Brussel wil bedelen met kinderen aanpakken

‘Het belang van het kind moet vooropstaan bij de aanpak van kinderbedelarij’

© Belga

 

De Brusselse gemeenteraad keurde vorige week een actieplan goed tegen bedelen in het gezelschap van kinderen. MO*ontwikkelaar Mieke Schrooten is voorzichtig hoopvol, maar waarschuwt ook voor de valkuilen. Want het actieplan dreigt vooral iets te doen aan de zichtbaarheid van armoede en kinderbedelarij in Brussel, en minder aan de structurele oorzaken ervan.

De aanwezigheid van bedelende mensen in het straatbeeld leidt al jaren tot hevige politieke en maatschappelijke discussies, met name in de grotere steden. Recentelijk nog gaf de eigenaar van een Brussels hotel aan dat de aanwezigheid van bedelaars voor overlast zorgde voor zijn cliënteel.

Dat overlastdiscours is ook herkenbaar bij vele lokale besturen. Discussies over bedelarij gaan vaak over de – vermeende – link tussen bedelarij en criminaliteit of onveiligheid. Maar veel meer nog dan als een bedreiging van de openbare orde en veiligheid wordt bedelen gepercipieerd als ongepast en ongewenst.

In essentie gaat de discussie om de legitimiteit van bedelen in de openbare ruimte. Die staat in onze steden vaak in het teken van consumptie, vermaak en toerisme. Vanuit die optiek “vervuilen” niet alleen bedelaars het straatbeeld, maar ook daklozen of mensen met een verslavingsproblematiek.

Bovendien geven zulke mensen andere burgers een onbehaaglijk gevoel, zo klinkt het. Verschillende groepen, zoals mensen die onder invloed rondhangen op pleinen en mensen die passief bedelen, worden daarbij op één hoop gegooid.

Exploitatie van bedelarij is strafbaar, als het gaat om minderjarigen is dat een verzwarende omstandigheid.

Met verschillende pogingen proberen lokale besturen bedelaars zo veel mogelijk uit hun straatbeeld te weren. De middelen die ze daarvoor inzetten zijn uiteenlopend, van GAS-boetes tot het plaatsen van spijkerbedden in portieken of het vervangen van publieke bankjes door onbarmhartige exemplaren met bolle zitvlakken, een hoge rugleuning en overbodige armleuningen.

Het opzettelijk zo oncomfortabel mogelijk maken van een groot deel van de publieke ruimte wordt ‘hostile architecture’ genoemd. Het heeft als doel om de aanwezigheid te verhinderen van mensen die niet passen in de uitstraling die gemeentebesturen aan hun stad willen geven.

In verschillende steden gaan er ook stemmen op om een bedelverbod in te voeren. Maar wettelijk werd voor het hele Belgische grondgebied beslist dat bedelen niet verboden mag worden. Bedelarij op zich is in ons land sinds 1993 niet meer strafbaar. Bedelen en een beroep doen op de solidariteit van andere burgers zijn een recht.

Wel is het aanzetten van personen tot of het exploiteren van bedelarij strafbaar. Als het gaat om minderjarigen en andere kwetsbare personen is dat een verzwarende omstandigheid.

Actieplan

De aanwezigheid van kinderen bij het bedelen is een specifiek thema in het debat over bedelarij. Het lokt vaak afkeuring en verontwaardiging uit. Een kind hoort niet thuis op straat, zo klinkt het.

Niet alleen worden ze daar blootgesteld aan allerlei risico’s, ook kan hun recht op onderwijs, ontspanning en vrije tijd en op een zo goed mogelijke levensstandaard niet gegarandeerd worden. Die rechten zijn nochtans opgenomen in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.

In lijn daarmee keurde de Brusselse gemeenteraad vorige week een nieuw reglement goed dat de aanwezigheid van kinderen bij het bedelen verbiedt. De stad wil de problematiek op verschillende manieren aanpakken, in de eerste plaats met een pakket sociale maatregelen.

Begeleiding en het inzetten op een veilige leefomgeving voor kinderen, eerder dan repressie, vormen de officiële insteek van de verordening.

Sensibilisering is een eerste stap. Politieagenten en sommige sociaal werkers zullen bedelaars die vergezeld zijn van kinderen jonger dan 16 jaar wijzen op het verbod op kinderbedelarij én op de leerplicht van kinderen tot 18 jaar. De bedoeling is dan ook om de mensen die kinderen bij zich hebben te overtuigen om die naar school te laten gaan.

De stad Brussel biedt de mogelijkheid om kinderen in te schrijven in het stedelijk onderwijs. Zij zal ook de volledige schoolkosten betalen, inclusief middagmaaltijden voor kinderen in de lagere school. Alle kinderen van 0 tot 3 jaar van wie de ouders bedelen zullen ook een plaats krijgen in een van de opvanglocaties van de stad. Ook daarvoor neemt de stad de kosten voor haar rekening.

Daarnaast omvat de aanpak ook een versterking van straathoekwerk, preventief werk en psychosociale begeleiding. Begeleiding en het inzetten op een veilige en bevredigende leefomgeving voor kinderen, eerder dan op repressie, vormen de officiële insteek van de verordening. Daarmee verschilt de huidige aanpak sterk van eerdere ideeën, zoals het gevangenzetten van ouders die met hun kinderen bedelen.

Als begeleiding niet werkt, kan er wel een sanctie volgen. In het geval van recidive kan er een boete tot 350 euro worden opgelegd.

(Voorzichtig) positief onthaald

In het algemeen reageert de Brusselse sociale sector (voorzichtig) positief op de nieuwe aanpak. Het inzetten op onderwijs voor kinderen is belangrijk om hun voldoende ontwikkelingskansen te bieden, zodat ze later niet zelf in de bedelarij terechtkomen. Het kan een eerste stap zijn om de vicieuze cirkel van armoede en uitsluiting te doorbreken.

Dat een repressieve aanpak niet als eerste en enige oplossing naar voren geschoven wordt, stemt tot hoop. Het primair inzetten op sociale maatregelen ligt ook in lijn met de aanbevelingen van de Kinderrechtencoalitie.

Tegelijkertijd impliceert de kindgerichte aanpak niet automatisch een sociale aanpak van bedelarij in haar geheel. Ook Brussel heeft talrijke voorbeelden van ‘hostile architecture’, en er klinkt geregeld een politieke oproep voor een algeheel bedelverbod.

De vraag rijst of de huidige beschikbare sociale antwoorden wel aansluiten bij de sociale vragen van mensen die bedelen.

Het is nog afwachten welk effect het nieuwe beleid zal hebben. Het bedelen in het gezelschap van kinderen wordt vaak gelinkt aan een specifieke groep van Romafamilies uit Roemenië. Veel van die families reizen heen en weer tussen Roemenië en Brussel. Ze komen naar ons land met het specifieke doel om te bedelen. In Brussel zijn velen van hen ook dakloos.

Toch hebben zij maar zelden een vraag naar of interesse in sociale bijstand, ervaren de Dienst Roma en Woonwagenbewoners van Foyer vzw en de Herscham-brigade, de daklozenwerking van de politiezone Brussel-Hoofdstad Elsene. Het is vooralsnog niet evident om hen naar opvang en bijstand te begeleiden. De vraag blijft dan ook of dat nu wél zal lukken, en hoe afdwingbaar het verbod zal zijn.

Valkuil

Ook rijst de vraagt of de huidige beschikbare sociale antwoorden wel aansluiten bij hun sociale vragen. Is het aanbod verfijnd en verregaand genoeg? En vindt het voldoende aansluiting bij de leefwijze van deze mensen?

Een ander risico is dat deze aanpak het probleem louter verplaatst. In eerste instantie misschien binnen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, in tweede instantie mogelijk ook naar andere steden en landen. Een strengere aanpak op één plaats kan mensen doen bewegen naar een andere locatie.

Het nieuws van de nieuwe aanpak lijkt alvast te leiden tot angst onder mensen die bedelen. Ze vrezen dat hun kinderen afgenomen zullen worden. Een aantal mensen zou daarom al van plan zijn om Brussel te verlaten.

In die zin is een mogelijke valkuil dat het verbod vooral iets doet aan de zichtbaarheid van armoede en kinderbedelarij in Brussel-Stad, en minder aan armoede en kinderbedelarij op zich. In de wetgeving, reglementering én aanpak hoort het belang van het kind altijd voorop te staan. Dat vraagt meer dan het weghalen van bedelende kinderen uit het straatbeeld. Een degelijke sociale bescherming voor kinderen en gezinnen moet de centrale focus zijn.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur