Er is nog een lange weg te gaan om de structurele oorzaken van het geweld aan te pakken

Een andere economie? Bescherm inheemse activisten

Cesar David Martinez / Avaaz / Flickr (CC0)

Activisten die milieu- en landrechten verdedigen worden steeds vaker gecriminaliseerd, bedreigd en vermoord. Meer dan een derde van alle dodelijke aanslagen wereldwijd was vorig jaar gericht tegen inheemse gemeenschappen, terwijl die slechts vijf procent van de wereldbevolking uitmaken.

Activisten die milieu- en landrechten verdedigen worden steeds vaker gecriminaliseerd, bedreigd en vermoord, vooral als ze tot inheemse gemeenschappen behoren. Hun werk vormt nochtans een onmisbare bron van hoop en inspiratie: niet alleen voor de mensenrechten zelf, maar ook voor een andere economie. Hoog tijd dus dat beleidsmakers en bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen, schrijft ontwikkelingsexpert Wies Willems.

‘De moorden blijven toenemen. Elke dag worden we wakker met nieuwsberichten over nieuwe slachtoffers, ergens in het departement.’

Aan het woord is de mensenrechtenorganisatie Red por la Vida y los Derechos Humanos del Cauca, een partner van Broederlijk Delen, in haar jaarrapport over 2020. Nergens in Colombia woedt de strijd om land en grondstoffen heviger dan in deze streek. En de strenge lockdowns maakten het alleen maar erger: activisten werden in hun huizen vermoord, beschermingsprogramma’s van de overheid opgeschort.

De boerengemeenschappen, Afro-Colombiaanse en vooral inheemse gemeenschappen van Cauca worden al decennialang geconfronteerd met geweld van zowel rebellengroepen als het leger, paramilitairen en drugsbendes. De inzet van die territoriale strijd vandaag zijn allerlei economische belangen, van illegale coca- en marihuanateelt over mijnbouwprojecten tot grote agro-industriële plantages.

Meer dan een derde van alle dodelijke aanslagen wereldwijd was vorig jaar gericht tegen inheemse gemeenschappen, terwijl die slechts vijf procent van de wereldbevolking uitmaken.

De sociale bewegingen van Cauca voeren voortdurend actie om de regering te herinneren aan de beloftes van het vredesakkoord met de FARC (dat in 2016 werd afgesloten). Dat akkoord beloofde onder meer garanties dat milieu- en mensenrechtenverdedigers hun werk in veiligheid zouden kunnen doen: het is een van de vele eisen die ook een rol speelde tijdens de recente massale protesten in het land.

Colombia is veruit het gevaarlijkste land voor verdedigers van landrechten en milieuactivisten, schrijft ook Global Witness in een nieuw rapport dat deze week verscheen. Maar het land is zeker geen alleenstaand geval: ondanks de pandemie gaat de gewelddadige rush op grondstoffen wereldwijd nog heftiger voort dan ooit. Global Witness telde in totaal 227 moorden in 2020 (met de nuance dat dit cijfer wellicht een onderschatting is). Na Colombia volgen Mexico, de Filipijnen en Brazilië. Houtkap, mijnbouw, agro-industrie en energieprojecten zoals stuwdammen blijken de meest risicovolle economische sectoren.

Inheemse activisten worden disproportioneel hard getroffen: meer dan een derde van alle dodelijke aanslagen wereldwijd was vorig jaar gericht tegen inheemse gemeenschappen, terwijl die maar vijf procent van de wereldbevolking uitmaken.

Globale inheemse agenda biedt hoop

Ondanks al dat geweld tegen activisten zijn er ook redenen om hoopvol te blijven, schrijft Gráinne de Búrca (professor aan de Universiteit van New York) in een recent opiniestuk. Voor een nieuw boek deed zij onderzoek naar de impact en beperkingen van mensenrechtencampagnes over de hele wereld.

Haar belangrijkste punt: wanneer je de focus verlegt van de grote en prominente ngo’s (vooral uit het globale Noorden) naar de diversiteit van organisaties en activisten wereldwijd, ontstaat een veel vitaler beeld van het mensenrechtenlandschap. Tal van bewegingen en activisten blijven expliciet de taal en de instrumenten van de mensenrechten gebruiken in hun strijd voor rechtvaardigheid, zegt de Búrca. En ze hebben vaak wel degelijk impact.

De Colombiaaanse overheid blijft het structurele karakter van geweld tegen milieu- en mensenrechtenverdedigers ontkennen.

Als voorbeelden haalt de professor #MeToo en Black Lives Matter aan, maar ze verwijst ook naar inheemse organisaties en andere activisten die zich inzetten voor milieugerelateerde rechten. Enkele actuele ontwikkelingen tonen inderdaad aan dat er een en ander beweegt op de internationale agenda.

Een eerste illustratie is het Escazú-verdrag in Latijns-Amerika en de Caraïben, dat dit jaar in werking trad. ‘Escazú’ is een regionale politieke overeenkomst, afgesloten in het gelijknamige Costa Ricaanse district, met als doel de toegang tot informatie, deelname aan de besluitvorming en toegang tot rechtspraak inzake milieukwesties te verbeteren.

Vierentwintig landen uit het continent hebben het verdrag ondertussen ondertekend, waarvan de helft de tekst ook ratificeerden (wat betekent dat de verplichtingen van het verdrag ook op nationaal niveau afdwingbaar worden). Colombia is niet toevallig een van de landen waar de ratificatie nog altijd op zich laat wachten: de overheid blijft het structurele karakter van geweld tegen milieu- en mensenrechtenverdedigers ontkennen.

Escazú bevat onder meer een specifieke clausule die staten verplicht om de veilige deelname van milieuactivisten aan de politieke besluitvorming te garanderen en bedreigingen en geweld te voorkomen. Het is bovendien een van de eerste instrumenten die zo expliciet de link leggen tussen milieu- en mensenrechten.

Verschillende initiatiefnemers van Escazú, waaronder de overheid van Costa Rica, werkten overigens aan een voorstel tot globale erkenning van het recht op een gezond leefmilieu, dat de komende weken tijdens de VN-Mensenrechtenraad wordt.

Een ander, nog recenter voorbeeld is de globale inheemse agenda over landrechten en natuurbehoud die op het recentste congres van de internationale natuurkoepel IUCN (International Union for the Conservation of Nature) in Marseille werd gelanceerd.

Voor het eerst in de zeventigjarige geschiedenis van IUCN kregen vertegenwoordigers van inheemse organisaties op die top overigens volwaardig stemrecht toegekend.

Naast een oproep om 80 procent van het Amazonegebied te beschermen, die door de leden van het congres overweldigend gesteund werd, omvat de agenda ook verschillende eisen in verband met de erkenning van landrechten, de ‘dekolonisatie van natuurbehoud’ via de volwaardige erkenning van inheemse kennis en praktijken, en directe toegang tot (publieke en private) financiering.

Onderzoek toont al langer aan dat inheemse gemeenschappen de beste bewaarders zijn van bossen en biodiversiteit, en eindelijk lijkt dat inzicht door te breken. Voor het eerst in de zeventigjarige geschiedenis van IUCN kregen vertegenwoordigers van inheemse organisaties op die top overigens volwaardig stemrecht toegekend.

Straffeloosheid van bedrijven

Deze bemoedigende stappen nemen niet weg dat er “op het terrein” nog altijd een enorm probleem van onveiligheid en straffeloosheid heerst, en dat families, gemeenschappen en organisaties op zoveel plaatsen elke dag een erg moeilijke en uitputtende strijd voeren voor gerechtigheid. Er is dus nog een lange weg te gaan om de structurele oorzaken van het geweld aan te pakken en de bescherming van activisten te garanderen.

Een deel van de verantwoordelijkheid ligt vanzelfsprekend bij nationale overheden: zij moeten bijvoorbeeld landtitels van gemeenschappen formaliseren en rechtenschendingen onderzoeken en bestraffen. Maar ook internationale (inclusief Europese) beleidsmakers, bedrijven en financiële instellingen gaan niet vrijuit. Bestaande vrijwillige richtlijnen over bedrijven, mensenrechten en milieu blijken niet te volstaan en dus is het tijd voor sterke, bindende regels. Voorlopig laten die nog op zich wachten, al is het debat volop aan de gang.

Een eerste concrete piste die bij de Europese Commissie op tafel ligt om de situatie van milieu- en mensenrechtenactivisten wereldwijd te verbeteren, is de veelbesproken zorgplichtwet. Mary Lawlor, de Speciale VN-Rapporteur voor Mensenrechtenverdedigers, deed in dat verband op 6 september een niet mis te verstane oproep: ‘Het is nu hét moment voor de EU om de principes die aan de basis liggen van de Unie nieuw leven in te blazen, via een sterke wet die helpt om levens van mensenrechtenverdedigers te redden. Lawlor verwees daarbij specifiek naar activisten die hun leven riskeren als gevolg van schendingen in de wereldwijde waardeketens van EU-bedrijven. Volgens haar heeft de EU met de zorgplichtwet een ‘gouden opportuniteit’.

Helaas blijft de Europese Commissie in de onderhandelingen over het VN-verdrag rond bedrijven en mensenrechten al jaren aan de zijlijn staan.

Europees Commissaris Reynders deed vorig jaar al de belofte dat hij werk zou maken van dit wetgevende kader dat Europese bedrijven en financiële instellingen verplicht om hun toeleveringsketens en zakenrelaties te controleren op schendingen van mensenrechten, arbeidsrechten en milieunormen; en dat hen ook juridisch aansprakelijk kan stellen voor schade. Sindsdien organiseerde de Commissie al een publieke consultatie en kwam het Europees Parlement met een sterk rapport.

Maar tot frustratie van ngo’s en vakbonden schuift de Commissie het eigenlijke wetsvoorstel alsmaar voor zich uit, onder invloed van machtige lobby’s. Een eerste aanzet moest in juni al verschijnen, maar wordt nu verwacht eind oktober.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In diezelfde periode dit jaar vindt de zevende onderhandelingsronde plaats over een bindend VN-verdrag inzake bedrijven en mensenrechten — overigens ook een proces dat door sociale bewegingen uit het globale Zuiden op de agenda werd gezet. De ontwerptekst die daar voorligt bevat enkele concrete clausules die de bescherming van activisten en het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde raadpleging van gemeenschappen moeten versterken. Helaas blijft de Europese Commissie in de onderhandelingen al jaren aan de zijlijn staan.

Het is dus hoog tijd dat ook Europese beleidsmakers niet langer treuzelen en er alles aan doen om landrechten- en milieuactivisten wereldwijd te steunen in hun strijd voor veiligheid, inspraak en rechtvaardigheid. Want in deze tijden van klimaatontsporing is hun bijdrage aan andere vormen van “ontwikkeling”, die zowel de mensenrechten als de grenzen van de planeet respecteren, meer dan ooit van onschatbare waarde.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift