Wij willen geen plaatsje onder de zon, wij willen een ander strand!

Het strand was deze zomer weer eens het toneel waarop een bitse strijd over identiteit en het recht op diversiteit uitgevochten werd. Het doet Gie Goris denken aan de strijd van de holebibeweging, die op een bepaald moment bescheidenheid inruilde voor assertiviteit.

  • Ruth Govaerts/MO* 'Wij willen geen plaatsje onder de zon, wij willen een ander strand!' Ruth Govaerts/MO*

Wij willen geen plaatsje onder de zon, wij willen een ander strand! Met die assertieve slogan lanceerde De Rooie Vlinder veertig jaar geleden een heel nieuwe holebistrijd, die niet langer gericht was op een beleefde vraag voor aandacht en verdraagzaamheid voor homo’s, maar die de maatschappij zodanig wilde veranderen dat seksualiteit geen grond meer zou zijn voor discriminatie.

Initiatiefnemer Dirk Cantillon verklaarde de slogan met deze woorden: ‘Wij willen geen integratie. Wij willen ons niet aanpassen. Wij nemen geen vrede met een minderheidsstatuut. Wij willen een ander strand. Wij verwerpen de normen van deze maatschappij.’ De holebi’s hebben hun andere strand gekregen. Niet dat alle mogelijke vormen van discriminatie verdwenen zijn, verre van, maar de samenleving is in minder dan een halve eeuw geëvolueerd van – in het beste geval – repressieve tolerantie tegenover homoseksualiteit tot toenemende wettelijke gelijkheid voor diverse vormen van seksuele relaties. De samenleving is veranderd, dankzij het creatieve en harde werk van een handvol activisten. Dat kan dus, en dat is hoopgevend.

De samenleving is veranderd, dankzij het creatieve en harde werk van een handvol activisten

Maar het België van 1976 was in meer dan één opzicht een ander land dan het Vlaanderen of het Europa van 2016. De samenleving is vandaag haar zelfvertrouwen kwijt, en dus wordt elke oproep die in de buurt komt van de stelling ‘Wij willen geen integratie’ meer met repressie dan met tolerantie beantwoord. Van bereidheid om de maatschappij grondig te veranderen is overigens steeds minder sprake, zeker als de eis van onderop komt.

Tegelijk is lang niet elke radicale actie vandaag ludiek, en slaan de terroristische aanslagen wereldwijd een diepe kloof tussen mensen en groepen. Door het wederzijdse wantrouwen dat ontstaan is, klinkt de verwerping van integratie steeds minder als een strijdkreet, maar als een capitulatie voor de extremistische ideeën van zowel jihadi’s als onverzoenlijke nationalisten.

Nochtans is er in 2016 meer reden dan ooit om ‘de normen van deze maatschappij te verwerpen’ en te pleiten voor een radicaal ander land. De normen en waarden waarop de huidige economie gebouwd is – groei, consumptie, geplande slijtage, financiële speculatie – zouden best tot meer verzet mogen leiden. Idem voor de normen waarop het sociale beleid gebaseerd wordt: afbreken van solidariteit en politieke verantwoordelijkheid ten voordele van individuele verantwoordelijkheid en het aanvaarden van enorme en groeiende ongelijkheid.

Er is in 2016 meer reden dan ooit om ‘de normen van deze maatschappij te verwerpen’ 

De volgende maanden organiseren de Verenigde Naties drie belangrijke topconferenties. In september worden de urgente problemen van migranten en vluchtelingen besproken in New York. Hoeveel landen zullen daar het recht op menselijke waardigheid voor iedereen verdedigen en onderschrijven met het beleid en de middelen die daarvoor nodig zijn? In oktober verzamelen de staats- en regeringsleiders in Quito, Ecuador, om te praten over duurzame steden. Daarover meer in dit nummer. En in november vergaderen de machthebbers van deze wereld op de volgende Klimaattop in Marrakech. Hoeveel landen zullen daar arriveren met een plan dat in de buurt komt van wat de wereld nodig heeft, nu de omvang en de snelheid van de klimaatverandering alle voorspellingen overtreffen?

De ecologische en sociale problemen waarmee de mensheid anno 2016 kampt, vragen om fundamenteel en snel ingrijpen. Als regeringen en internationale fora de noodzakelijke oplossingen eerder belemmeren dan stimuleren, dan is het misschien de hoogste tijd om de gevestigde machten te laten weten dat hun bevolkingen dit niet langer pikken.

De opstand tegen de elites verschilt echter radicaal van het schijngevecht tegen minderheden en kwetsbare groepen dat Trump en andere rechtse politici er vandaag van proberen te maken. Maar om dat duidelijk te maken, moet de verontwaardiging luider en wellicht ook radicaler uitgesproken worden. Het is tijd om het strand dat de holebibeweging voor ons gebouwd heeft uit breiden naar het land dat we samen nodig hebben. Dat lukt alleen als creativiteit en engagement gebundeld worden in harde eisen.

Dit redactioneel commentaar verschijnt ook als Voorwoord in het Herfstnummer van MO* (dat op 7 september verschijnt)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur