Door participatie te organiseren, kan het klimaatbeleid diepgaander, socialer en meer gedragen worden

Klimaatintendant kan Vlaanderen koploper in klimaatbeleid maken

© Pieter Stockmans

 

Het voorstel van Manu Claeys van de Antwerpse burgerbeweging StRaten-generaal om een klimaatintendant aan te duiden, om zo ons klimaatbeleid een ferme impuls te geven, riep nogal wat reacties op. CD&V en VLD zetten meteen de deur op een kier. Minister-president Geert Bourgeois daarentegen, vond het geen goed idee.

Bourgeois had zeker gelijk dat er een verschil is tussen Oosterweel – waar ook een intendant werd aangesteld – en het klimaatdossier. Niet zozeer omdat, zoals Bourgeois beweert, er geen tegenstellingen zijn in het klimaatdossier, want die zijn er wel. (Inderdaad, alle politici in functie, behalve misschien de burgemeester van Middelkerke, willen een klimaatbeleid maar over het hoe zijn er wel degelijk meningsverschillen.)

Klimaat is veel breder dan Oosterweel

Het onderscheid met het Oosterweeldossier zit hem vooral in het feit dat de klimaatkwestie veel breder is dan de Antwerpse verkeersknoop. Eigenlijk beslaat het klimaatdossier zowat alle aspecten van het Vlaamse beleid: milieu uiteraard, ruimtelijke ordening, mobiliteit, buitenlandse betrekkingen (welke duit doen we in het Europese en globale klimaatzakje?), begroting, energie, landbouw …

Vragen om een klimaatintendant is vragen om de samenleving te betrekken bij zowat elk aspect van het Vlaamse beleid.

Zelfs de zachtere departementen zoals onderwijs en cultuur doen er goed aan om in te spelen op klimaat, niet alleen door hun infrastructuur klimaatneutraal te maken, maar ook door hun “publiek” voor te bereiden op deze grootste uitdaging van onze tijd. Dat doen vele betrokkenen overigens nu al van harte. Uiteraard is er ook een heel belangrijke sociale dimensie aan het klimaatbeleid: worden de kosten eerlijk verdeeld?

Vragen om een klimaatintendant is dus vragen om de samenleving te betrekken bij zowat elk aspect van het Vlaamse beleid. Dat zou een interessante en uitdagende verdieping van onze democratie zijn, maar de Vlaamse minister-president leek daar niet enthousiast over en wees op het primaat van de verkozen politiek.

Participatie leidt wellicht tot verdieping

Wat wellicht ook meespeelt, is dat het betrekken van de Vlamingen, en hun organisaties, bij het beleid ertoe zou kunnen leiden dat de lat hoger wordt gelegd. Dat bleek ook uit Bourgeois’ reactie: ‘Het moet betaalbaar blijven, we mogen onze bedrijven hier niet wegjagen.’ Waarheden als koeien maar ze geven aan waar de minister-president voor vreest. Ook in het Oosterweeldossier heeft het ruimer betrekken van de burger(organisatie)s geleid tot een bredere aanpak die de hele mobiliteit wil veranderen, en bijvoorbeeld de auto zal terugdringen als vervoersmodus.

Het klimaatprobleem is zo dringend dat we wijsheid en energie van het hele volk nodig hebben.

Het lijdt weinig twijfel dat het betrekken van het levendige klimaatmiddenveld in zijn diverse verschijningsvormen zou leiden tot een diepgaander klimaatbeleid dan wat nu voorligt. En een beleid dat in grotere mate uitgaat van wat van onderuit komt aan ideeën en engagement. Naar het motto: vraag niet alleen wat het klimaatbeleid voor u kan doen, maar ook wat u voor het klimaatbeleid kan doen. Dat is terecht en noodzakelijk want de klimaatuitdaging is zo diepgaand en veelzijdig dat iedereen die kan en wil bijdragen – op welk niveau dan ook — best ook die kans krijgt. Zo dringend ook dat we de wijsheid en energie van het hele volk nodig hebben – al was het maar om ervoor te zorgen dat het klimaatbeleid rechtvaardig is en geen gele hesjes achterlaat.

Benut de kracht van het Vlaamse verenigingsleven

Vlaanderen heeft al eeuwen een rijk verenigingsleven. Dat is in de klimaatkwestie niet anders. Het zou spijtig zijn die kracht niet te gebruiken. Als we als laaggelegen en dichtbevolkte regio een koploper willen worden inzake klimaatbeleid is dat een Vlaamse manier om het te doen. Zo heeft het Vlaamse middenveld al jaren een “transitienetwerk” dat nadenkt over een rechtvaardige transitie. Vlaanderen telt intussen liefst zestien energiecoöperaties die ervaring hebben met een participatief energiebeleid dat lasten en lusten beter wil verdelen. Het zou betreurenswaardig zijn mocht een Vlaams-nationalistische minister-president weigeren de dialoog met zijn burgers over de belangrijkste uitdaging van deze tijd aan te gaan. 

Het onderscheid tussen experts en burgerorganisaties is overigens niet absoluut. Burgerorganisaties zijn immers vaak expert in het betrekken van hun achterban en het genereren van sociale dynamieken.

Politiek: regisseur en uiteindelijke beslisser

Maar om al die ideeën en praktijken te benutten en in dezelfde richting te laten gaan, is democratie 2.0. nodig. Politici zullen zich daarbij eerder opstellen als de regisseur van het gebeuren die niet langer alle wijsheid in pacht hebben, maar hun experts, ambtenaren en burger(organisatie)s bevragen en betrekken, om zo samen een beter en meer gedragen beleid uit te tekenen. Door consensus te zoeken en te vinden waar dat moeilijk is.

De dialoog aangaan, betekent niet dat de politiek niet meer beslist, wel dat hij gedragener kan beslissen.

Neem kernenergie, momenteel een nogal omstreden thema. Het zou erg spijtig zijn indien het klimaatbeleid in de komende verkiezingstijd verengd zou worden tot de vraag of de kerncentrales in 2025 of enkele jaren later dicht moeten. Dat wordt hoe dan ook maar een klein deel van het te voeren energiebeleid. In het spel van de polariserende partijpolitiek dreigt dat evenwel alle aandacht naar zich toe te trekken. Als alle betrokkenen – politici, experts en burgerorganisaties — in het kader van een diepgaande dialoog, een werkbank zoals Claeys dat noemt, en zonder dat er constant camera’s bij zijn, met elkaar aan tafel gaan zitten, kan je hierrond makkelijker een pragmatisch compromis sluiten. En dan voor de rest voluit gaan voor een energiebeleid van de toekomst.

Het vergt moed van politici om de begane paden te verlaten en dat avontuurlijke gesprek aan te gaan, maar het ontslaat hen, anders minister-president Bourgeois lijkt te suggereren, niet van hun verantwoordelijkheid. De ministers blijven de beslissingen nemen — maar ze zullen meer gedragen en rijker zijn — en het parlement moet ze nog steeds goedkeuren. 

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De Vlaamse bouwmeester is gevraagd door het jonge volk

Vraag is tevens hoe de Vlaamse bouwmeester, Leo Van Broeck, die van bij zijn aantreden zijn opdracht ruim en eigentijds heeft ingevuld, zich in deze zal opstellen. Hij werd door de klimaatspijbelaars aangezocht om te werken aan klimaatvoorstellen. Hij reageerde positief op de vraag van het jonge volk. Die vraag is natuurlijk niet hetzelfde als het formeel aanstellen van een intendant, maar je kan je moeilijk voorstellen dat de bouwmeester die vraag van het volk, zonder de participatie van dat volk, van de burgers en hun organisaties, zal willen waarmaken. Het zal natuurlijk nooit de brede dialoog worden die een heuse klimaatintendant zou kunnen organiseren, maar de bouwmeester kan wel het gesprek aangaan met een aantal organisaties. Ideeën en draagvlak zoekend.

Wat zou er gebeuren indien de Vlaamse bouwmeester met voorstellen komt die gedragen zijn door Vlaamse participerende burgers en die voorlegt aan zijn ‘baas’, de minister-president? Voorwaar een boeiende vraag. En het antwoord is wellicht dat er zich een interessante dynamiek zal ontwikkelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur