De blinde vlekken in “Van liefdadig naar rechtvaardig”, het boek van Els Hertogen

‘Maken we niet beter komaf met hulp die koloniale patronen voortzet?’

Asian Development Bank/ Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Ontwikkelingsexpert Jan Orbie toont zich kritisch over het recent gepubliceerde boek van 11.11.11-directeur Els Hertogen. “Van liefde naar rechtvaardigheid” vertoont enkele blinde vlekken, maar vooral: de kerngedachte is ondertussen een halve eeuw oud, en dat doet volgens Orbie vragen rijzen over de originaliteit en slagkracht van de boodschap.

Wie snel weer mee wil zijn in het ontwikkelingsdebat, moet meteen het boek Van liefdadig naar rechtvaardig van 11.11.11-directrice Els Hertogen lezen. Het boek gaat niet over de klassieke vraag ‘hoe moeten we ontwikkelingshulp verbeteren?’ maar biedt integendeel een brede waaier van kritische visies over onder meer kolonialisme, digitalisering, migratie, feminisme, democratie en degrowth.

De hoofdstukken zijn uiterst helder neergeschreven in een origineel format, namelijk op basis van gesprekken met onderzoekers en mensen uit de praktijk. In feite doet Els Hertogen wat academici in het Nederlandse taalgebied vooralsnog nagelaten hebben om te doen: een toegankelijk overzicht bieden van huidige debatten rond ontwikkeling, pardon, “internationale solidariteit”.

Maar wat is dat, “internationale solidariteit”? In de inleiding geeft Hertogen een synthese. Het gaat niet over liefdadigheid, wel over rechtvaardigheid. Dat houdt vijf zaken in: (1) herverdeling van middelen, (2) herverdeling van macht, (3) aandacht voor mens én natuur, (4) gedeelde verantwoordelijkheid, en (5) hoop.

Deze inleiding is doorspekt met nuttige verwijzingen naar de hoofdstukken uit het boek, wat het geheel tamelijk coherent maakt. Het is ook perfect mogelijk om te cherry picken, dus je kan makkelijk eens checken wat Natalia Greene denkt over “rechten van de natuur” of Arpita Bisht over de “economie van het genoeg” zonder het hele boek van A tot Z te moeten lezen.

Toch vertoont het boek drie blinde vlekken. Bovendien is de kerngedachte “van liefdadigheid naar rechtvaardigheid” al een halve eeuw oud, wat vragen doet rijzen over de originaliteit en slagkracht van Hertogens boodschap.

Drie blinde vlekken

Een eerste blinde vlek is het K-woord. Debatten over (onder)ontwikkeling, internationale solidariteit en rechtvaardigheid gaan onvermijdelijk ook over de wenselijkheid van het kapitalisme in zijn geheel of van bepaalde varianten. Een paar gesprekspartners van Hertogen wijzen op de fundamentele tekortkomingen van het kapitalisme – meest prominent Vandana Shiva met haar ecofeministische pleidooi en haar kritiek op het “kapitalistisch patriarchaat” (p.49), en Arpita Bishts punt dat we de kapitalistische economie moeten vervangen door een “Gandhiaanse” visie (p.117).

Maar in het betoog van Hertogen zelf blijkt het K-woord verdacht afwezig. Wie het debat over globale rechtvaardigheid wil aanzwengelen, kan nochtans niet omheen deze lastige discussie.

De noodzaak op een visie hierover, wordt concreter als we gaan nadenken over een tweede afwezige in het boek, namelijk het “effectief altruïsme”. Dit is een opkomende beweging rond zogenaamd rationele, wetenschappelijk onderbouwde hulpverlening. Ze is sterk Angelsaksisch georiënteerd, sluit nauw aan bij de caritatieve traditie in de Verenigde Staten, wordt gepromoot door globale filantropen zoals Bill Gates en filosofen zoals Peter Singer, focust vaak op specifieke thematieken zoals ontworming of malariabestrijding, en lijkt niet echt een probleem te hebben met het kapitalistische systeem (vaak integendeel).

In Vlaanderen vinden aanhangers een behoorlijk luide stem in het maatschappelijke debat met toonaangevende stemmen zoals Stijn Bruers, Maarten Boudry en Tobias Leenaert, die elk op hun manier invulling geven aan de gedachte dat we wél meer moeten helpen maar niét vanuit wat zij zien als ouderwetse, emotionele en irrationele hulp. Naar aanleiding van noodhulp voor de door overstromingen getroffen gebieden in België kwam ook deze discussie aan bod.

Ook Esther Duflo, Nobelprijswinnaar economie in 2019, situeert zich in deze stroming met haar experimentele onderzoek naar armoedebestrijding. Dus wél meer liefdadigheid, maar dan van het rationele soort: hoe staat 11.11.11 daar tegenover?

De quasi-afwezigheid van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de sdg-agenda in het boek doet de vraag rijzen hoe de ngo-koepel tegenwoordig staat tegenover dit programma.

Gezien de dominantie van dit denken in het ontwikkelingsdebat, is het vreemd dat deze stemmen ontbreken bij de “inspirerende stemmen”. Als ze bewust weggelaten zijn, dan zou het goed zijn om te weten hoe de Koepel van Internationale Solidariteit staat tegenover het steeds populairdere “effectief altruïsme”.

Ten derde blijven we in het duister over de positie van 11.11.11 over de duurzame ontwikkelingsdoelen (de sdgs). De inleiding verwijst kort naar het hoofdstuk van Jomo Kwame Sundaram en zijn argument dat sdgs ‘niet perfect’ zijn maar toch wel goed genoeg om na te streven (p.94). Vanuit de sector zijn sdgs vaak geportretteerd als de te volgen agenda, al was het maar om pragmatische redenen.

In de bijdrage van Izabella Teixeira over mondiaal bestuur – het minst kritische hoofdstuk van het hele boek – vinden we een ook een pleidooi voor sdgs (p.103). Nochtans rezen ook in Vlaanderen al fundamentele kritieken: sdgs zouden een groei-agenda stimuleren, structurele onrechtvaardigheden verzwijgen, en dus systeemhervorming verhinderen.

De quasi-afwezigheid van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de sdg-agenda in het boek doet de vraag rijzen hoe de ngo-koepel tegenwoordig staat tegenover dit programma?

Hetzelfde mantra

De kernboodschap van het boek blijft overigens niet zo vernieuwend. ‘11.11.11 verschuift van liefdadigheid naar een actie voor rechtvaardige Noord-Zuid verhoudingen’, vatten Rudy De Meyer en Emiel Vervliet de jaren 1970 samen. Dat de boodschap al een halve eeuw dezelfde blijft, kan blijk geven van inhoudelijke standvastigheid. Maar het doet ook vragen rijzen.

Is er geen fundamenteel probleem met de perceptie van de sector, als het blijkbaar nog altijd nodig is om het imago van “liefdadigheid” van zich af te werpen? En werkt de 11.11.11-boodschap wel als we merken dat er na 50 jaar geen vooruitgang geboekt is (en waar wel vooruitgang is, dit geen verband houdt met ontwikkelingssamenwerking)? Opteert de beweging dan niet beter voor een (nog) meer radicale en anti-establishment koers?

Is het niet beter om te focussen op de vraag “welke soort rechtvaardigheid?”, in plaats van de slogan “van liefdadigheid naar rechtvaardigheid” te blijven herhalen?

Wat ontwikkelingshulp betreft: is het echt mogelijk om dat op een “goeie” manier te blijven doen, in een “echte” dialoog tussen gelijke partners en zonder condities, zoals Els Hertogen beweert? Maken we niet beter komaf met hulpparadigma dat onvermijdelijk koloniale patronen verder zet? Voldoet het frame van “solidariteit”, als we weten dat het evengoed vanuit een ouderwets, koloniaal en caritatief hulpdenken ingevuld kan worden? Hoe ver geraken we met de nadruk op “solidariteit”, als we weten dat dit principe ook verschijnt in de passage over ontwikkelingshulp uit het Vlaams Belang-verkiezingsprogramma?

Hoe komen we tot internationale solidariteit indien, zoals Stijn Oosterlynck opmerkt, er geen project is voor mondiale gemeenschapsvorming? Is het niet beter om te focussen op de vraag ‘welke soort rechtvaardigheid?’, in plaats van de slogan ‘van liefdadigheid naar rechtvaardigheid’ te blijven herhalen?

Concreet: gaan we voor de verbetering van handelsakkoorden, die democratischer moeten worden en met bindende duurzaamheidshoofdstukken, of zijn we tegen vrijhandelsakkoorden die onvermijdelijk de groeilogica verder zetten? Gaan we oproepen voor meer internationale samenwerking en een mondiaal beheer via internationale instellingen, of gaan we de legitimiteit van het VN-systeem eindelijk eens doorprikken?

Als rechtvaardigheid hier draait om herverdeling van macht, wat betekent dat dan precies voor thema’s als migratiebeleid (open grenzen?), voedingssystemen (veganisme?), klimaatdoelstellingen (0-uitstoot?)? En nogal fundamenteel, hoe staan we nu uiteindelijk tegenover het K-woord?

Witte mannen

De belangrijkste nieuwigheid van het boek is dat dit boek de daad bij het woord voegt wanneer het gaat over dekolonisering van kennis, of wat we “epistemische onrechtvaardigheid” noemen. Waar vroegere denkoefeningen binnen de Noord-Zuid beweging vooral gevoerd werden door (met alle respect) witte mannen, geeft het boek van Els Hertogen een platform aan diverse denkers en activisten uit het Globale Zuiden.

Dat het boek niet één waarheid naar voren schuift, heeft wel als voordeel dat het ruimte creëert voor discussie. Maar het kan niet volstaan om een boek uit te brengen met 11 boeiende visies en de naam van 11.11.11 te wijzigen van “Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging” naar “Koepel van Internationale Solidariteit”.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Zolang niet duidelijk is wat nu te doen met de inspirerende stemmen en wat de antwoorden zijn op de 11 vragen in de paragrafen hierboven, blijft het risico op een vrijblijvende oefening.

Op 19 oktober organiseert Avansa Gent in De Krook een boekvoorstelling van “Van Liefdadig naar rechtvaardig”, gevolgd door een debat.

Van liefdadig naar rechtvaardig: 11 stemmen over de toekomst van internationale solidariteit door Els Hertogen is een uitgave van Lannoo Campus, 136 blzn ISBN 9789401474917

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift