Besparen op ontwikkelingssamenwerking: onverantwoord en onliberaal

België gaf gevoelig minder uit aan ontwikkelingssamenwerking dan zijn buurlanden in 2015, en sindsdien is dat alleen maar verder achteruit gegaan. Een onbegrijpelijk signaal in dit Trumpoceen, zegt ontwikkelingsexpert Tom De Herdt.

  • CC UNAMID (CC BY-NC-ND 2.0) CC UNAMID (CC BY-NC-ND 2.0)
  • rockohen (CC BY-SA 2.0) Na een piek van 0,64% in 2010 (het jaar waarin de Congolese schuldkwijtschelding werd geboekt) zakte het percentage van ons nationale inkomen dat we uitgeven aan ontwikkelingshulp weg naar de huidige 0,42%. rockohen (CC BY-SA 2.0)
  • Bron: o.b.v. https://data.oecd.org aangevuld met World Development Indicators Percentage van inkomen besteed aan officiële ontwikkelingshulp voor de euro-landen, geordend naar inkomen per hoofd van de bevolking (gegevens 2015) Bron: o.b.v. https://data.oecd.org aangevuld met World Development Indicators

Het jongste rapport van het Planbureau rapporteert over ontwikkeling in België, en meer bepaald over de vooruitgang die ons land heeft geboekt in het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen: hoe ons land op een veelheid aan indicatoren evolueerde doorheen de tijd, hoe onze prestaties vergeleken kunnen worden met het Europese gemiddelde, hoe die indicatoren soms verschillen per sociaal-economische bevolkingsgroep, en welke doelstellingen we onszelf hebben opgelegd.

Het gaat er niet alleen over onze materiële levensstandaard, het gaat over alles wat u relevant zou vinden om ontwikkeling te meten: van persoonlijk welbevinden over obesitas tot CO2-uitstoot en verkeersdoden. En meestal gaat de trend overigens de goede richting uit: België, een echt ontwikkelingsland .

Ondergemiddeld

Behalve dan wat betreft indicator 3, onze officiële ontwikkelingshulp: die is, precies in 2015, het geboortejaar van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, gezakt tot onder het Europese gemiddelde. 2015 was ook het eerste begrotingsjaar waarop de huidige regering kon wegen.

Maar de trend was al langer ingezet: na een piek van 0,64% in 2010 (het jaar waarin de Congolese schuldkwijtschelding werd geboekt) zakte het percentage van ons nationale inkomen dat we uitgeven aan ontwikkelingshulp weg naar de huidige 0,42%.

Percentage van inkomen besteed aan officiële ontwikkelingshulp voor de euro-landen, geordend naar inkomen per hoofd van de bevolking (gegevens 2015)

Bron: o.b.v. https://data.oecd.org aangevuld met World Development Indicators

Percentage van inkomen besteed aan officiële ontwikkelingshulp voor de euro-landen, geordend naar inkomen per hoofd van de bevolking (gegevens 2015)

De vergelijking van die 0,42% met het Europese gemiddelde (0,43%) geeft overigens nog een erg optimistisch beeld, omdat de 28 Eurolanden ook nog heel wat diversiteit herbergen: het gemiddelde inkomen van de armste 20% (landen als Roemenië, Bulgarije of Polen) is gemiddeld drie keer lager dan dat van de rijkste 20%. België en Belgiës buurlanden bevinden zich allemaal in de top 40%, met een gemiddeld inkomen van 55.000 euro en… een gemiddelde percentage ontwikkelingshulp van 0,68%, ei zo na 0,7%. Alleen de Oostenrijkers en de Ieren doen het, in deze groep van rijke Eurolanden, nog slechter dan wij.

Het is ook niet zo dat 2015 een uitzonderlijke daling weergeeft. 2015 institutionaliseerde integendeel een beleid dat tot dan toe stoemelings gebeurde: aan het begin van deze legislatuur legde Minister De Croo zijn beleidsnota voor met daarin een aantal interessante elementen waarrond de sector in overleg kon gaan, maar waarin meteen ook een besparing van één miljard werd aangekondigd die de sector, in overleg, zélf kon uitwerken voor de volgende vijf jaar.

De Croo engageert zich om “out of the blue” nog eens 120 miljoen euro per jaar te vinden op Ontwikkelingssamenwerking.

Deze besparing werd verder verteerbaar gemaakt door beroep te doen op de solidariteit van de sector met andere sectoren in de algehele context van besparingen. Solidariteit, het is uiteraard vooral in de sector van ontwikkelingssamenwerking dat je daarmee iets kan verkopen.

Niet dat deze minister het ook niet op een stoemelingse manier kan: Begin dit jaar passeerde een circulaire op de ministerraad waarin sprake zou zijn van nog eens bijkomende besparingen op de federale begroting, voor zo’n 900 miljoen euro. De Croo, niet alleen minister van Ontwikkelingssamenwerking maar vooral vice-premier, engageert zich om out of the blue nog eens 120 miljoen euro per jaar te vinden op Ontwikkelingssamenwerking, nog op de lopende begroting van dit jaar, en tot aan het einde van deze legislatuur.

Onderbewat?

In het kamerdebat van 2 februari worden hierover twee vragen gesteld, door een Franstalige en een Vlaamstalige socialiste. In zijn antwoord beschrijft De Croo deze bijdrage als de te verwachten onderbenutting in het budget.

Ontwikkelingssamenwerking draagt in verhouding het grootste deel van deze stoemelingse besparing omdat onderbenutting eigen zou zijn aan de sector. Maar uiteraard kan een te verwachten onderbenutting in 2017 onmogelijk een argument zijn om al in het begin van het jaar het budget te kortwieken: door de sector te vragen om te besparen in het lopende budgetjaar creëer je vooral méér onzekerheid en onderbenutting.

Dit is opnieuw een gemiste kans om te debatteren over het belang van ontwikkelingssamenwerking en over de manier waarop België zich internationaal wil engageren.

Toch werd het argument gebruikt, en dat de Minister hiermee met de glimlach wegraakt, zegt iets over het democratische gat waarin ontwikkelingssamenwerking zich bevindt: Het thema kan slechts weinigen beroeren, we sparen onze grotere emoties liever voor andere thema’s.

Daarnaast spelen de gewone mechanismen van de particratie; de meerderheidsstem heeft altijd gelijk, ook al heeft ze ongelijk. Het resultaat van dit alles kan je tegenwoordig online en indien nodig in uitgesteld relais bekijken (vanaf minuut 53).

In internationale perspectief heeft België dus vooral last van onderbesteding, niet van onderbenutting. Maar vooral dat er geen noemenswaardig debat over gevoerd wordt, lijkt mij nog het meest laakbaar: dit is opnieuw een gemiste kans om te debatteren over het belang van ontwikkelingssamenwerking en over de manier waarop België zich internationaal wil engageren.

Solidariteit of welbegrip?

Sommigen beweren dat deze besparingsijver, op welke wijze ook, te maken heeft met de blauwe signatuur van deze minister, én van de vorige minister: ontvetting van de staat, het zou de blauwe kiezer wel eens kunnen aanspreken, en het budget ontwikkelingssamenwerking is, zoals gezegd, bij wijze van spreken een stuk spek in het achterkwartier van de Belgische Staat waarin je kan snijden zonder dat het de argeloze kiezer van vandaag pijn doet.

België negeert systematisch een aantal internationale engagementen.

Ik kan echter maar moeilijk aannemen dat de argeloze kiezer van vandaag de enige is die op de ziel mag trappen van een liberale minister.

Laten we wel wezen: In de eerste plaats negeert België hiermee systematisch een aantal internationale engagementen. Het rapport van het Planbureau lijst ze voor mijn en uw gemak nog eens op: diezelfde kamer keurde in maart 2013 een wet goed waarin België aangeeft haar internationale engagementen inzake ontwikkelingssamenwerking uit te voeren en zich daarbij ook engageert om 0,7% van het BNP te besteden aan officiële ontwikkelingshulp.

Deze engagementen vergelijkend met de gegevens concludeert het Planbureau op extra droge wijze: ‘Om in de richting van de doelstelling te gaan, moet de officiële ontwikkelingshulp stijgen’.

Zeker in de post-brexit en post-Trumpperiode zijn er echter ook heel wat liberale stemmen opgegaan die ijveren voor internationale openheid. Zo’n openheid hoeft niet noodzakelijk begrepen te worden als internationale solidariteit met de armsten, het is in de eerste plaats doodgewoon een engagement om internationale verdragen te respecteren, en het is me niet duidelijk waarom een liberaal dat minder zou doen dan, ik zeg maar wat, een socialist.

Maar van een liberale minister mag je, in de tweede plaats, ook verwachten dat hij (of zij) het voortouw neemt in de totstandkoming van internationale overeenkomsten zoals het akkoord over de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, ook indien er een prijskaartje aan hangt.

België heeft hier overigens ook een rol gespeeld, en het negeert die duurzame ontwikkelingsdoelstellingen ook helemaal niet, integendeel, in de sector ontwikkelingssamenwerking wordt elke beleidsactie systematisch gekaderd in de te verwachten bijdrage aan de realisatie van deze doelstellingen. Dat ook het Planbureau over de vooruitgang van België rapporteert in de vorm van deze doelstellingen, illustreert dat het engagement van België de sector ontwikkelingssamenwerking overstijgt.

Het engagement van België in deze is echter nog niet eens een kwestie van internationale solidariteit met de armste landen. Het kan ook gewoon vertrekken van het besef dat de wereld niet eindigt aan onze grenzen en dat ons eigen ontwikkelingsmodel meer neemt dan geeft aan de rest van de wereld.

Globalisering komt met lusten en lasten, een liberale stem voor het ene moet ook mee verantwoordelijkheid nemen voor het andere. Dat zou dan een beleid zijn dat ook de argeloze kiezers van morgen en overmorgen in rekening brengt. Mee te werken aan een internationaal project van inclusieve duurzame ontwikkeling, dat zijn de woorden die De Croo in zijn beleidsnota gebruikt, is ook gewoon een kwestie van welbegrepen eigenbelang.

Een ingekorte versie van dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard van 14 februari.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift