Dossier: 
Une crise peut en cacher une autre

Corona in Afrika: lessen trekken en clichés doorprikken

World Bank / Sambrian Mbaabu (CC BY-NC-ND 2.0)

Vrouwen op een lokale markt in Kenia.

Als we als samenleving na de coronacrisis als vanouds voortrollen, dan hebben we met z’n allen een geweldige kans gemist, schrijft ontwikkelingsexperte Melanie Schellens. Laten we dus niet te snel over gaan tot de wanorde van de dag, maar lessen trekken en clichés doorprikken. En in beweging komen om de transitie naar #BeternaCorona vorm te geven.

Nog een artikel over Corona? Welzeker. Het is niet omdat de eerste golf in Azië en Europa teruggedrongen lijkt, dat we erover kunnen zwijgen: er kan een nieuwe golf komen. Het is ook niet omdat die eerste golf vooral een schok teweeg bracht in de rijke landen, dat we er beter over zwijgen: de schok is dermate groot, dat ze ons wakker zou moeten houden. En het is tenslotte ook niet omdat de golf nog niet echt lijkt door te breken in Afrika, dat we er over mogen zwijgen: er zijn hier teveel andere ziektes die aandacht eisen, en er is daar bovenop de economische impact die om aandacht smeekt.

Laten we dus niet te snel over gaan tot de wanorde van de dag, laten we deze ongeziene crisis vooral niet verspillen, maar lessen trekken en clichés doorprikken. En in beweging komen om de transitie naar #BeternaCorona vorm te geven.

De ziekte die maar niet wil doorbreken

Er zijn cijfers, maar nog geen oorzaken over het uitblijven van de grote doorbraak van COVID-19 in Afrika. Die cijfers zijn onvolkomen, maar dat is beslist geen typisch Afrikaans probleem. Ook over het aantal Corona-besmettingen en doden in China, België, Rusland, … wordt nog steeds gekibbeld.

Bovenop de dagelijks stroom Belgische statistieken dus toch nog een paar Afrikaanse cijfers, geldig op 1 juni 2020 (J.Hopkins University C-19 dashboard). Want hoe onvolkomen ook, zelfs als de officieel bekende cijfers ruim geïnterpreteerd worden, breekt COVID-19 in veel landen in Afrika niet op dezelfde manier door als op andere continenten.

Daar zijn al meteen een paar nuances bij nodig want dit continent is niet in één cliché te vatten. Met name in Zuid-Afrika, met meer dan 34.000 bekende gevallen en 705 doden (op een totaal aantal inwoners van +57 miljoen), is er sprake van een ernstig gezondheidsprobleem. Ook in Ghana, met ruim 8000 bevestigde gevallen en 36 doden, op een inwoneraantal dat iets meer dan de helft van Zuid-Afrika bedraagt, is de ziekte duidelijk aanwezig, maar niet zo dodelijk.

Ook al stijgen de aantallen niet exponentieel, ze blijven wel stijgen en zetten het gezondheidssysteem verder onder druk.

Nigeria kent officieel iets meer dan 10.000 gevallen, en 287 doden, maar telt wel 195 miljoen inwoners. Tanzania stopte met tellen. Benin, met een vergelijkbaar inwoneraantal als België, kent officieel slechts 232 gevallen (en 3 doden). Senegal, dat als een van de eerste landen in Afrika ten Zuiden van de Sahara getroffen werd, telt 3739 bevestigde gevallen en 42 doden, op ruim 15 miljoen inwoners.

Dat lijkt allemaal minder alarmerend dan voorspeld, zelfs rekening houdend met de beperkingen in de gegevensverzameling. Over de oorzaken wordt volop gespeculeerd. Heeft Afrika het beter aangepakt? Speelt het klimaat een rol? De relatief jonge bevolking? Werd immuniteit opgebouwd door andere ziektes? En wordt dit ook in Afrika voldoende onderzocht door virologen, epidemiologen en andere gezondheidsexperts, of gaat alle aandacht nu eerst naar de ontwikkeling van een vaccin om de rijke landen te beschermen?

De aanwezigheid van het virus in Afrika blijft zorgwekkend, want ook al stijgen de aantallen niet exponentieel, ze blijven wel stijgen en zetten het gezondheidssysteem verder onder druk.

Kiezen tussen pest en cholera

En tegelijk zijn de cijfers relatief. We moeten het dan ook hebben over de cijfers van die andere ziektes die Afrika teisteren. De veelgeplaagde Wereldgezondheidsorganisatie blijft daarvoor een onvervangbare informatiebron. In de top vijf van de meest dodelijke aandoeningen in de armste landen – en daar hoort het grootste deel van Sub Sahara Afrika ook bij- staan allerhande aandoeningen van de luchtwegen met stip op nummer één, waardoor longaandoeningen als gevolg van COVID-19 vaak niet eens opvallen. Ze worden gevolgd door diverse vormen van diarree; hart- en vaatziekten en beroertes, AIDS en Malaria.

In de top 10 staan verder ook nog TBC, pre- en perinatale sterfte en tenslotte verkeersongelukken. Tegenover de 72 bekende COVID-19 doden in DR Congo staan bijvoorbeeld 27.458 sterfgevallen door malaria; in Benin waren dat er vorig jaar 2182. In Senegal zijn er heel wat minder – volgens het WHO-malaria rapport slechts 284.

Ook in Ghana – klimatologisch toch vergelijkbaar met Benin — blijft het aantal malaria sterfgevallen heel wat lager, 599 volgens het hetzelfde WHO—rapport. Het loont dus de moeite om het beleid én de cijfers per land voor verschillende ziektes grondiger te onderzoeken.

Crisis in het gezondheidssysteem

Wat vooral zorgen baart, is dat andere gezondheidsproblemen moeten wijken voor de aanpak van COVID-19. Er zijn al indicaties dat bijvoorbeeld vaccinatieprogramma’s tegen mazelen achterop raken. Sommige patiënten krijgen geen toegang tot ziekenhuizen uit angst voor COVID-19 besmetting. Om dezelfde reden vermijden andere patiënten zelf de gang naar het ziekenhuis.

De COVID-19-crisis moet aangegrepen worden om de bredere gezondheidsproblematiek opnieuw op de kaart te zetten, de sector blijft in veel Afrikaanse landen schandelijk onderbemand m/v en ondergefinancierd. Behalve een aantal heel specifieke maatregelen ter bestrijding van COVID-19 (testen, opvang in quarantaineplaatsen, beschermend materiaal, …) is er vooral nood aan bredere systeemondersteuning.

Dat het Afrikaans continent het beter doet in de bestrijding van het Coronavirus, zoals elders op deze pagina’s geopperd werd, is dan ook, helaas, maar heel gedeeltelijk waar. Een pluim voor Senegal, waar volk en leiders hun beste beentje voor zetten – toch geldt op al te veel andere plaatsen op het continent een andere realiteit.

Maar op één punt hebben vrijwel alle Afrikaanse landen wél buitengewoon efficiënt gehandeld: om de ziekte zoveel mogelijk buiten de deur te houden sloten ze snel hun grenzen; strenge controle werd gekoppeld aan quarantainemaatregelen. Die ingrepen hebben zonder twijfel veel erger voorkomen.

De ziekte kwam immers van buiten, vooral van Europa, in de eerste plaats via mensen die zich een vliegreis kunnen permitteren. Dat zijn veelal expats, maar vergeet niet ’s lands elite. De sluiting van de grenzen werd overigens in sommige Europese landen aanvankelijk op hoongelach onthaald en pas met enige vertraging ondersteund door reisadviezen – namelijk toen Europa zich realiseerde dat het heen-en weer verkeer ook voor het oude continent risico’s inhield.

Geloof in de vrije markt, gebrek aan aandacht voor sociaal beleid, maar ook regelrechte corruptie hebben er voor gezorgd dat vooral publieke gezondheidssystemen ondermaats bleven.

Maar de burgerzin die in Senegal zo geprezen wordt, zien we niet in alle Afrikaanse landen. Neem Benin. De lokale ngo ALCRER volgt de crisis op de voet met een wekelijks rapport. Handen wassen wordt in de meeste de scholen, die ondertussen in Benin weer gedeeltelijk open gingen, redelijk goed opgevolgd. Maar afstand houden blijft in de helft van de onderzochte gevallen problematisch –dat zal ook in België bekend klinken. Het gebruik van maskers wordt goed opgevolgd in de scholen, maar heel wat minder op straat en openbare plaatsen.

Helaas lapten de meeste politieke partijen de regels aan hun laars tijdens de meetings voor de gemeentelijke verkiezingen van 17 mei jl. Afstand werd slecht bewaard in één van de 18 opgevolgde gemeentes, handen wassen in 2 en maskers dragen in 5. In sommige andere landen reageert de bevolking ronduit vijandig op de preventiemaatregelen, al helemaal wanneer de handhaving gepaard gaat met buitensporige politieacties, zoals bijvoorbeeld in Ethiopië.

In andere publicaties wordt gewezen op het gebrek aan goed bestuur in de gezondheidssector in veel ontwikkelingslanden, zoals bijvoorbeeld A M Viens en O.Eyawo, (School of Global Health, York University, Toronto, Canada) signaleren: COVID-19: the rude awakening for the political elite in low- and middle-income countries.

Geloof in de vrije markt, gebrek aan aandacht voor sociaal beleid, maar ook regelrechte corruptie hebben er voor gezorgd dat vooral publieke gezondheidssystemen ondermaats bleven. Voor de elites in het land was dat geen prioriteit; zij konden naar privéklinieken of naar het buitenland om zich te laten verzorgen. De wereldwijde Corona-crisis zet die situatie op scherp; het sluiten van de grenzen beperkte ook de bewegingsvrijheid van de elites – op z’n minst tijdelijk.

Maar ook hier vraagt het Afrikaanse continent nuance. De topkwaliteit van de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg is al lang bekend; het land spendeert 13.3% van haar openbare bestedingen aan gezondheid (voor België is dat 15.3%). Ook Rwanda doet het op dit vlak redelijk goed met 8.9%, waar Benin en Senegal achterop hinken met resp. 4.6% en 3.9%. Overigens daalde de publieke ontwikkelingshulp voor gezondheid de afgelopen jaren gestaag – al ging er verhoudingsgewijs wel meer naar de armste landen. Het is hoe dan ook te weinig om een echte COVID-19 crisis op te vangen.

De schrik zit er dus goed in. Ook stiekem als een veenbrand zal COVID-19 in Afrika een risico blijven. Dat risico treft ook Europa en zeker ook Azië waarmee ondertussen zoveel meer uitgewisseld wordt. Investeren in de gezondheidssystemen van Afrika is dan ook investeren in ons eigen belang.

Economische crisis

Ziekte is één ding; honger en armoede zijn andere reële bedreigingen. Zelfs indien de ergste COVID-19-verschijnselen aan Afrika voorbij gaan, kan het continent niet ontsnappen aan de ongeziene wereldwijde economische crisis, en die zou wel eens veel meer slachtoffers kunnen maken.

Wie hier zonder job valt, valt meteen ook zonder inkomen.

Het IMF voorspelt voor Afrika een krimp van 1.6 percent (regional economic outlook)., met voor dit jaar alleen al een mogelijk verlies van 200 miljard dollar tegenover de verwachtingen van nog maar een half jaar geleden. Wie rekende op de privésector, houdt best ook rekening met de volatiliteit van die geldstromen: de OESO berekende dat directe buitenlandse investeringen wereldwijd zelfs in de meest optimistische scenario’s met één derde verminderen, en dat die massale terugtrekking nog sterker is in ontwikkelingslanden. Volgens het Institute of International Finance werd zo al 62 miljard dollar ‘gerepatrieerd ‘.

Wat betekenen dergelijke globale cijfers concreet? Ook hier zijn nuances nodig per land, regio, stad en platteland, … De fabuleuze groei in Rwanda (geschat op 9% in 2019) zal terugvallen tot 2%; in Benin gaat het naar verwachting van 6.9% naar 3.2% — amper genoeg om de bevolkingsgroei te compenseren. Er zijn in Afrika nauwelijks vangnetten als tijdelijke werkloosheid of een uitkering bij ziekte.

Terwijl Europa en Amerika honderden miljarden vrijmaken om de economische crisis te bezweren, blijft het voor Afrika voorlopig bij een voorzichtig pleidooi voor een moratorium op de terugbetaling van buitenlandse schulden. Een studie van de Afrikaanse Unie voorziet dat minstens 20 miljoen jobs in Afrika verloren gaan. Wie hier zonder job valt, valt meteen ook zonder inkomen.

Voor de omvangrijke informele sector in Afrika is het per definitie moeilijk daar heel concrete cijfers op te plakken. Hoe strenger de lockdown wordt toegepast, hoe minder lokaal geproduceerd voedsel er nog op de markt komt, waardoor nog meer mensen hun toch al ongewisse inkomen verliezen en de voedselprijzen in de steden stijgen. Inkomens uit toerisme werden tot nul herleid. Ondertussen worden de maatregelen op de meeste plaatsen weer versoepeld, maar veel kwaad is al geschied.

World Bank / Sambrian Mbaabu (CC BY-NC-ND 2.0)

Hoe strenger de lockdown wordt toegepast, hoe minder lokaal geproduceerd voedsel er nog op de markt komt, waardoor nog meer mensen hun toch al ongewisse inkomen verliezen en de voedselprijzen in de steden stijgen.

Toch gingen sommige landen al heel snel over tot compensaties, ook met beperkte middelen. In Togo werd de strenge lockdown vanaf begin april gekoppeld aan sociale uitkeringen: wie zijn job verliest, krijgt maandelijks een bescheiden som elektronisch geld. Een dag na de bekendmaking waren er al 40.000 kandidaten ingeschreven. Benin blijft steken in de planningsfase, daar werden pas vorige week de eerste fiscale maatregelen van kracht en wordt nog steeds gepalaverd over mogelijke cash transfers. De ergste klappen moeten nog komen. De prijzen voor cash crops als katoen bijvoorbeeld dalen sterk, de impact daarvan is onderweg.

De daling van de olieprijs is een ramp voor exporteurs als Nigeria – maar compenseert dan weer een deel van het leed in de importerende landen. Deze feiten kriskras over het continent moeten niet gelezen worden als allesomvattend overzicht, wel als een illustratie van de verscheidenheid.

Crisis als kans voor de grote transitie?

Tony Elumelu, de Nigeriaanse miljonair en filantroop, hield voor het hooggeplaatste Afrikaanse publiek van het virtuele New York Forum Institute een pleidooi om deze crisis aan te grijpen om de Afrikaanse economie te resetten, een pleidooi dat breed werd uitgemeten in Afrikaanse kranten. In plaats van afhankelijk te blijven van hulp, moet deze crisis Afrika aanzetten om zelf een Marshallplan uit te werken dat focust op energievoorziening, tewerkstelling van jongeren en ondersteuning van kmo’s, om op eigen kracht verder te kunnen.

Het is een belangrijk signaal van eigen bodem, waarbij Elumelu de internationale gemeenschap vraagt om veel specifiekere samenwerking op die drie prioriteiten. Een radicale herijking van de economische uitgangspunten is het niet, tenzij de duidelijke klemtoon om noeste arbeid van Afrikaanse ondernemers beter te valoriseren.

Wat zijn de antwoorden van de internationale gemeenschap? Europa kondigde ondertussen aan dat het €750 miljard veil heeft voor haar eigen relanceplan. Als het van de Commissie afhangt wordt dat géén business as usual, maar er wachten nog moeilijke onderhandelingen vooraleer ook alle lidstaten mee zijn en onze eigen Europese Noord-Zuidkloof overbrugd wordt.

Aan de overkant van de oceaan houdt het IMF in haar officiële landenadviezen ook in tijden van Corona krampachtig vast aan het mantra van economische groei.

Het Europese antwoord op de COVID-19-crisis voor Afrika beperkt zich voorlopig vooral tot onmiddellijke urgenties voor de gezondheidssector en de acute economische impact. Tegelijkertijd slepen de debatten aan over de punten en komma’s en het institutionele kluwen voor de invoering van het nieuwe instrument voor de bredere samenwerking NDICI (Neighborhood, Development and International Cooperation Instrument) en de opvolger van het Cotonou-akkoord – de belangrijkste basis voor de samenwerking met Afrika (en met partnerlanden in de Cariben en de Pacific) dat officieel afliep in februari van dit jaar maar verlengd werd tot december.

De belangrijkste thema’s van de Post-Cotonoustrategie liggen in het verlengde van de Green Deal die Europa voor zichzelf uitstippelt: een groene transitie, digitale transformatie, duurzame groei en jobs, vrede en bestuur, en migratie en mobiliteit. In de mate dat Europa er in zou slagen dit gezamenlijk uit te dragen, zit er een enorm potentieel in.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Aan de overkant van de oceaan houdt het IMF in haar officiële landenadviezen ook in tijden van Corona krampachtig vast aan het mantra van economische groei – met sociale vangnetten als doekjes voor het bloeden. Toch klinkt ook vanuit het IMF de oproep steeds luider om van het herstel een groene zaak te maken. En het Fonds heeft de intellectuele capaciteit in huis om ook andere inzichten te publiceren, zoals de vaststelling dat de grote pandemieën van de afgelopen eeuwen steevast meer ongelijkheid veroorzaakten.

En nog deze week verscheen ook een verassend politiek getinte aflevering van het IMF-tijdschrift Finance and Development. De huidige managing director, Kristalina Georgieva, deed eerder ervaring op in verschillende Wereldbankfuncties, maar ook als Europees commissaris voor ontwikkelingssamenwerking, onder andere. Komt er onder haar leiding meer ruimte om ook alternatieve inzichten aan bod te laten komen, niet enkel als interessante intellectuele oefening maar ook in de praktijk?

De Wereldbank stelde inmiddels weer een nieuwe hoofdeconoom aan, die meteen ook een flinke dosis expertise in (financieel) crisismanagement meebrengt, ‘this time is different’- Carmen Reinhart. Onder die titel schreef ze samen met Kenneth Rogoff al in 2009 een reflectie over de financieel economische crisis, en leerde ze ons op basis van onderzoek naar enkele eeuwen financiële crises dat het geloof dat het “deze keer anders zal zijn” moeilijk uit te roeien is onder bankiers, ministers van financiën en andere beleidsverantwoordelijken die keer op keer dachten dat ze het nu echt wel wisten, en keer op keer ten prooi vielen aan hybris, waarschuwingen in de wind sloegen en gebrekkige regelgeving door de vingers zagen.

Dat laat onverlet dat de aandacht van de nieuwe hoofdeconoom vrijwel uitsluitend naar schuldcrises en inflatieproblematiek gaat, maar geen diepere reflectie inhoudt over de basispremissen van het financieel-economisch systeem op zich, zeg maar het neoliberale model waarmee we van crisis naar crisis voortsukkelen. Is het dié economie die we moeten redden? Liever zoeken we naar meer duurzame manieren om waardig werk, inkomen en perspectief voor zoveel mogelijk aardbewoners te realiseren, vandaag én morgen.

Politieke crisis?

Zal het deze keer anders zijn? Een transitie komt er niet vanzelf, daar zijn beleidskeuzes voor nodig, en maatschappelijke druk om die te bepleiten. Het wordt maar #BeterNaCorona als we uit ons kot komen en beweging vormen. Dat begint nu al, en zal nog duidelijker worden wanneer de rekening op tafel komt. Wie zal ze betalen? Ontpopt COVID-19 zich dan ook als de thermometer van een politieke crisis? Er is democratische ruimte nodig om de noodzakelijke nieuwe keuzes te maken, maar de manier waarop de democratie momenteel functioneert stelt niet echt gerust; niet in eigen land, niet over de grote plas.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Wie een paar maanden geleden nog beweerde dat democratische landen beter reageerden op de pandemie, heeft iets recht te zetten. Dat is geen argument voor minder democratie, wel voor een betere democratie. Voor veel bezorgde wereldburgers is deze mondiale koorts een indicatie dat we een veel ernstiger ziekte onder de leden hebben. Met symptomen die gaan van de coronadoden in Wuhan, over de onheilspellende capriolen van de president van een wereldmacht, de vluchtelingenkampen in Griekenland, de bosbranden in Australië tot de rellen in Minneapolis en zelfs de gevandaliseerde bomen in Turnhout.

Maar er zijn evengoed krachten in de samenleving die dit allemaal sterk overdreven vinden en er van uit gaan dat ze de crisis snel kunnen bezweren met de komst van een vaccin, dat vanaf 2021 of 2022 de groei wel weer aantrekt, we daarmee de tekorten en leningen kunnen aanzuiveren, en alles weer als vanouds voortrolt. In dat geval hebben we met z’n allen een geweldige kans gemist.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur