Zou een heel klein beetje vrede toch niet beter kunnen zijn?

We hebben er weinig van gemerkt deze week, maar de herfst is begonnen. Waar we  nog veel minder van gemerkt hebben, is dat de wereld deze week –woensdag om precies te zijn, de dag dat onze kalenders ook het begin van de herfst aangeven- de Internationale Dag voor de Vrede gevierd heeft. Er is dan ook zo weinig vrede, denkt u, dat er helemaal niets te vieren valt. Maar daarin vergist u zich.

  • Gulbuddin Hekhmatyar: De slager van Kaboel tekent een vredesakkoord en keert terug naar Kaboel.
  • Gie Goris Gie Goris

Het is waar, van de verste uiteinden van het Midden-Oosten tot waar de Sahelgordel in de Atlantische Oceaan duikt, is er oorlog. Geweld. Aanslagen. Extremisme. En zowat alle voorwaarden die de komende golven van al die ellende zullen voeden: extreme ongelijkheid, corruptie en machtsmisbruik door overheden, buitenlandse militaire inmenging, religieus en cultureel extremisme.

Maar wie buiten die gordel van geweld en het Oekraïense conflict kijkt, ziet vooral de afwezigheid van oorlog. Dat is nog geen vrede, maar het zou voor honderden miljoenen mensen tussen Jemen en Mali al een hemel op aarde lijken.

Bovendien zijn er heel onlangs belangrijke stappen vooruit gezet in twee aanslepende conflicten. In Colombia werd na drie jaar onderhandelen een akkoord bereikt tussen de regering en de voornaamste guerrillagroep, de Fuerzas Armadas de Colombia (FARC). De komende week is voor dat vredesproces allesbepalend –we brengen op MO.be dan ook een dossier om u er alles over te vertellen.

Gie Goris

In Afghanistan werd de voorbije week ook een vredesakkoord gesloten. Neen, niet met de Taliban, maar wel met de gewapende arm van de Hizb-i-Islami-ye Afghanistan (HIA), de opstandelingen onder bevel van Gulbuddin Hekhmatyar (HIG). Die HIG-milities zijn actief in de meeste provincies van Afghanistan, al controleren ze niet echt grondgebied. Een saillant detail: de HIA zelf is gewoon actief als een politieke partij in Afghanistan, met verkozenen in het parlement en bij de jongste presidentsverkiezingen ook een kandidaat voor het hoogste ambt. Tienduizenden vluchtelingen in Pakistan worden gezien als aanhangers van Hekhmatyar.

Geen enkele Vlaamse krant heeft er deze week over geschreven, geen enkele radio- of tv-nieuws heeft er melding van gemaakt

Als u dat niet wist, ligt dat niet aan u. Geen enkele Vlaamse krant heeft er deze week over geschreven, geen enkel radio- of tv-nieuws heeft er melding van gemaakt. Vreemd genoeg hebben de Franstalige media, net als de Nederlandse, het akkoord wél gemeld en geduid.

In Afghanistan, de Verenigde Staten en de Verenigde Naties werd opgelucht tot enthousiast gereageerd op dit kleine succes van de Hoge Vredesraad. De optimisten zien er meteen een voorafspiegeling in van een mogelijk vredesakkoord met de Taliban, dat met de erkenning van de huidige grondwet, de gelijkheid van man en vrouw, en het belang van vrede onder alle Afghaanse fracties, veelbelovend lijkt. Realisten geven dat momenteel weinig kans, terwijl critici vooral wijzen op de prijs die Kaboel voor deze partiële vrede moet betalen.

De slager van Kaboel

Gulbuddin Hekhmatyar was de belangrijkste moedjahedienleider tijdens de jihad tegen de Sovjetbezetting in de jaren 1980. Hij ontving toen ook veruit het grootste aandeel van de financiële en militaire steun die het Westen en Saoedi-Arabië leverden aan de Afghaanse opstand.
Begin jaren 1990 was zijn militie echter verantwoordelijk voor de grootste vernietiging van Kaboel, waarbij duizenden burgers gedood werden. Dat leverde hem de weinig flatterende bijnaam “de slager van Kaboel” op.
In de helft van dat decennium liet Pakistan hem vallen ten voordele van de militie onder Mullah Omar, de Taliban.
Na de val van de Taliban, keerde Hekhmatyar terug om de wapens op te nemen tegen de NAVO-bezetting, maar tot een systematische samenwerking met de Taliban kwam het nooit.
Zijn terugkeer naar Kaboel heeft de potentie om het politieke landschap daar grondig dooreen te schudden.

De Afghaanse regering belooft een wezenlijke deelname aan de macht, maximale inspanningen om de HIG en zijn leiders van de internationale terroristenlijsten te halen, volledige immuniteit voor vervolging én eerherstel voor de leiders van de beweging, en speciale inspanningen om de terugkerende volgelingen te integreren –onder andere door grond en werk ter beschikking te stellen.

Is straffeloosheid de prijs die Afghanistan moet betalen voor een heel klein beetje vrede?

Het is vooral de immuniteit voor vervolging die zorgen baart, binnen en buiten Afghanistan. Is straffeloosheid de prijs die Afghanistan moet betalen voor een heel klein beetje vrede?

Of moet de regering haar been stijf houden en een echt proces eisen waarin door onafhankelijke rechters uitgemaakt kan worden of Hekhmatyar en zijn luitenants oorlogsmisdaden of andere mensenrechtenschendingen begaan hebben? In de jaren 1980, 1990, 2000, tot nu? Vooral mensenrechtengroepen hameren op dat laatste –al weten zij beter dan wie ook dat Afghanistan geen degelijke en onafhankelijke rechtspraak kent.

Je zou de vraag ook kunnen omdraaien: is voortdurende oorlog de prijs die Afghanistan moet betalen voor de onmogelijkheid van een rechtvaardige afwikkeling van het voorbije geweld? Is een principiële houding te verdedigen als dat een oorlog, die al 37 jaar duurt, nog eens een decennium zou verlengen?

Wat willen we doen om vrede te stichten? En hoeveel mag dat kosten?

De Internationale Dag voor de Vrede heeft het antwoord op die vragen niet gebracht. En ook de lopende Vredesweek (een initiatief in Vlaanderen van Pax Christi en Broederlijk Delen) zal geen sluitend antwoord geven op de vraag hoe echte vrede op korte termijn mogelijk wordt in Congo, het land waarop dit jaar gefocust wordt. Maar de jonge krachten die in de Centraal-Afrikaanse reus aan het werk zijn, beloven wel een blijvende dynamiek. Als de dreigende val in de afgrond van politiek geweld vermeden kan worden, tenminste.

De vraag is of wij, in België en in Europa, de creativiteit kunnen opbrengen om dat vredesstreven even massaal en efficiënt te steunen als we de oorlogen in het Midden-Oosten gevoed hebben. Met blijvende wapenleveringen, met militaire interventies, met steun aan autoritaire en corrupte heersers. Wat willen we doen om vrede te stichten? En hoeveel mag dat kosten?

Een heel klein beetje vrede zou echt wel beter kunnen zijn. Maar ook dat heeft een prijs. Zijn we met z’n allen bereid die te betalen?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness