Nog veel werk om kloof tussen wetenschap, publieke opinie en beleid te overbruggen

Klimaatontkenners: 50 tinten stilstand

Lorie Shaull (CC BY-SA 2.0)

 

Tot eind vorig jaar leek het nog makkelijk: toen had je nog klimaatontkenners en het volstond om ze te overtuigen door hen meer wetenschappelijk bewijs voor te leggen van de opwarming van het klimaat. Het is tenminste één van de verdiensten van Anuna, Kyra en de beweging die ze ondertussen op gang brachten, om daar verandering gebracht te hebben.

Ik heb het niet opgezocht, maar neem aan dat “klimaatontkenner” een afkorting is van “klimaatopwarmingontkenner”. Thierry Baudet behoort blijkbaar tot het selecte, want steeds kleinere gezelschap dat beweert dat er niets aan de hand is met ons klimaat. Die gedachte stierf (bijna) uit omdat de signalen van een opwarming van het klimaat ondertussen oorverdovend zijn geworden. Zelfs in de Verenigde Staten erkennen de meeste klimaatontkenners dat het klimaat opwarmt. Alleen ontkent nog bijna 40% van de Amerikanen dat de mens daar voor iets tussen zit, tegenover een wetenschappelijke consensus waarvan de foutenmarge nu wordt geschat op 1 miljoenste. Dat zijn dus bijna 40% “klimaatopwarmingdoordemensontkenners”.

De Amerikaanse ontkenning van klimaatopwarming door de mens is een fuck off stem en een après nous le déluge-boodschap voor de rest van de wereld.

Volgens hen is van enige menselijke bijdrage of schuld geen sprake. Dat betekent dus niet noodzakelijk dat er niets moet of kan gebeuren om de gevolgen van klimaatveranderingen te verzachten, maar het sluit uiteraard uit dat ze iets aan de oorzaken ervan zouden willen doen. Deze houding wordt extra problematisch omdat hun president er de woordvoerder van werd, en nog eens extra extra problematisch omdat klimaatopwarming een collectief probleem is: De Amerikaanse ontkenning van klimaatopwarming door de mens is een fuck off stem en een après nous le déluge-boodschap voor de rest van de wereld.

Klimaatverandering vraagt beleidsverandering, niet?

Interessanter, want gecompliceerder, maar niet noodzakelijk minder kwalijk voor de rest van de wereld, zijn de “klimaatopwarmingbeleidontkenners”: zij ontkennen niet, of niet noodzakelijk, dat de klimaatopwarming door de mens werd veroorzaakt, zij menen alleen dat het niet veel zin heeft er iets aan te doen of om er meer aan te doen dan nu al het geval is. Deze strekking komt ook nog eens voor in een heel aantal varianten.

Een eerste groep ontkent dat het nodig is er iets aan te doen, omdat het probleem is mettertijd zal oplossen via nieuwe technologische innovaties. Die redenering heeft voor mij een groot Guy Mathot gehalte; Mathot dacht dat ook de Belgische staatsschuld ooit weer gewoon vanzelf zou weggaan. De ironie van het lot wil dat dit PS-standpunt van de jaren ’80 dertig jaar later wordt overgenomen door de N-VA in de klimaatkwestie. De 21e eeuwse volgelingen van Mathot zijn klimaatopwarmingbeleidsnoodzaakontkenners.

Wie rekent op innovatie maar vergeet dat we in een wedloop met de tijd verwikkeld zijn, is een klimaat-opwarming-beleids-hoogdringendheid-ontkenner.

Zelfs al zou Mathot in dit geval wél gelijk hebben, dan is de kans zeer klein dat hij tijdig gelijk zou krijgen. We hebben nog zo’n 12 jaar om de temperatuursstijging onder de 1,5° te houden, zegt het IPCC. Uiteraard zou het fantastisch zijn moest een deel van het probleem kunnen opgelost worden door wetenschappelijke innovatie in energievoorziening. De vraag is enkel of de innovaties die zich op dit moment, of morgen aandienen, nog een belangrijke bijdrage kunnen leveren om die grens van 1,5° te halen.

Wie rekent op innovatie maar vergeet dat we in een wedloop met de tijd verwikkeld zijn, is een klimaatopwarmingbeleidshoogdringendheidontkenner. Wie gelooft dat nieuwssoortige kerncentrales een rol kunnen spelen in het klimaatverhaal behoort vrijwel zeker tot deze categorie. Het nieuws dat we binnenkort misschien gewoon waterstofpanelen op ons dak kunnen leggen, deed heel wat stof opwaaien, maar het is helemaal niet duidelijk of zo’n innovatie nog een betekenisvol verschil kan maken tussen nu en 2030.

Nauw verwant met deze laatste, maar toch weer iets anders, is de klimaatopwarmingsbeleidskostontkenner. Op dit moment is eigenlijk alles voorhanden om koolstof op te vangen en op te slaan, soms diep onder de grond, het enige probleem is dat het stukken van mensen kost. Misschien zijn goedkopere technologieën morgen voorhanden, maar wellicht wordt dat toch eerder overmorgen. Zie verder onder klimaatopwarmingbeleidshoogdringendheidontkenner.

Er is al een hele afstand tussen Baudet en Bourgeois, maar beiden zijn het eens op het punt dat het niet nodig is om méér te doen dan we nu al doen, vermits we genoeg doen.

De minister-president van de Vlaamse regering, toch woordvoerder van de politieke meerderheid in Vlaanderen, is een klimaatopwarmingsbeleidsineffectiviteitontkenner. Er is al een hele afstand tussen Baudet en Bourgeois, maar beiden zijn het eens op het punt dat het niet nodig is om méér te doen dan we nu al doen, vermits we genoeg doen: De Vlaamse regering komt haar beloftes na ten aanzien van Europa, dus ten aanzien van wat we collectief afspraken met alle landen ter wereld in Parijs om de opwarming van de aarde onder de 1,5° te houden. De Vlaamse regering zit, alsnog Bourgeois, enkel met het probleem dat ze de resultaten van haar beleid onvoldoende heeft gecommuniceerd naar de burger.

Verder zijn er nog de klimaatopwarmingsbeleidsprioriteitontkenners: klimaatopwarming is één van de vele belangrijke politieke issues op de agenda, naast een aantal andere issues, is de stelling. Tom Naegels ziet zo een gelijkenis tussen de apocalyptische manier waarop zowel “links” spreekt over klimaat en “rechts” over immigratie. Hij staat daar overigens niet alleen in, de angst voor immigranten lijkt volgens het jongste opinie-onderzoek hierover groter te zijn dan de angst voor klimaatverandering. Met de blik strak gericht op het politieke strijdtoneel kan je beide angsten inderdaad vergelijken, het grote verschil is echter dat deze vergelijking ontkent dat de hoogdringendheid van klimaatverandering met wetenschappelijke zekerheid onderbouwd kan worden.

Beleidsverandering vraagt beleidsbeïnvloeding, niet?

Verder zijn er ook klimaatopwarmingsbeleidsbeïnvloedingontkenners. Een laatste groep ontkent dat het mogelijk is zélf iets aan de klimaatopwarming te doen omdat het probleem globale en afdwingbare collectieve actie vraagt. Dat was de redenering die Patrick Loobuyck opzette in reactie op het verbod van Wouter Beke om zijn kinderen te laten betogen omdat zijn kinderen tegelijkertijd ook liever niet de fiets namen naar de sporthal.

Dat het probleem van klimaatverandering alleen maar kan opgelost worden door wereldwijde en afdwingbare collectieve actie is ongetwijfeld waar, en niemand in deze variant ontkent dat. De meningen verschillen enkel over de manier waarop je met individueel gedrag deze collectieve actie kan genereren: voor Loobuyck is betogen voor het klimaat dan wél een goede zaak, maar hij ontkent de mogelijkheid dat je door te kiezen om niet te vliegen of om geen vlees te eten toch ook een effect zou hebben.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Toegegeven, het rechtstreekste effect van niet-vliegen of vegetarisme is verwaarloosbaar, maar meedoen aan een betoging, of stemmen voor een partij met een coherent klimaatprogramma zijn dat evenzeer. Dat mensen zich soms overgeven aan dit soort activiteiten heeft wellicht minder te maken met de menselijke neiging tot zelfoverschatting dan met een moreel gevoel simpelweg je burgerplicht te moeten doen, zonder veel rekening te houden met de gevolgen daarvan. Met zo’n kantiaanse plichtsbewustheid is ook sociaal gezien absoluut niets mis, integendeel, ze kan een voorbeeldfunctie vervullen en aan de basis liggen van een grotere beweging en andere mensen meetrekken in een verhaal dat uiteindelijk tot sociale verandering leidt.

De ontkennende meerderheid

Wellicht is mijn overzichtje van soorten klimaatontkenners niet volledig en heb ik hier en daar nog wat nuances gemist. Mijn bedoeling is hoe dan ook niet zo zeer om alle meningen op te lijsten die wetenschappelijke onderbouwing lijken te missen. In de eerste plaats wordt duidelijk dat er nog heel wat werk is om de kloof tussen wetenschap, publieke opinie en beleid te overbruggen. Toegegeven, de gevolgen van klimaatverandering of van klimaatveranderingsbeleid zijn niet onmiddellijk van dag op dag zichtbaar en voelbaar bij ons, en dat maakt het moeilijk om de brug te maken.

Maar klimaatwetenschappers mogen dan gelijk hebben, gelijk krijgen in het politieke debat is het punt waar we moeten komen. Mijn lijstje maakt alvast duidelijk dat de klimaatontkenners in de ruime meerderheid zijn. Dat is misschien een goede reden om het woord niet te snel meer in de mond te nemen, maar vooral het debat te voeren. Het is daarbij belangrijk om verschillende soorten ontkenning te kunnen onderscheiden, en ook de beweegredenen erachter, om de argumentatie te kunnen verfijnen en medestanders te worden. In het klimaatdebat is dat de enige weg vooruit.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur