Doe wel en zie nog even om

USMC/Sgt. Andres Alcaraz (CC0)

 

Na Thanksgiving Thursday en Black Friday volgt in de VS Giving Tuesday. Postbussen en mailboxen lopen vol met pleidooien en bedelbrieven voor het goede doel, en dat gaat zo door tot voorbij Kerstmis. Ook ontwikkelingssamenwerking haalt op die manier vele miljarden dollars op. Tel daarbij nog de miljarden van de grote stichtingen en bedrijven, en de Amerikaanse privé-bijdragen voor ontwikkelingssamenwerking evenaren de officiële Amerikaanse ontwikkelingshulp (ODA). Daar kun je vandaag alleen maar blij om zijn, toch? Wel, dit gulle geven komt met veel gezichten.

Rajiv Shah, voormalig hoofd van USAID (het belangrijkste hulpagentschap van de Verenigde Staten) en ondertussen voorzitter van de Rockefeller Foundation, beklaagde zich in het voorjaar van 2017 dat de 50 grootste privé stichtingen niet in staat zullen zijn om het gat dicht te rijden dat ontstaat wanneer President Trump zoals aangekondigd 30% gaat besparen op ontwikkelingshulp. Shah moet zich ergens vergist hebben. Een paar maanden later dook zijn vergelijking opnieuw op, maar nu was er sprake van de top 15. Bij zo`n grote bedragen steekt het blijkbaar niet op een miljard meer of minder.

Volgens het jaarlijkse Voluntary Agency Report van USAID gaven de 485 geregistreerde privé organisaties in 2014 gezamenlijk zo’n 22 miljard US dollar aan ontwikkelingssamenwerking. De lijst met organisaties lijkt op een uitvergroting van het Belgisch ngo-landschap, met toch wat eigen Amerikaanse trekken. Er zitten kleintjes en héle grote bij, buitenproportioneel veel religieuze organisaties ook, naast universitaire hulpfondsen, groepen die zich slechts met één onderwerp bezig houden en ook nog altijd wat steuncomités voor specifieke landen.

Maar enkele grote stichtingen vinden we niet terug in dit rapport – zoals de Bill & Melinda Gates Foundation die op zich al ongeveer 5 miljard USD per jaar geeft. Samen evenaren de diverse privé-organisaties de officiële Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking die ruim 30 miljard dollar bedraagt. Als we mogen vergelijken met de verhoudingen in België: daar staat 2.3 miljard dollar overheidshulp (minder dan de helft van het jaarbudget van Bill & Melinda…) tegenover 664 miljoen dollar privé giften voor ontwikkelingssamenwerking (cijfers 2014).

Dit geefgedrag wijst niet zozeer op een specifiek Amerikaanse gulle karaktertrek dan wel op een ander kenmerk van de samenleving in dit land, nl. een sterk wantrouwen tegenover de overheid

Dit geefgedrag wijst niet zozeer op een specifiek Amerikaanse gulle karaktertrek dan wel op een ander kenmerk van de samenleving in dit land, nl. een sterk wantrouwen tegenover de overheid, en dat beperkt zich niet tot ontwikkelingssamenwerking. Veel onderzoekers in de VS (op hun beurt ook gefinancierd door privé-giften …) gaan er van uit dat privé hulp veel efficiënter en flexibeler is dan overheidshulp, al ontbreekt daarvoor harde bewijsvoering.

In 2016 werd in totaal ruim 390 miljard USD aan filantropische giften allerhande opgetekend, voor uiteenlopende goede doelen in Amerika zelf: sociale hulp, kinderopvang, voedselhulp, universiteiten, musea, theaters, … en ook voor ontwikkelingssamenwerking. Drie kwart daarvan kwam van individuen, de rest van stichtingen, bedrijven en andere institutionele gevers.

Dat de overheid met iets meer belastinginkomsten zelf een grotere rol zou kunnen spelen en meteen ook voor een betere herverdeling zou kunnen zorgen die niet afhankelijk is van de goede wil en emoties van het geefmoment, is hier een minderheidsstandpunt.

Wie betaalt, bepaalt?

Die omvangrijke caritatieve sector genereert een hele onderliggende cultuur van organisaties die de milde gever naar de juiste organisatie moeten leiden.

Initiatieven zoals Giving USA, Give Well, Global Impact, America’s Charities of The Open Philanthropy Project en vele andere organisaties werpen zich op als evaluator of adviseur om enerzijds al die arme rijke mensen te helpen de juiste keuze te maken om hun geld zo efficiënt mogelijk te spenderen en anderzijds om organisaties te helpen meer geld binnen te halen. Veel universiteiten hebben een leerstoel, School of philanthropy of anderszins een onderzoekscentrum dat zich over de brede sector buigt.

In welke mate al die zelfverklaarde experten afhankelijk zijn van wiens brood ze eten, is ook al moeilijk uit te maken.

Wie bepaalt dan waar de middelen naar toe gaan, en of ze inderdaad effectief en efficiënt ingezet worden? De overheid als behoeder van het algemeen belang komt hier niet aan te pas. In welke mate al die zelfverklaarde experten afhankelijk zijn van wiens brood ze eten, is ook al moeilijk uit te maken. De onderzoeksinitiatieven worden deels gefinancierd door individuele giften, maar evengoed door de organisaties die ze zelf aanprijzen.

Wie bepaalt de ruimere relevantie, de bredere coördinatie? Als illustratie mag de top 5 gelden die in alle ernst werd aanbevolen door Give Well voor het “geefseizoen 2017”: Against Malaria Foundation; Schistosomiasis Control Initiative; Malaria Consortium’s seasonal malaria chemoprevention program; Evidence Action’s Deworm the World Initiative; Helen Keller International’s vitamin A supplementation program. Met de bijkomende aanbeveling om 10% van de gift te bestemmen voor het eigen onderzoekswerk van GiveWell .

Op financieel vlak is alles in principe transparant – dit is meteen ook het enige aspect waar de overheid wél enkele normen stelt. Als je lang genoeg zoekt, weet je waar de budgetten vandaan komen en waar ze naar toe gaan.

Dan blijkt ook dat sommige wilde weldoeners in de VS nog een ander gezicht hebben. De moederbedrijven van enkele grote filantropische stichtingen waren in het recent verleden terug te vinden in een heel ander gezelschap.

Dan blijkt ook dat sommige wilde weldoeners in de VS nog een ander gezicht hebben. De moederbedrijven van enkele grote filantropische stichtingen waren in het recent verleden terug te vinden in een heel ander gezelschap. De New York Review of Books berichtte in december over de American Legislative Exchange Council, die lobbyt voor wetgeving in de verschillende staten van de VS. Ze werkt vooral aan wetgeving tegen overheidsbemoeienis in allerlei vormen, tegen publiek onderwijs, vakbondsrechten, klimaatacties, ziekteverzekering, … maar wel voor vrije wapenverkoop.

Het gaat om een invloedrijke groep, vooral omwille van de manier waarop ze opereert: ze probeert zoveel mogelijk de regelgeving op het niveau van de individuele staten te beïnvloeden, en dat lijkt aardig te lukken. Niet alleen de Amerikaanse usual suspects als Koch-industries en Walmart financieren deze ALEC, maar ook Facebook (Zuckerberg) en Microsoft (Bill Gates) waren tot in 2014 lid, zij aan zij met parlementsleden uit de verschillende staten.

Volgens de waakhond ALECexposed trokken beide bedrijven zich ondertussen terug. Maar de politieke visie van zowel Zuckerberg als de Gates Foundation ten voordele van private for profit onderwijs is blijven hangen, evenals hun afkeer van belasting betalen.

Inmiddels krijgen sommige privé-financiers ook meer voet aan de grond in multilaterale instellingen. De Gates Foundation is volgens een recent overzicht van de think tank Brookings goed voor 14 % van het budget van de Wereldgezondheidsorganisatie en voor liefst 19 % van CGIAR, het consortium van landbouwonderzoekscentra voor ontwikkeling.

Gates en ander privé-stichtingen financieren ook een deel van het Global Partnership for Education, waar al een tijdje gedebatteerd wordt over de manier waarop de privé sector al dan niet een sterkere stem mag hebben in het beleid en beheer van de organisatie. De druk zal nog toenemen, aangezien de privésector in toenemende mate uitgenodigd wordt om bij te dragen aan ontwikkeling.

liever een goed menende privépartner als bestuurslid dan een vertegenwoordiger van een “kwaadwillig regime”, toch?

Nieuwe initiatieven, zoals de in 2014 opgerichte Global Financing Facility ter ondersteuning van gezondheid en onderwijs voor moeders en jonge kinderen, richten zich nadrukkelijk ook op privé-financiers, zowel non-profit als uit het bedrijfsleven. Voor sommige betrokkenen is dat een pragmatische kwestie: liever een goed menende privépartner als bestuurslid dan een vertegenwoordiger van een “kwaadwillig regime”, toch?

Toch zal die overheidsvertegenwoordiger zich vroeg of laat moeten verantwoorden tegenover de bevolking, terwijl de privé-actor enkel terug hoeft naar zijn aandeelhouders, die enkel verantwoordelijkheid dragen voor de financiële gezondheid van het bedrijf. De bijbehorende stichtingen zijn enkel rekenschap verschuldigd aan… hun stichter en een zelfgekozen raad van bestuur?

Onzekerheid troef

De focus op die paar grote stichtingen verhult echter een heel divers landschap. Veel organisaties kunnen het alsnog moeilijk krijgen indien het Trump menens is met de besparingen in ontwikkelingssamenwerking. Amerikaanse ngo’s krijgen weliswaar nauwelijks subsidies, maar ze worden wel vaak aangetrokken om overheidsprojecten uit te voeren.

De hoger vermelde geregistreerde Amerikaanse organisaties (naast een 100-tal erkende internationale waar we bv. ook het Belgische Protos terugvinden) krijgen globaal genomen 8% van hun middelen van USAID, en 74 % van privé giften, de rest komt uit andere bronnen.

Maar bekijk de cijfers vanuit een andere invalshoek en 20% van de Amerikaanse ODA wordt gekanaliseerd via ngo’s – niet zozeer via subsidies dus, maar via onderaanneming. In België gaat, ondanks de toch gulle subsidieregeling voor erkende organisaties, slechts 14% van de totale ODA via ngo’s. Maar linksom of rechtsom, in beide gevallen is er een grote afhankelijkheid van de overheid.

Tot nu toe konden schenkingen in de VS ruimhartig afgetrokken worden van de belastingen, maar dat wordt in de nabije toekomst, wanneer Trumps’ belastinghervorming in praktijk gebracht wordt, wellicht moeilijker voor kleinere schenkingen.

Nog een ander aspect maakt de sector onzeker. Zoals hoger gesignaleerd komt het grootste deel van de giften van privé personen, niet van de grote stichtingen en bedrijven. Tot nu toe (en al sinds 1917!) konden schenkingen in de VS ruimhartig afgetrokken worden van de belastingen, maar dat wordt in de nabije toekomst, wanneer Trumps’ belastinghervorming in praktijk gebracht wordt, wellicht moeilijker voor kleinere schenkingen.

Met de nieuwe maatregelen zou nog maar 5 % van de belastingbetalers in aanmerking komen voor deze aftrek, tegenover de huidige 30%. Dan wordt belasting-ondersteund geven enkel nog iets voor de allerrijksten… De vrees bestaat dat daardoor ook een ander patroon zal ontstaan: volgens rapporten zijn de grote schenkers vooral actief in de culturele sector en universiteiten, en focussen de kleinere schenkers eerder op sociale organisaties. Schuiven met het belastingvoordeel zal dan vooral pijn doen voor veel Amerikaanse sociale organisaties, maar ook voor ontwikkelingshulp.

En dan komen we onvermijdelijk toch weer terug bij die grote stichtingen, wiens aandeel groter zal worden. Dat geeft hen onvermijdelijk meer beleidsinvloed – of ze nu wel of niet een zitje in de raad van bestuur krijgen. Tegenover zoveel goede bedoelingen is het ongemakkelijk om lastige vragen te stellen, maar toch: hoe kan een democratisch toezicht gegarandeerd worden zonder de goede intenties te fnuiken?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur