Het uitbannen van extreme armoede, dat zou een fijne Kerstboodschap zijn

Groei en armoedebestrijding in Afrika: een onmogelijke race?

WJ Gomes / Pixabay (CC0)

Het zou een fijne Kerstboodschap geweest zijn. Afrika goed op weg om de eerste duurzame ontwikkelingsdoelstelling te behalen: het uitbannen van extreme armoede. Maar we kunnen er voorlopig nog niet mee uitpakken.

Het zou een fijne Kerstboodschap geweest zijn. Afrika goed op weg om de eerste duurzame ontwikkelingsdoelstelling te behalen: het uitbannen van extreme armoede. Maar we kunnen er voorlopig nog niet mee uitpakken. Dat staat in stevige rapporten van de Wereldbank en de Verenigde Naties, en dat zie je ook op het terrein, wanneer je van dichtbij kijkt. Hoe kan Afrika bijbenen?

De feiten op het terrein

Benin, West-Afrika. Het afgelopen jaar stond o.a. in het teken van de asfaltering van de wegen in de belangrijkste steden. De katoenoogst bereikte recordhoogtes. In Cotonou, de economische hoofdstad, wordt gebouwd bij het leven, overal verrijzen grote en nog grotere betonconstructies. Stedenbouwkundige regels vormen geen beletsel, er blijft geen streepje over voor een struik of boom. Iets van die ruim 6% economische groei per jaar die het IMF hier optekent, is dus wel zichtbaar.

In het noordelijke Atakora-departement wordt regelmatig honger geleden. Hier vallen zelfs geen kruimels van rijke tafels.

Maar tussen al die betonpaleizen tref je heel wat arme gezinnen aan, op stukken braakland of achter een golfplaten omheining waar soms een heel woonerf met verschillende families schuilgaat. Ze koken op een open vuurtje van houtresten, papier, maar ook veel plastic; ze leven van afval en kruimels en wat straathandel. Al naargelang het seizoen spelen de kindertjes er in hun blootje in het stof of in de modder.

Dat is de situatie op de kale plekken in de “betere buurten, maar dit zijn doorgaans niet de allerarmsten. Daarvoor moet je naar de achterbuurten, waar nog geen sprake is van asfaltering of afwatering, en waar je in het regenseizoen door een open riool baggert, vergeven van plastic afval. Het grootste percentage allerarmsten woont evenwel op het platteland.

© Melanie Schellens

Een tata somba — de traditionele rode aarden huizen in het Atakora departement, Benin

De schilderachtige tata somba’s, de traditionele rode aarden huizen in het Noordelijke Atakora-departement kunnen niet verhullen dat hier regelmatig honger geleden wordt. Hier vallen zelfs geen kruimels van rijke tafels. De elektriciteitskabels die over hun hoofden heen lopen, hebben hier weinig aftakkingen: onbetaalbaar voor de meeste bewoners. Je waant je in de middeleeuwen maar het is veel pijnlijker: die middeleeuwse toestanden bestaan te midden van blakende economische groei met alle moderne voorzieningen theoretisch aanwezig, maar zonder toegang.

De feiten in de rapporten

Het wil dus niet volledig pakken, vooral niet in Afrika, die band tussen economische groei en armoedebestrijding. In haar rapport Poverty in Rising Africa uit 2016 beklemtoonde de Wereldbank nog graag de vooruitgang op aspecten die niet direct in geld of inkomen uitgedrukt worden: betere voeding, meer onderwijs, een betere rechtspositie voor vrouwen, …

Het rapport onderstreepte ook dat de economische groei op het continent blijft aanhouden en dat het percentage armen in Afrika ten opzichte van de volledige Afrikaanse bevolking daalt. Dat is een forse prestatie, maar dat kan niet verhullen dat het aantal armen blijft stijgen. We leren meteen ook dat de armste landen (dat is, de landen met het hoogste percentage aan armen) niet noodzakelijk samenvallen met de landen waar de grootste aantallen armen leven.

Een populatie waarvan 50% jonger is dan 19 jaar stelt een ernstig probleem voor de samenleving.

Het nieuwe Wereldbankrapport Accelerating Poverty Reduction in Africa (oktober 2019) spreekt duidelijker taal over dit groeiend aantal armen. Het mag vermeld dat liefst vier van de twaalf hoofdauteurs van dit indrukwekkend rapport landgenoten zijn (Luc Christiaensen, Philip Verwimp, Joachim Vandercasteelen en Tom Bundervoet) , en dat ook voor verschillende deelaspecten doorverwezen wordt naar Belgisch onderzoek. Elk hoofdstuk verdient eigenlijk wel een artikel op zich.

Het nieuwe rapport maakt een verschil tussen chronische en tijdelijke armoede en wijst ook op het fenomeen van terugval in armoede. De onderstaande grafiek illustreert dat in Afrika gemiddeld evenveel mensen terugvallen in een armoedesituatie dan dat er mensen uitgroeien. Niet echt een plaatje dat wijst op vooruitgang dus, maar wel op kwetsbaarheid, zowel voor natuurgeweld als voor geweld door politieke conflicten.

Bron: Wereldbank – Accelerating poverty reduction in Africa - 2019

 

Het rapport is ook opvallend uitgesproken over het aandeel van de hoge vruchtbaarheidscijfers, en dus van de bevolkingsgroei, in het probleem. Een groot deel van de economische groei wordt meteen weer opgegeten, zo zou je kunnen stellen.

Het blijft een heikel thema, maar de helft van de armen in Afrika is jonger dan 15. En een populatie van 50% onder de 19 jaar, waarvan een substantieel deel zonder ernstig perspectief op werkgelegenheid, aangepaste vorming of meer algemeen een toekomst, kun je niet beschouwen als een opportuniteit; het stelt integendeel een ernstig probleem voor de samenleving.

Ook de rol van natuurlijke rijkdommen wordt belicht. Afhankelijkheid van deze inkomstenbron leidt in Afrika helaas zelden tot armoedebestrijding, maar ondermijnt integendeel de overheidsinstellingen die zouden moeten zorgen voor een eerlijke verdeling van de rijkdom. Het rapport stelt dat bestedingen in de domeinen van menselijk kapitaal in deze landen systematisch lager en minder efficiënt gebeuren dan in arme landen die niet kunnen rekenen op deze bronnen.

Een belangrijke factor is tenslotte het lage startniveau in Afrika. Eens (extreem) arm, altijd arm? De armsten hebben inderdaad niet de middelen, niet in termen van inkomen en ook niet in termen van menselijk kapitaal: gezondheid, opleiding, … om van de groei te profiteren. Hoe ontsnappen aan die vicieuze cirkel? Er zijn genoeg verschillen in het groeipad van diverse Afrikaanse landen om indicaties te geven.

Het tij keren? De algemene receptuur is inmiddels wel gekend

Eens de oorzaken beter in kaart gebracht, moet actie kunnen volgen. Het Wereldbank-rapport biedt heel wat illustraties over specifieke situaties per land en per regio; de auteurs zijn zich bewust dat enkelvoudige recepten niet werken om complexe aan te pakken.

Al die welbekende recepten moeten dus vertaald worden naar een specifieke context: meer en beter onderwijs om het menselijk kapitaal te versterken, meer investeringen in productievere landbouw en vooral lokale voedselgewassen, meer gendergelijkheid en vooral beter onderwijs voor meisjes en vrouwen (ook in dit MO*tijdschrift terecht geprezen als de beste investering), meer infrastructuur, en meer middelen voor conflictpreventie, om de belangrijkste te noemen.

Nieuwe technologieën bieden zelden een mirakeloplossing wanneer de rest van de voorwaarden ontbreekt

Voor de Wereldbank moet er ook meer werk gemaakt worden van family planning. Maar de vraag naar meer (overheids)uitgaven voor al deze prioriteiten botst meteen op de groeiende schuldenkwestie. De Wereldbank, altijd op zoek naar een positieve wending in haar verhaal, verwacht veel van nieuwe technologieën en hoopt dat Afrika daarmee sneller kan springen omdat het een aantal tussenstappen simpelweg kan overslaan (denk aan klassiek bankieren; vaste telefoonverbindingen; vast elektriciteitsnet, …).

In de praktijk valt dat nog al eens tegen. Mobiel bankieren blijft heel ongelijk verspreid in Afrika; de eerste generatie off grid elektriciteitsvoorziening door zonnepanelen kampt met gebrekkig onderhoud en dure vervanging van batterijen, en de alomtegenwoordige mobieltjes vallen juist voor de armsten al te vaak stil door gebrek aan bereik dan wel elektriciteitsvoorziening.

Nieuwe technologieën bieden zelden een mirakeloplossing wanneer de rest van de voorwaarden ontbreekt – dat inzicht biedt het Wereldbank rapport overigens ook, waar het wijst op de noodzakelijke beleidsmaatregelen om nieuwe technologieën echt te laten renderen voor de armsten. Maar het belang van die governance-factor zou nog sterker beklemtoond mogen worden. Immers, het rapport geeft wel beleidsaanbevelingen, maar analyseert niet voldoende waarom die in veel Afrikaanse landen niet werken. Dat is politiek, dat wil zegen dat gaat ook om machtsverhoudingen, en daar houdt de Wereldbank zich doorgaans ver van. Wat niet belet dat dit kloeke rapport een enorme rijkdom aan gegevens en inzichten biedt.

Meer koek of beter herverdelen?

Het laatste VN rapport over de voortgang (en het gebrek daar aan) in het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDGs) focust vooral op het belang van sociale beschermingsmaatregelen om extreme armoede uit te bannen (sdg1).

Om die sociale bescherming op niveau te brengen zijn veel meer middelen nodig. De armste landen hebben die simpelweg niet, maar een aantal landen waar veel armen wonen (en dat is dus niet hetzelfde, zoals hierboven al gesignaleerd) beschikken wel degelijk over de middelen. Alleen, die moeten beter verdeeld worden. Het Wereldbankrapport zegt daar niet zo heel veel over, al pleit het wel voor verhoging van de interne inkomsten – en dat betekent niet enkel meer belasting heffen in het algemeen, maar in het bijzonder ook de inkomsten uit natuurlijke rijkdommen beter beheren.

Het VN-rapport Income Inequality trends in SubSahara Africa biedt meer specifieke gegevens en wijst ook op de grote verschillen tussen landen. Zeven van ’s werelds meest ongelijke landen vind je in Afrika. Verschillen die niet alleen te maken hebben met verschillende startkansen, maar, wederom, ook met beleidskeuzes. De kwestie kwam eerder al in de MO* aan bod, waarbij de klemtoon werd gelegd op methodologische problemen en verschillen in gebruikte data die geen eensluidend antwoord bieden op de vraag of de ongelijkheid stijgt.

Maar ook prof De Herdt wees in die MO*-bijdrage op de mogelijkheid om op nationaal niveau het verschil te maken. Het VN-rapport over ongelijkheid in Afrika geeft ook aan welke beleidsmaatregelen op weg helpen naar meer gelijkheid. De visuele voorstelling vervalt terug in algemene recepten, maar zo krijgen we alsnog iets dat als een alternatieve Kerstboom zou kunnen dienen:

UNDP: Income Inequality Trends in Sub-Saharan Africa: Divergence, Determinants and Consequences; 2017

 

Meer lezen:

Income Inequality Trends in Sub-Saharan Africa: Divergence, Determinants and Consequences (2017)

Accelerating Poverty Reduction in Africa (2019)

Special edition: progress towards the Sustainable Development Goals. Report of the Secretary-General (2019)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur