Ontwikkeling is geen voetbalklassement

Public domain (CC0)

 

Terwijl alle aandacht de afgelopen dagen – terecht — uitging naar het massaontslag bij grootwarenhuisketen Carrefour, kreeg ook de Wereldbank een pijnlijk ontslag te verwerken. Na amper 15 maanden dienst pakte hoofdeconoom en vice-president Paul Romer zijn boeltje terwijl zijn komst in oktober 2016 nog als een toptransfer werd omschreven.

De pionier van de theorie van “endogene groei” (op lange termijn wordt de groei van een economie vooral gedreven door “endogene” factoren zoals onderwijs en innovatie eerder dan door “exogene” factoren zoals bevolkingsgroei en kapitaalsaccumulatie) werd meermaals getipt als Nobelprijswinnaar.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Tijdens die 15 maanden bleef de man niet onbesproken. Zo maakte hij zich onmogelijk bij z’n onderzoekers door erop te staan dat ze enkel rapporten mogen afleveren waarbij de frequentie van het woordje ‘and’ lager is dan 2,6%.

Medio deze maand kwam Romer opnieuw in het oog van de storm toen hij aan de media liet verstaan dat de studiedienst van de Wereldbank wat aan de methodologie van een invloedrijk rapport had gesleuteld omwille van politieke motieven. Door een methodologische kunstgreep moest blijken dat het ondernemingsklimaat in Chili sterk terugliep toen het land een eerste keer werd geleid door de linkse Michelle Bachelet.

De Chileense presidente vroeg een onderzoek en stelde de geloofwaardigheid van het instituut, dat vooral afhankelijk is van het vertrouwen van de internationale gemeenschap, in vraag. Op z’n blog gaf Romer aan dat hij zich wat ongelukkig had uitgelaten tegen de pers en verontschuldigde zich voor die “onduidelijkheid”. Voor Romer was het de gril te veel, maar voor ons de aanleiding om dat “policy-oriented” onderzoek van de bank even van nabij te bekijken.

Belastingparadijs met topscore

Het bewuste rapport is het invloedrijke “Doing Business Report”. Daarin rangschikt de bank elk jaar 190 economieën op basis van een 10-tal elementen die het ondernemingsklimaat zouden bepalen. Centraal daarbij staat de notie dat economische activiteit, en de ontwikkeling van het bedrijfsleven in het bijzonder, gebaat is bij ‘heldere en coherente regels’, maar vooral niet te veel. Het gaat dan met name over het gemak waarmee je in een bepaald land een bedrijf kan opstarten, een elektriciteitsaansluiting bekomen, eigendom registreren, krediet opnemen, minderheidsaandeelhouders beschermen, internationaal handel drijven, contracten doen naleven, een faillissement aanvragen, mensen te werk stellen en belastingen betalen.

De bank gelooft dat dergelijke rankings regeringen aanzet hun regelgeving eenvoudiger te maken. In de feiten blijkt dat ook te kloppen. In 2014, bijvoorbeeld, voerde 70% van Afrikaanse landen ten minste één hervorming door die het rapport aanbeveelt.

Voor de Indiase premier Narendra Modi is de ‘spectaculaire stijging’ van het land op de ranking één van de voornaamste doelstellingen van z’n economisch beleid.

De commissie was nogal vernietigend en vond de ranking “misleidend” omdat het “Doing Business Report” de sociale voordelen van een robuuste bedrijfsregulering negeerde.

Net omwille van die impact krijgt de ranking ook heel wat kritiek. Naast methodologische kwesties dat alleen naar formele wetgeving wordt gekeken en niet naar de toepassing daarvan, versterkt de ranking een beleid van deregulering. Dat besloot een onafhankelijke commissie in 2012 onder leiding van de voormalige Zuid-Afrikaanse financiënminister Trevor Manuel.

De commissie was nogal vernietigend en vond de ranking “misleidend” omdat het de sociale voordelen van een robuuste bedrijfsregulering negeerde. Zo zet het rapport indirect druk op rechten van werknemers en bestraft het landen die een pensioensysteem bouwen op de solidariteit tussen werknemers en werkgevers via verplichte werkgeversbijdragen.

Kort gezegd, je kan zeer goed scoren op de “Doing Business Ranking” ook al ben je een belastingparadijs dat het niet te nauw neemt met de rechten van buitenlandse werknemers. Zo vinden we de Verenigde Arabische Emiraten in de jongste editie op plaats 25, een pak beter dan België (op plaats 42).

Mashup?

In een interessante paper neemt Martin Ravallion, in een vorig leven onderzoeksdirecteur bij de Wereldbank, een beetje afstand en gaat op zoek naar de meerwaarde van ‘mashupindicatoren’ waarbij een brede waaier aan gegevens wordt samengeklutst. De Doing Business Ranking is een voorbeeld van zo’n mashupindicator, net zoals de Human Development Index of de Multidimensional Poverty Index. Dat soort indicatoren kleuren het ontwikkelingsdebat.

Als dat ontwikkelingsdebat haar weg vindt naar de media is het vaak naar aanleiding van een update van één of andere ranking. Ravallion relativeert de waarde van dergelijke indicatoren nogal sterk. Zo is er in het geval van de Doing Business Ranking bitter weinig bewijs dat een robuuste regelgeving een rem is voor investeringen en dus economische groei wat de indicator natuurlijk wel suggereert.

De kracht van zo’n index zit vooral in de eenvoud waarbij een complexe realiteit wordt ingekookt tot een simpel voetbalklassement.

De kracht van zo’n index zit vooral in de eenvoud waarbij een complexe realiteit wordt ingekookt tot een simpel voetbalklassement. Dat maakt ze net verleidelijk voor politici met een natuurlijke voorkeur voor eenvoudige antwoorden op complexe problemen. Een veel groter probleem dan de eventuele politieke manipulatie bij de uitwerking van zo’n ranking is het feit dat een ranking vaak als een kompas voor beleid wordt gebruikt.

Als rankings en indices beleidsmakers daadwerkelijk in beweging krijgen, is het relevantste criterium om ze te beoordelen dan ook de richting van die beweging. En die gaat in het geval van de Doing Business Ranking niet de juiste kant op.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.