Bono wordt te oud om de wereld te redden

Vermijd verstikkende schuldenlast voor ontwikkelingslanden

World Bank Photo Collection CC BY-NC-ND 2.0

Bono tijdens conferentie over het beëindigen van armoede

De jaren tachtig gaan door het leven als het ‘verloren decennium voor ontwikkeling.’ Op enkele jaren tijd verdampte de vooruitgang die in de jaren zestig en zeventig was geboekt. Grote schuldige was de wereldwijde schuldencrisis. Daaraan kwam pas een einde in de optimistische jaren negentig met de hulp van een eighties-icoon, een zekere Paul David Hewson, beter gekend als Bono met de voornaam en van U2 met de achternaam.

Bono was het boegbeeld bij uitstek van een uiterst succesvolle ngo-campagne tegen de verstikkende schuldenlast waaronder heel wat ontwikkelingslanden kreunden en kreeg Brits premier Tony Blair zover om te gaan voor schuldkwijtschelding van de armste landen in ruil voor extra inspanningen in de strijd tegen armoede. Het werk van Bono ten spijt, loert er vandaag een nieuwe schuldencrisis om de hoek. Helemaal zover is het nog niet, maar het was wel een van de gespreksonderwerpen tijdens de laatste lentevergadering van de Wereldbank en het IMF.

Petrodollars uit de Arabische landen

Die schuldencrisis kwam er nadat de financiële markten in de jaren zeventig werden overspoeld door massa’s petrodollars uit de Arabische landen. Europese banken kwamen op een berg cash te zitten en leenden geld tegen spotprijzen aan wie er om vroeg.

De vraag kwam uit ontwikkelingslanden die, eenmaal ontsnapt aan het koloniale juk, volop een nieuwe staat trachtten op te bouwen. Maar leningen moeten afbetaald worden, meestal in harde munt. Kelderende grondstofprijzen en dus exportinkomsten –waarvan de meeste landen afhankelijk waren– en een explosie van de rentevoeten door anti-inflatiebeleid in de VS zetten de crisis in gang.

‘Een overheid die haar geld moet gebruiken om schuldeisers tevreden te houden heeft geen geld voor zaken als onderwijs, gezondheidszorg en sociaal beleid’

Ook schuldeisers begonnen te beseffen dat de situatie niet langer houdbaar was en vonden het beter om tot een akkoord te komen. Zo zagen ze toch nog een beetje geld terug en bleef de stabiliteit min of meer bewaard.

Ondertussen wezen ngo’s op de dramatische gevolgen voor de mensenrechten in heel wat landen. Een overheid die haar geld moet gebruiken om schuldeisers tevreden te houden heeft geen geld voor zaken als onderwijs, gezondheidszorg en sociaal beleid. Te meer omdat heel wat van die schulden waren aangegaan door bedenkelijke regimes die het geld in even bedenkelijke projecten hadden “geïnvesteerd.” Gewone burgers mochten daar niet het slachtoffer van worden.

Hierop verenigden die schuldeisers zich in een soort kartels. Zo was er de Club van Parijs, een informele vergadering van de voornaamste westerse landen die gezamenlijk afspraken maakten over de voorwaarden voor schuldherschikking, later schuldverlichting en uiteindelijk zelfs schuldkwijtschelding. Ze zagen ook wel in dat het een wederzijdse verantwoordelijkheid was, van regeringen die het geld zonder veel vragen stellen hadden uitgeleend enerzijds en van landen die teveel schulden hadden opgestapeld anderzijds. In ruil voor het afschrijven van de schuld zou iedereen zich wat verantwoordelijker gedragen.

Geschiedenis herhaald?

Van de geschiedenis wordt vaak gezegd dat hij zich herhaalt. Eind maart publiceerde de studiedienst van het IMF een veelbesproken rapport dat onomwonden waarschuwt voor een nieuwe schuldencrisis.

Vandaag bevindt 40 procent van de lage inkomenslanden, voornamelijk in Afrika, zich in nood of is het risico dat ze in nood geraken groot. Landen als Mozambique, Tsjaad, Eritrea, Somalië, Zuid-Soedan, Zimbabwe, de Centraal Afrikaanse Republiek, Afghanistan, Haïti of Jemen kunnen hun aflossingen niet meer betalen of moeten zeer diep snijden om dat wel te doen.

De schuldratio (verhouding tussen de uitstaande schulden en de rijkdom van een land) steeg in de lage inkomenslanden van 33 naar 47 procent tussen 2013 en 2017. Natuurlijk spelen conflicten een belangrijke rol, maar er is meer aan de hand.

Opnieuw zijn het de dalende grondstoffenprijzen waarvan die landen afhankelijk zijn die ze de das omdoen. Plots blijkt een schuldgraad die perfect beheersbaar was een enorm probleem te worden. Opnieuw trekken die landen naar de markt om geld te lenen en opnieuw blijkt dat ten overvloede beschikbaar.

Toch is er een belangrijk verschil met de vorige crisis. De petrodollars van vandaag zijn het geld dat door het losse monetaire beleid na de financiële crisis in de markt is gepompt. Deze keer niet via Westerse banken, de Wereldbank of het IMF, maar via nieuwe, commerciële spelers uit China (vaak grotendeels in handen van de overheid), ontwikkelingslanden zelf en investerings- en pensioenfondsen in de rijke landen.

Die storten zich de laatste jaren volop op schuldpapier uitgegeven door Afrikaanse landen die er op bij aankoop nog kerngezond uitzagen, geholpen door een boom in grondstofprijzen.

Voorkomen en genezen

De traditionele spelers mogen dan een pak voorzichtiger zijn geworden sinds de eerste schuldencrisis, die nieuwe investeerders bleken niet al te kieskeurig. Een berucht voorbeeld is een lening van 2 miljard dollar die Credit Suisse en een Russische bank toekenden aan een tonijnvisserij, gesteund door de regering van Mozambique. Beide banken zouden een vergoeding van 200 miljoen dollar op zak hebben gestoken zonder dat het Mozambikaans parlement of het IMF op de hoogte waren.

Nochtans is nog geen enkele tonijn aan de haak geslagen en bleef Mozambique in gebreke bij diezelfde banken. Ook volgens het Amerikaanse FBI is er iets verdachts aan de zaak, want het stelde een onderzoek of de betrokken banken meewerkten aan actieve corruptie.

‘Het is niets te vroeg om er alles aan te doen dat het niet opnieuw tot een verloren decennium moet komen’

Om van een nieuwe crisis te spreken is het wellicht te vroeg, maar het is niets te vroeg om er alles aan te doen dat het niet opnieuw tot een verloren decennium moet komen. Het IMF zelf benadrukt het belang om het geld dat je dan toch leent te gebruiken voor investeringen die echt groei opleveren en dus kunnen terugbetaald worden en vraagt de nieuwe schuldeisers eens goed na te denken of ze wel voldoende doordacht te werk gaan.

Voorkomen alleen is echter niet genoeg. De nieuwe realiteit maakt de situatie gevaarlijker dan in het verleden. De nieuwe schulden zijn in handen van nieuwe, commerciële spelers uit landen die tot nog toe niet betrokken worden bij herschikkingen of kwijtscheldingen.

Die nieuwe spelers zijn niet noodzakelijk bereid om mee te stappen in de spelregels die na de vorige crisis in verschillende clubs zijn uitgewerkt in het belang van die oude spelers. Ondertussen zijn er pogingen om er op multilateraal niveau uit te komen, bijvoorbeeld via een bindend mechanisme voor schuldenregelingen binnen de VN.

Een dergelijke regeling neemt best alle spelers mee, zowel oude als nieuwe, en streeft naar een regeling die vertrekt vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid van schuldeisers en schuldenaars zonder dat de mensenrechten in de getroffen landen in het gedrang komen. Zo’n bindend mechanisme lijkt voorlopig politiek onhaalbaar, maar met die principes gaan we best aan de slag. Een nieuw decennium verliezen kunnen we ons immers niet permitteren, en Bono wordt oud.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift