Leve het kolonialisme! Of toch niet?

‘Een goed en genuanceerd begrip van de koloniale geschiedenis kan geen ander besluit opleveren dan meteen over te gaan tot “herkoloniseren” van Afrika’, schrijft de Amerikaanse politicoloog Bruce Giley in een gecontesteerd academisch artikel. Toch stelt het op zich wel een interessante vraag: Wat was eigenlijk de impact van de koloniale periode op de ontwikkeling van het continent?

  • © Gie Goris Het standbeeld van koning Leopold II in Kinshasa. Of het herkoloniseren van Afrika een goede zaak zou zijn, is nog maar de vraag. De kolonisator bracht dan wel technologie mee en nieuwe politieke, sociale en culturele instellingen, maar wat hij daarmee bouwde was gericht op extractie. Niets wijst er op dat dit nu anders zou zijn. © Gie Goris

Opschudding in de academische wereld. In haar septembernummer publiceerde het gezaghebbende academische tijdschrift Third World Quarterly een ophefmakend artikel van de Amerikaanse politicoloog Bruce Giley. In dat artikel stelt Giley dat het kolonialisme een goede zaak was. ‘In het algemeen’, zo besluit hij, ‘was het Westers kolonialisme zowel objectief voordelig als subjectief legitiem in de meeste plaatsen waar het werd geïntroduceerd’.

Op bepaalde opiniepagina’s in bepaalde kringen mag die boodschap niet verbazen, maar des te meer in een wetenschappelijke tijdschrift waar elke bijdrage voor publicatie een zorgvuldig proces van “peer review” – kritische beoordeling door vakgenoten – moet doorlopen.

Een goed en genuanceerd begrip van de koloniale geschiedenis kan volgens Bruce Giley geen ander besluit opleveren dan meteen over te gaan tot “herkoloniseren” van Afrika.

In het artikel verzet Giley zich vooral tegen het discours dat aan kolonialisme ‘de magische eigenschap toedicht om al het goede in haar pad te vernietigen en tegelijk al het slechte te bestendigen’. Een goed en genuanceerd begrip van de koloniale geschiedenis kan volgens hem geen ander besluit opleveren dan meteen over te gaan tot “herkoloniseren” van Afrika als we de strijd tegen armoede en onderontwikkeling ernstig nemen. Dat “herkoloniseren” mag je best letterlijk nemen. ‘Een belachelijk idee?’, besluit hij. ‘Wel, bijlange niet zo belachelijk als de anti-koloniale ideologie die de levens van honderden miljoenen mensen in de derde wereld de laatste 100 jaar achtervolgt’.

Belachelijk. Dat vonden ook ruim 10.000 lezers in een petitie gericht aan de redactie van het tijdschrift, dat nota bene een prijs uitreikt die vernoemd is naar Edward Saïd, de founding father van de kritiek op het kolonialisme. Academische vrijheid is absoluut, zeggen ze, maar geen vrijgeleide voor fundamentele denkfouten. Ondertussen nam een deel van die redactieraad ontslag uit protest tegen de hoofdredacteur die het gedrocht door de mazen van het net liet glippen.

Kolonialisme en ontwikkeling

Natuurlijk is het artikel aanstootgevend en weinig accuraat vanuit empirisch en historisch oogpunt. Het leest vooral als een zure afrekening met een academische consensus die de auteur als verstikkend ervaart om welke reden dan ook. Politiek incorrect om politiek incorrect te zijn. Maar voor zover het mogelijk of wenselijk is abstractie te maken van het structureel geweld, racisme en uitbuiting van het kolonialisme in Afrika, stelt het artikel op zich wel een interessante vraag: Wat was eigenlijk de impact van de koloniale periode op de ontwikkeling van het continent?

Het artikel stelt op zich wel een interessante vraag: Wat was eigenlijk de impact van de koloniale periode op de ontwikkeling van het continent?

Voor Giley was die impact overwegend positief. Hij verwijst naar stijgend inkomen, levensverwachting, infrastructuur zoals spoorwegen, gezondheidszorg en werkende belastingsystemen.

Natuurlijk werd daar door koloniale staten op ingezet en had dat ook een effect op de levensstandaard. Maar de vraag is of die zaken ook hadden kunnen plaatsvinden zonder die koloniale staat. De Amerikaanse econoom James Robinson geeft het voorbeeld van Boeganda, een voormalig koninkrijk in het Zuiden van het hedendaagse Oeganda. De Oegandese staat slaagde erin een efficiënt wegennetwerk uit te bouwen alvorens het werd gekoloniseerd. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat diezelfde staat dat ook niet had kunnen realiseren met de beschikbare technologie van de 20ste eeuw. Bovendien blijken die investeringen in openbare voorzieningen en infrastructuur eigenlijk weinig te hebben bijgedragen tot het welzijn in de kolonie als je het volledig plaatje bekijkt.

Crawford Young, een naam als een klok in koloniale geschiedschrijving, stelde vast dat de belastingdruk op kleine boeren en arbeiders in de kolonies vele malen de baten van de publieke investeringen overschreed. Het bleken zelfs die samenlevingen te zijn die het meest welvarend waren vóór de kolonisatie die er het meest bekaaid vanaf kwamen.

In arme, dunbevolkte gebieden (zoals de toekomstige Verenigde Staten) was een beleid gericht op de ontwikkeling van landbouw en industrie net noodzakelijk om de koloniale onderneming rendabel te maken.

It’s institutions, stupid.

Op de keper beschouwd is dat plaatje vrij eenvoudig: het kolonialisme heeft ontwikkeling weinig tot niets vooruit gebracht omdat het daar ook niet voor bedoeld was. De kolonisator bracht technologie mee en nieuwe politieke, sociale en culturele instellingen, maar wat hij daarmee bouwde was gericht op extractie.

Politieke ontwikkelingen die lokaal speelden en in vele gevallen ook tot “goed bestuur” konden uitgroeien werden afgeblokt en vervangen door nieuwe instellingen die enkel hun werk deden voor de kolonisator. Voeg daarbij nog de erfenis van koloniaal racisme en stereotypering die tot vandaag voor enorme problemen zorgen, denk maar aan de intrieste episode van de Rwandese genocide.

De nieuwe elites namen de koloniale instellingen over en bleken het extractivisme in een andere vorm door te zetten.

Toen de kolonisator de biezen nam, zaten de jonge Afrikaanse staten opgezadeld met een reeks instellingen zonder directe lijn van rekenschap tussen burgers en bestuurders. De nieuwe elites namen die instellingen over en bleken dat extractivisme in een andere vorm door te zetten. Die “extractieve instellingen” – een term van MIT-econoom Darron Acemoglu – vormen de belangrijkste rem op ontwikkeling. Niet alleen in de voormalige kolonies trouwens, denk maar aan het bankwezen in West-Europa aan het eind van het eerste decennium van deze eeuw.

Natuurlijk brengt de vaststelling dat het kolonialisme absoluut geen zegen was voor de ontwikkeling op het Afrikaanse continent ons niet zo veel verder. Wat ons wel vooruit brengt is de vaststelling dat het “institutions” zijn die ontwikkeling tegenhouden. Als de “most binding constraint” de instellingen zijn, dan moet het ontwikkelingsdebat daar ook over gaan.

Een nieuwe kolonisator heeft Afrika niet nodig, maar wel een nieuw sociaal contract tussen burgers en staat. Als dat contract moet zorgen voor ontwikkeling, zullen burgers de pen in de hand moeten houden. Dus toch een “herkolonisatie”, maar van de postkoloniale staat door de kritische burger.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.