De oplossing voor de ellende van de kolonisatie ligt niet in het Westen maar bij de Congolezen zelf

Congo is in mij geboren

World Bank / Vincent Tremeau / Flickr (CC BY NC-ND 2.0)

Congolese verpleegsters maken zich klaar om patiënten te onderzoeken in een hospitaal in Beni, DRC (2019). ‘Congolezen worden meestal gezien worden als hulpeloze slachtoffers die gered moeten worden’, schrijft Tracy Tansia. Voor haar zijn ze dat niét.

Kritiek op de dekoloniale strijd die columniste Tracy Tansia voert, beantwoordt ze meestal met rollende ogen, omdat een eenvoudig antwoord geven nu eenmaal moeilijk is. ‘Dat de aanleiding voor alle ellende in Congo vandaag de kolonisatie is, is iets dat velen niet willen beseffen.‘

‘De Congolezen in Congo die het moeilijk hebben, daarmee moeten we ons bezig houden, niet de kolonisatie.’

‘Black Lives Matter, en wat dan met wat er in Congo gebeurt?’

‘Waarom houdt de diaspora zich alleen bezig met symbooldossiers?’

Het zijn zinnen die ik al te vaak heb gehoord. Vooral wanneer ik in België spreek over kolonisatie, racisme en discriminatie. Nooit gaf ik er een uitgebreid antwoord op. Misschien rolde ik wel met mijn ogen, of gaf ik een eenvoudig antwoord, zoals: ‘Het één sluit het ander niet uit.’

Maar die vragen of opmerkingen beantwoorden, dat is eigenlijk niet eenvoudig.

30 mei 2021

Op 30 mei zat ik met mijn hele familie in Beneden Congo, dat vandaag Centraal-Congo wordt genoemd. We waren in de stad Mbanza Ngungu om precies te zijn.

Mijn moeder was op vakantie in Congo, het perfecte moment om een herdenking te organiseren voor haar vader, mijn grootvader. Het was de eerste keer dat ze met al haar broers en zussen nog eens samen op één plek was.

Ook mijn oom, papa Jean, was erbij. Toen ik op vrijdag vanuit hoofdstad Kinshasa arriveerde liet hij weten dat er al twee dagen geen water was in huis. En hij klaagde over ditjes en datjes.

Op zaterdag, de dag waarop de herdenkingsviering van mijn grootvader doorging, voelde hij zich niet goed. Na een slechte nacht besloot hij zondagochtend vroeger terug te keren naar Kinshasa. Hij vroeg mijn moeder zijn medicatie te halen. Op dat moment dachten we nog dat we hem in de auto zouden zetten en naar Kinshasa zouden vertrekken zodat hij langs de dokter kon gaan.

Maar die dag stierf mijn oom. Plots werd hij heel erg slecht en ademde hij nog amper. Alle neven en ooms droegen hem naar de wagen. Een hele opgave, want Mbanza Ngungu is een heuvelachtige stadje en ons huis bevindt zich helemaal onderaan de heuvel.

Congo is in mij geboren, net als het collectieve trauma van mijn familie en van de Congolezen.

Enkele familieleden reden hem met de auto naar het ziekenhuis. Samen met een aantal nichten volgde ik op de moto. In volle paniek kwamen we er aan.

Maar de verpleegster weigerde iets te doen voor we de inschrijvingsfiches betaald hadden. Mijn moeder stond naast papa Jean. Bewusteloos lag hij onder een tentzeil op een bed. Het beeld deed met denken aan oorlogsfilms en hoe getracht wordt soldaten te redden. Soldaten die tussen veldslagen in overgelaten werden aan hun lot.

Mijn moeder, die ook verpleegster is, legde uit wat er aan de hand was. De dokter bestelde daarop een scan, maar vroeg eerst te betalen, alvorens die uit te voeren. Nadat ik aan de kassa betaald had en terugkeerde naar de tent, zag ik hoe mijn moeder mijn oom trachtte te reanimeren. ‘Hij reageert niet meer mevrouw, het is te laat’, zei de verpleegster.

Generationeel trauma

Ik ben geboren en getogen in België. Mijn ouders zijn politieke vluchtelingen. Maar er is een gezegde dat luidt: ‘Ik ben niet geboren in Congo, Congo is in mij geboren.’

Het verlies van mijn oom was een traumatische ervaring. Maanden na zijn dood heb ik nog steeds nachtmerries. Hoe we ons van het huis naar het ziekenhuis haastten. Hoe mijn moeder hem probeerde reanimeren.

Rouwen op afstand is iets dat meer mensen door de pandemie hebben moeten meemaken, maar voor ons, Congolese politieke vluchtelingen, is het de norm.

Trauma komt met dochter zijn van politieke vluchtelingen. Lange tijd wisten mijn ouders niet wanneer en of ze hun familie gingen terug zien.

Het zijn brieven en korte telefoons waarin een nicht vertelt dat ze snel geld nodig heeft om een tante naar het ziekenhuis te brengen. Het is bij de start van ieder schooljaar geld opsturen naar een aantal familieleden zodat ze hun kinderen naar school kunnen sturen. Het is naar het nieuws kijken in 1998 (start van de tweede Congolese burgeroorlog, red.) en je afvragen of je familie in orde is.

Het is familieleden zien huilen omdat iemand stierf die op de verkeerde plek, op het verkeerde moment was. Het zijn vrienden van de familie die kinderen krijgen door verkrachting. Het is op afstand rouwen wanneer mijn oma sterft omdat we niet naar Congo kunnen reizen.

Dat rouwen op afstand is iets dat meer mensen door de pandemie hebben moeten meemaken, maar voor ons, Congolese politieke vluchtelingen, is het de norm.

Het is mijn oom zien sterven. Congo is in mij geboren, net als het collectieve trauma van mijn familie en van de Congolezen.

Terugkomend op de “kritiek” van mensen die de Black Lives Matter-beweging hypocriet noemen omdat wat in Congo gebeurt erger is: wie dat beweert, beseft niet in wat voor gepriviligieerde positie hij of zij zit. Waarin Congolezen meestal gezien worden als hulpeloze slachtoffers die gered moeten worden.

Congolezen zijn géén hulpeloze slachtoffers voor mij. Het zijn familieleden, vrienden en kennissen. Het zijn mijn oom, mijn nichten en mijn vrienden.

Als ik over hen spreek, moet ik over hen spreken met respect. Zij zijn geen cijfer tussen het aantal doden bij een clash tussen milities. Zij zijn geen onbekenden.

Om in België te kunnen overleven, moesten we leren om sommige zaken te blokkeren. Om afstand te nemen en ons te beschermen. Maar een aantal van onze ouders hadden het daar moeilijk mee. Depressie, gezondheidsproblemen, een stijgende bloeddruk wanneer er een onverwacht telefoontje vanuit Congo komt.

We strijden voor ons land. Maar wel op onze manier, met respect voor de Congolezen en met zekere afstand zodat we er zo weinig mogelijk mentaal onder lijden.

Dat alles wil niet zeggen dat we niets doen voor Congolezen of dat we dekolonisatie prioritair vinden. De ene strijd ligt in het verlengde van de andere. De ene strijd sluit de andere niet uit. We strijden op een manier die respect geeft aan onze dierbaren.

Ik studeerde politieke wetenschappen omdat ik altijd in Congo wilde komen werken. Ik geloofde altijd dat de toekomst van Congo in handen van de diaspora en de lokale bevolking ligt. Niet in het Westen.

De kritiek is bovendien een manier om ons het zwijgen op te leggen. Het is betuttelend, paternalistisch en racistisch. Het zijn elementen die maken dat we de kritiek kunnen plaatsen onder de term “neokoloniaal”.

Een ander moet mij niet zeggen waar ik me wel of niet mee bezig moet houden. Ook gaat die persoon me niets leren over wat er in Congo gebeurt.

Ik hoef geen artikel te lezen over het aantal doden in Oost-Congo om te beseffen dat het er niet goed gaat. Ik hoef geen jaren in Congo te vertoeven en structuren te bestuderen om te begrijpen wat er misloopt.

We wéten het. We strijden voor ons land. We blijven daar aandacht aan schenken. Maar wel op onze manier, met respect voor de Congolezen en met zekere afstand zodat we er zo weinig mogelijk mentaal onder lijden.

De aanleiding: kolonisatie – de oplossing: de Congolezen

Racisme in België, de erfenis van de kolonisatie en de micro-agressie die we meemaken komen bovenop de dagelijkse bekommernissen over ons land van herkomst.

Het is iets dat mensen die bovenstaande kritiek uiten niet zien, niet willen zien, of niet willen beseffen. Of misschien is het moeilijk te beseffen dat de aanleiding voor alle ellende in Congo vandaag wél de kolonisatie is. Dan is het makkelijker om de vinger naar een ander te wijzen, opdat men niet naar zichzelf moet kijken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Hoewel de aanleiding van de ellende dan wel in de kolonisatie ligt, ligt de oplossing niet in het Westen maar wel bij de Congolezen zelf. En we zijn er ons goed van bewust dat er nog een lange weg afgelegd moet worden.

Op zondag 30 mei maakte ik mee wat Congolezen dagelijks meemaken. Dat is het verlies van een dierbare door de slechte infrastructuur, slechte gezondheidszorg, het gebrek aan basisbehoeften, zoals water, en, tot slot, de stigmatisering van mensen in het ziekenhuis. Ze zeiden me er letterlijk: ‘Jullie, mensen met geld, offeren familieleden op om rijker te worden.’

Dat is iets wat ik niemand toewens.

Maar ondanks die ervaring blijf ik strijdvaardig. Ik zal blijven spreken over dekolonisatie, omdat ik weet dat het mijn voorouders trots zou maken.

Ik zal strijden op respectvolle manier voor een echte onafhankelijkheid van Congo, omdat ik weet dat mijn oom dat zou hebben gewild.

Tot slot ga ik met mijn ogen blijven draaien, iedere keer wanneer iemand zegt dat we ons beter zouden bezig houden met Congo in plaats van dekolonisatie. Omdat één duidelijk antwoord geven niet zo eenvoudig is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur