Journalisten Maria Ressa en Dmitry Moeratov krijgen vandaag de Nobelprijs voor de Vrede

‘Nobelprijs heeft pas impact als er aandacht gaat naar alle vormen van censuur tegen vrije media’

M.G.N. - Marcel ON OF (CC BY-NC-ND 2.0)

Gie Goris: ‘Vaak gaat het niet eens om pogingen om een concrete rechtszaak te winnen, maar om strategische intimidatie.’

De Nobelprijs voor Vrede wordt vandaag uitgereikt aan de journalisten Maria Ressa en Dmitry Moeratov. Slechts twee namen noemen riskeert veel andere journalistieke initiatieven én vormen van repressie onzichtbaar te maken, schrijft Gie Goris. ‘Tenzij onafhankelijke media doen waar ze goed in zijn: de waarheid onthullen, lastige vragen stellen, oplossingen tonen. Daarom noem ik alvast enkele extra namen.’

Uon Chhin en Yeang Sothearin. Stavroula Poulimeni en Katarzyna Włodkowska. Siddique Kappan en Sajad Gul: deze journalisten uit Cambodja, Griekenland, Polen en India zijn geen bekende namen, maar ze verdienen internationale zichtbaarheid.

Ik begin dit stuk met hun namen, omdat de Nobelprijs pas echt impact krijgt als er mondiale aandacht komt voor de talrijke vormen van lokale en nationale censuur tegen vrije media.

Dat de Filipijnse Maria Ressa en Rus Dmitry Moeratov erkenning krijgen, is fantastisch, maar tegelijk zijn hun inspanningen en ervaringen niet meer dan exemplarisch. Dat was in elk geval de conclusie van een webinar (zie onderaan) over het belang van vrije media en het recht op informatie vorige week, waaraan journalisten en media-activisten uit Cambodja, India, Thailand, Pakistan en Europa deelnamen. De 6 namen hierboven zijn hun suggesties.

‘Vrije, onafhankelijke en op feiten gebaseerde journalistiek biedt bescherming biedt tegen machtsmisbruik, leugens en oorlogspropaganda’

Ook het Nobelprijscomité argumenteert zijn keuze niet enkel op basis van het uitzonderlijke werk van de twee laureaten. ‘Vrije, onafhankelijke en op feiten gebaseerde journalistiek biedt bescherming tegen machtsmisbruik, leugens en oorlogspropaganda’, stond in de bekendmaking van de Nobelprijs. ‘Zonder vrijheid van meningsuiting en zonder persvrijheid is het moeilijk om landen met elkaar te verzoenen, de wereld te ontwapenen en een betere wereldorde tot stand te brengen.’

Die stelling is zeker waar, maar verwoordt nauwelijks de kern van het werk van talloze journalisten die wereldwijd onder vuur liggen. Of beter: het comité doet duidelijk een poging om het belang van onafhankelijke media en kritische journalistiek te kaderen binnen de opdracht die Alfred Nobel gaf aan de Prijs.

Journalisten zijn in realiteit minder gefocust op de mondiale impact van hun werk, ze mikken eerder op het lokale effect van waarheidsvinding en onderzoek. En de autocraten aller landen nemen onafhankelijke journalistiek niet zozeer onder vuur omdat ze de wereldvrede dient, maar omdat ze de lokale leugens en onderdrukking onbarmhartig aan het licht brengt.

Bekijk hier de toespraak van Maria Ressa tijdens de uitreiking van de Nobelprijs.

Als de waarheid laster wordt

Terwijl Maria Ressa deze week onderweg was van Manilla naar Oslo voor de Nobelprijsceremonie, werd in de Filipijnen journalist Jess Malabanan doodgeschoten. Hij was mee verantwoordelijk voor een groot Reuters-onderzoek naar drugshandel in 2018 en werd sindsdien bedreigd.

Ressa zelf kreeg, samen met 6 andere media-collega’s, deze week een nieuwe “laster”aanklacht aan haar broek van de Filipijnse minister van Energie, Alfonso Cusi. De aanleiding voor deze rechtszaak tegen 7 media is een verslag van een rechtszaak tegen het ministerie over mogelijke belangenvermenging. Die zaak is openbaar en het artikel op Rappler, de nieuwssite die Maria Ressa runt, bevatten reacties van het ministerie en van Cusi zelf. Toch zou de verslaggeving volgens de minister neerkomen op laster en eerroof.

Zowel overheden als bedrijven gebruiken het gerecht om journalistiek aan te vallen, als strategische intimidatie.

Het is moeilijk om nét voor de uitreiking van de Nobelprijs een beter voorbeeld te vinden van de meest voorkomende strategie om onafhankelijke media de mond te snoeren. Zowel nationale als lagere overheden, als bedrijven en economisch machtige individuen gebruiken in toenemende mate het gerecht om journalistiek aan te vallen.

Vaak gaat het daarbij niet eens om pogingen om een concrete rechtszaak te winnen, maar om strategische intimidatie. Zeker kleine, onafhankelijke media kunnen zich moeilijk dure en langlopende rechtszaken permitteren, maar zelfs voor grote en gevestigde media hangt de voortdurende dreiging op dagvaardingen en processen als een zwaard van Damocles boven het hoofd.

Mondiale tendens, lokale vormen

De Cambodjaanse journalisten Uon Chhin en Yeang Sothearin hadden niet eens meer een medium om hen te verdedigen. Ze werkten voor Radio Free Asia, tot die zender de deuren sloot als gevolg van het repressieve klimaat en de voortdurende pesterijen tegen zijn journalisten. Cchin en Sothearin zetten vervolgens een eigen bedrijfje op voor huwelijksreportages en karaokevideo’s.

Twee maanden later werden ze gearresteerd op beschuldiging van spionage voor een vreemde mogendheid. Een jaar later werd daar de beschuldiging van pornografie aan toegevoegd. Ze kwamen pas half 2018 vrij op borgtocht, waarbij hun paspoorten werden ingetrokken. Eind 2020 blijft de rechtbank aandringen op nieuw onderzoek naar de niet onderbouwde beschuldigingen en blijven de journalisten gebroodroofd.

De misdaad van Poulimeni? Hij bracht verslag uit over een rechtszaak.

Stavroula Poulimeni van de Griekse onafhankelijke nieuwssite Alterthess haalde zich de woede van Efstathios Lialios, een van de bazen van de mijnbouwfirma Hellas Gold, op de hals. Lialios eist een vergoeding van 100.000 euro voor het schenden van zijn goede naam.

De misdaad van Poulimeni? Hij bracht verslag uit over een rechtszaak waarin twee topmensen van Hellas Gold veroordeeld werden voor langdurige en systematische vervuiling van de lokale rivier in Helkadiki. Het betwiste artikel verscheen in oktober 2020, de dagvaarding arriveerde nadat een Hof van Beroep de veroordeling bevestigde in oktober 2021.

Katarzyna Włodkowska van de Poolse kwaliteitskrant Gazeta Wyborcza wordt aangeklaagd door de overheid zelf, omdat ze weigert de bron van haar verhaal bekend te maken. De zaak is vervelend voor de nationalistische PiS-regering, omdat een moordzaak op de liberale burgemeester van Gdansk door die regering afgedaan werd als een gewelddaad door een psychisch gestoorde man, terwijl het onder zoek van Włodkowska aantoont dat het om moord met voorbedachte rade gaat, en dat de verdachte zelf gerust is dat hij snel zal vrijkomen.

Chiranuch Premchaiporn is geen journaliste, maar richtte wel de onafhankelijke nieuwssite Prachatai op in Thailand. Het loutere feit dat Prachatai bericht over studentenprotest waarin ook een hervorming van de monarchie geëist wordt, leverde haar een beschuldiging van majesteitsschennis op – in principe strafbaar met gevangenisstraf tot 50 jaar. De jongste jaren is het aantal van dergelijke klachten echter zo snel toegenomen, dat het gewicht ervan stilaan afneemt – hoopt ze.

Siddique Kappan is een journalist uit de Indiase deelstaat Uttar Pradesh, die bestuurd wordt door de hindoenationalistische partij BJP van nationaal premier Narendra Modi. De politie arresteerde hem en zette hem gevangen op basis van onhoudbare terrorismebeschuldigingen, waarbij in eerste instantie ook ontkend werd dat hij echt een journalist was – ondanks meer dan een decennium staat van dienst. Wat hem op dit moment ten laste wordt gelegd, is niet meer of minder dan de beschuldiging dat journalistiek een crimineel vergrijp is.

Wat Kappan op dit moment ten laste wordt gelegd, is niet meer of minder dan de beschuldiging dat journalistiek een crimineel vergrijp is.

Hij bericht namelijk over de situatie van de moslimminderheid in de vaak agressief hindoenationalistische deelstaat: dat is voldoende voor de politie om hem te beschuldigen van het bewust aanstoken van communautaire haat en geweld. ‘Tijdens rellen de naam van minderheden noemen en berichten over gebeurtenissen die hen aangaan, kan gevoelens opwekken’, stelt de inbeschuldigingstelling cryptisch. ‘Verantwoordelijke journalisten doen niet aan dergelijke communautaire verslaggeving.’

Volgens Samar Halarnkar op de onafhankelijke website Scroll.in bedreigt de zaak tegen Kappan elke journalist, en uiteindelijk elke Indiase burger die zich niet inpast in de overtuiging en de belangen van het dominante hindoenationalisme.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Één wereld, één trend

India is een democratie met een lange staat van dienst. Polen en Griekenland hebben minder jaren democratie op de teller, maar behoren tot de Europese Unie die internationaal vaandeldrager wil zijn van mensenrechten en rechtsstaat. Cambodja heeft nauwelijks ervaring met onafhankelijke justitie en zag de schaarse onafhankelijke media verdwijnen door verkoop en intimidatie.

De Filipijnen genoten drie decennia lang van vrijheid van meningsuiting, ontembare middenveldorganisaties en talloze media tot de bevolking in 2016 koos voor een autoritaire leider. En Thailand heeft het wereldrecord staatsgrepen sinds de constitutionele monarchie en de parlementaire democratie er de absolute monarchie verving.

Kortom: de geschiedenissen verschillen vaak meer dan de huidige ervaringen. Bijna overal staat het recht op een vrije en onafhankelijke pers onder druk, en bijna overal worden rechtbanken en wetten ingeschakeld om grondwetten en fundamentele vrijheden te ondergraven.

De slinger van kleine, onafhankelijke media

Daarbij mag het opvallend genoemd worden dat de echte voorhoede voor het vrijwaren van die rechten op heel veel plaatsen gevormd wordt door kleine, onafhankelijke onlinemedia. Het is vaak David tegen Goliath.

Rappler in de Filipijnen is daar een voorbeeld van, maar ook Alterthess in Griekenland, Prachatai in Thailand, The Wire in India, Novaya Gazeta (Moeratovs krant in Rusland) of dichter bij huis Apache en MO*.

Iedereen kent de strategie van bouwpromotoren om Apache het zwijgen op te leggen door voortdurend nieuwe klachten met absurde eisen neer te leggen. Ook MO* moest ooit meer dan 10 jaar procederen tegen George Forrest omdat we hem – met goede redenen blijkt opnieuw uit het recente Congo Hold-Up onderzoek van onder andere De Standaard – de koperkoning van Katanga noemden.

‘Het is geen lokale strijd’, zei Maria Ressa toen ik haar vorig jaar interviewde over de juridische en maatschappelijke campagnes van de regering Durterte tegen haar als persoon en tegen Rappler. ‘Onze botsing met autoritaire macht is niet uitzonderlijk’, zei Ressa.

‘In 2017 zag Freedom House 27 landen in de wereld waar de democratie onder druk stond van internetlegers. In 2019 ging dat al over minstens 70 landen.’ Ze vergelijkt het met de strijd tegen klimaatverandering en de strijd tegen de coronapandemie: ‘Lokaal is mondiaal, en omgekeerd.’

Netwerken van solidariteit

Het zou goed zijn om daaraan toe te voegen dat de strijd voor vrije media journalisten zou moeten verenigen, en dat degenen die voor grote media werken zich uitdrukkelijker zouden moeten uitspreken wanneer de meer kwetsbare en vaak ook meer strijdbare collega’s van kleinere, onafhankelijke media aangevallen worden.

‘Netwerken van solidariteit onder journalisten en media zijn de enige kans om weerwerk te bieden’

Siddharth Varadarajan, voormalig hoofdredacteur van de krant The Hindu en een van de initiatiefnemers van de onafhankelijke nieuwssite The Wire, vindt dat journalisten de concurrentiedrang van hun respectievelijke mediahuizen aan de kant moeten kunnen schuiven nu ze oog in oog staan met een existentiële bedreiging van de journalistiek zelf.

Munizae Jahangir uit Pakistan bevestigt dat. ‘Netwerken van solidariteit onder journalisten en media zijn de enige kans om weerwerk te bieden’, zegt ze. Daar voegt ze de oproep aan toe om niet toe te geven aan zelfcensuur, in de hoop zelf de dans te ontspringen terwijl collega’s de prijs betalen.

Herbekijk de webinar over recht op informatie en vrije pers (georganiseerd door het Asia Europe People’s Forum).

Maakten deel uit van het panel:

  • Munizae Jahangir: Pakistaans journaliste, momenteel bij Aaj TV
  • Laurens Hueting: Beleidsmedewerker European Centre for Press & Media Freedom (ECPMF)
  • Siddharth Varadarajan: the Wire, India
  • Chiranuch Premchaiporn: Bestuurder Foundation for Community Educational Media, uitgever van onafhankelijke nieuwssite Prachatai
  • Sopheap Chak: Cambodian Centre for Human Rights).

Moderator is Gie Goris. Dit artikel is geen neerslag van het webinar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur