Hoeveel is 'genoeg'?

Ont-groeien: een kleine stap voor een econoom, een reuzensprong voor mens en planeet

Christopher Dombres (CC0 1.0)

Jonas Van der Slycken: ‘Het is tijd om de platgedraaide groeiplaat af te zetten, zodat samenlevingen binnen sociale en ecologische grenzen kunnen bloeien zonder groei.’

Ja, wetenschappers bieden alternatieven voor het economische groeimodel: groene groei, een sociaal beleid en ont-groeien. Economisch wetenschapper en MO*Ontwikkelaar Jonas Van der Slycken bekijkt de mogelijke scenario’s.

Groei is het beste antwoord dat economen doorgaans weten te verzinnen op al onze maatschappelijke problemen. Zo pleit econoom Gert Peersman bijvoorbeeld voor groene groei als antwoord op de klimaatcrisis in zijn nieuwste column in De Standaard. In plaats van de groeidogma’s (die de ecologische problemen creëerden) in vraag te stellen, probeert men het groeiparadigma te greenwashen.

Het probleem hierbij is dat we zo minder groei-afhankelijke en meer sociaal-wenselijke toekomstpaden negeren. Wetenschappelijke studies illustreren immers dat net het loslaten van de dolgedraaide groei-economie zou kunnen helpen om onze economie ten dienste te stellen van mens en planeet, zodat iedereen goed kan leven binnen planetaire grenzen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Dit kan door middelen rechtvaardig te verdelen, zodat zowel overconsumptie en onderconsumptie verdwijnen, en door de economie te begrenzen, zodat deze er minder materialen en energie doorjaagt.

Het gevaar van “groene groei”

Het probleem met die groene groei? Het is hoogst onwaarschijnlijk dat technologische vooruitgang volstaat om de uitstoot van broeikasgassen voldoende snel te doen dalen om de klimaatchaos te beperken tot 1,5 graad Celsius of 2 graden Celsius.

Het wekt dan ook weinig verbazing dat wetenschappers ervoor pleiten om, in het licht van een echte duurzaamheidstransformatie, niet enkel in te zetten op technologische vooruitgang. Ze willen dat er ook werk gemaakt wordt van verregaande levensstijlwijzigingen, volgens een waarschuwing over rijkdom die wetenschappers vorig jaar nog publiceerden in Nature Communications. Het gaat dan om het terugdringen van overconsumptie.

Andere studies hebben het over een directe inperking van productie en consumptie, oftewel sufficiëntiestrategieën. Ofwel: ons afvragen hoeveel ‘genoeg’ is, is noodzakelijk om een adequaat antwoord te bieden op het ecologische én verdelingsvraagstuk.

Een andere toekomst is haalbaar

Een rechtvaardige systeemverandering geeft helemaal niet zo’n slechte resultaten als groei-apostelen ons willen doen geloven.

Gelukkig zijn er alternatieven voor groei. Recent onderzoek in Nature Sustainability vergelijkt via het hoogstaand ecologisch macro-economisch model Eurogreen drie scenario’s: groene groei, een sociaal beleid en ont-groei.

Groene groei, gebaseerd op technologische vooruitgang en milieumaatregelen zoals een koolstoftaks, zorgt weliswaar voor een emissiedaling maar gaat gepaard met toegenomen ongelijkheid en werkloosheid. Het scenario van groene groei kan succesvol de uitstoot beperken, voornamelijk doordat het er niet in slaagt om het bruto binnenlands product te doen groeien. Deze paradox valt te begrijpen doordat de stijging van de werkloosheid in dit scenario de vraag naar goederen en diensten doet dalen, en zo de toegenomen groene investeringen compenseert.

Het scenario van sociaal beleid scoort even goed wat emissiedalingen betreft, maar kent betere sociale uitkomsten: het verdeelt het werk beter via een algemene arbeidsduurvermindering en een werkzekerheidsprogramma, waarbij de overheid mensen die willen werken baanzekerheid geeft. Die ondersteunende maatregelen vragen meer van de begroting.

In het ont-groeiscenario is er sprake van een groter begrotingstekort dan in het sociale scenario. Maar daartegenover staat dat het beter scoort qua emissiereductie en ongelijkheidsvermindering. Die gunstige resultaten worden behaald door een exportdaling, vrijwillige consumptievermindering en vermogensbelasting.

Wat opvalt: een heuse, rechtvaardige systeemverandering geeft helemaal niet zo’n slechte resultaten als groei-apostelen ons willen doen geloven. De ont-groeibeweging heeft met de kwijtschelding van schulden ook een passend antwoord op het toegenomen begrotingstekort en de dito staatsschuld uit het ont-groeiscenario. Dat idee is zo gek nog niet: recent pleitte ook econoom Paul De Grauwe ervoor om een derde van onze Belgische staatsschuld te schrappen.

Sociale grenzen aan de groei

Naast ecologische grenzen zijn er sociale grenzen aan wat (groene) groei kan brengen. Eens bepaalde behoeften en noden vervuld zijn, levert groei in inkomen en consumptie geen bijzondere bijdrage meer aan het welzijn van burgers. Dan treden verzadigingseffecten op.

Burgers hebben stilaan genoeg van de groei-economie. Een meerderheid van de Europeanen vindt dat milieu een prioriteit moet zijn.

Doordat we in het Westen meer en meer behoeften zoals creatie, affectie, bescherming, vrijheid, identiteit een materialistische invulling geven, hebben we een onverzadigbare honger naar meer. Psycholoog Paul Verhaeghe toont helder aan wat de keerzijde van de medaille is: stress, depressies, burn-outs, obesitas, diabetes, enzovoort.

Burgers hebben stilaan genoeg van de groei-economie. Een recente peiling verduidelijkt dat een meerderheid van de Europeanen vindt dat het milieu een prioriteit moet zijn, zelfs als dit ten koste zou gaan van economische groei.

De wenselijkheid en de werkelijkheid hebben gedateerde groeimodellen al lang ingehaald. Wanneer zullen we eindelijk de eerste Belgische postgroei- en ont-groeiscenario’s voor onze economie en ons energielandschap mogen verwelkomen?

Een alternatieve toekomst is betaalbaar

Volgens econoom Gert Peersman hebben we groei nodig om onze klimaatinvesteringen, sociale zekerheid en pensioenen te betalen, terwijl we eerder middelen rechtvaardig moeten verdelen. Groei voor wie en van wat?

Vooreerst: volgens ecologisch econoom Herman Daly bestaat er zoiets als oneconomische groei. Dat is groei die ons maatschappelijk gezien meer schaadt dan baat. Zo slokt onze auto-afhankelijke samenleving heel wat middelen, grondstoffen en energie op. Naast de ecologische kosten kost ze onze maatschappij ook stukken van mensen in termen van accidenten, hart- en vaatziekten, longaandoeningen, levensduurverkorting etc.

Een modal shift richting openbaar vervoer zou ecologisch efficiënter zijn en onze sociale zekerheid minder groeiafhankelijk maken en ‘saneren’, ditmaal zonder harde neoliberale besparingspolitiek.

Bovendien: eerlijke, leefbare en zekere pensioenen zijn ook politieke verdelingskeuzes. Volgens demograaf Patrick Deboosere is het een mythe dat onze pensioenen onbetaalbaar zijn. Maar Deboosere borduurt verder op de groei-economie. Op een begrensde planeet kunnen we niet uit het verdelingsvraagstuk groeien, en daarom moeten we het sowieso hebben over het begrenzen van extreme rijkdom en inkomens via een democratisch bepaald maximumvermogen en –inkomen.

Deze verdelingsvragen verdienen meer aandacht in toekomstvaardige onderzoeks- en beleidsagenda’s.

Ten slotte is een meer democratisch geldsysteem de kers op de ont-groeitaart. Ecofeministe en econome Mary Mellor verduidelijkt dat geld een publieke grondstof is, die we direct in de economie kunnen pompen om zo maatschappelijke noden te vervullen. Voor behoeften zoals publieke dienstverlening, de gezondheidszorg en de klimaattransitie, waarvoor steeds geld tekort is.

Dit is een innovatieve manier om het bankenmonopolie op het creëren van geld via het uitgeven van schulden te overtroeven. Zo hoeft de overheid niet afhankelijk te zijn van belastingen om kapitale voorzieningen te financieren, maar kan ze rechtstreeks sociale en ecologische noden financieren. Er is daarbij wel nog een rol weggelegd voor belastingen: niet als inkomstenbron maar wel om geld uit omloop te halen als er inflatiedreiging is.

Ont-groeien en het Globale Zuiden

Ont-groeien heeft ook belangrijke, gunstige implicaties voor het Globale Zuiden. Ont-groei focust voornamelijk op het terugdringen van overconsumptie van rijke industrielanden én van de rijken in het Zuiden. Daardoor komen er middelen en grondstoffen vrij voor mensen in het Zuiden om in hun behoeften te voorzien.

Zo biedt ont-groeien kansen voor een meer rechtvaardige mondiale verdeling en voor een dekolonisatie van de wereldeconomie. Dat dekoloniseren is nodig, aangezien het Globale Noorden niet alleen in het verleden een ecologische schuld opgebouwd heeft tegenover het Zuiden, maar ook omdat deze neokoloniale patronen blijven voortduren.

Zo is er ecologisch ongelijke handel tussen rijke en arme landen. Het probleem van deze ongelijkheid is dat rijke landen zich materialen, energie, grond en arbeid weten toe te eigenen die afkomstig zijn uit arme landen. Arme landen helpen op die manier rijke landen te ontwikkelen, en de uitbuiting/diefstal gaat onverminderd door.

Het Noorden draagt bovendien de grootste verantwoordelijkheid voor het koloniseren van de atmosfeer. Het gulzige Noorden heeft al een bovenmaatse hap genomen uit het mondiale koolstofbudget dat er is om klimaatchaos te beperken tot 1,5 graad Celsius of 2 graden Celsius. Maar liefst 92% van de verantwoordelijkheid voor het overschrijden van de planetaire grens qua klimaatontwrichting rust bij het Noorden.

Hierdoor dringt het Noorden het Zuiden een beperkt koolstofbudget op, en daarbovenop ook veel scherpere emissiereducties. Want het resterende koolstofbudget is beperkt en slinkt in ijltempo. Bovendien treft de klimaatcrisis burgers in het Zuiden het hardst, ook al hebben zij er het minst toe bijgedragen.

Deze scheeftrekking vraagt om eerlijke handel en herstelbetalingen aan het Zuiden. Een schuldenkwijtschelding is ook hier een geschikt instrument om het Zuiden te bevrijden uit het neoliberale keurslijf van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

De EU moet haar consumptie van grondstoffen tegen 2050 terugbrengen naar 5 ton per jaar per inwoner. Dat is nog ongeveer het gewicht van een Afrikaanse olifant.

Daarnaast moet het Noorden minder materialen en energie gaan gebruiken, om binnen veilige planetaire grenzen te raken. Als het Noorden de rechtvaardigheidsprincipes uit het Klimaatakkoord van Parijs respecteert, dient het veel sneller, al tegen 2030 of ten laatste 2035, een nuluitstoot te realiseren. Dit betekent dat haar jaarlijkse emissiereducties minstens 10% moeten bedragen. Minstens 15% zou nog beter zijn.

Tot slot, wat de grondstoffenproblematiek betreft: de Europese Unie, bijvoorbeeld, moet haar grondstoffenconsumptie reduceren met 65% opdat de materiaalvoetafdruk per Europeaan daalt van 14,5 ton per jaar naar 5 ton in 2050. (Om dit even in perspectief te plaatsen, dit is ongeveer het gewicht van een gemiddelde Afrikaanse olifantenstier.)

Ont-groeien om te bloeien

Dat het huidige systeem vierkant draait zonder groei, is geen excuus voor meer groei of om groei te greenwashen. Zou het niet beter zijn om, via gerichte ingrepen, de groei-economie en het geldsysteem bij te sturen? In plaats van massaal en onherroepelijk te prutsen aan het ontsporende klimaatsysteem en ontrafelende levensweb?

We zullen niet uit het welzijns-, verdelings- en ecologische vraagstuk groeien. Het ont-groeien van de groei-economie daarentegen biedt daarop wel een afdoende antwoord. Het is tijd om de platgedraaide groeiplaat af te zetten, zodat samenlevingen binnen sociale en ecologische grenzen kunnen bloeien zonder groei.

Ont-groeien is zoals het betreden van een trap die nu nog niet helemaal zichtbaar is. Maar deze trap beklimmen is wenselijker dan te blijven doordraaien in de groei-tredmolen. Martin Luther King wist het al: ‘Als je vertrouwen hebt, hoef je niet de hele trap te zien om de eerste stap te zetten.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur