien niet alleen: de mantra dat duurzame ontwikkeling voor iedereen alleen mogelijk is als privékapitaal volop ingeschakeld wordt, is sinds enkele jaren te horen op zowat elke internationale conferentie en te lezen in elk zowal elk internationaal rapport over ontwikkeling of duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s).

De basis voor die focus op de bedrijfswereld ligt niet in de praktijk van bedrijven en ondernemers, want die blijft grotendeels gedreven door de financiële bottom line – zeker als het over de grote spelers gaat. Het vertrekt allemaal van het argument dat officiële ontwikkelingshulp veruit ontoereikend is om alle minimumdoelstellingen van de sdg’s te halen, en sowieso al lang niet meer de voornaamste geldstroom tussen Noord en Zuid uitmaakt.

Achim Steiner, toen nog hoofd van de VN-Milieu-organisatie en vandaag hoofd van de VN-ontwikkelingsorganisatie zei in 2015: ‘Wat er nu gebeurt, is in feite het gebruiken van een breedhoeklens, terwijl we vroeger met een telelens inzoomden op ontwikkelingshulp. Het belang van privékapitaal in de economische ontwikkeling is niet nieuw, het wordt vandaag alleen ook in beeld gebracht bij de discussies over ontwikkeling. In de meeste landen is het overheidsbudget slechts goed voor 15 tot 25 procent van de nationale economie. Onze economieën zijn dus grotendeels gebaseerd op investeringen en activiteiten die in privéhanden zijn.’

Ondernemerschap vervangt ontwikkeling niet

Het belang van bedrijven in de economie staat buiten kijf. Of dat ook betekent dat duurzame ontwikkeling bij hen in goede handen is, moet nog blijken. In elk geval is het onverstandig om te veel ruimte te maken voor ondernemers en bedrijven bij het formuleren van overheidsbeleid en politieke keuzes, want de logica van het heersende kapitalisme gaat niet vanzelf overhellen naar het langetermijnwelzijn van iedereen en van de aarde – en dan drukken we ons zacht uit.

‘Succesvol ondernemerschap vervangt ontwikkeling niet – het is er eerder een product van.’

Maar omdat het altijd beter is te weten wat zowel vriend als vijand denkt, kocht ik tijdens de reis in zuidelijk Afrika het augustus/septembernummer van African Business. Tot mijn vreugde zag ik op de laatste bladzijde een redactioneel standpunt dat mij uit het hart gegrepen is. Onder de titel Ondernemerschap vervangt ontwikkeling niet, schrijft de redactie onder andere: ‘De opwinding [over het bezoek van de Chinese internetondernemer Jack Ma aan Kenia] toont een groeiende obsessie met ondernemerschap in Afrika, gevoed door een mondiaal verhaal dat wortelt in het succes van de technologiegiganten van Silicon Valley. Afrikaanse startups worden door de media vaak voorgesteld als een vitueel wondermiddel voor de ontwikkelingsuitdagingen van het continent. Alles, van onderwijs, werkloosheid en ontoereikende infrastructuur, tot financiële inclusie en landbouw, lijkt opgelost te kunnen worden met een ondernemende houding.Wat we nodig hebben is innovatie, vastberadenheid en, meestal, een app.’

De slotzinnen van het African Business standpunt moeten ingekaderd worden en anno 2017 boven het bureau gehangen van iedereen die professioneel met ontwikkelingssamenwerking bezig is: ‘In werkelijkheid, en dit geldt zowel in ontwikkelde als ontwikkelende naties, wil de meerderheid van de mensen gewoon werkzekerheid. Succesvol ondernemerschap vervangt ontwikkeling niet – het is er eerder een product van.’

Meer uit het dossier Vlaanderen in Zuidelijk Afrika

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)
MO* sprak over sociaal ondernemen, waardig werk en goed bestuur met de Zuid-Afrikaanse minister van Handel en Industrie, Ebrahim Patel.
CC Neil Palmer / CIAT (CC BY-NC-SA 2.0)
Het belang van internationale samenwerking en ontwikkelingsfinanciering is erg groot in Malawi: bijna 40 procent van het overheidsbudget is afhankelijk van buitenlandse hulp.
CC Gie Goris (CC BY NA-NC 2.0)
Malawi is geen land voor techneuten.
(c) Stefan Mohl
Vlaams minister-president Geert Bourgeois is ook verantwoordelijk voor Buitenland Beleid en Ontwikkelingssamenwerking.

Meest recent van Gie Goris

CC IOM (CC BY-NC-NA 2.0)
De belangrijkste opdracht voor 2018: een wereldwijd verdrag over migratie
Binnen de Verenigde Naties wordt gewerkt aan twee nieuwe, mondiale verdragen: eentje over vluchtelingen, en ander over migranten.
CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)
‘De stad leeft in haar publieke ruimte -soms als ontmoeting, soms als conflict’
MO* sprak met Joan Clos, directeur van UN Habitat, over het belang van steden en openbare ruimte voor migranten.
© Marco Delogu
Jhumpa Lahiri: ‘In een eentalig universum bekijk je de wereld door één oog. Je mist perspectief.’
Als kind voelde Jhumpa Lahiri zich vaak een soort alien, zowel in Rhode Island als in Calcutta, de twee polen in haar leven.
2 miljoen gastarbeiders in Qatar profiteren van conflict met Saoedi-Arabië
Vorige week sloten Qatar en de Internationale Arbeidsorganisatie een akkoord af waardoor de 2 miljoen migrantenarbeiders in de kleine Golfstaat eindelijk rechten en betere werkomstandigheden krijge