De rebellen van M23 roeren zich tegen een achtergrond van toenemend geweld

‘President Tshisekedi heeft een probleem en dat heet Oost-Congo’

© Reuters/Carlo Allegri

Congolees president Tshisekedi in New York, 26 september 2019.

In Oost-Congo blijft geweld een dagelijkse realiteit. President Tshisekedi slaagt er niet in voor stabiliteit te zorgen. MO*journalist Kris Berwouts ziet hoe de Congolese staat lokaal zo zwak staat dat oude demonen zoals de rebellenbeweging M23 blijven terugkeren. ‘Tshisekedi gaf meermaals te kennen dat hij zichzelf wil opvolgen, maar zal de kiezer met een korf onvervulde beloftes in de ogen moeten kijken.’

Sinds eind maart lijkt de rebellenbeweging M23 weer aan zet. Tien jaar geleden deden ze het Kabila-regime wankelen. In 2013 werden ze “verslagen”, maar de laatste weken bezetten ze een tiental dorpen en gehuchten in de nog steeds turbulente provincie Noord-Kivu. De Congolese staat slaagt er nog steeds niet in stabiliteit in het oosten te garanderen.

In 2012 voerde M23 strijd tegen de regering van toenmalig president Joseph Kabila. De militie werd geleid door Congolese Tutsi, maar kreeg steun vanuit Rwanda. Toen ze in november van dat jaar Goma innamen, dreigde Kabila’s bastion zelfs even ten onder te gaan.

Vele duizenden mensen verlieten hun dorpen en gingen op de vlucht.

Onder druk van de Afrikaanse multilaterale instellingen werd binnen de zogenaamde vredesmacht van de Verenigde Naties een nieuwe brigade gecreëerd. Die slaagde er eind 2013 in M23 te neutraliseren. M23 viel uiteen en werd militair verslagen. Wat overbleef aan rebellen stak de grens over, en verdween onder de radar. Een deel ging zijn wonden likken in Rwanda, de rest in Oeganda. Na deze overwinning onderhandelde de Congolese regering met de verslagen M23-top. Men kwam tot een akkoord, onder andere over hun terugkeer naar Congo.

In de jaren nadien werden kleine groepen M23-strijders met enige regelmaat opnieuw in Congo gesignaleerd. Af en toe waren er zelfs schermutselingen met het Congolese leger. Eind oktober 2021 kwamen ze weer boven water. Ze vielen onder meer posities van het leger aan. Ze klagen over het feit dat Kinshasa al die tijd hun vreedzame terugkeer naar Congo was blijven blokkeren. Eind maart staken ze een tandje bij en namen ze enkele locaties in. Daar wordt sindsdien effectief slag rond geleverd, met wisselend succes. Vele duizenden mensen verlieten hun dorpen en gingen op de vlucht.

Militarisatie

Ondertussen was de onveiligheid in het oosten van Congo blijven bestaan. Toen Tshisekedi in januari 2019 Kabila opvolgde, zocht hij steun bij de bevolking door een aantal beloftes te doen. Hij zou de corruptie bestrijden, de levensomstandigheden van mensen verbeteren, en het oosten van het land stabiliseren. Tshisekedi is daar voorlopig niet in geslaagd. Niet alleen in de provincies Ituri en Noord- en Zuid-Kivu blijft het geweld een dagelijkse realiteit, ook in delen van Maniema, Tanganyika en Uele blijft het mensenlevens eisen.

2021 werd een sleuteljaar. Twee beslissingen van Tshisekedi zorgden ervoor dat de situatie militariseerde. In mei werd in de twee meest turbulente provincies, Noord-Kivu en Ituri, een staat van beleg opgelegd waarbij de burgerlijke besturen en rechtbanken werden overgenomen door militairen. In eerste instantie werd de staat van beleg afgekondigd voor dertig dagen, maar sindsdien werd ze telkens verlengd. Zonder veel resultaat. Het aantal aanvallen van de rebellen, het geweld en het aantal burgerslachtoffers bleven op hetzelfde niveau of namen zelfs licht toe.

Oegandese troepen

In de laatste dagen van november gaf Tshisekedi toestemming aan het Oegandese leger om rechtstreeks op Congolees grondgebied in te grijpen. Eerder had hij geprobeerd gemengde brigades in te zetten met soldaten uit verschillende buurlanden, maar dit ging uiteindelijk niet door. De onderlinge spanningen tussen de buurlanden waren erg hoog, en de Congolese publieke opinie ging zich luidop afvragen welke vrede ze konden verwachten van bondgenoten die met elkaar haast op voet van oorlog leefden.

De militarisatie maaide het gras voor de voeten weg van meer duurzame vredesinitiatieven.

Vooral de relaties tussen Rwanda en Oeganda zijn slecht. Beide landen gingen in het verleden herhaaldelijk met elkaar op Congolese bodem in de clinch, met vooral veel lokale slachtoffers. Een regionale “vredesmacht” kwam dus niet van de grond. Tshisekledi zocht en vond bilateraal soelaas bij Oeganda. Door een beroep te doen op een buitenlandse troepenmacht gaf Tshisekedi impliciet toe dat de staat van beleg niet de gewenste resultaten had opgeleverd.

Die dubbele militarisatie maaide natuurlijk het gras voor de voeten weg van meer duurzame vredesinitiatieven. Daarbij wordt er nochtans gewerkt aan dialoog tussen gemeenschappen, de lokale consolidatie van de staat en openbare diensten, ontwapening en demobilisatie, bemiddeling en verzoening, wederopbouw en ontwikkeling.

De schaduw van Rwanda

De nieuwe vijandelijkheden met M23 maken een erg complexe militaire en politieke situatie nog ingewikkelder. Het was voorspelbaar dat Rwanda geïrriteerd zou reageren op de eenzijdige ontplooiing van Oegandese troepen in Congo, en het ligt voor de hand om de acties van M23 ook als een signaal van die ontevredenheid te zien. Is Rwanda betrokken bij de heropleving van M23?

Net als in 2012 en 2013 is het erg moeilijk de betrokkenheid van Rwanda precies te bepalen. Congolese autoriteiten wijzen beschuldigend, maar Kigali ontkent. Het Congolese leger voert Rwandese arrestanten op om die boodschap te benadrukken, al blijkt bij nader inzien dat die arrestanten al maanden geleden waren gevangengenomen en het om leden van een andere gewapende groep ging… In maart werd een helikopter van de Verenigde Naties neergehaald. Het blijft moeilijk uitsluitsel te geven wie er precies verantwoordelijk is voor de aanval en de dood van acht blauwhelmen. Het Congolese leger en M23 beschuldigen elkaar.

Tien jaar geleden bleek al dat het Rwandese regime niet zo monolithisch is als het wil laten uitschijnen. Congo is al lang een splijtzwam binnen de politieke en militaire elite in het land. Zo groeide de ‘Congo Desk’ binnen het leger onder de latere opposanten Patrick Karegeya en Kayumba Nyamwasa zelfs uit tot een staat binnen de staat. Gesteund worden vanuit Rwanda betekent dus niet per definitie dat je kan rekenen op het Rwandese regime.

Een korf onvervulde beloften

Het lijkt weinig waarschijnlijk dat de huidige schermutselingen uitgroeien tot een nationale bedreiging, maar ze stellen wel een aantal zaken scherp. Ten eerste slaagt president Tshisekedi er niet in greep te krijgen op de gewelddadige dynamieken in het oosten. Hij zal het moeilijk krijgen zijn belofte over vrede in Oost-Congo hard te maken.

Minder dan twee jaar voor de volgende verkiezingen (steeds meer mensen twijfelen of die op tijd georganiseerd kunnen worden) heeft Tshisekedi een probleem. Hij gaf meermaals te kennen dat hij zichzelf wil opvolgen, maar zal de kiezer met een korf onvervulde beloftes in de ogen moeten kijken.

Ten tweede blijven de regionale gevoeligheden intact. Congo blijft bij uitstek een omgeving waar lokale conflicten en de politiek op provinciaal en nationaal niveau elkaar wederzijds beïnvloeden, waarbij destructieve grensoverschrijdende dynamieken altijd kunnen ontvlammen. We zagen twee decennia geleden met de Tweede Congolese Burgeroorlog waar dat toe kan leiden.

Gelukkig zijn de Afrikaanse multilaterale instellingen sindsdien sterker geworden. Congo werd vorige week lid van de East African Community, waar Rwanda en Oeganda ook deel van uitmaken. Misschien biedt dit een kader voor een genegotieerde oplossing. Ik hoop het.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur