Belgische salesiaan beschuldigd van misbruik in Centraal-Afrikaanse Republiek

Waren kansen voor dader belangrijker dan risico’s voor minderjarigen in Afrika?

© Pierre Holtz | UNICEF (CC BY-SA 2.0)

De Centraal-Afrikaanse Republiek is een van de armste landen van Afrika, dat bovendien helemaal onderuit gehaald is door een gewelddadige burgeroorlog

Dat de wereld van de goede doelen niet immuun is voor slechte bedoelingen, is geen nieuws.

Begin vorig jaar werd dat pijnlijk duidelijk door het verhaal van een Belg die voor Oxfam UK in Haïti werkte en er – wellicht minderjarige – prostitués betaalde en in zijn compound uitnodigde. Echt bezwarend was het feit dat de man niet aan zijn proefstuk toe was, en dus eigenlijk die positie in de humanitaire hulpverlening nooit had mogen krijgen.

Waarom krijgen mannen die zich als seksuele roofdieren gedragen toch verantwoordelijke posities in organisaties die zich inzetten voor kwetsbare mensen?

Deze week is er een soort replay van dat verhaal. Het gaat opnieuw om een Belg die in een straatarm en door conflict verscheurd land aan de slag was voor een ngo – Caritas Centrafriquaine – en er zedenfeiten pleegde met minderjarigen. Die verdachte is een priester van de congregatie van de Salesianen, die vroeger al veroordeeld werd voor aanranding van de eerbaarheid van enkele minderjarigen. De vraag is dan ook, opnieuw: hoe is het mogelijk dat mannen waarvan geweten is dat ze zich als seksuele roofdieren gedragen toch verantwoordelijke posities krijgen in organisaties die bij hoog en bij laag beweren dat ze zich inzetten voor de meest kwetsbare mensen?

De feiten zijn gekend, maar ik vat ze hier toch nog eens samen.

  • In maart 2001 blijkt dat pater Luk Delft (LD) internen op het Don Bosco-internaat in Sint-Denijs-Westrem betastte. Het internaat stuurt de man meteen weg, de ouders leggen geen klacht neer. Er volgt geen juridische of kerkelijke procedure, de congregatie zoekt intern een oplossing, LD volgt een therapieprogramma.
  • Niet zo heel lang daarna gaat LD aan de slag als coördinator in een beroepsopleidingsprogramma in Sint-Pieters-Woluwe. De congregatie had daarover advies ingewonnen van een gespecialiseerde dienst. In 2009 wordt vastgesteld dat hij kinderpornosites bezocht. Dat is meteen het einde van zijn werk in het centrum, hij moet opnieuw in therapie.
  • In maart 2010 gaat LD aan de slag bij DMOS, de ontwikkelingsngo van de salesianen, gespecialiseerd in programma’s voor technisch en beroepsonderwijs. Hij schopt het daar snel tot afgevaardigd bestuurder. Hij kreeg vanuit de congregatie uitdrukkelijk verbod om zelf met jongeren te werken of alleen te zijn met hen.
  • In 2011 legt een vroegere opvoeder uit het internaat in Sint-Denijs-Westrem alsnog klacht neer tegen LD. De pater wordt verhoord en meldt dat aan zijn overste. In overleg wordt hij begin 2012 ontslagen bij de ngo, die intussen VIA Don Bosco heet.
  • In november 2012 veroordeelt de correctionele rechtbank van Gent LD tot 18 maanden voorwaardelijk en een contactverbod met minderjarigen voor tien jaar. Een probatiemedewerker doet de opvolging.
  • In 2013 krijgt LD het voorstel van zijn provinciaal en de (Belgische) bisschop van Kaga Bandor in de Centraal-Afrikaanse Republiek om daar mee te gaan werken als logistieke medewerker, onder andere bij de opvang van ontheemden en vluchtelingen. De probatiemedewerker en de psychologische begeleider geven hun goedkeuring voor dit voorstel. LD wisselt periodes van enkele maanden in de Centraal-Afrikaanse Republiek af met terugkeer naar België voor verdere opvolging. De lokale bisschop is op de hoogte van het verleden van LD en belooft strikte opvolging en controle.
  • In oktober 2015 wordt hij, op vraag van de bisschoppenconferentie van de Centraal-Afrikaanse Republiek, directeur van Caritas Centrafrique. Noch de Internationale Caritasconfederatie in Rome, noch de Belgische Caritasinstanties zijn betrokken bij deze aanwerving, en zijn ook niet op de hoogte van het verleden van de nieuwe directeur. Caritas  Centraalafrikaanse Republiek is autonoom in zijn personeelsbeleid.
  • In mei 2017 krijgen de commissie Mensenrechten in de kerk en Caritas Internationalis een brief van een psychotherapeute. Daarin wordt gemeld dat een cliënt grote vragen heeft bij het feit dat hij op internet niet alleen zag dat LD directeur van Caritas Centrafrique was, maar ook een foto vond van de pater, omringd door kinderen. Opvolging hiervan hield onder andere in dat LD ermee geconfronteerd werd, en opnieuw moest beloven dat hij zich niet in omstandigheden zou begeven die dergelijke beelden mogelijk maakten.
  • In juni 2019 confronteert een reportageploeg van CNN Luk Delft op zijn kantoor in Bangui, CAR, met de beschuldiging van twee minderjarige jongens over misbruik dat in 2015 en 2016 zou hebben plaatsgevonden. LD wordt teruggeroepen. Justitie in België wordt verwittigd en en kerkelijk onderzoek wordt gestart.

Ik vraag Carlo Loots, die het dossier vanuit de congregatie van de salesianen opvolgt, hoe het in godsnaam mogelijk is dat iemand tegelijk een gekend pedoseksueel kan zijn, én telkens opnieuw door de congregatie in verantwoordelijke posities geplaatst wordt. Eerst in een opleidingscentrum, dan in een ontwikkelingsngo en vervolgens in humanitair werk in een van de meest gewelddadige conflicten van de voorbije jaren. Loots antwoordt dat de congregatie altijd gezocht heeft naar de juiste aanpak, in overleg met justitie en therapeuten. Dat er ook altijd met de verantwoordelijken van de opeenvolgende organisaties duidelijk gecommuniceerd is over het verleden. Tenminste, dat is de overtuiging. Want van al die communicatie is weinig schriftelijk terug te vinden.

Een missionaire congregatie met een decennialange aanwezigheid in Afrika weet toch hoe beperkt opvolging en controle kunnen zijn in het diepe binnenland van de CAR?

Loots heeft een punt als hij stelt dat de formele goedkeuring van de aanstelling in de Centraal-Afrikaanse Republiek door justitie een soort rugdekking is voor de congregatie. Maar het is tegelijk te makkelijk om zich daarachter te verschuilen. Want wat weet een probatiemedewerker over de toestand in de Centraal-Afrikaanse Republiek? Een missionaire congregatie met een decennialange aanwezigheid in Afrika is toch zelf veel beter geplaatst om in te schatten hoe beperkt opvolging en controle kunnen zijn in de context van een door geweld verscheurd land, en zeker in stadje in het diepe binnenland van de Centraal-Afrikaanse Republiek? Loots denkt dat ik de capaciteit van de salesianen op dat vlak overschat. Ja, ze hebben natuurlijk lange jaren ervaring. Maar neen, dat betekent niet dat ze die inschatting altijd zo professioneel maken.

Dat de inzet van Delft in Centraal-Afrika een fout was, daar bestaat ook bij de salesianen niet langer twijfel over. Maar is het niet méér, vraag ik. Is het geen uiting van een koloniale houding, waarin de bezorgdheid voor een van misbruik veroordeelde confrater zwaarder weegt dan de voor iedereen zichtbare risico’s voor Afrikaanse kinderen? Loots vindt dat een te zware beschuldiging. Hij veroordeelt het misbruik zonder voorbehoud, maar gelooft wel dat de congregatie gedaan heeft wat redelijk mogelijk was om misbruik te voorkomen. Ik ben niet overtuigd en insisteer dat een congregatie als de salesianen had moeten weten en dat een pedoseksueel nooit vrij spel had mogen krijgen in het Afrikaanse binnenland. Loots geeft dat toe, maar houdt vol dat de congregatie de verzekering gekregen had dat er van “vrij spel” geen sprake zou zijn.

Collateral damage

Ik heb ook vragen gesteld over “de zaak LD” aan de directeurs van VIA Don Bosco en Caritas Vlaanderen. Dominic Verhoeven van Caritas Vlaanderen voelt zich geschokt door het nieuws over het misbruik, maar ook machteloos. De Belgische Caritasorganisaties krijgen veel reacties die veronderstellen dat Caritas in België medeverantwoordelijk is, zeker omdat het over een Belg als directeur van Caritas Centrafrique gaat.

Ook voor De Warmste Week is het eigen imago belangrijker dan de goede doelen die ze willen steunen

Dat Caritas in België over uitgebreide procedures beschikt en die naar aanleiding van de affaire van Oxfam UK in Haïti uitgebreide procedure ingesteld nog aangescherpt heeft om seksueel misbruik te voorkomen, en dat er over die aanstelling van Delft in Bangui zelfs nooit contact geweest is met Brussel, speelt bij die reacties geen rol. Intussen heeft De Warmste Week alle Caritasprojecten van de lijst goede doelen geschrapt. Dat maakt de slachtoffers nog eens tot slachtoffers, zonder dat de dader er enig nadeel van ondervindt. Ook voor De Warmste Week is het eigen imago belangrijker dan de goede doelen die ze willen steunen.

Filip Lammens van VIA Don Bosco verduidelijkt dat Luk Delft binnen zijn ngo nooit een functie uitgeoefend heeft waarin hij zelf werkte met jongeren, en dat er voor zover geweten geen misbruik gepleegd is in de periode van zijn tewerkstelling binnen de ngo. Dat belet niet dat hij het ten minste ongepast vindt dat iemand met een verleden van misbruik in een internaat afgevaardigde-bestuurder kon worden in een ngo die voor jongeren in onderwijscontexten werkt. Ik vraag of de ngo dan een boze brief gestuurd heeft of een formele klacht neergelegd heeft bij de congregatie, omdat die zo iemand binnengebracht had. Voor zover Lammens weet, is er toen geen sprake geweest van een dergelijke démarche. Op dit moment is wel een formeel overleg opgestart tussen alle salesiaanse ontwikkelingsngo’s en de congregatie over de safeguarding policies van de salesianen.

De missionaire positie

De hele geschiedenis van Luk Delft onderlijnt nog eens hoe diep het probleem van seksueel misbruik in de katholieke clerus zit. Er is de telkens opnieuw opduikende aanwezigheid van pedoseksuelen in die clerus, met een frequentie die te significant is om haar af te doen als de klassieke rotte appel in de mand.

Elk nieuw misbruik wordt gezien als de verantwoordelijkheid van de gemeenschap, de congregatie, en bij uitbreiding de kerk

Maar er is ook de omgang van de Kerk en de congregaties met de daders. Carlo Loots wijst erop dat therapeuten er vaak op aandringen om de daders niet zomaar te verwijderen uit de gemeenschap, omdat ze als geïsoleerde individuen nog veel meer kans maken op recidive en nieuw, wellicht erger misbruik. Het gevolg is wel dat elk nieuw misbruik ook de verantwoordelijkheid wordt van de gemeenschap, de congregatie, en bij uitbreiding de Kerk. Want zij worden vanzelf gezien als de instellingen die de dader nieuwe kansen met zijn leven geeft, maar daardoor ook nieuwe kansen op misbruik.

De positie van priesters in de katholieke Kerk maakt dat probleem nog groter. In Europa schiet er van het aanzien van priesters misschien niet veel meer over, ook al blijven de officiële kerkleer en het kerkelijk recht de uitzonderlijke machtspositie van de gewijde clerus onverkort verdedigen. In Afrikaanse kerken heeft de priester niet enkel kerkelijke macht, maar is hij ook nog steeds een persoon met vanzelfsprekend moreel aanzien. Zo lang Kerk of congregatie die machtspositie van priesters of pastoraal personeel binnen haar eigen ideologie niet meerekent in haar benadering van seksueel misbruik, zal ze er niet in slagen om de feiten zelf op voldoende wijze aan te pakken. Laat staan om haar praktijk in lijn te brengen met wat ze als haar eigen roeping beschouwt.

Safeguards

Ook voor de ngo-wereld is dit opnieuw een wake-upcall. Dat een organisatie als VIA Don Bosco ontstaan is uit het netwerk van salesiaanse Don Bosco-scholen, is vandaag niet langer een argument om zaken tussen ngo en congregatie te regelen zonder volledige transparantie in de organisatie of zonder echte safeguards tegen misbruik of grensoverschrijdend gedrag van leden van de congregatie. Filip Lammens wijst erop dat zijn organisatie er op dit moment alles aan doet om zowel transparantie (over bestedingen) als safeguards te realiseren. Hij maakt zich ook sterk dat er intussen voldoende afstand is tussen de ngo en de congregatie, zodat er geen sprake meer zou kunnen zijn van het opvissen van een in discrediet geraakte pater door de ngo.

Omdat kerkelijke instellingen niet bij machte zijn zelf voor beveiliging te zorgen, moet de ngo zijn eigen verantwoordelijkheid nemen

Aangezien de kerkelijke instellingen intussen bewezen hebben dat ze niet bij machte zijn om zelf voor die beveiliging te zorgen, moet de ngo ongetwijfeld nog beter en scherper zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Eventueel door institutioneel te breken met de historische moedercongregatie. Het alternatief is immers dat ze blijvend beschadigd kan worden door gedrag waarover ze geen controle heeft. VIA Don Bosco heeft 25 personeelsleden, de salesiaanse congregatie heeft wereldwijd duizenden priesters in meer dan 140 landen. De ngo kan, met andere woorden, moeilijk de controle uitoefenen over de congregatie. Maar de banden tussen de twee maken het op momenten als deze ook moeilijk om de eigen integriteit staande te houden tegenover het gedrag van sommige salesianen, zeker als die actief betrokken zijn (geweest) in de organisatie.

​​​​​​​Ook Caritas heeft werk aan de winkel. Als het klopt dat de bisschoppen van de Centraal-Afrikaanse Republiek op de hoogte gebracht waren van het verleden en de veroordeling van hun nieuwe directeur van Caritas Centrafrique, en als ze de begeleiding en controle op die – zakelijk en financieel blijkbaar succesvolle – directeur vervolgens niet ernstig namen, dan moet het internationale netwerk van Caritasorganisaties zich dringend afvragen of bisschoppenconferenties wel geschikt zijn om zoveel invloed te hebben op een humanitaire organisatie en haar personeelsbeleid. Ook hier geldt: niet handelen is ook een keuze, en die keuze maakt de organisatie minstens in de publieke perceptie medeverantwoordelijk voor daden en daders waarover ze geen controle of zeggenschap hebben.

Er is nog altijd te veel bezorgdheid om de goede naam en te weinig voor potentiële slachtoffers

De katholieke Kerk is, na decennia van schandalen over seksueel misbruik, nog altijd verrassend slecht uitgerust om dat misbruik te voorkomen. Er is nog altijd te veel bezorgdheid om de goede naam en te weinig voor potentiële slachtoffers. Het feit dat er intussen zoveel tijd geweest is om dat alles beter te organiseren, weegt zwaar in de morele afweging van schuld en verantwoordelijkheid. Ontwikkelingsngo’s met kerkelijke banden moeten beseffen dat ook zij daarop afgerekend worden. Zij zijn er niet om priesters nieuwe kansen te geven, maar om kansen te creëren voor kwetsbare mensen. Elke beslissing moet afgewogen worden aan die standaard.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur