Terugblik op de lentevergadering van de Bretton Woods instellingen

Nieuw geld voor Wereldbank ondanks Trump

WorldBank (CC BY-NC-ND 2.0)

 

De Spring Meetings van de Wereldbankgroep (WBG) en het Internationaal Muntfonds (IMF) vinden traditioneel plaats in Washington half april, wanneer de lente al weer een paar weken in het land is. Tijdens deze hoogmis van de internationale financiële instellingen wordt de toestand van de wereldeconomie geanalyseerd, en vinden er tal van interessante randevenementen plaats over een veelheid aan onderwerpen: jobcreatie, privésector, schuldenlast, belastingen, technologische ontwikkeling, onderwijs en gezondheid, …

De kern van de lentevergadering stond dit jaar echter in het teken van een aanslepende discussie over de financiele toekomst van de WBG. Aan het einde kon voorzitter Jim Kim weer opgelucht ademhalen: na twee jaar onderhandelen keurden de aandeelhouders de principes van een financieringspakket goed.

Het pakket voorziet verschillende beleidsmaatregelen en ook een kapitaalsverhoging van 13 miljard US dollar. Daarvan gaat 7,5 miljard USD naar de International Bank for Reconstruction and Development ( IBRD), het luik van de WBG dat financiering verleent aan de de middeninkomenslanden, en 5,5 miljard USD naar de International Finance Corporation (IFC), de privéarm van de WBG.

Waarom lag dit zo moeilijk, en vooral: wat gaat de WBG er mee kunnen doen?

Een bank die al haar klanten kan bedienen

De discussie dateert al van de lentevergadering van 2016, toen de WBG het document “Forward Look” voorstelde. Daarin formuleerde ze haar bijdrage aan Agenda 2030, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die eind 2015 in de Verenigde Naties in New York werden afgesproken.

Om die doelstellingen te realiseren moet de internationale samenwerking worden opgedreven from billions to trillions, zo gaat het discours, en ook de Wereldbankgroep zelf heeft nood aan meer financiële armslag om haar bijdrage te kunnen waarmaken.

De traditionele donorlanden stonden niet te trappelen om nieuw geld te voorzien.

De traditionele donorlanden (die zwaar doorwegen in het aandeelhouderschap van de Bank) stonden evenwel niet te trappelen om nieuw geld te voorzien. Ze hadden pas nog in 2010, in volle financiële crisis, een kapitaalsverhoging voor IBRD toegekend. Zij willen vooral een bank die financiering biedt aan de landen die daar het meeste nood aan hebben, en zagen geen aanleiding voor een forse kapitaalsverhoging van IBRD of IFC.

Voor de armste landen bereikten ze eind 2016 al een akkoord over de 18de wederaanvulling van de middelen van de International Development Asociation (IDA-18). De opkomende economiëen zoals China, India en Rusland gaven aan wél meer te willen bijdragen aan IBRD en IFC – waarmee ze ook een groter aandeel en dus meer stemrecht zouden kunnen verwerven- maar ze wilden zelf ook beroep kunnen blijven doen op goedkope financiering vanuit deze instellingen.

De discussie werd er niet eenvoudiger op na de verkiezingen in de VS. David Malpass, de nieuwe staatssecretaris voor internationale betrekkingen van het Amerikaanse Ministerie van Financiën stelde nog in november vorig jaar in het Congress dat de WBG geen extra geld nodig had en teveel geld besteedde aan de rijkere ontwikkelingslanden, in het bijzonder China.

De VS willen dat de Wereldbank zichzelf kan bedruipen, zonder bijkomende financiële injecties.

Deze landen zouden moeten vertrekken uit IBRD (gradueren in het jargon van de Wereldbank) en financiering zoeken op de reguliere kapitaalmarkt. Tegelijkertijd willen de VS dat de Wereldbank zichzelf zou kunnen bedruipen, zonder bijkomende financiële injecties. En vanuit die optiek zijn er wél argumenten om de rijkere ontwikkelingslanden te behouden als klant van de Wereldbank. De financiële gezondheid van de bank hangt immers ook af van de capaciteit van haar klanten om leningen terug te betalen – dat kunnen dus niet alleen de armere middeninkomenslanden zijn.

In het goedgekeurde financieringspakket blijft daarom plaats voor de hogere midddeninkomenslanden, maar het compromis omvat tegelijk ook afspraken over gedifferentieerde prijzen, waarbij deze landencategorie iets meer zal betalen voor leningen, en voor adviesdiensten.

De kapitaalsverhoging is nog in een ander opzicht een evenwichtsoefening: ze raakt aan de verhouding tussen de aandeelhouders. Er was geen animo om daarin grondig te schuiven, maar wel een belofte om meer balans te brengen en tegemoet te komen aan de aandeelhouders die extreem ondervertegenwoordigd zijn.

De economische wereldverhoudingen kunnen niet blijvend genegeerd worden, en de opkomende landen eisen hun plaats op.

De economische wereldverhoudingen kunnen niet blijvend genegeerd worden, en de opkomende landen eisen hun plaats op. In het IMF werd die oefening overigens al in 2010 gemaakt, al werd de wijziging pas eind 2016 ingevoerd, na goedkeuring in het Amerikaans Congress.

In de finale uitkomst voor de WBG krijgt China bijna 1,5 procent extra aandeelhoudersgewicht – een belangrijk psychologisch en politiek gegeven, al zal het voor de beraadslaging in de Beheeraad niet zo geweldig veel verschil maken, want daar wordt doorgaans bij consensus beslist en niet gestemd, en de VS behouden als grootste aandeelhouder toch een vetorecht.

A bigger and a better Bank: geld met voorwaarden

De VS zijn misschien het meest uitgesproken, maar ook andere aandeelhouders eisen aanpassingen in het beleid en de organisatie van de Bank. Voor veel aandeelhouders kan er geen sprake zijn van een grotere bank, indien ze niet ook een betere bank wordt.

Niet in de laatste plaats eisen de aandeelhouders onder die noemer ook een meer efficiënte bank. Er werden de afgelopen jaren al heel wat besparingen doorgevoerd, maar het mag nog zuiniger en ook op de salarissen moet strikter toegekeken worden. Verder moet de groep vooral flexibeler kunnen werken, en de verschillende onderdelen (IDA, IBRD, IFC en ook de verzekeringsinstelling MIGA) moeten beter samenwerken.

De eis om meer te doen voor de armere middeninkomenslanden vergt niet alleen financiële inspanningen maar ook meer M/V kracht. Dat wringt wat met de oproep tot meer zuinigheid. Vooral de landen die “gradueren” vanuit de categorie armste landen vragen aandacht, want zij kunnen geen beroep meer doen op nog goedkopere kredieten en giften uit IDA, maar blijven wel kwetsbaar voor terugval en hebben te kampen met capaciteitsproblemen.

Er zijn ook voor de Bank meer risicos`s aan verbonden. Dat geldt in het bijzonder voor fragiele landen en conflictsituaties, waar de Bank gevraagd wordt om meer te investeren, en waar ze ook meer pesoneel op te terrein moet inzetten.

Verder willen de aandeelhouders meer aandacht voor de rol van de privésector – het toverwoord voor alle ontwikkelingssamenwerking dezer dagen. Maar ook daar leggen ze verschillende klemtonen. Voor sommige landen, zoals de VS, hoeft er geen bijkomend publiek geld naar de privésector, andere landen blijken meer bereid om ook het IFC te versterken zodat deze instelling meer armslag krijgt om privé actoren aan te trekken. Maar iedereen is het er wel over eens dat de Bank niet in de plaats van de privé moet komen.

“Investeren in mensen” wordt het nieuwe motto, en voorzitter Jim KIM noemde het al wildly controversial.

Voorzitter Kim kondigde tenslotte nog een andere inhoudelijke klemtoon aan: hij wil in het najaar een human capital index publiceren, een rangorde die zou aangeven hoeveel landen investeren in gezondheid, voeding, sociale bescherming en onderwijs als bouwstenen voor economische ontwikkeling. “Investeren in mensen” wordt het nieuwe motto, en voorzitter Jim KIM noemde het al wildly controversial. Dat kan inderdaad nog een interessant debat worden, en daar komen we ongetwijfeld later nog op terug.

Een financiële hefboom voor de armste landen

Ook voor de armste landen was er trouwens goed nieuws – al kwam dat niet uit de vergaderzalen van de Wereldbank maar uit de trade room van de Luxemburgse beurs. Daar werd vlak vóór de lentevergadering, op 17 april, de eerste IDA-obligatie uitgegeven.

Die werd meteen een eclatant succes, want de investeerders (banken, pensioenfondsen, …) toonden grote interesse met een orderboek voor liefst 4, 6 miljard USD terwijl de obligatie 1.5 miljard USD moest ophalen, aan een rente van 2.75%.

Het was een bijzonder moment voor IDA, dat tot vorig jaar enkel draaide op driejaarlijkse aanvullingen met donorgeld. Het maakt de instelling minder afhankelijk van de donoren – maar ze raakt daardoor wel meer verstrengeld met de financiële markten.

Waarschuwingen

Tenslotte vormt de lentevergadering ook altijd een aanleiding voor het IMF om een stand van zaken op te maken van de wereldeconomie. Het World Economic Outlook rapport vormt daarvoor de basis, en IMF- Managing Director Christine Lagarde gaf daarover al een paar dagen op voorhand meer dan één schot voor de boeg in enkele interviews.

De financieel-economische waakhond van de wereld waarschuwt voor verschillende risico`s, waaronder het protectionistisch terugplooien op zichzelf.

De financieel-economische waakhond van de wereld ziet de economische groei voorzichtig doorzetten, maar waarschuwt voor verschillende risico`s, waaronder het protectionistisch terugplooien op zichzelf, met inbegrip van de dreiging van een handelsoorlog, en de groeiende schuldenlast in een aantal kwetsbare landen.

Tegenover het eerste risico werd het akkoord over de kapitaalsverhoging en de beleidsprioriteiten voor de WBG verwelkomd als een teken van vertouwen in het multilateralisme in het algemeen, en vertrouwen in de WBG in het bijzonder.

Ten aanzien van het tweede risico, de opnieuw groeiende schuldenlast, blijven de maatregelen vager. Dat geldt nog sterker voor de problemen van corruptie, onrechtmatige geldstromen en ongereguleerde belastingparadijzen, waar plichtmatig een zinnetje aan besteed wordt in de “Forward Look” en in het slotcommuniqué van de Spring Meetings, maar waar weinig concrete initiatieven tegenover staan.

Tot slot rijst de vraag in hoeverre de groeiende afhankelijkheid van de financiële markt de WBG niet erg kwetsbaar maakt voor de volatiliteit van diezelfde markt – terwijl de WBG, met het IMF, juist een buffer zou moeten vormen wanneer het systeem gaat sputteren. Hierover blijft het slotcommuniqué stil. Zullen beide instellingen zich, vanuit die meer afhankelijke en kwetsbare positie, nog sterk genoeg kunnen maken voor de noodzakelijke regulering?

We verwijzen naar de websites van Wereldbank en IMF voor documenten en opnames van de publieke randactiviteiten in het kader van de Spring Meetings. Ook analyses en commentaren in de pers en bij verschillende think tanks blijven nog een tijdje online beschikbaar (Center for Global Development, Bretton Woods Observer, DEVEX, …)

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur