Ondanks indrukwekkende cijfers is het gesprek over microfinanciering danig van toon veranderd.

Hoe raakt microfinanciering terug uit het verdomhoekje?

Brett Matthews (CC BY-SA 3.0)

 

‘Microkrediet maakt grote beloftes niet altijd waar’, titelde een Vlaamse krant afgelopen maand in haar buitenlandpagina’s. Het artikel viel me op omwille van de kritische toon.

Dat was ooit anders. Toen Mohammed Yunus, stichter van de Grameen Bank, in 2006 de Nobelprijs voor de vrede won, was microfinanciering hét gespreksonderwerp in het ontwikkelingsdebat. Yunus was de pionier van “microfinanciering” sinds hij tijdens een hongersnood in de Bengaalse regio Chittagong begon met het uitlenen van zeer kleine geldbedragen aan de allerarmsten, meestal vrouwen. Hij merkte dat die vrouwen hun leven terug enigszins in de plooi kregen en na verloop van tijd zelfs hun lening, inclusief interest, konden terugbetalen.

Tot vandaag zit die strategie nog steeds in de lift. De jaarlijkse Microfinance Barometer, een publicatie van de sector zelf, rapporteert voor 2016 een groei van bijna 10%. Microfinancieringsinstellingen wereldwijd bereiken meer dan 130 miljoen klanten, goed voor een portfolio van bijna 103 miljard dollar. Ondanks die indrukwekkende cijfers is het gesprek over de eens zo geroemde strategie danig van toon veranderd.

Infantiele economie

Hoe komt het eigenlijk dat microfinanciering naar de marge van het debat is verhuisd? Eerst en vooral zijn er natuurlijk de anekdotische verhalen over misbruiken in de sector. Die zouden onder meer geleid hebben tot een zelfmoordgolf in de Indiase deelstaat Andra Pradesh of de opkomst van de Nicaraguaanse No Pago (‘Ik betaal niet’)-beweging van boeren die verzetten tegen de wurgtarieven van lokale microkredietbanken. Ondertussen is die beweging trouwens uitgegroeid tot een politieke factor van betekenis in één van de armste landen in Midden-Amerika.

Betekenisvoller dan de verhalen van misbruik en mismanagement, zijn de resultaten van meer fundamenteel onderzoek. In z’n veelbesproken evaluatie – ondertussen al uit 2012 – stelt ontwikkelingseconoom David Roodman het wel bijzonder scherp: ‘de beste schatting van de impact van microkredieten op de armoede van betrokken cliënten bedraagt 0’. Met die vaststelling staat Roodman zeker niet alleen.

Hoe kan je die resultaten verklaren? Want op zich klinkt het natuurlijk zeer logisch: een kleine lening kan een belangrijk hefboom zijn voor een ondernemende arme om een zaakje van de grond te krijgen. Hij of zij ziet zijn of haar inkomen stijgen wat toelaat het geleende bedrag met rente terug te betalen, wat ook de verstrekker van het geld op de been houdt.

Microkredieten kunnen volgens expert Milford Bateman de groei van sterke, lokale bedrijven in de weg staan en zo bijdragen tot wat hij de “infantilisering” van de economie noemt.

Expert Milford Bateman wijst echter op de opportuniteitskost van microfinanciering. Investeren in microfinanciering betekent dat je dezelfde middelen niet kan gebruiken voor meer productieve, “kritische” investeringen. Op die manier kunnen microkredieten de groei van sterke, lokale bedrijven in de weg staan en dragen ze bij tot wat Bateman de ‘infantilisering’ van de economie noemt. De middelen om voldoende schaalgrootte en efficiënte te bewerkstelligen ontbreken gewoonweg.

Een andere reden is dat microfinanciering vaak wordt gebruikt om consumptie, bijvoorbeeld van basisvoorzieningen, te financieren. In Zuid-Afrika, bijvoorbeeld, is consumptie goed voor 94% van het gebruik van microfinanciering. Gevolg is dat de leners onvoldoende inkomsten genereren om de schulden in te lossen.

Wanneer microkredieten dan toch gebruikt worden om nieuwe ondernemingen te financieren, botsen die ondernemers op een vraagtekort van consumenten. Hun mogelijke klanten zijn per slot van rekening arm en het weinige geld dat ze hebben wordt vooral ingezet om basisgoederen en –diensten te kopen die door andere spelers op de markt worden aangeboden. Netto komt er dus weinig tewerkstelling en inkomen bij.

Financiële diensten als zuiver water

Als we dit allemaal weten, waarom blijft het verhaal van microfinanciering dan zo sterk overtuigen? Die verklaring ligt misschien in het feit dat het model eigenlijk betekent dat je armoede kan oplossen en er zelf als donor ook nog aan kan verdienen ook. Het is een elegante, win-winoplossing voor een vuil probleem als armoede. Bovendien ziet het die armoede ook niet als een politiek en collectief, maar als een privaat en individueel probleem. Dat maakt het natuurlijk veel makkelijker om op te lossen.

Moeten we microfinanciering dan volledig afschrijven? Neen, zeker niet. Maar om uit de marge van het debat te raken, zou de sector haar focus best verleggen.

Financiële diensten doen, net zoals zuiver water of elektriciteit, weinig om mensen uit de armoede te tillen, maar het zijn wel noodzakelijke randvoorwaarden. Het is dan ook een goede zaak dat het debat in de sector opschuift naar “financiële inclusie” of “insluiting”. Daarbij gaat het om specifieke financiële dienstverlening die toelaat om arme mensen met een goed idee en ondernemerszin de aansluiting te laten maken met de lokale economie via financiële instellingen die duurzame lokale ontwikkeling als eerste prioriteit hebben, zoals kredietunies, financiële coöperaties, lokale openbare ontwikkelingsbanken of sociale fondsen voor durfkapitaal.

Eigenlijk hebben we voor de ontwikkeling van die lokale economie nodig wat Ha-Joon Chang voorschrijft voor nationale ontwikkeling: lokale en nationale overheden die inzetten op het lokaal economisch weefsel en een aangepast mix van publieke en private financiële instellingen met de mogelijkheden en de durf daarin te investeren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.