Jaarlijks 2500 miljard dollar nodig om Duurzame Ontwikkelingsdoelen te halen

Een tobintaks zonder armen en benen

© 11.11.11

 

Sta me toe deze bijdrage te beginnen met een persoonlijke ontboezeming: ik ben zeer gelukkig getrouwd en ben dat vijf jaar later nog steeds. De meeste dagen toch. Niettemin heb ik een oud lief dat ik nooit volledig heb kunnen vergeten. Af en toe spreek ik er nog eens mee af.

U zal me een nerd vinden, maar dat lief is de elegante schoonheid die Financiële Transactietaks heet. Afgelopen week was ze voor de eerste keer in jaren nog eens in het nieuws en op de tafel van de 28 ministers van Financiën in de Europese Raad. Dat gebeurde na jarenlang palaver achter gesloten deuren in wat insiders a messy process noemen, Engels is dat, voor ‘geklungel’.

Hoe ik zo verliefd werd op die fiscale schoonheid? Wel, eerst en vooral was ze een schoolvoorbeeld van een sterke, politieke campagne. Tegen de achtergrond van de financiële crisis die via bail-outs en een doorgedreven besparingsbeleid op de onderkant van de piramide werd afgewenteld, was de FTT een voorstel met echt systemisch potentieel. De taks bestond uit een zeer kleine heffing op een zeer brede basis, nl. alle transacties in aandelen, obligaties en afgeleide financiële producten. Een uitgebreide versie dus van de oorspronkelijke tobintaks die enkel zou gelden voor munttransacties.

Toen Nobelprijswinnaar James Tobin dat idee bedacht, was het vooral bedoeld om de speculatieve aanvallen op verzwakte munten en de pijnlijke recessies die daarop volgden tegen te gaan. Het principe van die Tobin bleef wel overeind: eenmalige transacties, gekoppeld aan langetermijninvesteringen worden door de kleine taks nauwelijks geraakt. Flitskapitaal dat binnen de termijn van een seconde ettelijke keren van eigenaar verandert, wordt wel afgeremd.

Op die manier kon de taks enerzijds substantieel middelen in het laatje brengen voor broodnodige investeringen in ontwikkeling en sociaal beleid, maar had hij bovenal een disciplinerende werking op de financiële sector door vooral duurzame investeringen in de echte economie te belonen.

Zenuwachtige bankiers en politieke zombies

Het voorstel kwam ook niet alleen uit ngo-hoek maar werd gedragen en concreet vorm gegeven door academici en insiders uit de financiële sector zelf. Het resultaat was geen les zedenleer, maar een concreet plan waar ook technisch geen speld was tussen te krijgen.

Ook politiek kreeg de elegante nemesis van de grootbanken enige tractie. In België werd ze in een wet gegoten, weliswaar op voorwaarde dat er een akkoord zou bereikt worden in de eurozone. In die eurozone verklaarden president Sarkozy en bondskanselier Merkel  — niet bepaald linkse rakkers — zich (toen al) voorstander.

Wat volgde was een beschadingingsoperatie geleid vanuit de financiële centra.

Onder Yves Leterme werd België zelfs een actieve voorvechter van de FTT en met een zekere Charles Michel op ontwikkelingssamenwerking moest ook een rabiate tegenstander als Didier Reynders mee op de kar. In 2011 kwam er dan ook een concreet voorstel vanuit de Europese Commissie en bleken elf landen bereid ook concreet te onderhandelen.

De combinatie van het transformatieve potentieel van de taks en de brede steun maakten de grote financiële spelers enorm zenuwachtig. Wat volgde was een beschadigingsoperatie geleid vanuit de financiële centra. De FTT zou het broze herstel van de wereldecononie torpederen. Dat was de boodschap die voortdurend op de Europese hoofdsteden werd afgevuurd. Niet zonder effect, want 8 jaar later staan we eigenlijk nog nergens.

De FTT leek een politieke zombie tot deze week opnieuw schot kwam in de zaak. Deze keer is het geen financiële crisis die de taks wind in de zeilen oplevert, maar wel een politieke crisis in Europa. President Macron, gebrand op een Europese renaissance, wil de bestaande Franse transactietaks een Europees cachet geven en kreeg ook de Duitsers aan boord.

Onder Vanovertveldt stond de voet duidelijk op de rem.

Duits financiënminister Olaf Scholz stuurde een stoere tweet de wereld in dat de FTT ‘on the way’ is en dat de fundamenten nog dit jaar gelegd worden. Door een handigheidje zijn ook de kleinere lidstaten aan boord. Ze krijgen de belofte om de de inkomsten van de taks te ‘mutualiseren’. Dat wil zeggen dat ze verdeeld worden onder de deelnemende landen ongeacht het gewicht van de financiale markten in dat land.

Wat Belgie ervan denkt, is overigens niet zo duidelijk. Ook al sprak Charles Michel in 2016 nog van ‘een kwestie van elementaire rechtvaardigheid’ in een speech voor de algemene vergadering van de VN, onder Vanovertveldt stond de voet duidelijk op de rem. Nu ontwikkelingsminister De Croo de Belgische financiën beheert zou een positieve stem een mooi staaltje beleidscoherentie zijn.

Wat bestaat, is makkelijker te veranderen dan wat niet bestaat

Ondertussen is wel duidelijk dat mijn oud lief twee armen én twee benen kwijt is. Van de oorspronkelijk voorziene 60 miljard euro opbrengsten blijft maar een fractie over. In het voorstel dat nu op tafel ligt, worden enkel nog aandelen belast van bedrijven met een marktkapitalisatie boven 1 miljard euro, het A compartiment genoteerd op Euronext dus.

Als je weet dat we jaarlijks 2500 miljard dollar nodig hebben om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te halen, is een ambitieuze FTT niet bepaald een luxe.

Op die manier mist de taks volledig het originele doel om toekomstige crises minder waarschijnlijk te maken. De kans is groot dat dergelijke smalle invulling de echt speculatieve bewegingen volledig buiten schot laat. De vraag stelt zich dan ook of dit nog het lief is dat ik zo graag heb gezien?

Veel mede-liefhebbers vinden van niet, maar mensen die me kennen, zeggen dat ik pragmatisch ben. Vandaar dat ik er vandaag nog voor zou gaan met één belangrijk argument. De machinerie moet worden ontwikkeld en de machinerie later uitbreiden, is altijd makkelijker dan de machinerie opbouwen. En dat de machinerie moet uitbreiden is zonneklaar. Als je weet dat we jaarlijks 2500 miljard dollar nodig hebben om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te halen, is een ambitieuze FTT niet bepaald een luxe. Dus ja, de Europese FTT die er zit aan te komen, zal niet veel meer dan symbolisch zijn, maar symbolen zijn belangrijk in politiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.

randomness